De wind giert om ons huis. Het geluid is overweldigend en overstemd het ge-oehoe van de uil die in het bos om de hoek woont en waar ik zo graag naar luister, knus verstopt onder mijn warme dekens. Krakende boomtakken teisteren de doorgaans zo stille straat en zelfs de brommer die voorbij rijd hoor ik amper boven het natuurgeweld uitkomen. Ik draai me nog maar een keer om en moedig mezelf aan om te gaan slapen.
Twee uur later lig ik nog steeds te woelen.
In de nacht verwerk ik en denk ik na over alles wat er gaande is in mijn leven. En soms lig ik er letterlijk wakker van.
Afgelopen nacht realiseerde ik me dat alle negativiteit om me heen weer eens aan me was gaan kleven. Ongemerkt mijn lijf in was geslopen. Ik verbaas me er steeds opnieuw over, hoe sommige sentimenten me mee kunnen slepen naar een richting die ik niet op wil. Het ongemak dat zich nestelt in mijn lijf.
En de weerzin die me vervolgens ongenadig in de weg zit. Een kluwen van emotie.
Mensen
Van een afstandje observeer ik anderen in hun omgang met elkaar, hoe vlekkeloos hun interactie bijna oogt. Ik kan er jaloers op zijn, op dat ogenschijnlijke omgangsgemak. De eenvoudige en vloeiende manier waarop gesprekken verlopen. Bij mij gaat dat maar zelden zo soepel. Veel van die gesprekken laten een knoop achter in mijn onderbuik. En die knopen blijven soms heel lang zitten.
Het maakt ook dat ik selectiever wordt. Minder praten, meer naar buiten.
Zolang ik mijn eigen weg mag volgen temidden van alle ingewikkelde mensverbindingen red ik me wel.