Ik vind de overgang lastig. De mentale kwetsbaarheid die ik voelde en alle fysieke veranderingen. Alsof je jezelf weer helemaal opnieuw uit moet vinden.
Ik vecht al jaren tegen een lijf dat uit een keurslijf knapt waar het zoveel jaren braaf in bleef zitten.
Noem het oppervlakkig, noem het ijdel, noem het vooral wat je wil maar in mijn hoofd gebeurd er weinig moois als mijn lijf gevoelsmatig niet meer bij me past.
Zo werkt dat bij mij. En mijn lijf voelde niet meer goed. Ouder worden, jaren van jojo-en en blessureleed lieten zijn sporen na op dat lijf van mij.
Geen twintig meer, ik weet het.
Dus probeerde ik intermittend fasting, ging streng trainen. En het hielp allemaal, een poosje. Afvallen en weer aankomen, ik deed het, en deed het nog een keer. En nog een keer. Maar niets bleef. Leren wat goed in mijn leven paste deed ik niet, mezelf afstraffen leerde ik daarentegen fantastisch. Alles wat ik niet meer ‘mocht’ daar verlangde ik naar en wat beweging betreft was niets genoeg.
Het moest meer, langer, beter.
Trainen
Foto’s van mezelf die langswapperden hakte ik af boven de taille of ik gooide ze meteen weg, maatjes groter vonden vol weerzin hun weg naar mijn kast.
Waanzin, I know.
Tot drie maanden geleden. Ik ben definitief gestopt met diëten, met mijn onmogelijke doelen. Met mezelf afstraffen.
Met vallen en opstaan leer ik om goed voor mezelf te zorgen. Eindelijk. Door goed en normaal te eten, rustig te trainen in plaats van als een maniak. Om op mijn gemak te bouwen aan het onderhouden van mijn ouder wordende lijf.
Mijn brede heupen passen bij me, ‘petite’ is nou eenmaal niet voor me weggelegd, maar ik voel me zoveel beter.
Zelfs mijn taille komt weer tevoorschijn
Wie had dat gedacht.