Al zijn bezittingen pasten in een plastic supermarkt tas, op de plek waar hij woonde was geen warm stromend water en koken deed hij al jaren niet meer. Lang geleden was hij gescheiden van zijn vrouw en nu woonde hij berooid en eenzaam in iets van een omgebouwde schuur in andermans tuin. Zijn oude werkgever had zich ooit om hem bekommerd en hem een plek uit storm en regen geboden. En daar woonde hij nog steeds.
Het waarom kende ik niet maar dat was ook niet belangrijk. We maken allemaal weleens keuzes waar we spijt van hebben en niet elke keuze valt naderhand weer glad te strijken.
Ver in de tachtig was hij al toen hij bij ons in beeld kwam.
Zijn eenzaamheid raakte me. Het is iets waar ik diep van binnen altijd bang voor ben geweest, om alleen op de wereld te zijn, alle liefde om me heen te verliezen.
Ik regelde diezelfde week nog een fijne, warme plek voor hem en ik verheugde me oprecht op de dag dat hij bij ons zou komen wonen. ‘Misschien kom ik nog wel oude kennissen of collega’s tegen’, had hij gezegd.
Ik hoopte het voor hem.
Maar hij had geen spullen, buiten de kleren die hij bezat.
‘Hoe krijgen we dat appartement in vredesnaam ingericht, zeiden we tegen elkaar, zouden we naar de kringloop kunnen gaan voor hem? of misschien staat er nog wel iets in de opslag, straks even speuren’.
Oude foto
Ik had de volgende dag toevallig vrij dus ik plande voor de volgende dag alvast een bezoekje aan de kringloop. Een fijne stoel, een kastje en iets voor aan de muur was er vast. Iets gezelligs voor in die lege vensterbank of een lijstje voor een verdwaalde en vergeten foto van vroeger.
Iets van warmte voor een ander mens is zo gehaald tenslotte.
De dag erop appte mijn collega verpleegkundige me al vroeg in de ochtend omdat mijn kringloopbezoek niet meer nodig was, de familie van de vorige bewoner van het bewuste appartement hadden liefdevol wat spullen gedoneerd.
Die fijne stoel bij het raam waar hun moeder regelmatig in zat te knikkebollen in de voorjaarszon lieten ze achter, een kastje en die fijne eettafel die bij hun toch maar in de weg zou staan. Bestek en wat bloempotten, een mooie kop voor zijn ochtendkoffie.
Mijn hart begon ervan te gloeien.
Twee dagen later zag hij met eigen ogen zijn nieuwe woonplek. Gezellig ingericht, warm en schoon. Ik kreeg in geuren en kleuren van mijn collega te horen hoe blij hij was geweest, dankbaar, voor alle hulp. De laatste jaren van zijn oude dag kregen zomaar onverwacht een gouden randje.