Ode aan Bart

nachtzorg

Ik ben 17 jaar en een beetje als ik start met een in-service opleiding. Groen als gras, ik heb nog maar weinig gezien van oprecht leed. De mensen in mijn klas variëren in leeftijd, de oudste is rond de 23, de jongste is net als ik 17. Bart is iets ouder dan mij. Hij heeft een bos wilde bruine krullen, een borstelsnor en vriendelijke ogen.

We vullen alle gaten in de roosters en worden constant rond gecommandeerd. Het deert ons niet, we werken, feesten, studeren en genieten. Tweeënhalf jaar later waaieren we allemaal ons eigen pad op. Onbevangen en zorgeloos lacht het leven ons toe.

Dertien jaar later werk ik in de terminale thuiszorg, alleen maar nachten. Prachtig en zwaar. Na het overlijden van een oom van mij, op een veel te jonge leeftijd, besluit ik dat ik die specifieke zorg wil verlenen. Onze kindjes zitten inmiddels op school, ik slaap als zij in de klas zitten en werk als zij slapen.

Op een gewone maandagmiddag krijg ik het adres binnen waar ik die nacht moet waken en de naam is mij welbekend. Ik slik het brok in mijn keel weg en vraag mijn collega of ze even bij deze mensen wil aangeven dat ik vanavond kom. En of dat oké is. Ze belooft het te vragen en ik hang op. Ik voel de spanning in mijn lijf. Vind ik het wel oké, denk ik bij mezelf, kan ik het aan? Wederom gaat de telefoon, het is goed dat ik kom, fijn zelfs. De rest van de dag ben ik onrustig.

Om half elf ’s avonds stap ik in de auto en rijd naar het opgegeven adres. Zijn vrouw doet open.

’Kom binnen, zegt ze vriendelijk, jij bent vast Cynthia. Fijn dat je er bent, dat jij het bent’.

Samen lopen we de woonkamer in. Hij ligt op een bed in de kamer. Hij is iets ouder, zijn snor is eraf en zijn krullen zijn verdwenen. Maar zijn vriendelijke ogen herken ik meteen. Lieve Bart. Ik ga naast hem op bed zitten en we grijnzen een tikje ongemakkelijk naar elkaar.

‘Jemig Bart, zeg ik, wat overkomt je allemaal’.

En hij vertelt, met horten en stoten, over zijn hersentumor, over alle behandelingen, dat het even leek te helpen maar dat ze de hoop op hebben moeten geven. Ik moet goed luisteren want het praten gaat moeizaam en kost hem veel energie. We halen herinneringen op, ik praat het meest. Bart grijnst om al mijn verhalen, hij geniet.

‘Ik vind het fijn dat je er bent’, zegt hij,’ dat jij het bent. Het is fijn om een bekend gezicht aan mijn bed te hebben’.

Hij wijst naar een fotoboek en samen bladeren we het door. Het boek staat vol prachtige foto’s van Bart met zijn lieve vrouw en hun kindje van twee. Zo blijft hun gezin voor altijd bestaan, op die mooie plaatjes. Ik verzorg hem en leg hem comfortabel in de kussens. Ik luister naar zijn ademhaling als hij even slaapt. Al mijn menselijkheid en warmte stop ik in de zorg voor hem, en nog een beetje meer.

Niet lang daarna overlijdt hij, overdag, thuis bij zijn gezin. En stiekem ben ik opgelucht dat ik er niet bij was, op dat ene moment, ook al voelt het dubbel. Want ik had er ook voor ze willen zijn, voor zij samen, in dat onmogelijke moment van afscheid nemen. Ik koester de herinneringen en speciaal voor hem schrijf ik ze nu op.

Dag lieve Bart, ik zal je nooit vergeten.

Published by Cynthia Poen

Ik ben een schrijver, en daar ben ik retetrots op. Het duurde even, voor ik die woorden in mijn mond durfde te nemen in associatie met mezelf maar inmiddels doe ik het gewoon.

3 thoughts on “Ode aan Bart

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *