De zon schijnt.
Het is alsof al dat extra licht wagonladingen nieuwe energie heeft meegenomen. Alsof ik ontwaak uit een dofheid waar ik zonder erg in was beland. Onze blauwe regen heeft overnacht dikke knoppen gekregen die op open knappen staan, de vijg achter in de tuin heeft vers blad aan zijn takken en minuscule vijgjes aan de punten ervan en er hangt een zachtgroene waas over de tuin.
Ik loop ineens met poetsdoeken in de rondte waar ik normaal gesproken met een boog omheen loop. Steeds vaker betrap ik mezelf op ge-poets, geveeg en op-geruim. Zakken vol troep verdwijnen uit ons huis. Ik schuif met meubels, breng ons vloerkleed in een opwelling naar de belt en gooi hier en daar een sneue plant in de groene bak. Ons huis voelt ineens wonderbaarlijk licht en luchtig.
Lente
Bij elke zonnestraal hang ik subiet schone was buiten aan de lijn en met argusogen zoek ik naar lukraak groeiende grassprieten, of ander onkruid, om ze vervolgens de nek om te draaien.
Buuffie wordt weer over de schutting geroepen en onze oudste kleindochter fietst als een dolle over de stoep voor ons huis op en weer. Die heeft al flink wat kilometers in de benen inmiddels 😊
Ik verheug me op de komende maanden. Weer vaker naar buiten, kletspraatjes met de buurtkinderen die op de stoep spelen en lang, heel lang licht.
Het is lente, eindelijk.