Hij is een alcoholist, al jaren. En hij ontkent het, al ongeveer net zolang. Elke dag zorgt ze voor hem en verdraagt ze hem om zich heen in ‘haar’ huis.
Hun kinderen kwamen nog maar af en toe op visite en dan vooral op de speciale dagen. In de ochtend, tijdens de koffie, als zijn verval nog niet zo zichtbaar was.
Ondanks haar verdriet bleef ze bij hem, in een situatie die onmogelijk was. Ze ruimde zijn rotzooi op en verdroeg hem, uit een plichtsgevoel dat ze niet van zich af kon schudden.
‘Ze voelde zich verantwoordelijk zei ze, zonder haar zou hij het niet redden, zou hij zichzelf kapot drinken’.
Nu ligt ze op bed. Ze was al heel lang moe, grieperig en zonder energie. Ze weet het aan haar leven en aan dat uitzichtloze bestaan. Pas na heel veel maanden ging ze tegensputterend naar de dokter, meegesleept door haar dochter. Alle onderzoeken gaven een verpletterend oordeel.
Nog een poosje kon ze zich redden door wat langer uit te slapen en in de avond wat vroeger naar bed te gaan. Met middagslaapjes rommelde ze de dag door. Tot de middagslaapjes zich vermengden met het langer uitslapen en het vroeger naar bed gaan en ze haar bed niet meer uit kwam.
Alcoholist
Hij kon haar niet helpen. Machteloos zat hij de hele dag op de bank voor zich uit te staren. Met de televisie aan en met die fles binnen handbereik onder de salontafel. Steeds vaker nam hij die stiekeme slok. Hij wilde het niet toegeven, dacht dat zij het niet zag. Machteloos lag ze in dat bed, beneden in de woonkamer. Zag ze hem daar zitten, met die fles altijd dichtbij.
Haar dochter kwam steeds vaker en zorgde voor haar en voor hem. Buren kwamen langs en brachten gevulde pannetjes, redderden voor haar en redderden voor hem.
Heel veel nachten zat ik naast haar bed. Stukje bij beetje vertelde ze haar levensverhaal. Ze berustte in de loop ervan en was dankbaar voor de kinderen. Ik bewonderde haar kracht en de keuzes die ze gemaakt had, het leven was eenvoudigweg tussen haar vingers doorgeglipt.
Week na week duurde haar sterfbed. Elke dag ging ze een stapje verder achteruit, lag ze daar lijdzaam en afwachtend. Haar dochter was er elke dag, hield haar moeders hand vast en schonk haar vergiffenis.
Ze stierf met haar kinderen om zich heen, hun handen liefdevol in de hare. En hij zat daar, op die bank, overmand door verdriet, met die fles onder de salontafel nog steeds binnen handbereik.
Dat wrange beeld van een verslaving, staat voor altijd op mijn netvlies.
Heftig hoor!?
ja dat was het, ook alweer jaren terug maar ik vergeet het nooit