Verstopt

groot verdriet

Diep verstopt in mijn herinneringen wonen de beelden die ik liever verborgen houd. Zoals het beeld dat voortleeft in mijn brein van die man die naast zijn overleden vrouw op de grond geknield zit. Zijn lieve vrouw, in die enorme plas bloed.

Zijn wanhoop stroomde als zoute tranen over zijn wangen en hij bleef zijn vraag aan mij constant herhalen.

‘Ze is niet dood toch zuster? Zeg me dat ze niet dood is’.

In één oogopslag wist ik dat ze was overleden.

Ik had die avond een invaldienst als flexer op een afdeling waar mensen met een dementie woonden. En ik bleek de enige avonddienst. Het was absoluut onverantwoord en natuurlijk had ik moeten weigeren, maar ik bleef. Uit een misplaatst soort plichtsgevoel gok ik, ik was pas 22 en verre van stoer. Ik schopte wel voldoende stennis om er voor te zorgen dat de voedingsassistente nog even achterbleef, tot ik alle medicatie had gedeeld. Want op mijn vraag:’ hoe kan ik zorgen voor, als ik niet weet wie iedereen is’. Kreeg ik als antwoord: ‘kijk maar naar het namenlabeltje achter in de kleding als je wil weten wie wie is’.

In exact die bewoordingen. Ik was zo geschokt door dat antwoord dat ik volkomen op slot sloeg. Dus deed ik wat ik geleerd had te doen: ik ging aan het werk.

De oude man was die avond op bezoek bij zijn vrouw. Ze kon niet meer alleen lopen maar arm in arm ging nog wel dus samen liepen ze een rondje over de afdeling. Het was wat kil die avond dus liet hij haar heel even alleen op de gang om een vestje uit de kast te pakken. Hij was misschien maar twee minuten weg had hij naderhand gezegd, maar dat was voldoende voor haar om alleen aan de loop te gaan. Ze struikelde, en viel vol met haar hoofd op een metalen tillift.

Groot verdriet

Ik was in de huiskamer toen ik zijn geschreeuw hoorde en ik wist meteen dat er iets helemaal fout was. Ik zag de paniek in zijn ogen toen ik de hoek om kwam rennen. Het enorme gat in haar voorhoofd en de plas bloed waar ze in lag waren weerzinwekkend. Ook al is het inmiddels ruim vijfendertig jaar geleden, vergeten doe ik het nooit.

De gang, het schemerlicht, de andere bewoners die over de gang schuifelden. En ik, op mijn knieën, naast een rouwende man en zijn dode vrouw, terwijl ik wel twintig andere dingen moest doen maar niet wist waar ik moest beginnen.

Ik heb me zelden zo alleen gevoeld.

Er was niets meer wat ik kon doen, behalve heel veel mensen bellen.

Gevoelsmatig heb ik daar uren gezeten, wachtend tot iemand me kwam helpen, en de rest van de avond zijn niet meer dan een verzameling losse beelden. Het verdriet van hun dochter, die in allerijl in de auto was gestapt na het nieuws en nu haar moeder zo moest zien. De officier van justitie die mij uitgebreid ondervroeg in het aparte kamertje waar zij inmiddels lag. Dat aparte kamertje waar alles van die ellendige avond nog ruimschoots aanwezig was want haar verzorgen mochten we nog niet. Bewijsmateriaal, sporen en wat nog.

Aan het eind van de avond stapte ik daar de deur uit en ik ben nooit meer terug geweest. Van de lange fietstocht naar huis kan ik me niks meer herinneren. Dat er daarna vervolgens ook niemand vroeg hoe het met mij ging deed pijn want ik worstelde na die avond best nog een poosje in mezelf.

Tijdens mijn EMDR sessies vorig jaar was het heerlijk om ook deze herinnering eindelijk op te kunnen ruimen.

Alle ervaringen in mijn werk zijn vaak bijzonder, en meestal zijn ze hartverwarmend mooi. Maar deze ervaring spant, qua onvergetelijk zijn, met afstand wel de kroon.

Published by Cynthia Poen

Ik ben een schrijver, en daar ben ik retetrots op. Het duurde even, voor ik die woorden in mijn mond durfde te nemen in associatie met mezelf maar inmiddels doe ik het gewoon.

2 thoughts on “Verstopt”

  1. Wat een mooie baan moet zijn, zorgen voor mensen, is bijna niet haalbaar door al die bezuinigingen op personeel! Gelukkig hebben wij ons hart op de goede plaats en handel je naar kunnen en hoop je dat er later ook goed voor jezelf word gezorgd. ?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *