Vrouwengedoe

‘Ik doe niet aan de overgang’, zei ik altijd vol overtuiging toen ik een jaar of veertig was. Dan haalde ik stoer mijn schouders op over opvliegers en een extra kilootje hier of daar. Daar moest je niet heel ingewikkeld over doen.

Kom op zeg, je bent toch geen watje. De naïviteit 🙂

Mijn hele leven lang was ik een meester in ‘maskeren’, met mij ging het altijd goed. Veel van wat ik voelde zag ik als aanstellerij en mijn lat legde ik voor mezelf onbereikbaar hoog.

Achteraf bezien heb ik jaren geworsteld. Met mezelf en alles wat ik niet in de ogen wilde kijken. Verborgen trauma’s, onverwerkt verdriet en mijn hormonen. Altijd weer die hormonen die me in de loop der jaren meermaals van mijn sokken bliezen. Mijn lijf probeerde me van alles te vertellen en ik bleef mijn eigen koppige zelf door er niet naar te luisteren.

Hormonen

Ik hing mijn onrust aan allerlei kapstokjes maar nooit aan de overgang. Tot ik vorig jaar een artikel las over de overgang en heel veel schakeltjes zomaar ineens op hun plek vielen. Die frozen shoulders die hardnekkig om aandacht bleven vragen, mijn rugklachten en de constante angsten die met me op de loop gingen. De neerwaartse spiraal waardoor ik mezelf niet meer begreep en het gebrek aan vat hebben op wat dan ook.

Afgelopen jaar zocht ik hulp. Inmiddels was ik compleet vastgelopen in mijn eigen narigheid. De hormoontherapie liet me eindelijk weer slapen na een jaren vol doorwaakte nachten, EMDR hielp me bij de verwerking van een stapel trauma’s die ik verborgen hield en een zenuwblokkade verlichtte een ontstoken zenuw.

Toen realiseerde ik me pas hoe streng ik altijd voor mezelf was geweest, dat constant ‘moeten’ niet echt lekker is voor mijn balans en dat een eenvoudiger leven nou eenmaal beter bij me past. Dat ik voor mezelf moet gaan zorgen in plaats altijd eerst voor die ander. Dus doe ik nu vooral waar ik zin in heb. Een vroege wandeling tijdens zonsopgang of een luie ochtend in bed als ik daar zin in heb. Ik zing met mijn koormaatjes de sterren van de hemel en tijdens vakantie’s zwerf ik door Frankrijk met de liefste. Samen wakker worden in ons volkswagenbusje is mijn lievelings. Ik geniet van een glas rode wijn op vrijdagavond bij een knetterend haardvuur, draai plaatjes bij kaarslicht of kook verse potjes op een vrije zondag. Ik fiets vol enthousiasme door het duin voor een vroege ochtendplons in zee en kruip ’s avonds heerlijk vroeg onder de wol.

Gezondheid is een gift en dat voel je dubbel en dwars als het, voor even of altijd, ver te zoeken is.

Schatten

Ik vind regelmatig schatten bij onze voordeur, eergister nog vond ik er een pompoen omringd door kastanjes.

En soms bewegen ze zelfs, die schatten bij mijn voordeur 😊 Dan staan er twee huppelende kindjes voor de deur die buuffie iets te vertellen hebben, die zin hebben in een knuffel of die iets moois geknutseld hebben.

Deze bofkont wordt nooit overgeslagen.

Soms klinkt er een harde klop op het raam, zodat ik even naar buiten kom.

‘Buuffie wij komen even de bladeren in de tuin voor jou opruimen want het is een beetje rommelig’.  

Driftig lopen ze dan heen en weer, handenvol blad verdwijnt er naar een ander deel van de tuin. Er word gezwaaid en gewerkt en er word door het raam gekeken om te zien wat ik eigenlijk aan het doen ben. 

Je zou ze opvreten die twee.

Buurtje

Armen vol bloemen van de pluktuin, die vol overgave zijn uitgezocht, belanden in mijn vaas, de mooiste steentjes krijg ik in mijn handen gedrukt( soms uit mijn eigen tuin) koekjes en cakejes, tekeningen, liefde en knuffels.

Schelpjes van het strand.

Vorige week hadden we in de avond een buurtborrel-overleg. Wij hebben die traditie voor ons fijne straatje vorig jaar weer nieuw leven ingeblazen. Net als de buurtkerstboom, die stond vorig jaar voor het eerst in onze straat te stralen en werd door de buurtkindjes prachtig versierd. Ook weer zo’n geniaal idee, dat vonden wij zelf tenminste. Waar de waanzin van de onverschilligheid om zich heen grijpt, zie ik ons buurtje gezellig bij elkaar kruipen.

Maar goed, ik dwaal af, buurtborrel-overleg dus.

Die twee knapperds van hiernaast gingen net naar bed en buuffie mocht ze nog even instoppen. De dino’s werden natuurlijk nog geshowd en wist buuffie wel dat ze een ‘lichtjes op de muur-lampje’ hebben? En ‘buuffie wat kom jij doen bij ons vanavond’? kwam ook voorbij.

Gezellig was het wel, dat instoppen, dankzij die twee zoeterds! Ik ga echt nooit meer verhuizen 😉

Mijn eerste mobiel

Mijn eerste mobiele telefoon kreeg ik van de liefste, dat was in 2001 meen ik, en ik weet dat ik het hebben ervan voornamelijk gedoe vond. Ik ‘vergat’ hem steeds mee te nemen. Techniek en ik waren in die periode nog geen goede match, we waren voornamelijk in gevecht 🙂 Gedurende een aantal jaren verleende ik waakzorg bij mensen thuis, alleen maar nachten, en was altijd alleen. De liefste wist nooit of ik goed was aangekomen op mijn werkadres en hij wist ook niet of ik tijdens de nacht ok was. 

Ik was niet anders gewend.

De zorgvragers waar ik waakzorg verleende hadden bijna altijd een vaste telefoon. Dus als ik middenin de nacht de huisarts moest bellen, naaste familie als de situatie sneller verslechterde dan verwacht of in uitzonderlijke gevallen een ambulance, was er altijd wel een telefoontoestel voorhanden.

Ik roeide met de riemen die ik had en die voldeden prima.

Bereikbaar

De liefste dacht daar anders over. Die wilde mij kunnen bereiken, en ik hem, in geval van nood tijdens die stille nachten. Telefoonnummers van de mensen waar ik waakte liet ik nooit voor hem achter dus hij kon mij nooit bereiken.

Onnozel vind ik dat nu, maar toen dacht ik er niet over na. De tijdsgeest veranderde op dat moment razendsnel en hij voelde dat al. Ik ben zelf meer van het naïeve soort.

Na die eerste periode, waarin ik hem steeds ‘vergat’, besloot ik uiteindelijk om dat ding wel mee te nemen, vooral om hem een plezier te doen. Als hij geruster sliep was dat fijn, en als er iets met de kinderen was kon hij me altijd bellen, ook niet onbelangrijk.

Dat ik uiteindelijk blij was met die mobiel bleek pas toen ik de achterband van mijn oude autootje lek reed tegen een stoeprand, na een intensieve waaknacht had ik de bocht met mijn vermoeide hoofd net wat te krap ingestuurd. Ik belde de liefste met die gehate telefoon en die sprong direct in zijn bedrijfsauto om me te redden. 

Wat was ik blij toen hij een kwartier later voor mijn neus stond.

Na dat moment ging ik de deur nooit meer uit zonder, en nog steeds heb ik hem altijd in mijn zak. Om bereikbaar te zijn, een mooie foto te maken vroeg in de ochtend (zoals deze) of om dat ene fijne muzieknummer op repeat te zetten.

Was jij direct fan van je mobiele telefoon?

Gedeelde smart…

Ik leer open te zijn over mijn worstelingen, steeds een beetje meer, en zo af en toe schrijf ik erover.
Kwetsbaar zijn met voldoende afstand, dat durf ik 😉

Want nog steeds voelt het ongemakkelijk als ik direct aangesproken wordt op mijn ontboezemingen of over mijn boeken. Toch dwing ik mezelf om die persoon in de ogen te kijken en het compliment te ontvangen. Soms lukt het en soms lukt het niet.

Afgelopen week was het kermis in ons mooie dorp.
Het werd een soort reünie, zoals elk jaar eigenlijk. Ik ben er dol op. ik liep oud-klasgenoten tegen het lijf( zelfs van de lagere school) dronk een biertje met twee buurjongens van vroeger en ik kletste bij met vriendinnen. En genoot van alle live-muziek.

Ouder worden


En ik werd geconfronteerd met de kwetsbaarheid die ik van me had afgeschreven. Er bleken nogal wat vrouwen te zijn die mijn stukjes hadden gelezen.

Slik…

De meeste meelezers reageren niet op wat ik schrijf, dus ik denk vooral dat niemand leest wat ik schrijf. Weet ik veel. Toch ontstonden er prachtige gesprekken dankzij mijn eigen openheid. Onverwacht zat ik samen met een rijtje leuke vrouwen op de stoeprand, voor een feesttent vol stampende muziek, te praten over de uitdagingen van dat ouder worden, die steeds wat rondere heupen, ondanks de strijd die we ertegen voeren, opvliegers en wat nog.

Hoe heerlijk is dat, als je voelt dat je niet de enige bent met al je worstelingen.
Het maakte die heerlijke kermis, vol muziek en heel veel dansen nog leuker.

Daar pluk ik nog wel een poosje de vruchten van 😉

Zangvogeltje

Ik mag graag denken dat ik op mijn oma lijk, van binnen in ieder geval. Uiterlijk leken oma en ik in niets op elkaar. Mijn oma was tenger, klein, en fijngebouwd. Aan iedereen die mij kent, hoef ik verder niet toe te lichten hoe groot het verschil tussen ons was 🙂

Afgelopen week, tijdens onze kermis, dacht ik weer wat vaker aan haar. Net als oma ben ik ook dol op een feestje en gezelligheid. Mijn omaatje zal vroeger wat gedanst hebben, die sloeg geen kermis over.

Zingen

Sinds vorig jaar zing ik in een koor, net zoals mijn oma altijd deed. Zij zong vooral klassieke stukken, ik zing in een popkoor. Heerlijk meedansen tijdens het zingen. Ik weet dondersgoed dat ik geen helder zangvogeltje ben, maar wat is het leuk om met elkaar nieuwe nummers in te studeren, samen op te treden.

Ik moest een enorme drempel over, en nog steeds zijn er spannende momenten, kruipt de onzekerheid soms in mijn lijf. Vooral bij de liedjes die mijn stemgroep al jaren met elkaar zingt en die ik mezelf nog aan moet leren.

Maar oefening baart kunst, en het gevoel dat het me geeft om bij deze groep te horen is heerlijk.

We staan aan de start van maanden vol mooie optredens. December wordt een hele drukke maand voor ons, dan treden we rond de kerstdagen meerdere keren op, in een prachtige kerk. Maar eerst staat ons korenfestival voor de deur. Als organiserend koor trappen wij om elf uur als eerste af, alle andere koren vullen de rest van de dag. Rond kwart voor zes sluiten we dan weer samen af, wat een geweld zal dat zijn met 22 koren vol zangvogeltjes 🙂

Ik kijk ernaar uit.

Houd je van muziek, van koren of van gezelligheid? Kom vooral een kijkje nemen!

Popkoor SurpriSing

Carlijn

Het is vreemd om in haar eentje in de auto te zitten. Ook al is het precies waar ze zo naar had verlangd.

Carlijn stopt voor het verkeerslicht en sluit een tel haar ogen. Haar leven voelt als een allesverslindende maalstroom en zij is het vliedende middelpunt. 

Achter haar klonk luid getoeter. 

‘Hey blonde, groener wordt het niet. Gas op die lolly.’

Ze steekt haar hand door het open raampje en wuift, schakelt en rijd de snelweg op. De knoop in haar maag draait nog een tandje strakker. Over onbekende wegen rijden, is iets dat ze al veel te lang niet heeft gedaan. Als het nou maar niet te druk word op de weg. Druppeltjes zweet ontsnappen aan haar oksels, ze ruikt de hormoonstorm die in haar lijf woedt.

Op de tast pakt ze haar zonnebril van de bijrijdersstoel, haar vingers glijden langs de fopspeen die daar verdwaald ligt te zijn. Ze huivert en haar hart slaat een extra slag. De geur van asfalt kruipt haar neus in. Uitlaatgassen en dieselwalmen. Joe Jackson zingt zich via de boxen haar auto in. Alsof er niks aan de hand is. Ze draait het volume omhoog en als vanzelf zingt ze keihard mee.

‘Between the day you were born en the day you will die.’

Ze geeft gas en gaat op de rechter rijbaan rijden.

‘Wil u nog iets van de aanbiedingen?’ De man achter de kassa oogt onverschillig. 

Ze schud haar hoofd en houd haar pinpas omhoog. 

‘Pinnen graag.’

Achter haar rijd het verkeer in volle vaart voorbij, ze voelt een lichte hoofdpijn opzetten achter haar ogen.

‘Dat is dan 64,32.’

Carlijn legt haar pinpas op het apparaat en wacht op de piep. Het pinapparaat laat zijn geruststellende geluid horen.

‘Bon nog mee’?

‘Nee dank je wel’.

Bij de deur passeert ze een wanhopig kijkende jonge vader met aan zijn hand een tegenstribbelend kind. Haar adem stokt even in haar keel. Snel wend ze haar ogen af en loopt terug naar haar auto.

Het hotel oogt net zo knus als op de onlinefoto’s. De bakstenen van het oude gebouw glimmen in de zon. Dennis had de prijzen belachelijk gevonden.

‘Waarom zou je zoveel geld uitgeven aan een hotel. Die prijzen zijn per nacht, Carlijn.’

Zijn handen hadden door zijn haar gewoeld. Als Dennis onzeker werd, boos of machteloos gingen zijn handen naar zijn haar. Ooit had ze dat schattig gevonden. 

Ze parkeert haar appeltjesgroene kever op de verste parkeerplaats en haalt haar mobiel uit de houder. Nu zou ze Dennis moeten laten weten dat ze goed was aangekomen. Wat zou hij aan het doen zijn? Op haar mobiel zag ze gemiste oproepen en ongelezen whatsapp berichtjes. 

Ze stopt haar mobiel onderin haar tas en stapt uit de auto.

Met in haar hand het vorige week aangeschafte koffertje loopt ze langzaam het grindpad af naar de voordeur, zonlicht valt gefilterd door het groen van de bomen naar beneden op haar gezicht. Het gevoel van vrijheid is overweldigend, ze heft haar hoofd op en snuift de boslucht diep haar longen in.

Naast de ingang staat een houten pergola die is begroeid met blauweregen. Lange uitlopers met blad krullen eigenwijs omhoog en zoeken zelf een weg naar de zon, eronder staan knusse zitjes van hout en rotan. Rozenperken en grote bossen dahlia’s staan zij aan zij mooi te zijn. De halfronde houten toegangspoort oogt als de deur naar een andere wereld.

‘Heeft u een reservering’? 

De receptioniste is een jong ding, blond en prachtig.

Carlijn knikt.

‘Mw v Schot’.

Het blonde ding knikt.

‘We hebben kamer 8 voor u gereserveerd mevrouw van Schot. Hier linksaf, de gang door helemaal tot het eind en dan is het de laatste deur aan uw rechterhand. Het ontbijt wordt morgenochtend vanaf 7 uur geserveerd, u kunt elke avond dineren vanaf zes uur. Neemt u een gast mee’?

‘Ik eet vanavond alleen’. 

Haar stem klinkt scherp, ze hoort het zelf.

Het jonge ding verblikt of verbloost niet en overhandigd haar de sleutel van de kamer. Ziet ze in haar blik nou een glimp van medelijden? 

Even later zit ze op het terras dat bij haar hotelkamer hoort. Het voelt razend decadent. De ruzie die ze er om hadden gekregen, resoneert nog rond in haar lijf.

Vader

‘Je doet alsof we grootverdieners zijn, Carlijn,’ had Dennis gezegd toen hij zag hoeveel geld ze moest betalen voor deze boeking. ‘Leuk dat je er even tussenuit wil, maar moet het dan zoveel kosten’? 

Hij had niet eens geschreeuwd en dat had ze nog het ergste gevonden. Had hij maar geschreeuwd. Dennis had alleen zijn schouders af laten hangen. Die brede schouders die hij altijd rechtop had gehouden, en die de laatste maanden steeds verder waren ingezakt. Alsof hij er de energie niet meer voor had om ze rechtop te houden. 

Zij had bits gezegd dat ze deze dure vakantie, in haar eentje, verdiend had. Zij had wel geschreeuwd en daar voelde ze zich schuldig over. Dennis verdiende dit niet.

Carlijn schud haar hoofd, glipt in haar gympen, trekt de kamerdeur achter zich dicht en loopt het bospad naast de parkeerplaats in. 

De natuur heeft altijd een louterende werking op haar gehad. Als kind vond ze het ook altijd al zalig om uren in het bos rond te dwalen. De stilte van het bos is fijn en vreemd. Zo anders dan de stadsgeluiden die ze gewend is.

Ze veegt over haar wangen en realiseert zich dat ze huilt. Als ze zich nu laat gaan is er geen houden meer aan. Kan ze haar pijn al onder ogen zien? Waarom is ze überhaupt weggegaan? Wat wil ze nou eigenlijk?

Eigenlijk wil ze alleen maar naar huis. Nu, meteen. Ze draait zich om, rent het bospad af en de parkeerplaats op. Ze ziet haar auto al staan. Haar adem stokt in haar keel.

Haar hart weet het al voordat haar ogen het bevestigen.

‘Dennis’? 

Haar stem stijgt een octaaf en ze begint te rennen. Zijn glimlach is het mooiste wat ze ooit heeft gezien. Zijn glimlach en de slapende baby in de draagzak die hij om zijn brede schouders draagt.

Carlijn leunt tegen zijn schouder en steekt haar neus in het babyhalsje van haar zoon. 

Terwijl Dennis haar kust, weet ze dat ze thuis is.

Werkethiek

Ik ben opgevoed met een werkmentaliteit, het ‘zelfstandig zorgen dat je je eigen broek op kan houden’. Niks leunen of afhankelijk zijn maar zelf doen. Verantwoordelijkheid nemen. Als scholier werkte ik tijdens de zomervakantie bij een bedrijf in de werkplaats. Kunststof bakjes blazen in een grote hete machine en gaatjes boren in meters slang. Kunststof schroeven opschonen. Machtig mooi vond ik het, ondanks de blaren op mijn vingers. De verknalde scheef geblazen bakjes gingen mee naar huis, die gebruikte mam als knijper-bak of ‘van alles wat’ bakjes in de schuur. Buiten de schoolvakanties om had ik een zaterdagbaantje.

Daarna ging ik werken en leerde tegelijk en zo heb ik het altijd gedaan. Elke scholing of opleiding volgde ik naast mijn baan.

Als je iets wil moet je er zelf voor werken, het zit verweven in mij. Ik kreeg het van mijn ouders mee en gaf het door aan onze dochters.

Carrière

Op de socials zie ik steeds vaker jonge vrouwen die zeggen ‘het nog niet weten’. Dertigers die een uitkering hebben en ‘de tijd nemen om te bedenken wat ze willen met hun leven of carrière ’.

Dat je niet hoeft te werken voor je geld vind ik lastig. Zeker als je jong bent. Maar dat zegt ook iets over mij. Dat je de tijd neemt om te voelen wat het beste bij je past, daar kan ik alleen maar respect voor hebben. Het is iets wat ik zelf ook een aantal keer gedaan heb. Dan nam ik ontslag en ging ik ergens anders werken.Het was een manier om mezelf te leren kennen. Mijn kwaliteiten of het gebrek eraan.

Dat er mensen zijn die hun hand ophouden en anderen voor hun geld laten werken om zelf te kunnen freewheelen vind ik lastig. Moeilijk. Heel eerlijk vind ik dat misbruik maken van iets dat een vangnet moet zijn. Voor mensen die fysiek of mentaal niet kunnen werken. Voor de groep die huis en haard achter zich moeten laten. De kwetsbaren. Want in onze maatschappij dragen we allemaal ons steentje bij, zodat de mensen die het niet kunnen door ons gedragen worden.

Door daar een beroep op te doen zonder valide reden is een mentaliteit die ik niet kan begrijpen.

Hondenbezitters

Wij kozen tijdens onze rondreis ook een keer voor een camping waar honden niet welkom waren. Puur toevallig, omdat we de camping zo mooi vonden. En dat bleek best fijn.

Ik heb geen hekel aan honden, verre van zelfs. Wij hadden ook veertien jaar lang een loebes van een labrador.

Onze Sam was fors uit de kluiten gewassen, een goedzak, en dat enthousiasme voor mensen en kinderen bleef hij altijd houden. De diverse puppy-cursussen ten spijt. Of wij waren niet streng genoeg, dat kan ook. Als hij in de verte iets bekends dacht te zien stormde hij er het liefst op af. Onze kinderen konden hem dus niet uitlaten, die sleepte hij met riem en al achter zich aan.

In die jaren had ik spierballen, omdat ik zijn riem vast moest houden😉

Maar de kinderen uit de buurt zaten graag op zijn rug( de kleintjes natuurlijk, niet de groters) hij heeft in zijn hele leven een keer of vijf geblaft, en dat was dan tegen een verdwaalde kat, en er was geen sloot of plas waar hij zich niet in volle vaart in wilde storten. Zwemmen was zijn lievelings. En hij sliep het allerliefst onder het raam van onze slaapkamer. ( wij sliepen op de begane grond in dat huis en Sam sliep graag buiten) We snurkten graag synchroon 🙂

Geen hekel dus.

Het zijn de hondenbezitters waar ik me aan erger.

Die het ‘verplicht aan de riem op een camping’ negeren( mijn hond kan zó goed zonder), die de bordjes niet poepen/plassen op een speelveld negeren( ach zo’n klein schattig hondje met een klein schattig plasje/poepje, dat kan toch best) en die doodkalm hun hond op kampeerplekken hun behoeftes laten doen. Waar diezelfde middag een gezin met drie kinderen hun tent neer wilden zetten.

Onbegrijpelijk.

Honden

Er was zelfs een stel die hun hond in hun met airco gekoelde caravan opsloten en een hele dag weggingen. Die hond maar blaffen, arm beest.

Er kampeerden mensen die de godganselijke dag hun hond tot de orde aan het roepen waren, want het beestje sloeg aan bij elke voorbijganger, het was dan ook niet heel slim dat ze op een plek gingen staan waar veel volk langs moest lopen.

Wederom onbegrijpelijk.

Dat je een fors uit de kluit gewassen hond los laat lopen omdat jij vind dat het veilig is, is negeren dat er mensen en kleine kinderen rondlopen die dat eng vinden, dat onvrijwillige gesnuffel aan hun lijf. Die ‘altijd aan de lijn’ regel is er niet voor niets. Er werden honden meegenomen het toiletgebouw in, of onder de douche. Ik schrok me een keer wezenloos toen ik voor een plas ging. Sommige dingen dóe je gewoon niet, op een camping.

Daar houd je rekening met elkaar, en niet alleen met jezelf. En met je hond, want daar ben jij verantwoordelijk voor.

Camperbusje versus kampeerbusje

Ik roep al een jaar of acht dat ik een camperbusje heb, vol overtuiging, en ik lachte er vaak stralend bij. Ik zie mezelf nog staan, terwijl ik vol trots vertel dat ik een camperaar ben.

Sinds afgelopen maand weet ik dat ik het compleet mis had.

Ik ben geen camperaar, ik kampeer en heb een kampéérbusje. Een significant verschil denk ik zelf.

Camperbusjes associeer ik na onze laatste vakantie met wit en groot, modelletje slagschip, soms met aanhangwagen. Váák met aanhangwagen. Steeds vaker zagen we dat, en dat stond dan op een te klein kampeerplekje gepropt.

We zagen het op de camping, en onderweg, dat er complete buitenkeukens, buggy’s en autootjes ( model koekblik) achter enorme campers meegesleept werden. Na aankomst op de camping, en het navigeren op de plek ( waarvoor er soms heel pijnlijk takken moesten worden gesnoeid om er überhaupt op te kunnen) werd er vervolgens een hele dag besteed aan het goedzetten van de satellietschotel. Soms werd die schotel zelfs op de plek van de buurman gezet of op een speelveld, en in de avond waren wij vaak de enige die nog buiten zaten. De rest van de campinggasten zaten binnen voor de tv.

Ieder zijn ding, vanzelfsprekend, maar ik vind er niks aan. Een tent, vouwwagen of een kampeerbusje zagen we zelden tijdens deze vakantie. (tot op onze laatste camping, die heel afgelegen en aan een landweggetje lag, daar waren er alleen maar echte kampeermiddelen. Te leuk. Echt kamperen)

Kamperen

Dat kampeerbusje van ons heeft geen schotel of tv, geen badkamer en geen rondzit. Wij hebben een bed en een vouwdak en koken buiten op een losse pit.( onze cadac is de beste aankoop ooit trouwens)

Als we onder de bomen staan valt het zonlicht lieflijk gefilterd door de stof ons busje in. Daar lig ik, als ik knus in mijn bed lig, heerlijk van te genieten. Bij een volle maan is het soms alsof iemand met een schijnwerper op mijn giechel schijnt, het is maar net hoeveel schaduw onze kampeerplek heeft, en als het hard regent moet ik wel eens een luchtroosters dichtritsen omdat ik anders natte voeten krijg.

Maar ik houd ervan. Van mijn tenen tot mijn kruin. Kamperen. Buiten. Eenvoud.

Aanklooien met een pitje, kiezen wat je kan kopen voor die dag, want onze koelkast is mini, en soms dicht tegen elkaar aanzitten onder het luifeltje bij een onweersbui. 24/7 boven op elkaars lip zitten en in elke vezel voelen waarom je nog zo dol op elkaar bent. Een hele dag lui lezen of plompen in welk water toevallig voorhanden is. Vogeltjes voor je voeten of roofvogels boven je hoofd. Sterren kijken en juichen als je een vallende ziet.

Nergens slaap ik zo fijn als daar, dicht tegen de liefste aan, terwijl de geluiden van buiten ons in slaap wiegen.

Onwennig

Na de eerste wat onwennige dagen, waarin ik moet omschakelen naar slapen in er veel smaller bed, wonen op die paar vierkante meter die nu ons huis is en dat aanpassen naar een vreemd toilet en een stuk lopen naar een wc die niet alleen van mij is, weet ik weer waarom ik hartstochtelijk van kamperen houd.

Ook al zijn er vanzelfsprekend ook ergernissen. Net als in de echte wereld

Maar een camping is de wereld in het klein en tolerantie is goed. Belangrijk.

Na die eerste reisdagen belanden we op een oude vertrouwde plek en bonjour ik me een ongeluk. Naar mijn franse ’vriendin’ die ik hier elk jaar opnieuw tegenkom, naar de eigenaren van de camping die de ‘salutjes’ rijkelijk rondstrooien en ons welkom heten als bloedverwanten en naar onze zwitserse buurtjes die hoofdschuddend hun lekgeraakte daktent proberen te repareren. We hoorden ze midden in de nacht giechelend verkassen vanuit die kapotte daktent naar hun kooktentje, dat ernaast staat.

Ik klets noodgedwongen meer dan ik normaal doe.

Ook onze excentrieke overbuurtjes pauzeren hun bezigheden even als we langslopen, dan wordt er vriendelijk naar ons geknikt voor ze weer verdergaan met alle deurtjes van hun oude camper vol hartstocht open en dicht doen, om verwoed spullen eruit trachten te trekken die blijkbaar shokking klem zitten, en om discussies met elkaar te voeren met handen en voeten. Er zit een loeier van een gat in hun uitlaad, hun waterpompje galmt bij elk gebruik over de hele camping en elektra zit er niet in dat oude ding, maar zij zitten er in volle tevredenheid naast op een eenvoudig klapstoeltje.

Het is weer eens iets anders dan die witte koelkasten die hier overal staan 😉

Kamperen

Net als wij hebben ze een eenvoudige fiets mee en net als wij trappen ze vol overgave dat kluitje op naast de camping.

Het schept een band 😉

Het is alsof we 24/7 in een live toneelstuk zitten en ik kijk mijn ogen uit.

Even verderop zitten vier Belgische vrienden, zij komen hier al een jaar of twintig. Eerst komen ze een week met elkaar ( de rest van de zomer komen ze hier om de beurt met hun gezinnen) om de caravan neer te zetten, wat echt binnen no time klaar is, om vervolgens de rest van de week samen te koken, te drinken en te lachen. Wij moeten er om grijnzen.

Ongewild blijven we hier langer plakken dan we van plan waren. Alle wilde plannen om nog even naar dat ene strand in Spanje te gaan, om een trektocht door de bergen naar Italië te maken of met een veerpont naar dat ene verre plekje te gaan in ‘weet ik veel waar’ verdwijnen naar de achtergrond.

Door de dag heen rommelend, op een plek die we zo goed kennen, vinden we verrassend genoeg meer dan prima.

Hier zijn drukt me met mijn neus op alles wat voor mij van waarde is. En dat heeft weinig met geld te maken.

Samen en buiten, het liefst met mooi weer, is eigenlijk genoeg. Sterker nog, het is alles.