Zangvogeltje

Ik mag graag denken dat ik op mijn oma lijk, van binnen in ieder geval. Uiterlijk leken oma en ik in niets op elkaar. Mijn oma was tenger, klein, en fijngebouwd. Aan iedereen die mij kent, hoef ik verder niet toe te lichten hoe groot het verschil tussen ons was 🙂

Afgelopen week, tijdens onze kermis, dacht ik weer wat vaker aan haar. Net als oma ben ik ook dol op een feestje en gezelligheid. Mijn omaatje zal vroeger wat gedanst hebben, die sloeg geen kermis over.

Zingen

Sinds vorig jaar zing ik in een koor, net zoals mijn oma altijd deed. Zij zong vooral klassieke stukken, ik zing in een popkoor. Heerlijk meedansen tijdens het zingen. Ik weet dondersgoed dat ik geen helder zangvogeltje ben, maar wat is het leuk om met elkaar nieuwe nummers in te studeren, samen op te treden.

Ik moest een enorme drempel over, en nog steeds zijn er spannende momenten, kruipt de onzekerheid soms in mijn lijf. Vooral bij de liedjes die mijn stemgroep al jaren met elkaar zingt en die ik mezelf nog aan moet leren.

Maar oefening baart kunst, en het gevoel dat het me geeft om bij deze groep te horen is heerlijk.

We staan aan de start van maanden vol mooie optredens. December wordt een hele drukke maand voor ons, dan treden we rond de kerstdagen meerdere keren op, in een prachtige kerk. Maar eerst staat ons korenfestival voor de deur. Als organiserend koor trappen wij om elf uur als eerste af, alle andere koren vullen de rest van de dag. Rond kwart voor zes sluiten we dan weer samen af, wat een geweld zal dat zijn met 22 koren vol zangvogeltjes 🙂

Ik kijk ernaar uit.

Houd je van muziek, van koren of van gezelligheid? Kom vooral een kijkje nemen!

Popkoor SurpriSing

Carlijn

Het is vreemd om in haar eentje in de auto te zitten. Ook al is het precies waar ze zo naar had verlangd.

Carlijn stopt voor het verkeerslicht en sluit een tel haar ogen. Haar leven voelt als een allesverslindende maalstroom en zij is het vliedende middelpunt. 

Achter haar klonk luid getoeter. 

‘Hey blonde, groener wordt het niet. Gas op die lolly.’

Ze steekt haar hand door het open raampje en wuift, schakelt en rijd de snelweg op. De knoop in haar maag draait nog een tandje strakker. Over onbekende wegen rijden, is iets dat ze al veel te lang niet heeft gedaan. Als het nou maar niet te druk word op de weg. Druppeltjes zweet ontsnappen aan haar oksels, ze ruikt de hormoonstorm die in haar lijf woedt.

Op de tast pakt ze haar zonnebril van de bijrijdersstoel, haar vingers glijden langs de fopspeen die daar verdwaald ligt te zijn. Ze huivert en haar hart slaat een extra slag. De geur van asfalt kruipt haar neus in. Uitlaatgassen en dieselwalmen. Joe Jackson zingt zich via de boxen haar auto in. Alsof er niks aan de hand is. Ze draait het volume omhoog en als vanzelf zingt ze keihard mee.

‘Between the day you were born en the day you will die.’

Ze geeft gas en gaat op de rechter rijbaan rijden.

‘Wil u nog iets van de aanbiedingen?’ De man achter de kassa oogt onverschillig. 

Ze schud haar hoofd en houd haar pinpas omhoog. 

‘Pinnen graag.’

Achter haar rijd het verkeer in volle vaart voorbij, ze voelt een lichte hoofdpijn opzetten achter haar ogen.

‘Dat is dan 64,32.’

Carlijn legt haar pinpas op het apparaat en wacht op de piep. Het pinapparaat laat zijn geruststellende geluid horen.

‘Bon nog mee’?

‘Nee dank je wel’.

Bij de deur passeert ze een wanhopig kijkende jonge vader met aan zijn hand een tegenstribbelend kind. Haar adem stokt even in haar keel. Snel wend ze haar ogen af en loopt terug naar haar auto.

Het hotel oogt net zo knus als op de onlinefoto’s. De bakstenen van het oude gebouw glimmen in de zon. Dennis had de prijzen belachelijk gevonden.

‘Waarom zou je zoveel geld uitgeven aan een hotel. Die prijzen zijn per nacht, Carlijn.’

Zijn handen hadden door zijn haar gewoeld. Als Dennis onzeker werd, boos of machteloos gingen zijn handen naar zijn haar. Ooit had ze dat schattig gevonden. 

Ze parkeert haar appeltjesgroene kever op de verste parkeerplaats en haalt haar mobiel uit de houder. Nu zou ze Dennis moeten laten weten dat ze goed was aangekomen. Wat zou hij aan het doen zijn? Op haar mobiel zag ze gemiste oproepen en ongelezen whatsapp berichtjes. 

Ze stopt haar mobiel onderin haar tas en stapt uit de auto.

Met in haar hand het vorige week aangeschafte koffertje loopt ze langzaam het grindpad af naar de voordeur, zonlicht valt gefilterd door het groen van de bomen naar beneden op haar gezicht. Het gevoel van vrijheid is overweldigend, ze heft haar hoofd op en snuift de boslucht diep haar longen in.

Naast de ingang staat een houten pergola die is begroeid met blauweregen. Lange uitlopers met blad krullen eigenwijs omhoog en zoeken zelf een weg naar de zon, eronder staan knusse zitjes van hout en rotan. Rozenperken en grote bossen dahlia’s staan zij aan zij mooi te zijn. De halfronde houten toegangspoort oogt als de deur naar een andere wereld.

‘Heeft u een reservering’? 

De receptioniste is een jong ding, blond en prachtig.

Carlijn knikt.

‘Mw v Schot’.

Het blonde ding knikt.

‘We hebben kamer 8 voor u gereserveerd mevrouw van Schot. Hier linksaf, de gang door helemaal tot het eind en dan is het de laatste deur aan uw rechterhand. Het ontbijt wordt morgenochtend vanaf 7 uur geserveerd, u kunt elke avond dineren vanaf zes uur. Neemt u een gast mee’?

‘Ik eet vanavond alleen’. 

Haar stem klinkt scherp, ze hoort het zelf.

Het jonge ding verblikt of verbloost niet en overhandigd haar de sleutel van de kamer. Ziet ze in haar blik nou een glimp van medelijden? 

Even later zit ze op het terras dat bij haar hotelkamer hoort. Het voelt razend decadent. De ruzie die ze er om hadden gekregen, resoneert nog rond in haar lijf.

Vader

‘Je doet alsof we grootverdieners zijn, Carlijn,’ had Dennis gezegd toen hij zag hoeveel geld ze moest betalen voor deze boeking. ‘Leuk dat je er even tussenuit wil, maar moet het dan zoveel kosten’? 

Hij had niet eens geschreeuwd en dat had ze nog het ergste gevonden. Had hij maar geschreeuwd. Dennis had alleen zijn schouders af laten hangen. Die brede schouders die hij altijd rechtop had gehouden, en die de laatste maanden steeds verder waren ingezakt. Alsof hij er de energie niet meer voor had om ze rechtop te houden. 

Zij had bits gezegd dat ze deze dure vakantie, in haar eentje, verdiend had. Zij had wel geschreeuwd en daar voelde ze zich schuldig over. Dennis verdiende dit niet.

Carlijn schud haar hoofd, glipt in haar gympen, trekt de kamerdeur achter zich dicht en loopt het bospad naast de parkeerplaats in. 

De natuur heeft altijd een louterende werking op haar gehad. Als kind vond ze het ook altijd al zalig om uren in het bos rond te dwalen. De stilte van het bos is fijn en vreemd. Zo anders dan de stadsgeluiden die ze gewend is.

Ze veegt over haar wangen en realiseert zich dat ze huilt. Als ze zich nu laat gaan is er geen houden meer aan. Kan ze haar pijn al onder ogen zien? Waarom is ze überhaupt weggegaan? Wat wil ze nou eigenlijk?

Eigenlijk wil ze alleen maar naar huis. Nu, meteen. Ze draait zich om, rent het bospad af en de parkeerplaats op. Ze ziet haar auto al staan. Haar adem stokt in haar keel.

Haar hart weet het al voordat haar ogen het bevestigen.

‘Dennis’? 

Haar stem stijgt een octaaf en ze begint te rennen. Zijn glimlach is het mooiste wat ze ooit heeft gezien. Zijn glimlach en de slapende baby in de draagzak die hij om zijn brede schouders draagt.

Carlijn leunt tegen zijn schouder en steekt haar neus in het babyhalsje van haar zoon. 

Terwijl Dennis haar kust, weet ze dat ze thuis is.

Werkethiek

Ik ben opgevoed met een werkmentaliteit, het ‘zelfstandig zorgen dat je je eigen broek op kan houden’. Niks leunen of afhankelijk zijn maar zelf doen. Verantwoordelijkheid nemen. Als scholier werkte ik tijdens de zomervakantie bij een bedrijf in de werkplaats. Kunststof bakjes blazen in een grote hete machine en gaatjes boren in meters slang. Kunststof schroeven opschonen. Machtig mooi vond ik het, ondanks de blaren op mijn vingers. De verknalde scheef geblazen bakjes gingen mee naar huis, die gebruikte mam als knijper-bak of ‘van alles wat’ bakjes in de schuur. Buiten de schoolvakanties om had ik een zaterdagbaantje.

Daarna ging ik werken en leerde tegelijk en zo heb ik het altijd gedaan. Elke scholing of opleiding volgde ik naast mijn baan.

Als je iets wil moet je er zelf voor werken, het zit verweven in mij. Ik kreeg het van mijn ouders mee en gaf het door aan onze dochters.

Carrière

Op de socials zie ik steeds vaker jonge vrouwen die zeggen ‘het nog niet weten’. Dertigers die een uitkering hebben en ‘de tijd nemen om te bedenken wat ze willen met hun leven of carrière ’.

Dat je niet hoeft te werken voor je geld vind ik lastig. Zeker als je jong bent. Maar dat zegt ook iets over mij. Dat je de tijd neemt om te voelen wat het beste bij je past, daar kan ik alleen maar respect voor hebben. Het is iets wat ik zelf ook een aantal keer gedaan heb. Dan nam ik ontslag en ging ik ergens anders werken.Het was een manier om mezelf te leren kennen. Mijn kwaliteiten of het gebrek eraan.

Dat er mensen zijn die hun hand ophouden en anderen voor hun geld laten werken om zelf te kunnen freewheelen vind ik lastig. Moeilijk. Heel eerlijk vind ik dat misbruik maken van iets dat een vangnet moet zijn. Voor mensen die fysiek of mentaal niet kunnen werken. Voor de groep die huis en haard achter zich moeten laten. De kwetsbaren. Want in onze maatschappij dragen we allemaal ons steentje bij, zodat de mensen die het niet kunnen door ons gedragen worden.

Door daar een beroep op te doen zonder valide reden is een mentaliteit die ik niet kan begrijpen.

Hondenbezitters

Wij kozen tijdens onze rondreis ook een keer voor een camping waar honden niet welkom waren. Puur toevallig, omdat we de camping zo mooi vonden. En dat bleek best fijn.

Ik heb geen hekel aan honden, verre van zelfs. Wij hadden ook veertien jaar lang een loebes van een labrador.

Onze Sam was fors uit de kluiten gewassen, een goedzak, en dat enthousiasme voor mensen en kinderen bleef hij altijd houden. De diverse puppy-cursussen ten spijt. Of wij waren niet streng genoeg, dat kan ook. Als hij in de verte iets bekends dacht te zien stormde hij er het liefst op af. Onze kinderen konden hem dus niet uitlaten, die sleepte hij met riem en al achter zich aan.

In die jaren had ik spierballen, omdat ik zijn riem vast moest houden😉

Maar de kinderen uit de buurt zaten graag op zijn rug( de kleintjes natuurlijk, niet de groters) hij heeft in zijn hele leven een keer of vijf geblaft, en dat was dan tegen een verdwaalde kat, en er was geen sloot of plas waar hij zich niet in volle vaart in wilde storten. Zwemmen was zijn lievelings. En hij sliep het allerliefst onder het raam van onze slaapkamer. ( wij sliepen op de begane grond in dat huis en Sam sliep graag buiten) We snurkten graag synchroon 🙂

Geen hekel dus.

Het zijn de hondenbezitters waar ik me aan erger.

Die het ‘verplicht aan de riem op een camping’ negeren( mijn hond kan zó goed zonder), die de bordjes niet poepen/plassen op een speelveld negeren( ach zo’n klein schattig hondje met een klein schattig plasje/poepje, dat kan toch best) en die doodkalm hun hond op kampeerplekken hun behoeftes laten doen. Waar diezelfde middag een gezin met drie kinderen hun tent neer wilden zetten.

Onbegrijpelijk.

Honden

Er was zelfs een stel die hun hond in hun met airco gekoelde caravan opsloten en een hele dag weggingen. Die hond maar blaffen, arm beest.

Er kampeerden mensen die de godganselijke dag hun hond tot de orde aan het roepen waren, want het beestje sloeg aan bij elke voorbijganger, het was dan ook niet heel slim dat ze op een plek gingen staan waar veel volk langs moest lopen.

Wederom onbegrijpelijk.

Dat je een fors uit de kluit gewassen hond los laat lopen omdat jij vind dat het veilig is, is negeren dat er mensen en kleine kinderen rondlopen die dat eng vinden, dat onvrijwillige gesnuffel aan hun lijf. Die ‘altijd aan de lijn’ regel is er niet voor niets. Er werden honden meegenomen het toiletgebouw in, of onder de douche. Ik schrok me een keer wezenloos toen ik voor een plas ging. Sommige dingen dóe je gewoon niet, op een camping.

Daar houd je rekening met elkaar, en niet alleen met jezelf. En met je hond, want daar ben jij verantwoordelijk voor.

Camperbusje versus kampeerbusje

Ik roep al een jaar of acht dat ik een camperbusje heb, vol overtuiging, en ik lachte er vaak stralend bij. Ik zie mezelf nog staan, terwijl ik vol trots vertel dat ik een camperaar ben.

Sinds afgelopen maand weet ik dat ik het compleet mis had.

Ik ben geen camperaar, ik kampeer en heb een kampéérbusje. Een significant verschil denk ik zelf.

Camperbusjes associeer ik na onze laatste vakantie met wit en groot, modelletje slagschip, soms met aanhangwagen. Váák met aanhangwagen. Steeds vaker zagen we dat, en dat stond dan op een te klein kampeerplekje gepropt.

We zagen het op de camping, en onderweg, dat er complete buitenkeukens, buggy’s en autootjes ( model koekblik) achter enorme campers meegesleept werden. Na aankomst op de camping, en het navigeren op de plek ( waarvoor er soms heel pijnlijk takken moesten worden gesnoeid om er überhaupt op te kunnen) werd er vervolgens een hele dag besteed aan het goedzetten van de satellietschotel. Soms werd die schotel zelfs op de plek van de buurman gezet of op een speelveld, en in de avond waren wij vaak de enige die nog buiten zaten. De rest van de campinggasten zaten binnen voor de tv.

Ieder zijn ding, vanzelfsprekend, maar ik vind er niks aan. Een tent, vouwwagen of een kampeerbusje zagen we zelden tijdens deze vakantie. (tot op onze laatste camping, die heel afgelegen en aan een landweggetje lag, daar waren er alleen maar echte kampeermiddelen. Te leuk. Echt kamperen)

Kamperen

Dat kampeerbusje van ons heeft geen schotel of tv, geen badkamer en geen rondzit. Wij hebben een bed en een vouwdak en koken buiten op een losse pit.( onze cadac is de beste aankoop ooit trouwens)

Als we onder de bomen staan valt het zonlicht lieflijk gefilterd door de stof ons busje in. Daar lig ik, als ik knus in mijn bed lig, heerlijk van te genieten. Bij een volle maan is het soms alsof iemand met een schijnwerper op mijn giechel schijnt, het is maar net hoeveel schaduw onze kampeerplek heeft, en als het hard regent moet ik wel eens een luchtroosters dichtritsen omdat ik anders natte voeten krijg.

Maar ik houd ervan. Van mijn tenen tot mijn kruin. Kamperen. Buiten. Eenvoud.

Aanklooien met een pitje, kiezen wat je kan kopen voor die dag, want onze koelkast is mini, en soms dicht tegen elkaar aanzitten onder het luifeltje bij een onweersbui. 24/7 boven op elkaars lip zitten en in elke vezel voelen waarom je nog zo dol op elkaar bent. Een hele dag lui lezen of plompen in welk water toevallig voorhanden is. Vogeltjes voor je voeten of roofvogels boven je hoofd. Sterren kijken en juichen als je een vallende ziet.

Nergens slaap ik zo fijn als daar, dicht tegen de liefste aan, terwijl de geluiden van buiten ons in slaap wiegen.

Onwennig

Na de eerste wat onwennige dagen, waarin ik moet omschakelen naar slapen in er veel smaller bed, wonen op die paar vierkante meter die nu ons huis is en dat aanpassen naar een vreemd toilet en een stuk lopen naar een wc die niet alleen van mij is, weet ik weer waarom ik hartstochtelijk van kamperen houd.

Ook al zijn er vanzelfsprekend ook ergernissen. Net als in de echte wereld

Maar een camping is de wereld in het klein en tolerantie is goed. Belangrijk.

Na die eerste reisdagen belanden we op een oude vertrouwde plek en bonjour ik me een ongeluk. Naar mijn franse ’vriendin’ die ik hier elk jaar opnieuw tegenkom, naar de eigenaren van de camping die de ‘salutjes’ rijkelijk rondstrooien en ons welkom heten als bloedverwanten en naar onze zwitserse buurtjes die hoofdschuddend hun lekgeraakte daktent proberen te repareren. We hoorden ze midden in de nacht giechelend verkassen vanuit die kapotte daktent naar hun kooktentje, dat ernaast staat.

Ik klets noodgedwongen meer dan ik normaal doe.

Ook onze excentrieke overbuurtjes pauzeren hun bezigheden even als we langslopen, dan wordt er vriendelijk naar ons geknikt voor ze weer verdergaan met alle deurtjes van hun oude camper vol hartstocht open en dicht doen, om verwoed spullen eruit trachten te trekken die blijkbaar shokking klem zitten, en om discussies met elkaar te voeren met handen en voeten. Er zit een loeier van een gat in hun uitlaad, hun waterpompje galmt bij elk gebruik over de hele camping en elektra zit er niet in dat oude ding, maar zij zitten er in volle tevredenheid naast op een eenvoudig klapstoeltje.

Het is weer eens iets anders dan die witte koelkasten die hier overal staan 😉

Kamperen

Net als wij hebben ze een eenvoudige fiets mee en net als wij trappen ze vol overgave dat kluitje op naast de camping.

Het schept een band 😉

Het is alsof we 24/7 in een live toneelstuk zitten en ik kijk mijn ogen uit.

Even verderop zitten vier Belgische vrienden, zij komen hier al een jaar of twintig. Eerst komen ze een week met elkaar ( de rest van de zomer komen ze hier om de beurt met hun gezinnen) om de caravan neer te zetten, wat echt binnen no time klaar is, om vervolgens de rest van de week samen te koken, te drinken en te lachen. Wij moeten er om grijnzen.

Ongewild blijven we hier langer plakken dan we van plan waren. Alle wilde plannen om nog even naar dat ene strand in Spanje te gaan, om een trektocht door de bergen naar Italië te maken of met een veerpont naar dat ene verre plekje te gaan in ‘weet ik veel waar’ verdwijnen naar de achtergrond.

Door de dag heen rommelend, op een plek die we zo goed kennen, vinden we verrassend genoeg meer dan prima.

Hier zijn drukt me met mijn neus op alles wat voor mij van waarde is. En dat heeft weinig met geld te maken.

Samen en buiten, het liefst met mooi weer, is eigenlijk genoeg. Sterker nog, het is alles.

Schakeltjes

Er lijken zich wat schakeltjes te verzetten in mijn hoofd. Misschien komt het door alle zuurstof van die weldaad aan groen om me heen, wie zal het zeggen. Ik ervaar nog steeds wel angsten en rare ideeën die zich in mijn hoofd willen vastzetten maar ik lijk ze steeds meer de baas te kunnen. Ik vecht en duw terug en ben verontwaardigd over al die gekkigheid.

Wegwezen uit dat hoofd van mij. Ik zeg het steeds vaker.

Je eigen gedachten sturen je namelijk niet altijd de goede richting op 🙂

Gisternacht heb ik besloten positief en mooi een groter podium te geven. Het is genoeg geweest. Er is teveel rijkdom om me heen. Ook al is al die rijkdom juist die bron van angst, want ik heb ook razend veel te verliezen. Toch moet ik mijn brein trainen andersom te denken, anders verzuip ik.

Het lukt niet allemaal meteen maar elke procent is winst. Terug naar hoe het was bleek voor mij een ongezonde situatie. Iets met grenzen stellen en luisteren naar wat mijn buik naar me fluistert. Wat zijn er voor mij nog veel lessen te leren. Maar ik ga een nieuwe balans vinden, mijn leven onder de loep leggen.

Zuurstof

‘De overgang is jezelf herijken’, kreeg ik van iemand doorgestuurd.

Dat raakte me precies op het juiste plekje. Die twee maanden vrij zijn een zegen voor mijn welzijn. Het geeft me ruimte om na te denken. Meer groene zuurstof tot me te nemen. En alhoewel het voelde alsof mijn brein die eerste maand in overdrive stond lijkt hij nu te landen.

Ik hoop met alles wat ik in me heb dat ik het vast ga houden. Dat het me lukt. Of misschien is dat ook wel wat het leven is, dat je steeds opnieuw moet remmen en terugschakelen. Steeds opnieuw moet herijken. Denk ik te ingewikkeld 😉

Hoe het ook zij: voorwaarts vanaf hier.

Charmant 2.0

Op de bonnefooi reizen heeft voor-en nadelen maar de afgelopen dagen bejubel ik uitgebreid de voordelen ervan. We belanden namelijk, puur toevallig, op Camping Charmant in Verteuil-d’Agenais. Dit soort parels houd ik het liefste voor mezelf, als ik heel eerlijk ben, want alles klopt. De eigenaren die dit paradijs ,volledig verwaarloosd, bijna twintig jaar geleden kochten, beleefden er hun ‘ik vertrek’ droom pur sang.

Je kan er alleen maar bewondering voor hebben.

De camping doet zijn naam eer aan want wat een charme hebben ze op deze plek gecreëerd. Rondom is er overal golvend groen waar je ook kijkt, het romantische gebeier van een kerkklok doorbreekt de rust op een paar vaste tijden per dag en er is stilte, pure stilte. Krekels, zangvogeltjes en een kudde schapen zorgen voor wat achtergrondmuziek.

Wij stonden op een prachtplek, met uitzicht op een lieflijk dorpje, maar de terrassencamping bied nog veel meer mooie plekjes. En lager gelegen is er nog een fijn veld waar een zestal plekjes, onder toeziend oog van een paar prachtige hoge dennen, zijn gecreëerd. Het zwembad is fijn, het sanitair is een elf op een schaal van tien en je kan er heerlijk eten. De eerste avond schoven we aan op het gezellige terras, aan een lange tafel met nog een stuk of dertig gasten, en hebben gesmuld.

Uit eten

Als ik een minpuntje moet noemen, en dat is echt maar een kleintje, dan is dat het feit dat je met de auto een stuk moet rijden om boodschappen te doen. Maar dat is echt het enige dat ik kan bedenken en ook dat is eigenlijk makkelijk op te lossen 🙂 Op de camping zelf kan je namelijk ook wel het een en ander aanschaffen en in het dorpje is een kruidenier annex cafe die wat vers spul heeft. Met een beetje creativiteit kan je je heel wat dagen prima redden.

Wij kozen voor de middenweg. We aten een paar keer op de camping en kookten de andere dagen zelf, met wat bij de kruidenier gekocht vers.

Wij bleven hier vier nachtjes, naar volle tevredenheid, bij dit enorm gastvrije gezin. En we gaan hier absoluut nog eens terugkomen. Al was het alleen maar om van de kookkunst en de hartelijkheid van Ilse te genieten.

Zoek je een fijne plek? Dan moet je op deze camping echt een kijkje nemen!

Het franse leven

Voorzichtig geef ik me steeds meer over aan het franse leven. Elke dag iets later wakker worden, met het vroege ochtendzonnetje op mijn bol genieten van een eerste kop koffie en mijn dagen vullen met weinig. En elke dag lukt het iets beter. Dat vertragen van mijn ritme zou ik na de vakantie vast moeten zien te houden maar volgens mij zeg ik dat elk jaar.

En elk jaar vergeet ik het weer 🙂

We zijn iets sneller naar het zuiden afgezakt dan ik had gewild, maar het slechte weer duwde ons richting de zon. En dat is een goede keuze gebleken. Dinsdagmiddag belanden we op camping Laouba in Venday-Montelivet. Een groene, rustige camping, met enorme plekken, die op mijn verlanglijstje stond.

Wij zijn direct verkocht.

Aardedonker

’s Nachts is het aardedonker en stil, helaas is het wel al twee nachten bewolkt dus ik hoop komende nacht nog sterren te kijken, maar door de stilte slapen we als roosjes. We kunnen op de fiets een boodschap, wat heel fijn is, en luisteren voornamelijk naar de vogeltjes en de wind in de bomen.

Er zijn fijne douches, vooral de buitendouche vinden we geweldig, het zwembad is klein maar fijn ( en fris ;-)) en vers brood kan je op de camping bestellen. Aan de droogtoiletten moest ik even wennen, maar dat was meer het idee ervan dan dat het echt anders is. De eigenaren zijn fijne mensen en er is een leenbieb. Directe bonuspunten 🙂

Er zijn fiets-en wandelpaden vanaf de camping. Wij kozen voor het fietspad richting de kust naar Montelivet les Bains. Het was jammer dat het die dag wat bewolkt was, met het zonnetje erbij ziet het er vast vriendelijker uit. Maar aan eettentjes en winkeltjes geen gebrek. Er werd volop gesurfd en het strand was mooi breed en schoon.

We hebben hier een paar dagen fijn gekampeerd, morgen rommelen we weer een stukje verderop op zoek naar nog meer mooie plekjes.

Onderweg

Wat is het fijn om weer onderweg te zijn, om onze dagen ongecompliceerd te vullen met weinig.

Stukje fietsen, beetje lezen of een campingpotje te koken op onze nieuwe cadac. Die zagen we bij een vriend van ons en de liefste besloot er ook een aan te schaffen, hij kocht een safari chef 30. We zijn nu vier dagen op pad en hebben er tot nu toe alles mee gedaan. Een lekkere espresso is zo gemaakt met het speciaal aangeschafte plaatje, we bakken er onze eieren op en ik kookte al meermaals fijne putjes op dat ding.

Eenpansgerechten, lof it.

We zijn gestart in Candspette op camping Chateau du Candspette. Een prima plek om te vertoeven. Mooi aangelegde camping vol volwassen groen, prima en vooral schoon sanitair en een fijne bar waar we tijdens een frisse avond bij het haardvuur kropen en een espresso dronken. Kortom niks te klagen. De omgeving, direct van de camping af ,vond ik minder spetterend maar ik ben verwend wat dat betreft.

Ik woon tenslotte ook temidden van prachtige natuur.

Koken

Een fijne bakker en een supermarkt zaten er om de hoek, en er was een leuke markt in Saint-Olmes, op fietsafstand wat ook fijn was. Wij gebruiken de auto om ons te verplaatsen en in te slapen, de rest doen we lopend of op de fiets. Zondagochtend reden we verder, naar camping Sainte-Claire. Ook een prachtige camping, toch voelde deze een stuk minder fijn. De campingeigenaar was onvriendelijk, we kregen een minuscuul plekje aangewezen en het dorpje oogde ongezellig. Voor een nacht prima maar daar bleef het dan ook bij.

Omdat de weersvoorspellingen in dat gebied te wensen overlaten, en wij nogal klein behuisd kamperen, besloten we eerst richting de warmte te rijden. Bretagne en Normandie willen we ook heel graag zien maar dat kan op de terugweg ook nog.