Een nieuw begin

Schrijven is persoonlijk, en dat geld zeker voor mij, Ik stop mijn hart in alles wat ik schrijf. En dat ging de laatste tijd moeizaam. Het plezier was eraf.

Gister was het moment dat ik definitief een streep heb gezet onder mijn tweede boek. Dat klinkt wat dramatisch maar voor mij voelt het als een verse start.

Een nieuw begin.

Mijn kindje is weer van mij.

En ook al gebeurd er vanaf nu helemaal niets meer, en verkoop ik geen enkel exemplaar, de controle ligt weer waar hij hoort te zijn. In mijn eigen handen. Ik deelde vanmorgen mijn teruggekregen manuscript met een bestsellersschrijfster die toevallig bij mij om de hoek woont, vroeg haar mij te helpen om de spel-en stijlfouten eruit te vissen ( wat de uitgever had nagelaten) en ik ga een nieuwe ISBN aanvragen. En ook de omslag wordt anders.

Hoe ik dat laatste ga doen weet ik nog niet maar ik ben weer ‘in control’. En dat voelt geweldig.

Nieuw begin

Geen geleur meer richting een uitgever die zelden reageerde, afspraak na afspraak uitstelde en elke keer weer een smoesje had. Er zijn teveel beloftes niet nagekomen. Week na week, maandenlang. Overzichten van de verkoop die ik niet kreeg, een persbericht die overduidelijk voor een ander was geschreven en een e-book dat klaar zou zijn maar nooit uitkwam. Die afhankelijkheid wilde ik meer dan wat ook teniet doen.

Het vrat me op.

Over een paar maanden breng ik mijn thriller opnieuw uit, de herziene verbeterde versie. Ik heb er nu al zin in.

De originele wordt een collector’s item 😉 Om me eraan te herinneren hoe ik het vooral nooit meer moet doen. Maar om in plaats daarvan vertrouwen te hebben, in mezelf. En dat de liefde waarop ik mijn verhalen met de wereld deel het allerbelangrijkste is.

Zo tof 🙂

Vergeten

De laatste tijd kon ik mijn ‘ja fijn’ niet meer vinden. Moe had de overhand. Soms zijn daar van die periodes, ook bij mij. Zelfs bij mij. Het was druk in mijn hoofd, na een roerige periode in werk en privé, en zodra dat woelige water wat kalmer wordt doorvoel ik het pas echt. Zo werkt dat nou eenmaal.

Maar ik vergeet ook een hoop.

Gelukkig maar 😉

Toch kleefde de mineur aan me. En het bleef maar kleven. Ik wilde zo verschrikkelijk graag dat bruisende terug. Want veel kabbelde weer in mijn leven, maar het schrijfplezier was weg. En het bleef weg. Mijn schrijfambities voelden leeg en nutteloos.

In mijn hoofd moedigde ik mezelf vurig aan tot het oppakken van alles wat ik van mezelf nog moest, maar zelfs een fijn boek lezen lukte me niet, en ook mijn schrijfbron bleef stil.

Het innerlijke vuur leek gedoofd.

Pasgeleden luisterde ik naar een podcast van #schrijfpraat. De schrijver die aan het woord kwam in deze podcast leeft van zijn boeken. Dat niveau is voor mij te hoog gegrepen, maar de dingen die hij zei raakten me. ‘Je moet het vooral doen voor jezelf. Om het plezier dat het geeft. Net als elke andere hobby moet je blijven schrijven omdat je het leuk vind. Je moet je verheugen op dat moment dat je weer verder kan schrijven’.

Uitgever

Dat fijn door willen schrijven voelde ik ook ooit. Die inspiratie. En precies dat was ik kwijt.

Door de strijd die ik al maanden heb ( jaren al inmiddels)met de uitgever van mijn tweede boek( via #schrijfopleiders en het #STAP- budget). Daardoor is veel van mijn schrijfplezier verloren gegaan. De lol om een heel boek te schrijven, je in een verhaal onder te dompelen en het tot leven brengen, was verdwenen. Dat ene kindje dat ik vol trots geschreven heb is mijn kindje niet meer. En daar heb ik onbewust veel last van. De trots in dat wat ik heb gecreëerd is weg. En het plezier dat ik had in het schrijven van dat boek volkomen teniet gedaan.

Gedoe is al wat er overblijft.

Ik ben enorm teleurgesteld in deze uitgever, en het gemak waarmee hij belofte na belofte verbreekt. De leugens die hij uitspuwt. Ik ben in de basis goed van vertrouwen, geef mensen graag ruimte, en dat begripvolle stuk in mij is ernstig beschadigd. Door hem.

Waar voorheen mijn plezier voor het schrijven huist, woont nu een rotgevoel. Een loodzware deken bedekt de bron waar voorheen mijn fantasie bruiste en bubbelde. Onzeker en twijfel kregen de overhand. En niet voor het eerst. Mijn ‘wat ben ik toch een onnozel dom wicht’ nam het over.

Vanmorgen heb ik mezelf toegesproken. Ook niet voor het eerst trouwens 😉 Ik moet het een en ander gaan loslaten. Ook mijn tweede boek. Over mezelf heenstappen. De komende periode ga ik proberen mezelf te resetten. Mijn kwetsbaarheid mag er gewoon zijn, op de plek waar het hoort, daar waar ik mens ben. En daarnaast ga ik ruimte nemen en wat vaker niets doen.

In kleine stapjes ga ik mijn eigen innerlijke rust herontdekken, en weer ervaren hoe heerlijk het is om verhalen vanuit mezelf te laten ontstaan. Fingers crossed!

Beloning

Ze is vergeetachtig, soms loopt ze elke vijf minuten naar de keuken voor dezelfde taak. Wil ze steeds opnieuw alvast de piepers jassen voor die avond. Vergeet ze haar medicatie, of ze al gegeten heeft en hoe dat ook alweer werkt met dat broodje smeren.

Hoe ze haar eigen lijf moet wassen. Ze vind de weg naar huis niet meer alleen.

Midden in de nacht is ze steeds op zoek, en er zijn nachten bij dat hij haar niet meer terug naar bed krijgt.

Als lijf en hoofd gebreken vertonen, en de gezondheid kraakt en piept, is thuis blijven wonen soms ineens een opgave. Zomaar ineens is het loodzwaar om samen in één huis te wonen.

Die balans in dat ‘samen’ verschuift en groeit scheef.

Hij werkt keihard om dat liefhebbende vast te houden. En er zijn momenten die zomaar onverwacht voelen als vroeger, toen ze aan een enkele blik genoeg hadden. Van elkaar wisten wat de ander wilde zeggen.

Tot ze als los zand tussen zijn vingers doorglippen.

Het is een hele doodgewone vrijdag als ik gebeld wordt door het ziekenhuis, ze zijn op zoek naar een palliatieve plek voor een meneer. Zijn naam klinkt bekend, ergens in mijn hoofd gaat er spontaan een bel rinkelen. Als ik op de naam zoek kom ik mijn eigen registratie tegen, ik sprak zijn dochter vorige week nog over haar mam. Zij was alleen thuis omdat haar vader was opgenomen.

We spraken toen al uitgebreid, over haar zorgen en dat ze niet wist hoe het verder moest. ‘Mama wil alleen maar naar mijn vader, ze begrijpt niet dat hij is opgenomen en erg ziek is’.

Echtpaar

Na dat telefoontje van het ziekenhuis voel ik direct wat me te doen staat, want ik wil dit echtpaar zo lang mogelijk dicht bij elkaar houden, tijdens dat laatste stukje leven dat hij nog over heeft. Haar nabijheid is het allerbelangrijkste. Ze moet hem ten alle tijden op kunnen zoeken, zijn hand vast kunnen houden en hem een welterusten-kus kunnen geven.

Dat is welzijn.

Ik goochel wat met de beschikbaarheid die er al was en die er aan zat te komen. Belde een rondje en besprak met alle betrokken partijen wat ik in gedachten had.

Aan het eind van de dag belde ik de dochter om te vertellen dat ik voor allebei haar ouders een fijn appartement had gevonden.

Op dezelfde locatie en op dezelfde verdieping

Een eigen plek, waar ze beide de zorg krijgen die ze behoeven, maar wel fijn heel dicht bij elkaar kunnen zijn

Haar tranen van dankbaarheid, die rijkelijk door de telefoon vloeiden, waren mijn allermooiste beloning.

Vervuld deel 5

Toen die onbekende bezoeker de huiskamer van tante Trees binnenstapte, vielen de gesprekken stil. Zelfs nicht Adelheid stopte met praten. De vreemdeling vulde de kamer met zijn aanwezigheid. Hij was niet uitgesproken knap maar hij straalde zelfvertrouwen uit. Tante Trees had hem uitgenodigd, en ze was zelf verbaasd dat hij was op komen dagen. Ze begon te ratelen van schrik en Nouk had voor zichzelf nog maar een glas champagne ingeschonken. Hij had haar blik gevangen, terwijl hij daar midden in de woonkamer imposant stond te zijn.

Ze wist nog precies hoe ze zich gevoeld had toen zijn ogen zich in de hare haakten, ze had zich vast moeten houden aan de leuning van de stoel voor haar omdat haar knieën haar gewicht niet meer leken te houden.

Ze had het aan de champagne geweten, wat op zich geen gekke gedachte was geweest, maar ze wist dat het onzin was.

Nouk sloot haar ogen om zijn handen weer te voelen. Zijn adem in haar hals en de warme lippen die haar lijf tot leven hadden gebracht. De intensheid van zijn blauwe ogen lieten tintelingen achter op haar huid. Die onderzoekende blik, en het  hartstochtelijke vuur dat erin leefde. 

Zo had Karel nooit naar haar gekeken.

Slagroom

Haar ogen waren na dat ene moment de kamer rondgedwaald maar iedereen stond weer te praten, en ze realiseerde zich dat die bliksem alleen haar vol had geraakt. Hij had grijnzend haar blik weer opgevangen, uitdagend en charmant, en zij had zijn blik beantwoord, stoer geworden door de alcoholroes

Nouk stopte haar neus tussen de zachte oren van het konijn dat nog steeds op haar schoot lag. Het rook muf, met een vage zweem van Zwitsal. Er was een tijd geweest dat ze het schap met zwitsalproducten niet voorbij had kunnen lopen. Ze had altijd wel iets in haar winkelwagentje gestopt. Billendoekjes, haarlotion of zeepvrije badschuim. En een veel te lange periode had ze zichzelf ook met die babyzeep gewassen. Tijdens het douchen rook het dan net alsof er een kleintje in huis was.

Een baby van haarzelf. Dat zwelgen had ze veel te lang vastgehouden. Het herinnerde haar elke dag aan alles wat ze niet had. 

De slaapkamerdeur piepte, zelfs de scharnieren protesteerden na te lang ongebruikt te zijn geweest. Vanuit de keuken klonk gerinkel. Daar had ze geen rekening mee gehouden. Mobiele telefoons waren de vloek van de huidige tijd. Nouk had er wel een, maar ze vergat hem steeds mee te nemen. Misschien was het de hare wel die zo luidkeels afging. Het toontje was melodieus en frivool. Niet echt iets voor haar.

Vroeger had een mobiel best handig geweest. Toen mam er nog was. En na het overlijden van pap was het pas echt van pas gekomen. Maar toen bestonden die malle apparaten nog niet, en nu was het te laat. Nu was er niemand meer over waar ze een fatsoenlijk gesprek mee zou willen voeren.   

De cake lag inderdaad in de kelderkast. De lang houdbare slagroom stond ernaast. Ze koos een doordeweeks schoteltje sneed een flinke plak, spoot er een dot slagroom op. Ergens moest er ook nog wat lemon curd zijn, in een kastje. Slagroom was voor het eerst van haar leven iets van erotiek geweest. Heel even maar. Net lang genoeg om haar een beetje hoop te geven, een glimp van een nieuw leven. 

Perfecte zaterdag

Zo’n hele fijne zaterdag die nog blanco en oningevuld is, die op zijn gemak voortkoetelt. Die zich spontaan vult en ontvouwt, zonder enige planning.

Een leeg weekeind is van een volmaakte zaligheid.

De nacht was vol zoete slaap, rozig werd ik knus wakker in de armen van de liefste. Veilig ineengestrengeld, de stilte was vol van warme woorden.

We rommelden lui langs koffie en de krant. Knipogend naar elkaar boven het katern lokaal nieuws en sport. Nog wat loom, zittend aan de keukentafel, ontspannen bladerend langs het nieuws. Ik bedacht ondertussen waar mijn hoofd behoefte aan had, vroeg stil aan mijn lijf waar de wens lag. Hoofd en lijf wilden een rondje. Even naar buiten, zonder doel. Het deed me denken aan een hoofdpersoon uit een boek dat ik ooit las. Zij liep ook lukraak, sloeg links en dan weer rechtsaf, puur op gevoel. Ik ben er ook zo dol op en je ziet nog eens wat nieuws.

Ik laat me nou eenmaal graag verrassen 🙂

Het zoet van lente hing in de lucht. Vogels en ontluikend groen. Genietmomentjes en mooie ontdekkingen.

De rest van de dag was gevuld met muziek, en fijne verse potjes koken om onze volle werkweken te vergemakkelijken. Mijn favoriete manier: mijn #creuset gevuld met lekkers een paar uur in de oven zetten om er vervolgens dagen van te kunnen eten. Het is kinderlijk eenvoudig.

Vers

De rest van de week heb ik lekker en vers in een handomdraai.

Ik kneusde venkelzaad, perste wat knoflooktenen en een hele citroen. Sneed peppadews, tomaatjes en uien. Die courgette paste er ook nog wel bij. Kippendijen. Peper en zout. Verse kruiden uit de tuin. De geuren vanuit de keuken vullen ons huis.

De tijd gaat heerlijk met me aan de loop en ik geef me er met liefde aan over.

Tijdens het snijden van al dat verse spul mijmer ik vaak wat. Schrijf ik een stukje in mijn hoofd voor het op papier beland. Ik schaaf alvast, bedenk wat ik over wil brengen en hoe. Een schrijver gaf me ooit het advies om mezelf steeds die ene vraag te stellen: wat wil ik eigenlijk zeggen?

Ik gebruik het inmiddels bij alles wat ik schrijf.

Lukraak spit ik in mijn gevoel en door mijn herinneringen, herbeleef ervaringen en voel wat het met me deed. Ik sta weer bij die ene zorgvrager in de ruimte, de sensatie’s die me overspoelden.

Aan het eind van die dag schrijf ik dit stukje. Mijn stoof vol met vers is zalig geworden. Eigenlijk moet ik mijn ramen eens lappen en de zolder kan ook wel een vleugje van mijn opruimwoede gebruiken. Maar dat is voor een andere zaterdag.

Deze was een onbetaalbaar cadeautje

Broekkie

Zijn wangen verschieten van bleek naar vurig als ik zijn slaapkamer binnen kom lopen. Ik glimlach bemoedigend en hoop dat ik rust en vertrouwen uitstraal. Waarschijnlijk ziet hij alleen een jong ding in een verpleegstersuniform. Twintig ben ik als ik in een revalidatiecentrum ga werken. En ook al heb ik dan al een jaar of wat ervaring, ik zorgde tot dat moment vooral voor ouderen.

Voor mensen van mijn eigen leeftijd zorgen is echt andere koek.

Hij vraagt of ik hem kom wassen, ik knik bevestigend en zie de onzekerheid in zijn ogen. Zorg moeten ontvangen is verre van eenvoudig en van mensen in je eigen leeftijdscategorie is extra ingewikkeld. Al voortkletsend over niks vul ik mijn waskommen, pak handdoeken en washandjes en vraag naar zijn thuis. Zijn hobby’s en zijn leven. Zijn ik.

Hij oogt als een leuke vent, fris en beleefd.

Het gesprek verloopt stroef, hij wenst vooral dat we snel klaar zijn.

Waar ik hem anders hoogstwaarschijnlijk in de kroeg tegen zou komen, ligt hij nu hier. Overgeleverd aan mijn handen die zijn lijf wassen. Hem afdrogen en helpen met aankleden.

Het is verre van simpel, ook voor mij.

Leeftijd

Zonder zijn emotie te ontkennen vraag ik of het ok is als ik alvast zijn gipskorset losrits. Na een ernstig ongeluk kwam hij hier vanuit het ziekenhuis en hij maakt grote stappen voorwaarts. Zonder dat korset om zijn kapotte ruggenwervels te beschermen moet hij volledig plat blijven liggen. Ik reik hem een uitgeknepen washand aan, was de gedeeltes waar hij ongemerkt langsdanst en controleer ik op stiekem ontstane smetplekjes, wondjes of andere afwijkingen.

Ik geef hem zijn deo en trek de dekens nog eens recht zodat ze zijn heupen zorgvuldig blijven bedekken. In de periode dat ik op deze plek werk leer ik ongelofelijk veel. Over menselijke emoties, wat het met je doet als onbekenden je aanraken en over hormonen die blijven voortrazen. Over automatische fysieke reactie’s. Ook als je lijf een beetje stuk is.

Herstellende.

Als ik hem help om naar zijn buik te draaien ben ik een kort moment nog dichterbij, ik zie verwarring in zijn ogen.

Ik kwebbel luchtig verder, alsof ik niet zag hoe moeilijk dit voor hem was. Terwijl ik zijn korset losrits, hem verzorg en zijn harnas weer vastmaak, klets ik over koetjes en kalfjes.

Als hij volledig in de kleren is vraag ik hem hoelang hij dat korset nog aan moet. Hoeveel verschillende gezichten hij al aan zijn bed gehad heeft. En hoeveel handen aan zijn lijf.

‘Iedereen is geweldig voor me, maar ik tel de dagen. Ik kan niet wachten tot ik jullie niet meer nodig heb’.

Zorgen voor een ander kan ontzettend ingewikkeld zijn, maar om die zorg te moeten ontvangen is echt vaak nog vele malen moeilijker.

Vervuld deel 4

Krakend kwam de stoel in beweging, vlokken stof dwarrelde van de zitting op de grond. De grijze wolkjes zochten een weg over het lichte karamel van het tapijt. Teder veegde ze de zitting schoon en ging zitten. Binnenkort zou ze al die kamers eens onder handen nemen. Poetsen tot ze net zo glommen als de rest van haar huis. Terwijl ze zachtjes schommelde sloegen regendruppels woest tegen de ruiten. De boomtakken voor het raam, gevuld met groen blad en ontluikende knoppen, zwaaiden in de wind. 

De kruidenier hoorde ze niet meer. 

Haar armen en benen voelden zwaar. Afgelopen nacht had ze weer zo heftig gedroomd, zoals ze zo vaak droomde de laatste tijd. Steeds opnieuw was daar ’s nachts haar groeiende buik, voelde ze de trappeltjes van dat wonder dat steeds groter werd, knus weggedoken in de veiligheid van haar buik. Tot ze wakker werd en de realiteit met een dreun zijn intrede deed. Wiegend in de stoel sluit ze haar ogen, het zou hier perfect zijn, met een kleintje in haar armen.

Een grote tak sloeg tegen het raam. 

Wiegend

Ze moest echt iets eten. Haar maag maakt vreemde tuimelingen in haar lijf. Ze wil hier nog even blijven zitten en daarna zou ze iets goeds voor zichzelf maken. Ze schudde haar hoofd om de weerzinwekkende realiteit kwijt te raken.

De verjaardag van ome Theo was de druppel geweest. Die zoveelste verplichting was een omslagpunt geweest. Tante Trees had zich uitgesloofd met champagne en oesters. Al haar kristal had geglinsterd in het lamplicht, als een kermis in overdrive. Nicht Adelheid en die gruwelijke man van twee huizen verderop waren er ook. Tineke en Kees vulden de rest van de kamer. Tineke en Kees en hun geneuzel om het weer en de prijzen die de pan uit rezen. Het was elk jaar hetzelfde. Nouk had die avond veel te veel gedronken. Het had haar de enige manier geleken om zich die avond staande te houden. In elk gesprek proefde ze onmacht en de leegte van het dagelijks bestaan. Dat hele vreemde groepje mensen bij elkaar worstelden ook met het leven, net als zij deed.

Vervuld deel 3

De oorverdovende stilte in de kamer vloekt met de zachte abrikooskleurige wanden.

In het midden van de kamer staat een diepe houten kist. Hij oogt eenzaam. Onder de half geopende deksel puilt het babyspeelgoed brutaal naar buiten. Alles is nog net zo nieuw als de dag dat ze het kocht en inmiddels is het bedolven onder dikke stoflagen.

Het is beangstigend hoever ze af staat van wie ze ooit was. Van wie ze meer dan wat ook wilde worden. Wilde zijn.

Haar blote voeten raken het zachte tapijt, het kriebelt tussen haar tenen. Die eerste huwelijksjaren waren zo anders, gevuld van hoop en verlangen. Terwijl zij en Karel de wereld rondreisden droomden ze van een leven dat op een dag zou bestaan uit kopietjes van henzelf. Een miniversie die hun levens zou vullen. Kinderstemmen die joelend door hun huis zouden resoneren. Dagen gevuld met verhaaltjes voor het slapen gaan, spelen in bad en gestommel op de trap. De badkamerwanden gevuld met foam figuren, kalkvlekken en gegiechel. 

Maar de maanden werden ongemerkt jaren, en langzaam maar zeker ontstonden er scheuren in hun huwelijksgeluk. Karel was niet genoeg voor haar, en zij was bij lange na niet genoeg voor Karel.

Schommelstoel

De onverbiddelijke onwil van haar lichaam om nieuw leven een kans te geven, dreef haar tot waanzin. In plaats van kinderstemmen, werden haar dagen gekleurd door schreeuwerig verdriet. Haar hoop om ooit nog moeder te worden brandde diep in haar binnenste verder, als een waakvlam die maar niet wilde doven. 

Ze had ervoor gebeden. Voor het verdwijnen van dat verlangen. Maar het gebeurde niet. Geen moment.

Ze pakte een knuffel uit de houten bak en stond met dat zachte konijn in haar armen voor het raam. Het regende, water stroomde langs de ramen. Haar maag protesteerde luidkeels. Zou ze gewoon een plak cake nemen in plaats van pannekoeken. Ergens in de kast moest er nog eentje liggen. Of had ze hem opgeborgen in de kelderkast. Het was een zware kleffe. Geen luchtige, zoals mam altijd maakte. Ze likte haar lippen af. De smaak van het rauwe deeg, als ze de mixer af mocht likken, lag op haar tong. De combinatie van citroen en vettig, gevolgd door het geknisper van suikertjes die niet waren opgelost in het beslag. Er moet ook nog een bus slagroom zijn. Uit Karel zijn kerstpakket. Zo’n lang houdbare. 

Haar echtgenoot was al in geen maanden meer thuis geweest. In het begin belde hij haar nog weleens, met excuses waarom hij door het werk wat langer van huis weg zou blijven. Maar de laatste tijd stuurde hij zelfs geen appje meer. Hij had haar simpelweg uit zijn leven gegumd. Hoelang had ze hem al niet gezien?

De houten schommelstoel die in de hoek stond was frans en antiek. De zachte kromming volgde de lijnen van je lichaam en koesterde je rug als je erin zat. Ze had hem ooit op een Franse rommelmarkt gekocht. Karel had haar plagerig toegesproken toen ze er koppig in was blijven zitten tot hij de schommelstoel af had gerekend. Met zijn tweeën hadden ze, slap van de lach, dat onhandige ding de drukke markt overgedragen, helemaal tot bij hun auto. Met touw en een beetje mazzel hadden ze hem meegekregen naar huis. Haar vingers gleden langs het zachte hout.

Al haar onvervulde verlangens kleefden aan dat ding.

Vervuld deel 2

De trap kraakt opstandig onder haar voeten. Die eerste keer dat ze hier liep, was ze zo gelukkig geweest. Ze was naar boven gevlogen, elke kamer was ze in-en uitgerend. Binnen een half uur had elk vertrek een bestemming gekregen, had ze elke ruimte haar hoofd al ingericht. Dit familiehuis was als een droom die uitkwam en het voelde direct als haar huis. Diezelfde dag hadden ze een bod uitgebracht. Hoe anders voelt deze plek nu.Niks ligt er scheef, is krom getrokken of bekrast. In haar huis word niet geleefd. Niet echt. Ze liep naar de badkamer, aan het eind van de gang, voorbij die lange rij aan deuren.

De tegels voelen kil aan haar blote voeten. De badkamer glanst als was hij nieuw, ook al wonen ze hier al jaren. Nergens is een spoor van kalkvlekken of sporen van gemorste tandpastastrepen. Haar ogen ontmoeten zichzelf in de spiegel. Lichtgroen, met een stipje goud erin. Ze heeft de kleur van haar ogen altijd mooi gevonden. ‘Je hebt kattenogen’, had Karel ooit eens liefdevol tegen haar gezegd, toen ze elkaar nog diep in de ogen keken. Het voelt als een eeuwigheid geleden, zij en Karel.

Warm water stroomt gulzig de wasbak in. Ze zeept het kruis van haar slipje in en spoelt hem zorgvuldig uit. Als haar broekje aan het droogrek hangt maakt ze de wasbak weer vlekkeloos. Waarom doe je dit, laat die druppels toch zitten. Laat alles gewoon. Haar handen wrijven door, steeds opnieuw, de zachte doek laat het glazuur weer glanzen.

Badkamer

Ze heeft zin in pannenkoeken. Heel dunne, met knapperige bruine randjes, zoals mama vroeger maakte. Volgesmeerd met aardbeien jam of stroop. Soms maakte mama een gezichtje op de hare, van gebakken ananas en suiker. Ze mist haar mam. De afwezigheid van haar warmte voelt als een leegte die op haar in beukt, als de kop van jut met extra spierballen.

Ze pakt een schone droge slip uit de badkamerkast, trekt hem aan en ontmoet haar eigen ogen weer in de spiegel. Sinds wanneer had ze zulke donkere kringen in haar gezicht?

Op haar tenen draait ze zich om en stapt de badkamer uit. In de verte klinkt nog steeds het irritante geklingel van de auto van de kruidenier. Haar hand rust op de deurkruk van een van de slaapkamers. Hoelang is het geleden dat ze hier naar binnen was gestapt? Langzaam opent ze de deur tot een kier.

Lief lijf

Vroeger vond ik het stoer als iemand na een ingrijpend onderzoek of operatie snel weer aan het werk ging. Niet miepen maar doorzetten. En nog steeds denk ik vaak zo. Het zit ingebakken in mijn zijn.

Het is een product van mijn opvoeding. Gammel maar geen koorts? Dan kan je gewoon naar school/werk/of wat dan ook. Ik neem het mijn ouders niet kwalijk hoor, verre van, zij kregen precies hetzelfde in hun opvoeding mee. Het werk ging altijd voor. Voor alles. Het was belangrijk om je voor 150% in te zetten.

En ook de carrière die ik vervolgens koos vraagt volledige inzet. Een heel jaar zonder een enkele ziekmelding vond ik een prestatie, daar klopte ik mezelf voor op de borst.

Wat een bekrompenheid, ik moest nog zoveel leren.

Zelf tijdens de periodes dat ik ernstig ziek was worstelde ik met mijn schuldgevoel. Me overgeven aan het ziek zijn en in alle rust herstellen vond ik lastig. Ik rekte in die periode mijn grenzen op tot het maximale, want zodra ik weer wat op de been was kon ik wel weer aan de slag.

Ik kon me er moeizaam aan ontworstelen. En nog steeds voel ik dat zo. Het is een persoonlijke kwetsbaarheid waar ik mezelf toestemming voor moet geven. Om even niet sterk te hoeven zijn. Om voor mezelf te zorgen in plaats van voor een ander.

Ziek

Om mijn grenzen aan te geven.

Heel vaak ken ik ze zelf nog niet, die grenzen, ik ben gewend om mijn onderbuikgevoel te negeren wat mezelf betreft. Maar ik leer het en daar ben ik trots op.

Inmiddels groeit de bewondering voor de mensen die ervoor kiezen om hun eigen gezondheid voor te laten gaan. Die kiezen voor ‘een tandje minder’ of ‘even niet’.

Die de ruimte nemen om te helen. Die vol overtuiging nee kunnen zeggen.

Dat zou ik ook willen kunnen. Ik denk echter steeds dat ik nog wel even door kan. Dat er nog iets bij past. Dan ga ik vroeg naar bed, besluit al het andere te skippen, zodat het werk door kan gaan. Mijn omslagpunt verschuif ik.

Gek eigenlijk.

Ik heb aan mezelf beloofd om er de volgende keer aan toe te geven. Om het te laten zijn. De wereld red het vast wel een poosje zonder mij als het even op is. Niemand is onmisbaar tenslotte 😉