Ziek

Dat ene moment, als blijkt je ziek bent, neemt ongewild de ruimte in waar voorheen mooie gedachten woonden. Plannen en verlangens. Toekomst.

Dat ziek zijn is als een voortwoekerend onkruid dat elk gaatje en kiertje versmoort en dat maar weinig lucht geeft.

Van de ene op de andere seconde is er nog maar één verlangen. Beter worden. Het leven zoals het was voor die allesverslindende boodschap.

Ik ervaarde het als een rouwproces. Dat voelde ik toen bleek dat ik IBD had, meer dan dertig jaar geleden, en ik voelde het een paar jaar geleden weer. Toen bleek dat ik huidkanker had.

Schoonheid

De mindset die ik had toen ik naar huis reed was een compleet andere dan toen ik richting het ziekenhuis stuurde. Op de heenweg maakte ik me druk om mijn werk, wat ik die avond moest eten en nog veel meer onnozels. Op de terugweg dacht ik alleen maar aan het feit dat ik kanker had, dat ze in mijn gezicht moesten snijden en wat als het uitgezaaid is?

Momenteel is er veel ziek om me heen. Te veel. Er zijn collega’s die jong overlijden aan hele akelige aandoeningen. Te jong. Het maakt we weer zo bewust van de kwetsbaarheid, maar vooral de schoonheid van het leven. Nog bewuster dan anders.

Het maakt ook dat het onbegrip voor geneuzel groeit. De weerzin ten opzichte van al die mensen die elkaar onnodig pijn doen. De waanzin van oorlog en geweld. Dat er altijd al was maar nu tot ongekende hoogte stijgt. Zoveel mooiigheid voor altijd verdwenen, zoveel pijn voor altijd aangebracht.

De bizarheid van dat alles verbaasd we steeds weer. Hoe kan het dat het kan gebeuren, dat we het accepteren überhaupt. De wereld is ziek.

Ik ben vorige week vijfenvijftig geworden. En het enige dat ik voor mijn verjaardag wenste was nog heel veel genietjaren erbij. Leefjaren. Meer wensen heb ik oprecht niet.

Aftellen

We zijn aan het aftellen, de liefste en ik, richting die zalige weken vrij die naar ons lonken. Alleen de eerste campingplek staat gepland, verder ligt de hele vakantie nog open. Om lukraak in te kleuren. Tropische bestemmingen, all inclusive hotels of citytrips zijn aan ons niet besteed, wij zoeken vooral de rust op.

Vandaag kopte de krant dat we kuddedieren zijn, volgzaam en lui, en dat het daarom op sommige plekken zo druk is. Amsterdam, Bali en Venetië, we kunnen over de hoofden lopen. En ook de Nederlandse stranden doen een duit in het zakje. Zodra de zon schijnt staan we en masse in de file en schuiven we met ons handdoekje tussen de rest van de mensen.

Ik mag graag denken dat ik daarop een uitzondering ben. Zo zijn er nog veel meer, natuurlijk, die net als ik niet snel in die mensenmassa te vinden zijn, maar toch, geen kuddedier hoop ik.

Rustig

Ook al liggen strand en duinen bij mij om de hoek, ik kom er alleen als het rustig is. Vroeg in de ochtend op een zomerse dag is mijn lievelingsmoment om op het strand te zijn. Stil en leeg, met de belofte van een warme dag die nog fijn voelt op je huid. Op mijn gemak dobber ik in de golven, met niks anders dan de zee om me heen. Daar laad mijn batterij van op.

Ik geniet niet van lange rijen, mensenmassa’s en drukte.

Over een paar weken gaan we weer. Rommelen we binnendoor op zoek naar prachtige plekjes natuur. Gewapend met een pot koffie, een stokbrood dat we onderweg bij een fijne franse bakker hebben gescoord en met veel zin om alle drukte achter ons te laten.

De tas met ‘deze boeken wil ik nog lezen’ staat al klaar. En de ruimte voor het herschrijven van mijn thriller roept ook. Zaligheid. Voor even laten we los waar we elke dag vol enthousiasme onze dagen mee vullen en gaan we op zoek naar anders, naar ook heel fijn, lekker met zijn tweetjes 🙂

Grote sprong

Sinds ik mijn thriller aan het herschrijven ben is er naast die ontspanning ook nog een ander gevoel. Er is een schuldgevoel dat aandacht vraagt. Richting al die mensen die mijn boek kochten en er zo enthousiast een mooie recensie over schreven.

Want de originele versie gaat veranderen.

Beter worden. Hoop ik.

Maar die beslissing heb ik niet licht genomen. Ik heb er vaak wakker van gelegen. Heb maanden getwijfeld. En heb uiteindelijk de knoop doorgehakt. Het is mijn verhaal, mijn boek en daarom ook mijn beslissing.

Het contract met de uitgever is ontbonden, mijn boek is uit de verkoop gehaald en het bewerkbare manuscript kreeg ik weer in handen. Na al het gesteggel was dit onderaan de streep de enige keuze die ik kon maken voor mezelf.

Ik kon hem eenvoudigweg niet loslaten, hoe graag ik ook wilde. Steeds als ik in mijn hoofd afscheid had genomen om hem als verloren te beschouwen, fluisterde mijn hart dat ze dat niet wilde. Dat het mijn prestatie was. Mijn worsteling en daarom dus ook mijn overwinning.

Dus sprong ik in het diepe.

In het diepe

Na al dat geaarzel ging ik vorige week langs bij een redacteur met veel ervaring. Ooit had ik eens een schrijfworkshop bij haar gevolgd en zij wilde me helpen. Ik heb ruim drie uur bij haar op de bank gezeten, elke bladzijde hebben we besproken. Aan het eind van de avond bruiste ik weer van de schrijfzin.

Ik kon niet wachten om het verhaal aan te pakken. Schaven, schrappen en herschrijven.

De nieuwe titel is er al: ‘In de schaduw van angst’

Zo mooi. Het past. De nieuwe flaptekst staat als een huis.

Nu hoef ik hem alleen nog maar af te maken en een nieuwe cover te ontwerpen. Zodat ik hem zelf uit kan geven. Ik. Dat lelijke eendje dat nooit ergens bij hoorde 🙂

Tof he?!

Samen

Zij is ernstig ziek, hij ziet zijn leven niet voor zich zonder haar. Ze willen dat onvermijdelijke einde samen aangaan en dat willen ze al jaren. Al sinds ze weten dat het niet heel lang meer duurt zijn de gesprekken doelgerichter geworden, praktischer.

Voor een weggaan hand in hand.

Hun levenspad was grillig, vol verwoesting maar ook vol met groot geluk. Zij was zijn stabiele factor en hij was de hare. Aan meer dan ‘zij samen’ hadden ze geen behoefte. Waar hij ging, ging zij en andersom.

Noodgedwongen komen ze bij ons wonen. De achteruitgang gaat razendsnel en thuis wonen lukt niet meer. In hun hoofd was er dat prachtige plaatje met een afscheid in hun fijne thuis, maar de kwetsbaarheid haalde ze in en nog niet alles was al geregeld.

Hun wens bleef echter onveranderd.

Ik zie hen en denk aan ‘Voorgoed samen‘ ,die prachtige film die werd gemaakt over een echtpaar dat samen heel bewust hun afscheid regelden. De ontroering die ik na het zien van die film voelde roert zich weer in mijn lijf.

Het appartement staat vol foto’s. Van kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Zij tweetjes hebben samen een prachtige familie gecreëerd. Hun liefde oogt hecht, dierbaar, ze hebben aan een half woord van de ander genoeg. Ze kijken uit naar die laatste dag, en zijn overtuigd dat ze alle lieverds die ze ooit verloren weer terug gaan zien.

Afscheid

Het geeft rust dat ze zelf voor hun einde kunnen kiezen. Mogen kiezen. Ze plannen het afscheid van de familie met grote zorgvuldigheid en willen samen met de kinderen een datum prikken. Tot zij ineens, onverwacht en razendsnel, overlijd.

Zijn ontreddering is groot, zijn vastbeslotenheid is echter groter. Ze hadden afgesproken samen afscheid te nemen en hij wijkt niet af van hun afspraak. Hij kan amper wachten om haar te volgen en telt letterlijk de uren.

Zijn afscheid van het aardse leven is binnen een paar dagen rond en hij omarmt zijn einde vol overgave.

Voor de familie is het een rollercoaster van emotie. Maar ik ben diep getroffen door het respect van de achterblijvers, voor die grote wens van hun ouders.

‘Samen in het leven en samen in de dood’

Routine

Ik ben dol op een vleug van routine in mijn werk, ook al is dat lastig als je met mensen werkt. Die routine zoeken lijkt wellicht een tikkie vreemd, maar de herhaling helpt me om mijn werk zo optimaal mogelijk te doen. Op de dagen dat ik dienst had vond ik het fijn om een aantal dagen achter elkaar dezelfde mensen te helpen bij hun zorgvraag. Zo leerde ik hun routine zo goed mogelijk kennen.

Ik leerde de mens kennen.

En ik leerde vooral ook wanneer ‘gewoon’ af ging wijken.

Vlekjes, plekjes of ander ongemak. Onherkenbaar gedrag, een ander humeur of wisselingen in welzijn.

Ik herkende wanner het af ging wijken, linksaf sloeg en waar ik dus bij moest sturen. Zo kon ik op de meest optimale manier zorgen voor die ander.

De immer voortdurende discussie over alle zzp-ers in de zorg snap ik volledig, want om elke dienst met een andere collega te moeten werken is belastend. Het is fijn dat je er niet alleen voorstaat, maar het is zwaarder omdat je voor twee moet denken. Want zij kennen al die zorgvragers nog niet. De routine van de afdeling, het praktische ‘waar vind ik wat’ en ‘wie bel ik wanneer waarvoor’.

Dat zijn extra taken voor die vaste medewerker, die vaak al fors onder druk staat.

Belastend

De ‘ja fijn dat ze er zijn’ is vooral afhankelijk van hoe, waar en wanneer je ze inzet.Laat je ze lukraak losse diensten draaien op verschillende afdelingen dan begrijp ik dat ze vooral als belastend worden gezien. Zij krijgen amper een routine in wat ze waar moeten doen.

Voor deze mensen zal het dus net zo min een feest zijn.

Ik was zelf ook ooit inlener, werkte vervolgens als vaste kracht met inleners en maakte ook heel veel jaren de roosters en planningen voor wijkteams en afdelingen. En zag waar het schuurde. Pasgeleden hoorde ik het een planner nog zeggen: ‘Alle openstaande diensten zijn lekker ingevuld’. Dat er avonddiensten waren waarbij er meer flexers rondliepen dan dat er vast personeel was, en dat dit dus ook iets betekend voor de kwaliteit van diezelfde zorg, zag ze over het hoofd.

Dat kan anders, beter. Echt.

Toen ik zelf als inlener werkte was voor langere tijd, wat tegenwoordig detacheren heet, als tijdelijk onderdeel van een vast team. Net zo verantwoordelijk en betrokken. Ik werd met enige regelmaat teruggevraagd. Ik behield mijn vrijheid, maakte mijn eigen keuzes en kon in heel veel keukens kijken.

Goed voor mijn ontwikkeling, ik leerde steeds iets nieuws.

Dus #ZZPers in de #zorg, ik ben absoluut fan, als je ze maar op de juiste manier inzet.

Opluchting

Ik ben geen schrijver, geen echte in ieder geval, en als ik heel eerlijk ben is die gedachte een opluchting. Die lat kan meteen heerlijk naar beneden, er zijn geen verwachtingen waar ik aan moet voldoen en ik ben volledig vrij in ‘wat wel of wat niet’.

Aan mij is er niets literairs, ik heb geen studie journalistiek gevolgd en ken maar weinig schrijftechnieken.

Alles wat ik doe komt voort uit mijn gevoel.

Als het goed voelt vertaal ik het in letters. Vaak borrelt het op vanuit dat diepste van mijn binnenste, zodat ik het op papier kan zetten. Het is een uit de hand gelopen hobby.

Ik wil de hele wereld vertellen hoe mooi mijn baan is 😊

De druk die ik mezelf in de loop der tijd heb opgelegd is weg en er komt ruimte voor in de plaats. Geen schrijver meer, dat voelt lekker zeg 🙃

Kwam het voort uit een verlangen om ergens bij te horen? Ik heb werkelijk geen idee. Ik vond het vooral mooi, om schrijver te zijn 😇 Het was als een soort glansrol waar ik mezelf wel in wilde zien. We zien onszelf graag als geslaagd, in wat dan ook. Toch?

Maar net als de meeste stempels en hokjes, voelde ook deze benauwend. Een stempel schept bij mezelf namelijk verplichtingen.

Verwachtingen.

Hobby

En ik voel me niet thuis tussen elitaire schrijvers, natuurtalenten of mensen die razend interessante dingen te vertellen hebben. Bestsellerschrijvers. Prijswinnaars en wat niet.

Vanmorgen liep ik al vroeg door het duin en besefte dat alles ineens( vandaar dat blije hoofd)

Ik voel me thuis bij mezelf en mijn eigen fijne wereldje.

En ben geslaagd genoeg in wat ik doe en wie ik ben 🧐

Mijn verhalen blijf ik vertellen.

Over mijn prachtige werk in de #zorg, over onze reizen in dat #VWbusje en over mijn dagelijkse belevenissen.

Die zijn vast ook verre van perfect, net als ik ben 😉

#zorgliefde#schrijven

Vervuld deel 7

Op de rand van het fonteintje lag een nieuwe predictor. Bij elke plas hield ze steeds een ongebruikte onder de straal. En bij elke test verschenen er na een poosje twee streepjes. Twee streepjes die haar leven de vervulling zouden geven waar ze vol hartstocht naar verlangde.

Ze was zo opgetogen geweest toen ze hem het nieuws vertelde. Na die ene nacht hoopte ze dat hij nog open zou staan voor een kop koffie samen, en met het schaamrood op haar kaken had ze hem uitgenodigd. En hij kwam.

Zijn ogen hadden een zachte opslag gehad na haar nieuws, zacht maar vastberaden.

‘Er zit niks anders op dan dat je het weg laten halen Nouk, want ik wil absoluut geen kinderen. Nooit. Dat soort verantwoordelijkheid past niet in mijn leven. Nu niet en later ook niet. En ik pas ervoor om over twintig jaar geconfronteerd te worden met een kind dat contact wil. Geld wil of nog erger. Dit kind is ook van mij en het mag er niet komen. Een nachtje pret moet zonder gevolgen blijven. Zeker dit soort ongewenste gevolgen.’

De test was ook nu weer verkleurd. Het bewijs van dat nieuwe leven dat in haar buik groeide.

Ze had hem gesmeekt om van gedachten te veranderen. Op haar knieën zelfs. Maar hij was onverbiddelijk geweest.

Ogen

‘Ik onderneem stappen als het moet. Als jij die abortus weigert te ondergaan. Ik heb evenveel beslissingsrecht als jij en ik zeg nee’.

De woede die in haar ontstond na zijn onvermurwbare weigering had ook haar verbaasd, en het grote mes had als vanzelf in haar hand gelegen. Ze kon zich niet herinneren dat ze het gepakt had. Looiig en vastberaden lag het in de palm van haar hand genesteld.

Nouk keek naar hem, hoe hij daar voor haar lag. Dat machtige lichaam dat nu als een zielig hoopje mens op haar kille keukenvloer lag. Zijn bloed liep als knikkers in een op hol geslagen knikkerbaan langs de voegen richting de deur, haar spierwitte tegels voor altijd helderrood kleurend. Die zou ze nooit meer goed schoon krijgen. Zijn mobiel rinkelde weer zijn irritante deuntje. Die ongelofelijk prachtige ogen staarden in het niets, hun blik nu koud en leeg. Zonder twijfel had ze het lemmet diep in zijn lijf gestoken. En nog een keer. Hij had verbijsterd naar haar opgekeken tot het moment dat hij door zijn knieën was gezakt. Zijn blik voor altijd glazig.

Maar ze had niet anders gekund.

Deze ontmoeting zou niemand haar ontzeggen.

Vervuld deel 6

Doortastend liep ze door de keuken, ergens achterin een van de kastjes moest ze nog een pot hebben, dat wist ze absoluut zeker. 

De gedachte aan die ene nacht riep een gevoel van schaamte bij haar op. Ze was aangeschoten geweest, en na die vurige vrijpartij had ze de rest van de nacht boven de toiletpot gehangen.

Ziek van gêne en ziek van de drank. 

Er klonk weer luid gerinkel en nu wist ze zeker dat het niet haar telefoon was. Het deuntje werkte op haar zenuwen. Wat moest ze in vredesnaam met dat malle apparaat. Hoe lang zou het duren voor die batterij leeg was en dat onding haar in stilte zou laten nadenken. Achterin het laatste kastje vond ze de pot lemon curd. Zie je wel, tuurlijk had ze gelijk gehad. De slagroom was inmiddels ingezakt en die klodder gele zoetigheid er bovenop hielp de luchtigheid van de slagroom geen sikkepit. Staand aan het aanrecht nam ze twee grote happen. Het viel als een klomp in haar maag en die keerde zich spontaan om van al dat vet en zuur.  

Drank

Haar minnaar was halverwege die nacht snel vertrokken. Hij had haar nog even over haar rug geaaid terwijl ze boven de pot haar ingewanden er bijna uitbraakte. Drank, oesters en slagroom zijn een gruwelijke combinatie als ze de verkeerde kant op reizen. Ze had zich nog kleiner gemaakt, met die warme hand op haar rug, had zich nog ellendiger gevoeld door zijn lieve gebaar. Misschien was hij wel net zo fantastisch van binnen, als hij van buiten was. Maar daar zou ze nu nooit meer achter komen. 

Ze nam nog een laatste hap van haar cake, de rest mikte ze in één beweging in de afvalbak. Het viel met een doffe klap bovenop een hele lading witte staafjes. Ze hield haar adem even in voor ze de deksel dicht liet klappen. Ze moest vanaf nu goed gaan eten, gezonder. Vol vitamines en mineralen.

Buiten sloeg de regen met kracht tegen de keukenramen. De noordenwind huilde om haar huis, alsof hij met haar mee huilde. Omdat die, net als zij, kapotging van verdriet. Het enorme keukenmes lag nutteloos op de grond. De paniek kolkte vanbinnen, langs lemon curd, cake en slagroom, en schudde nietsontziend oud verdriet wakker. 

Groot, bitter en zwaar.

Ze moest weer een plas.

Tamme Toos

Dat ik #IBD heb zie je niet aan de buitenkant. Wat voor mij fijn is want ik negeer dat voldongen feit met verve. ‘Ik heb een ziekte maar ik ben het niet’, roep ik altijd. Hoe minder aandacht ik eraan besteed hoe beter, en dat levensmotto bevalt me prima.

Toch fluit mijn lijf me weleens streng terug, ondanks alle kapstokken waar ik mijn klachten aan op weet te hangen. Die overgang speelt op, de winter duurt te lang of ‘het is gewoon een hele drukke periode geweest’.

Ik kom er niet altijd mee weg, hoe graag ik dat ook wens.

Dat goed zorgen voor mezelf doe ik al heel lang, met wisselend succes en met wisselende gevolgen. Ik rook niet, eet gezond met hier en daar eens een ongezonde uitschieter en dat wekelijkse wijntje verwissel ik steeds vaker voor een nul punt nulletje. Bevalt me ook prima.

Toch wreken drukke periodes zich vaak fysiek bij mij. Dat heeft niks met ‘psychische klachten’ te maken (voor dat woord ben ik inmiddels een tikkie allergisch geworden) maar meer met een lichaam dat minder stoer is dan het oogt. En daar zou ik weleens meer aandacht voor mogen hebben. Te eigenwijs zijn is ook niet goed.

Dat lijf van mij doet braaf wat ik in mijn malle hoofd heb gezet. Kinderen baren, vikingruns als ik 50+ ben en ander soort gedoe wat een aanslag op mijn lijf teweegbrengt. Ja hoor lichaam, doe het maar gewoon even. Een mensenlijf zit razend ingewikkeld en ingenieus in elkaar, en soms weigert het mijn opdrachten.

Van de een op de andere dag gooit ze der kont tegen de krib.

Lichaam

Na een fantastisch weekeind, en het besluit om met die a-typische klachten toch eindelijk eens naar de huisarts te gaan, gaf mijn lijf me te kennen dat ik deze keer niet terug mocht krabbelen. Ze deed me een gruwelnacht cadeau waardoor ik de volgende ochtend al vroeg bij de huisarts zat. Punt gemaakt. Cynt moet iets meer een Tamme Toos zijn.

Ik stort me dus maar weer eens in die molen waar we allemaal mee te maken krijgen maar die we zo graag willen ontlopen.

Diverse onderzoeken, wachten op uitslagen en duidelijk weten te maken bij een arts dat er iets niet in de haak is. Waar ik slechte ervaringen mee heb. Toen ik dertig jaar geleden ziek werd heb ik zes maanden lopen leuren met mijn zieke lijf. ‘Uw bloeduitslagen zijn prima dus het zal wel tussen uw oren zitten mevrouw’. Zelfs ik begon te twijfelen aan mijn gezonde verstand.

Dat ik gelijk kreeg, en ernstig ziek bleek, hielp geen sikkepit.

Deze keer houd ik mijn poot dus maar stijf, glimlach vriendelijk en zeg vervolgens duidelijk dat a-typische klachten ook kunnen duiden op… Nu maar hopen dat ze naar me luistert.

Even niks

Het voorjaar voelt bij tijd en wijlen nog ver weg en elk zonnestraaltje ontvang ik daarom onder luid gejuich. Het lijkt langer te duren voor het wat warmer word. Langer dan voorgaande jaren. Somber en grijs voeren al veel te lang de boventoon.

Toch besloten we te gaan kamperen. In onze zwarte schoonheid liggen we tenslotte hoog en droog, en zolang het niet stortregent vind ik het wel best. De behoefte om er even uit te zijn overheerste. Batterij opladen en dat soort geneuzel, je herkent het ongetwijfeld.

VW camperbusje

Ondanks weersvoorspellingen die niet heel spetterend waren reden we vastbesloten richting het oosten. De Zoete Aagt werd ons doel. Franse sferen, veel groen en knussigheid. De camping toonde veelbelovend op de website.

Berg en dal ‘here we come’ besloten we vol enthousiasme.

Ik merkte pas hoe moe ik was toen ik die eerste nacht een ruige 12 uur achter elkaar wist te slapen. De liefste deed gelukkig vrolijk met me mee. Frisse lucht en stilte doen blijkbaar wonderen. Buiten het verkeer, wat je hier overdag wel hoort, is het hier in de nacht heerlijk stil. En ook de camping is gezellig. Zorgvuldig. Veel brocante, leuke zitjes en groen ( dat deels al stond te stralen en deels nog aan het ontluiken is) Douchen is een feestje door het gebruik van het vele hout en de originaliteit van de vormgeving. Dit is een aanrader, ook door het prachtige gebied waar je echt middenin zit.

buiten is er al veel groen

Buiten

Geen televisie, geen werk of andere bezigheden, alleen maar vogeltjes, frisse lucht en een fijn boek. Vandaag fietsen we rond in het #Reichswald, stonden heerlijk lang onder een hete douche en pakten dat boek er maar weer bij. Ik fietste vroeg in de ochtend naar de buurtwinkel voor wat verse bolletjes en genoot me weer eens te pletter. Hoe minder ik moet van mezelf, hoe relaxter ik wordt. Ik voelde nu pas hoe ik dat gemist heb, om nieuwe plekjes te ontdekken samen met de liefste.

De vrijheid om samen op pad te zijn is onbetaalbaar. Het is van een enorme luxe.

de Orangerie

Kleine geneugten zijn de bom 😉

Ik laat het nieuws links liggen en alles wat er nog meer in de wereld gaande is. We genieten van dat buiten zijn, van elkaar en van ‘even helemaal niks’. Potverdorie wat lekker. Over een paar weken gaan we weer!