Terugkijken op 2024

Ik heb een vreemd jaar achter de rug en dat voel ik extra tijdens dat terugkijken. Ik speelde verstoppertje, zonder me daarvan bewust te zijn.

Van buiten leek ik op wie ik altijd was, van binnen stond ik op standje schreeuwen.
Vol wanhoop zocht ik naar een uitweg. Ik schreef er al vaker over.

Ik voelde me opgesloten in mijn leven, elke dag hetzelfde rondje en waarvoor eigenlijk.
Mijn hele leven voelde compleet nutteloos. Genieten lukte niet, ik was aan het overleven. Dag per dag.

Klinkt dramatisch he?!
Zo voelde het ook.

🤷‍♀️

En ik ben geen prater, gevoelens slok ik op en houd ik verborgen. Zelfs voor mezelf. Ik vind dat moeilijk. Onmogelijk soms. Mijn worstelingen groeiden en stapelden. De angsten werden groter en groter. Slapen lukte nog amper en de nachten duurden een eeuwigheid. In de ochtend sleepte ik me uit bed en deed wat ik moest.
Tot ik knapte.

Inmiddels ben ik op de goede weg, ik begin mezelf weer te worden. Langzaam maar gestaag. Hormoontherapie heeft me enorm geholpen.
Zo opgelucht dat ik mezelf weer herken 🙂

Op naar 2025! Mooie jaarwisseling gewenst aan al mijn lieve meelezers/meelevers!

♥️

Praat

PS Ik deel dit wederom om te laten zien dat de #overgang, en al die #hormoonveranderingen, verwoestend kunnen zijn. Ik zocht de verklaring van mijn klachten in een hele verkeerde hoek. De werkstress en mijn chronische ziekte hielpen ook niet echt mee. Dat is verdrietig, en de gedachtes die ik had waren gruwelijk, maar ik ben weer op de goede weg.

Wees alert en praat erover. Ik jank, juich inwendig en zou mijn geluk eigenlijk van de daken willen schreeuwen. 

Omdat ik me steeds meer mezelf voel. En dat is alles.

Liefs van mij

💋

#overgang#hormoontherapie

Lang leve de hormonen

Sinds ik met hormoontherapie ben begonnen realiseer ik me pas hoe slecht ik me zonder dat minuscule pilletje voelde..

Hoe ik inwendig steeds in paniek was.

Continue aanstond. Angstig was, voor alles.

Ik was mezelf niet en werd dat ook steeds minder. Ik zag geen uitweg en had geen flauw idee hoe ik het op moest lossen. Hoe ik ook zocht het was en bleef uitzichtloos. Dacht ik.

Alles veranderde toen ik mijn huisarts eindelijk vertelde hoe ik me voelde en er een tsunami aan emotie naar buiten golfde.

Ik hoorde mezelf instorten en was oprecht verbaast over de gierende halen van verdriet in mijn stem. Over de rauwe gevoelens die naar bovendreven. Alles wat ik in de hand probeerde te houden maar wat toch uit de bocht vloog, hoe hard ik ook mijn best deed. Wat heb ik gevochten het afgelopen jaar.

Sindsdien is er veel veranderd.

Ik ben nog niet waar ik wil zijn maar ik weet dat ik op de goede weg ben. Al dat weggestopte verdriet manifesteerde zich in mijn lijf, dat ook begon te haperen. En bij nader inzien al heel lang haperde.

Alles komt tegelijk, dat was mijn eerste gedachte.

Maar hoe meer ik stilstond, en leerde, hoe meer kwartjes er op zijn plek vielen. Een gebrek aan bepaalde hormonen kan voor enorme fysieke klachten zorgen. Ik was mezelf aan het afpellen en was eenvoudigweg nog niet bij de kern. Er zat nog meer opgesloten. Verstopt.

Sindsdien ben ik voor mezelf gaan zorgen.

Koor

Op mijn diepste, slechtste moment ben ik bij een koor gaan zingen. Elke week sleepte ik mezelf de deur uit om erheen te gaan. Het voelde loodzwaar en geweldig om samen te kunnen zingen. te verbinden. Na twee uurtjes zingen was ik gesloopt maar ik bleef wel gaan. Daar ben ik trots op, dat ik vastgehouden heb. Mijn koormaatjes zijn me enorm dierbaar geworden.

Dankzij EMDR en hormoontherapie sta ik weer rechtop.

Want ik kan nu ook weer volop genieten van mijn kleindochters. Want dat lukte maar moeilijk, omdat ik mezelf zo in de weg zat. Daar heb ik het allerhardst voor gestreden. Ik kan niet in woorden uitdrukken hoe fijn dat voelt. Dat overweldigende warme gevoel van blijdschap dat in mijn buik huist. Soms zou ik wel willen schreeuwen van opluchting. Om haar de wereld zien ontdekken is goud.

Samen op de fiets, onderwijl zingen we liedjes en klapt zij in der handjes. We spelen kiekeboe en giechelen als ze moet niezen. We ontdekken blaadjes en bloemen en stampen samen in de plassen.

Het is fijn dat ik de gedachten die in mijn hoofd ronddwalen weer herken als van mezelf. Ik voel zelfs af en toe weer een glimp en een glans van alles wat ik voorheen voelde en dacht.

Momentjes van enthousiasme.

Want het komt goed met mij, dat voel ik aan alles. En ik blijf alert, blijft me bewust van grenzen en hoe ik in de wedstrijd zit.

En dat is fantastisch.

Voedsel voor de ziel

In de aanloop naar dat ene moment, waarop ik eindelijk die teugels losliet, was ik me er al van bewust dat ik iets moest. Iets voor mezelf. Iets dat mijn inwendige ik weer zou laten stralen. Ik wist niet wat, en de wanhoop die in hoofd en hart ronddwaalde zorgde niet echt voor scherpte, maar het liet me niet los.

Ik voelde dat ik iets moest gaan doen. Voor mij.

En dat bleef maar aan me knagen.

Schrijver zijn vind ik geweldig, maar ik hoef mijn huis er niet voor uit. Schrijven doe ik thuis. Op zolder, fijn in een hoekje van de bank of knus in bed als er ineens gedachten zijn die ik op wil schrijven. Scenes voor mijn boek. Nieuwe inzichten of een mooie ervaring die ik me onverwacht herinner.

Ik ontmoet alleen de fictieve figuren van mijn boek, geen echte mensen, en het was hoog tijd om nieuwe mensen te ontmoeten, andere dingen te leren. Maar hoe?

Koren heb ik altijd prachtig gevonden. Imposant.

Niveautje kippenvel. Muziek is een grote liefde en mijn smaak is breed.

Zingen

En toen kreeg ik ineens de mogelijkheid om mee te gaan naar de repetitie van een popkoor. Ik zat daar te luisteren naar al die stemmen en voelde het brok in mijn keel groeien. Hoe mooi zou het zijn als ik ook…

Sinds twee maanden zing ik mee. We hebben zes verschillende stemgroepen, wat echt waanzinnig mooi klinkt, en een professionele dirigent. Hij is streng maar ook vooral inspirerend en enthousiast. Voor ik mee mocht zingen nam hij een stemtest bij me af. Bloednerveus was ik, en in de maanden erna moest ik mezelf als aspirantlid bewijzen. Dat ik mee kon komen in dat zanggeweld. Dat ik de teksten leerde en alle stempartijen.

Net in de periode waarop me zo slecht voelde. Moe en niet mezelf.

Toch hield ik vol en het is een van de meest geweldige avonturen die ik ooit ben aangegaan. Muziek maken. Leren zingen. Ik dank mijn goede muziekgeheugen, want veel van de liedjes kende ik al uit mijn hoofd. Ik heb een aanleg voor het onthouden van muziekteksten maar kon dat nooit gebruiken. Tot nu. Het zingen hielp me ontspannen, nare gedachtes loslaten, al was het maar voor even, en er was iets om naar uit te kijken ook al was ik compleet gesloopt na elke repetitie.

Maar met zoveel mensen tegelijk een nummer zingen is voeding voor mijn ziel. Ik had niet gedacht dat het zo wonderschoon zou zijn.

Over een paar weken zingen we tijdens een kerstmarkt in de regio. Ik vind het nu al spannend 🙂

Realistisch

Ik was pas drieëntwintig toen ik chronisch ziek bleek te zijn. Als jonge moeder vond ik het enorm, ziek zijn, en dan vooral de onzekerheid ervan. Wanneer speelt het weer op? Hoe zorg ik voor mijn kleintje als ik amper op mijn benen kan staan? Ik kreeg vanuit het ziekenhuis nagenoeg geen informatie mee en moest het zelf maar uitzoeken. De ziekte van #Crohn was zeldzaam en internet bestond nog niet.

Ik ben nogal van het vastbijten en opgegroeid met het idee dat 40 graden koorts hebben pas ziek is. Doorgaan kreeg ik met de paplepel ingegoten. Een prachtige waardevolle les. Dus zocht ik zelf een weg temidden van al het gedoe. Als ik moest werken at ik de hele dag niet, dan hoefde ik niet zo vaak naar het toilet. De jaren dat ik in de thuiszorg werkte wist ik precies waar een knappe WC te vinden was, en in de jaren dat ik in mijn eigen buurt in de thuiszorg werkte racete ik gewoon naar mijn eigen huis.

Je wordt vanzelf creatief. Dat ik er beter over had kunnen praten zodat ik het niet alleen hoefde te doen kwam niet in me op.

Dat ik altijd pijn had werd logisch. Het werd onderdeel van mijn dag. Dat het heel veel energie kost, en mijn lijf en hoofd wel steeds bezig zijn, vergat ik voor het gemak. Het ‘niet zo miepen’ voerde ik te ver door.

Ik heb een hekel aan gemopper. Al mijn pijntjes benoemen vind ik geneuzel. Ze zijn er echter wel. Dat het dus ook wel iets me me doet is logisch, maar dat stopte ik standaard weg. Het is hoog tijd dat ik onder ogen zie dat het me soms in de weg zit.

Les

Dat het er is en niet weggaat. Hoe goed ik ook voor mezelf zorg.

Die fysieke zelfzorg maakte dat mijn ziekte best wat jaren heel prima te dragen was. Vaak lig ik al om een uur of acht in mijn mandje. Dat lijf heeft rust nodig en werken kost energie. Gezond eten is ook van belang, dus halen we de boodschappen bij bakker, slager en groenteboer. En daar kook ik allerlei fijne stoofjes van. Mijn mentale gezondheid liet ik versloffen. Ik was toch sterk?

Mijn MDL arts zei pasgeleden dat het laatste deel van mijn dunne darm weer ontstoken was. ‘Dus het valt allemaal wel mee’. Dat is dan meteen ook de overtuiging die ik adopteer. Ik ga voorbij aan hoe het voor mij voelt, ga voorbij aan het feit dat mijn lijf ziek is. Dat ik er aandacht voor mag hebben.

Het is tijd om mijn verstopte verdriet onder ogen te zien, ook het verdriet om deze waardeloze ziekte.

Ben je vijfenvijftig en dan is dat de les die je nog moet leren…

Kees

Kees stond voor het raam naar buiten te kijken. 

De wolken oogden dreigend. Zwart.

‘Er zit onweer in de lucht Anja, zouden de buren wel op tijd binnen zijn denk je? Voor het noodweer losbarst? Die zijn zeker nog in hun moestuin’?

‘Wat kan mij dat nou schelen’. Anja haar breipennen tikten tegen elkaar, het venijn lag besloten in haar blik. 

‘Jij altijd met je geneuzel over de buren’.

Kees nam een hap van de wortel die hij in zijn hand had, keek naar zijn Anja die op haar vaste plek bij de verwarming zat, met dat eeuwige breiwerk in haar handen, en draaide zich daarna weer terug naar het raam.

De buren zouden niet op tijd binnen zijn.

En hij was de enige die dat zeker wist.

#schrijfuitdaging #200woorden

Moeder

Moeder.

Hij bleef het bizar vinden om zo genoemd te worden.

Het voelde als een titel die niet bij hem hoorde, om meerdere redenen.

Allereerst was hij een man, dus praktisch gezien kon hij geen moeder zijn, alle gender-discussies voor het gemak voor nu opzij schuivend.

Daarbij had hij bij de titel van moeder zelf hele andere associaties. Vrouwen met gebloemde schorten en zacht golvende kapsels trokken aan zijn geestesoog voorbij. Huismoeders. Geboren verzorgers. Vrouwen vol van moederinstincten die een kind konden maken met hun lichaam, een kind konden baren en voeden met hun lichaam.

Terwijl hij in de spiegel keek grijnsde hij ongewild om zijn eigen spiegelbeeld, zijn kale kop en wilde baard leken in de verste verte niet op de huismoeders uit zijn eigen gedachten.

Huismoeders

Hij keek even naar het bundeltje dat hij in zijn armen droeg, dat bundeltje dat hem over een poosje hopelijk ook moeder zou noemen. Net als alle andere kinderen die hij onder zijn hoede had genomen. 

Ergens was het begonnen, ook al wist hij niet precies meer maar. Of bij wie. 

Rosie. Hij glimlachte. Hoe had hij dat kunnen vergeten. Rosie was zonder twijfel de eerste geweest. Ze was op een ochtend wakker geworden, had naar hem gekeken terwijl hij de pannenkoeken voor het ontbijt stond te bakken en had hem moeder genoemd. En de andere kinderen hadden zonder aarzelen haar voorbeeld gevolgd. Sinds die ene dag was het altijd moeder gebleven.

Het bundeltje huilde, zachtjes, alsof het vooral niet teveel geluid mocht maken. Nog niet wetend dat het veilig was bij hem om luidruchtig te zijn. 

Hij liep de keuken in. Op het aanrecht lag een brief van het ziekenhuis. De brief. Zonder dat hij hem geopend had wist hij al wat erin stond. Zijn lijf had hem allang verteld dat het foute boel was. 

Hij pakte de verwarmde fles uit de houder die op het aanrecht stond, controleerde de temperatuur van de melk door een druppel op de binnenkant van zijn pols te druppelen en stopte de speen vervolgens zachtjes in de mond van het mopperende bundeltje kind in zijn armen. De geur van de baby was als liefde. Geborgenheid. Het omhelsde hem, troostte. Hij stopte zijn neus even in de zachte babyhals en sloot een moment zijn ogen.

Het bundeltje dronk gretig, gehaast.

Binnenkort zou hij dit alles achter moeten laten. Zou hij het beginnende gebrabbel van dit kleintje nog mee mogen maken? Om nog één keer moeder te mogen worden, en zich die trotse titel toe te mogen eigenen, zou overweldigend mooi zijn. 

Voorzichtig liet hij zich in de oude schommelstoel zakken. Het bundeltje lag knus in zijn sterke armen te slapen.

Moeder. 

Hij begreep het.

Het was de enige titel die hij echt was en de enige die hij ooit wilde zijn..

Pellen

Langzamerhand pel ik af wat ik dacht verwerkt te hebben. Nu blijkt dat ik het gewoonweg had weggestopt. Want een plekje geven, en je gevoelens onder ogen zien, hoe doe je dat eigenlijk. Woorden geven aan gevoel kan ik heel goed, maar nu blijkt ook dat ik een hele groep aan gevoelens kan maskeren.

Wegstoppen. Negeren.

Ik schreef eromheen. Naar sommige plekken durf ik niet en dat weet ik dondersgoed. Maar die plek is zo persoonlijk, daar huist een bakwagen aan verdriet waar ik niet heen durf. Gelukkig krijg ik hulp, hoef ik het niet alleen te doen, en dat is fijn. Thuis is lief, daar is een brede schouder waar ik altijd op mag leunen, en op het werk zijn er collega’s die me laten lachen. Tranen met tuiten soms.

Want hoe gek dat ook klinkt, ook dat is er nog gewoon. Lachen. Slap met gierende uithalen, dikke tranen. Dat houd ik vast, met twee handen. Daar wil ik bijhoren. Bij blijven horen.

Energie

Ook al voelt alles wat ik elke dag moet als een opgave. Elke taak, al het moeten, ik zie er tegenop. Daarom mag ik niet te ver vooruit kijken van mezelf. Gewoon alleen vandaag is groot genoeg. En buiten de dingen die echt moeten, zoals werk, hoef ik bijzonder weinig van mezelf. Wil ik naar buiten? Gaan. Klein rondje wandelen inclusief boodschap of urenlang ronddwalen in het bos, alles is goed. Op de bank met een boek? Doen. Zingend door mijn huis? Gaan! Keihard meezingen. Sommige liedjes tien keer omdat ze zo mooi zijn.

De huisarts is een fijn klankbord. Zij laat zien dat ik geen last heb van aanstelleritis, dat alles waar ik nu mee worstel energie kost. PTSS gerelateerde klachten benoemt ze, ook al voelt dat beladen. De overgangsstorm die me als een tsunami overhoop blies en die chronische ziekte die een grote rol speelt. Dat ik het beetje energie dat ik heb mag besteden aan mij. Dat ik tijd mag nemen. Gelukkig zegt ze ook dat ze gelooft dat het goed komt, ook al weet ik dat zelf heel goed. Dat voel ik, ook al duurt het nog even.

En dat is ook goed.

Ik mis mezelf, het enthousiasme dat altijd aan me kleefde en die sprankel. De energie. Maar ik weet nu ook dat een deel van mij niet eerlijk is geweest. Het is een vorm van lafheid, omdat ik mijn eigen pijn niet wilde laten zien. Dat doordraven in het zorgen voor een ander was wellicht onmacht, mijn eigen onvermogen om voor mezelf te zorgen.

Wie zal het zeggen.

Mijn eigen ‘wicky-de viking’-momentje

Zo’n 5,5 jaar geleden besloot ik spontaan ontslag te nemen, ik was er van overtuigd dat ik overspannen was.Ziekmelden wilde ik niet dus zat er maar één ding op.

Ik was leeg. Moegestreden. Werken in de directe zorg was niet meer voor mij. Dacht ik.

In plaats van thuis te gaan zitten, verplichte bezoeken aan de bedrijfsarts en zonder twijfel een traject van reintegratie te moeten opvolgen, ging ik maar gewoon weg. Ik had er geen kracht voor om mezelf aan wie dan ook uit te leggen, ik begreep zelf amper wat ik aan het doen was.

Het enige dat ik zeker wist was dat ik mezelf zo snel mogelijk uit die situatie moest halen, dus dat was wat ik deed.

Inmiddels zie ik die algehele meltdown, dat impulsieve ontslag nemen en dat jaar dat ik ergens anders ging werken in een heel ander licht. Inmiddels denk ik dat de stress van alles wat zich in die periode afspeelde, een niet verwerkt trauma dat ik zo diep mogelijk weggestopt had én veranderende hormonen, een grote rol speelden.

Work in progress

Niet over mijn eigen gevoelens kunnen praten, maar bovenal het gevoel van een ander voorrang geven, brak me genadeloos op. Het is voor mij een struikelblok waar ik me niet van bewust was. Tot nu.

Nu ik een stap terug heb genomen. Nu ik tijd heb, en rust.

Echt te voelen.

Het maakt dat ik alle worstelingen van de afgelopen jaren onder de loep aan het nemen ben. Mezelf oprechte vragen stel en naar mijn persoonlijke antwoorden durf te kijken. Het klinkt allemaal nogal heftig als ik mijn eigen woorden teruglees maar ik denk dat het klopt. Ik heb wel vaker rigoreuze beslissingen genomen, maar de paniek die ik toen ervaarde voelde ik de afgelopen maanden weer net als toen. Heviger misschien wel. En wat ik nu dus vooral niet moet doen is dat alles onder de mat schuiven.

Want is het eigenlijk niet zo dat ik al jaren aan het aankloten ben? En dat het hoog tijd is dat ik daar eens mee ophoud? Work in progress, maar nu echt. Deze keer ga ik het serieus aanpakken. Naar daar waar het pijn doet. Ik kijk er naar uit en ik zie er tegenop. Gek hè?!

Ruis

Er zijn zat momenten geweest dat ik de afgelopen maanden dacht dat ik last had van aanstelleritis. Dat is het probleem met dat gebrek aan gezond egoïsme of aan zelfzorg, op die plek ontstaan de wildste ideeën. Ruis ging de overhand krijgen.

En als je eenmaal denkt dat je aanstelleritis hebt, neemt het in je hoofd steeds meer ruimte in. Het zorgt ervoor dat je voor jezelf steeds minder ruimte in durft te nemen.

Dat sneeuwbaleffect denderde inwendig voort. Ik probeerde vooral mooi weer te spelen terwijl van binnen de paniek in overdrive ging. Om vervolgens ’s nachts wakker te liggen en wanhopig te bedenken ‘hoe nu verder’.

Doordat alle stress in mijn lijf ging stapelen, er een gebrek ontstond aan kwalitatief goede slaap en mijn chronische ziekte vervolgens ook uit remissie ging, raakte ik het spoor bijster. Tel daarbij weggestopt gedoe op en toenemende overgangsklachten. Daar vond ik mezelf, op een plek waar ik niet wilde zijn.

Zelfs schrijven lukte niet meer, niet meer echt.

Ergens moest iets radicaal anders.

Hormoontherapie

Inmiddels durf ik steeds vaker mijn kwetsbaarheid te laten zien, ook aan mezelf. Vooral aan mezelf. Onder ogen te zien dat het schuurt.

En het gekke is, nu ik het hardop uitspreek krijg ik van ladingen mensen herkenning terug. Ervaringsverhalen die mij geruststellen. Dat het niet uitzonderlijk is wat er met me gebeurd. Ik kan onmogelijk onder woorden brengen hoe fijn dat voelt.

Het maakt dat ik mijn gevoelens verder durf af te pellen, en echt te ervaren wat het met mij doet. Ik onderzoek mijn eigen pijn. Stapje voor stapje. In plaats van het weg te stoppen en maar weer door te gaan, heb ik er aandacht voor.

Dankzij een artikel in een damesblad( dank #libelle), een huisarts die naar me luisterde en mijn eigen gezonde verstand( die gewoon nog aanwezig bleek te zijn) is de eerste horde inmiddels genomen. Een kleine drie weken geleden ben ik met #hormoontherapie begonnen.

Voorheen dacht ik dat het niks voor mij was. Ik had er al best wat over gelezen, en dan vooral dat veel vrouwen moeten strijden voor een recept. Nu ik een paar weken onderweg ben merk ik het verschil. En het is niet te beschrijven wat er ontstaat.

Maar ik realiseer me ook dat ik mezelf juist nu ruimte moet geven. Dit keerpunt geeft me de mogelijkheid om met die warboel aan de slag te gaan. Al wat verwaarloost werd, alles wat ik negeerde en al het verdriet wat nu mag zijn. Ook wat betreft die chronische ziekte waar ik het zo moeilijk mee heb. De letterlijke pijn die ik elke dag meedraag en die ik vol hartstocht negeerde.

Wat als…ik een stap terug ga doen, gaat dat me vooruit helpen? Fingers crossed!