De kelderdeur staat op een kier

De kelderdeur staat op een kier en ik houd mijn adem in. Weet ik het zeker? Want wat als ik vind wat ik er verwacht te vinden. In een vlaag van overmoedigheid trek ik de deur verder open en stap op de eerste tree. Hij kraakt luidkeels. Mijn hand tast naar de bakelieten lichtknop die zich met tegenzin laat omdraaien, het kale peertje geeft amper licht en laat de diepte pikdonker.

De diepte staart naar me, als een kilte die me in zijn greep wil krijgen.

Een grondspin kruipt vastbesloten de hebberige klauwen van het donker in. Een huivering spoed zich langs mijn ruggengraat en zet al mijn lijf op alert. De angst kruipt ongenadig door mijn buik en laat een verwoestend spoor achter.

Het is er muf en vochtig.

Ooit stonden hier de hoge hakken van oma. Bloedmooi en vlijmscherp naast elkaar, strak in het gelid als soldaten. Nu ligt er alleen nog vuil stof op de verbleekte planken. Ik zucht diep en veeg mijn klamme handen af aan mijn geruite schort. Vergezelt door het geweeklaag van het protesterende hout loop ik naar beneden. Balancerend op de laatste smalle tree zie ik het liggen. In die gruwelijke seconden, nadat ik de weddenschap verloor, wist ik dat dit ging gebeuren. De hobbel in de diepte beweegt en mijn wereld begint te wankelen.

Met meer wanhoop dan moed zet ik mijn laatste stap

Lek

‘Eigenlijk ben je dus constant dit soort gevechtjes aan het voeren. De hele week, en elke week opnieuw. En je kan het met niemand delen, het even van je afpraten. Geen wonder Cynt’.

Het is alsof er een kwartje de jukebox inrolt en precies het juiste knopje aandrukt. Inwendig komt er direct van alles in beweging, een aaneenschakeling van kwartjes vallen op hun plek. Een soort ‘ah, daarom’ momentje. Daarom ben ik steeds lek de laatste maanden, heb ik angstdromen en een knoop in mijn lijf. Voel ik me bij tijd en wijlen somber, zonder een echte aanleiding. Ben ik zo ontzettend moe.

In mijn eigen hoofd viel het woord ongelukkig zelfs al een aantal keer.

Dat chagrijn past niet bij me, maar ik kon die zere plek maar niet vinden om mijn vinger op te leggen. In mijn hoofd stoven wilde gedachten alle kanten op. En steeds opnieuw zocht ik de oorzaak bij mezelf. Ik begon me af te sluiten, ik voelde het en wist me geen raad.

Want er was niks bijzonders aan de hand. Ik nam alles in mijn leven uitgebreid onder de loep, alles vinkte ik af. Geen gekkigheid en toch….

Toch was er dat scherpe verdriet dat vlak aan de oppervlakte op de loer lag.

Dat opstapelen is wel iets dat ik bij mezelf herken. Ik vind het lastig om gedoe uit te spreken, om elke betonnen muur waar ik tegenaan loop in mijn werk te benoemen en de onmacht die ik ervaar bij de dagelijkse ellende. Ik vind mezelf al snel een zeurpiet. Dus slik ik het in. En ik hoor het je zeggen, ‘maak van je hart geen moordkuil’.

Zere plek

Maar soms weet ik oprecht niet dat het inwendig aan het stapelen is.

Ik benijd de mensen die altijd direct hun gevoel weten te analyseren. Bij mij duurt het een poosje. Jaren soms. Het hoopt zich op en daar ben ik me niet altijd van bewust. In mijn ogen is het een combinatie van karakter, opvoeding en mijn beroepsgroep. Doorgaan hoort bij me. Dat ik een gevoelige ziel heb en dus onderhuids heel veel verdriet opsla is een lastige complicatie, en het bijt me na een poos dus in mijn spreekwoordelijke achterwerk.

Toen ik onverwacht in gesprek raakte met iemand waar ik veel vertrouwen in heb, wees hij zonder aarzelen naar daar waar het schuurt. Bracht hij moeiteloos onder woorden waar ik al maanden onbewust mee worstel. En spreekt hij uit dat het heel natuurlijk is, wat ik voel.

Zo fijn dat hij dat voor me wilde samenvatten, en me die ruimte gaf. Nu weet ik eindelijk weer welke kant ik op moet.

Kralenketting

Hupsend staat ze voor de voordeur. Het is vertederend, dat blije toetje als ik de deur open doe. Deze schattebout is hier altijd welkom. Haar kleintje broertje stort zich vrolijk in mijn armen.’Boeboe’ krijgt een dikke knuffel, waarna hij zich langs mij heen wurmt, onze gang in. Deze blonde peuter gaat op zoek naar de auto’s. De rode met de bloemen op de zijkant is zijn favoriet want die heeft een schuifdeur. Een schuifdeur die ik elke keer opnieuw even open moet maken, zijn vingertjes kunnen dat nog niet.

Zijn zus staat ongeduldig te wachten. In haar handen heeft ze een pracht van een kralenketting. Groen, roze en geel. Als een vrolijk boeketje bloemen, zo oogt het. ‘Voor buuffie’, glundert ze en drukt de ketting in mijn handen. Ik hang hem om mijn hals en bewonder uitvoerig. Ze straalt.

Wat cadeautjes betreft worden we goed bedeeld.

Op mijn verjaardag kreeg ik al bloemen en een tekening, we krijgen baksels als ze mama in de keuken heeft geholpen en laatst kwam ze een pracht van een knutselwerkje brengen. Roze met glitters en prinsessen. De buurman gaf hem een mooi plekje in onze woonkamer. Als ze op visite komt loopt ze altijd door naar de keuken. Op zoek naar de buurman, die verstopt zich er vaak, en op zoek naar alle tekeningen die ze voor ons maakte. Ze hangen gezellig met zijn allen op de koelkast.

Cadeautjes

‘Die heeft Aimy gemaakt’.

Ze zijn allemaal prachtig moppie, en we laten je kunstwerken gezellig op hun plek hangen. Onze keuken is als een galerie inmiddels 😉

Haar broertje banjert achter me aan de kamer in, met zijn favoriet in zijn knuisten geklemd. ‘Boeboe’, zegt hij vrolijk. ‘Openmaken’, vraag ik? Hij knikt van ja. Die schuifdeur is steeds weer een feestje 😉

Als mama roept stormen ze ook weer vol enthousiasme richting de buren, na een dikke knuffel en een lading handkussen. Want ook van eten worden deze twee blij 🙂

Dag snoessies!

Vervoering

Zodra de schuifdeuren van de zorglocatie opengaan dwarrelen pianoklanken me tegemoet. Ik ben dol op muziek en heb een onvervalst zwak voor de piano, als jong meisje wilde ik niets liever dan piano leren spelen. Niet gelukt helaas, ik heb er geen aanleg voor.

Zonder enige twijfel volg ik het geluid, op de gok sla ik linksaf een gang in. De start van mijn werkdag kan nog wel vijf minuten wachten. Ik duw de deuren open van het restaurant, het is er nog donker en vertwijfelt sta ik om me heen te kijken. Zou ik me dan gewoon vergissen en kwamen de klanken uit een radio?

Ik kan het me eigenlijk niet voorstellen. De muziek is te mooi, te echt. Niet blikkerig zoals uit een box maar levendig. Warm.

Als mijn ogen gewend zijn aan het donker loop ik iets verder het restaurant in. Ik kan inmiddels vaag wat vormen onderscheiden. Stoelen, een tafel. En dan zie ik hem zitten. Zijn rolstoel past precies onder de piano. Na de laatste toon laat hij zijn handen nog even op de toetsen rusten. Ik klap enthousiast, hij draait zijn hoofd om en lacht.

Ik complimenteer hem met zijn spel, hij verteld dat hij nog maar net wakker is. ‘Woont u hier of verblijft u hier tijdelijk’, vraag ik. ‘Ik woon hier. Mijn hele lichaam is kapot, maar gelukkig zijn mijn handen en mijn hoofd nog goed. Dus kan ik fijn blijven spelen’.

Piano

Hij speelt spontaan een swingend bluesnummer, en ik besluit nog even te blijven. We praten nog wat, over niks eigenlijk, koetjes en kalfjes. Ik vind het mooi, dit soort momenten. Hij vraagt of ik ‘a whiter shade of pale’ ken. Als ik knik begint hij het nummer te spelen.

Ondanks zijn ziekte en alles wat hem is overkomen zie ik hem genieten van de muziek. Die piano houd hem op de been. In gedachten maak ik een diepe buiging voor dit dappere mens. Ik applaudisseer nog een keer, bedank hem voor zijn prachtige spel en neem afscheid. Terwijl ik wegloop speelt hij nog een echte Hollandse tranentrekker.

Met een grote grijns ga ik achter mijn bureau zitten, mijn hart is vol en warm. Werken in de zorg is wonderschoon, en op sommige dagen extra prachtig.

Natuur

Ik kan me nog weleens verloren voelen, in die almaar voortrazende wereld. Die gaat me te snel soms. Een constante stroom van prikkels en gebeurtenissen, het past me allemaal niet.

Ik zoek naar een modus om weer rust in te bouwen. Nog meer rust.

Mijn baan is een drukke. En het verslind me soms, de zorg voor anderen. Er zijn genoeg dagen waarbij ik uren op het puntje van mijn stoel zit, zoekend naar ruimte. Of een oplossing voor een probleem.

Voor al die mensen die zoeken naar een uitgestoken hand, een beetje hulp. De ruimte die er is om iemand te helpen is claustrofobisch soms, de fijne lijntjes die steeds fijner, dunner of onmogelijk te vinden zijn.

Maar het is niet alleen dat wat me bezighoud. Onze wereld is een schreeuwende geworden. Er is een constante roep om aandacht, om ‘kijk naar mij’ en toenemend geweld. Wie zich onheus bejegend voelt neemt het recht in eigen hand, en elk excuus om wat dan ook te rechtvaardigen wordt niet geschuwd.

Het voelt kwetsbaar, die neerwaartse spiraal.

We gaan voorbij aan alle mooiheid van deze planeet. Oorlogen maken mensenlevens en warme thuishavens van zoveel mensen kapot, om macht en bezit. Ik begrijp er steeds minder van. Waarom mensen denken dat ze het recht hebben een ander schade toe te brengen met als excuus omdat je vind dat je er recht op hebt. De bizatheid beneemt me de adem.

Ik probeer mijn wereld steeds kleiner te houden, verlang naar een fijn stil plekje ergens midden in de natuur waar ik na kan denken. Waar ik kan genieten van eenvoud, zonder schreeuwerige mensen die zich de wereld toe-eigenen.

Hoe doen jullie dat, rechtop blijven staan in het huidige geweld?

Goed nieuws

Ik vind het heerlijk om goed nieuws te brengen. 
Te vaak zag ik verdriet dat rauw en bruut zijn werk deed. 

Iets positiefs mogen overbrengen is daarom fantastisch

In dit geval ging het om een echtpaar. Plekken voor ‘fijn samen’ zijn zeldzaam, als die dus ineens langskomt is dat mooi. Ik voelde een kriebel in mijn eigen buik toen ik de telefoon pakte om de boodschap af te leveren. 

Want ik weet wat mijn woorden aan impact teweegbrengen aan de andere kant van de lijn.

Want hoe mooi die plek voor ‘fijn nog met zijn tweetjes’ is, het betekent tegelijkertijd ook veel afscheid. 

Afscheid van die plek die soms al zo heel erg lang thuis is. Waar kinderen en kleinkinderen joelend door de kamers hebben gerend. Waar elke vlek en scheur een eigen verhaal heeft. 

Afscheid nemen van spulletjes die niet mee kunnen, van dat gezellige buurtje, van zoveel meer dan op het eerste oog lijkt. Ook al weet je van binnen allang dat het niet meer gaat thuis, dat teveel niet meer lukt. Omdat je lijf kraakt en piept en dat gevoel van veiligheid steeds verder afneemt.

Oorverdovend

De ontroering van dochter klinkt oorverdovend door de telefoon, stilte en tranen. Opluchting en verdriet gaan hand in hand. Ik ben ook stil en laat haar op adem komen. Het gesprek dat volgt is wonderschoon en elk woord is raak. 

Alles wordt besproken.

‘Ik ratel’, zegt ze verontschuldigend. Ik druk haar op het hart dat het begrijpelijk is. 

‘Bel straks rustig nog even terug als je toch nog vragen hebt die je nu niet gesteld heb, zeg ik, het is veel wat er nu in je hoofd rondspookt’.

Ze bedankt me. Meermaals. Onnodig, natuurlijk, maar ik realiseer me weer eens hoe fijn het is om hulp te krijgen als je het zelf even niet meer weet. #verpleegkundige#ikzorg#zorgliefde

Nachtschreeuwers

Hun stemmen klinken onnatuurlijk luid, het verbreekt ruw de serene stilte van de nacht. Ik ben meteen wakker en luister een poosje. Het gaat nergens over, zoveel is duidelijk. Kwajongens gebral en stoerdoenerij. De muziek gaat nog een tandje harder, het gebonk galmt door de straat. Ik vraag me af of ze zich realiseren dat hier mensen wonen, kinderen, die allemaal op één oor liggen.

Of misschien boeit het ze gewoon niet.

Ik werp een blik op mijn wekker, hij zegt dat het 1 minuut voor vier is. Ik stap uit bed en kijk uit mijn slaapkamerraam, zoek naar de gedaantes op straat. Na een minuut of twintig stappen ze in de auto, met de ramen open kan de muziek overduidelijk nog een tandje harder. Ik kruip mijn bed weer in en probeer in slaap te vallen.

Een week later is het wederom feest. Een groepje jongeren staat een half uur voluit naar elkaar te schreeuwen op de hoek van de straat. Soms duurt het uren, soms zijn ze binnen een kwartier vertrokken. Het is een terugkerend fenomeen.

Overlast

Wij wonen middenin het centrum van ons mooie dorp. En het is een absolute prachtplek. Ik wil voor geen goud ergens anders wonen. Ons huis, de mensen die net als wij in dit straatje wonen en de plek waar het staat zijn perfect. Alleen de nachten zijn in het weekeind vaak een tikkie roerig.

Als ik weer eens wakker lig denk ik terug aan mijn eigen stap-periodes. In mijn beleving ging ik gewoon naar huis als de kroeg dichtging. Wij stonden niet op straat te schreeuwen, draaiden geen harde muziek middenin de nacht en veroorzaakten nooit overlast.

Volgens mij. Maar wellicht heb ik een selectief geheugen, geen idee 😉

Afgelopen zaterdag regende het pijpenstelen. Middenin de nacht werd ik wakker, druppels ruisten langs takken en bomen, het getik op ons slaapkamerraam klonk als een lieflijk melodietje. Met een grijns kroop ik fijn diep onder mijn dikke donzen.

Af en toe is slecht weer een zegen

Verliefd op het leven

Vannacht lag ik wakker. ‘Wat nou als je weet dat er voor jou geen morgen meer komt’, dacht ik bij mezelf.

Dat je nooit meer een oogverblindende zonsopgang meemaakt, nooit meer fijn wakker word voor de start van een nieuwe dag en nooit meer halfslaperig knus tegen je liefste aan kan kruipen.

De gedachte aan ‘nooit meer’ golfde als een vloedgolf over me heen. ‘Hoe doe je dat. Hoe kun je überhaupt die gedachte aan’. De enormiteit van dat feit zorgde bij mij al voor paniek en met mij is er niks loos.

Ik voelde intens verdriet, en een hele hoop andere gevoelens waar ik geen woorden voor kan vinden.

Ik ben dol op het leven, verliefd durf ik wel te zeggen, en de wetenschap dat het leven eindig is zorgt voor iets van somberheid. Angst op momenten. De fragiliteit van zoveel mooiigheid waar een tijdsklok op zit.

Er is nog te veel leven te leven. Ik zie elke dag hoe snel het afgelopen kan zijn, hoe zomaar ineens alles zo heel erg anders kan zijn. Wegglippend, ondanks angstvallig vasthouden.

Donker

Ik moet er niet teveel bij stilstaan, ik weet het heus. En ik doe het ook echt niet vaak. Ik ben een blij mens en kan overal zonnestralen inzien. Glimpjes en glinstertjes. Een tevreden dankbaarheid vult me van mijn kruin tot aan mijn tenen. Elke dag opnieuw. Maar gisternacht, in het stille donker, vloog het me onverwacht aan. De bewustwording van die eindigheid.

Dat er mensen bestaan op deze planeet die weten dat er voor hen geen nieuwe zonsopgang meer komt. Geen genieten van verse sneeuwvlokken op intens rode wangen, geen woeste tegenwind voelen op een verlaten strand of een mager eerste lentezonnetje op hun blote huid voelen kriebelen.

Hoe overweldigend moet dat zijn. Dat weten.

Ik heb respect en bewondering voor onze mooie wereld. En ik blijf hopen dat oorlog en geweld het komende nieuwe jaar verdwijnen. Uitsterven. Dat honger, ziekte en onnodige agressie verdwijnt, en het schade toebrengen aan een ander alleen nog in geschiedenisboekjes bestaat.

Had ik maar een toverstokje…..

Mona

Bijna elke dag fietst hij ons huis voorbij. Gebogen over zijn stuur, zijn sjaal wapperend als een op hol geslagen vlag in zijn kielzog, trapt hij doelgericht onze straat door. En ik weet precies waar hij heen gaat.

Hij is onderweg naar zijn vrouw Mona. Of beter gezegd naar haar graf.

Ik voel bij mezelf altijd een steekje als ik hem zie fietsen. Bij de herinnering aan haar pijn en de worsteling die zij dagelijks voerde om haar verdriet te boven te komen. Ermee te leren leven.

Er ‘het beste van te maken’.

Maar het beste maken was bij lange na niet genoeg, hoe graag ze dat ook wilde. De diepte van de onmacht dat in haar binnenste tegen haar sprak was simpelweg te groot.

‘Als ik toen, of was ik toen maar’, op de repeteerstand.

Ik bewonderde haar veerkracht. De veerkracht waardoor ze elke dag toch weer haar bed uitstapte. En zichzelf dwong om te doen wat ze doen moest.

En ik had net zoveel begrip voor al die momenten waarop het niet meer ging. Wanneer ze al dat gevoel niet meer de baas kon. Op die dagen verorberde ze hele pakken koek, zat ze de hele dag op de bank en negeerde haar scootmobiel, die nagelnieuw in de schuur op haar wachtte, met steeds een nieuwe reden.

Schade

In haar uppie de straat op, waar het normale leven voor al die gezonde mensen gewoon maar doordraaide, wilde ze meer dan wat ook. Maar ze kon het niet. Niet in haar eentje. Soms ging ze naar buiten, maar altijd samen met hem. Hij duwde haar rolstoel vanuit de parkeergarage naar de winkel voor een boodschap en hielp haar daarna snel weer terug de auto in.

Terug naar haar veilige huis. Die scootmobiel is al die jaren de schuur niet uit geweest.

Mona was een veertiger toen ik voor het eerst voor haar ging zorgen. Precies even oud als ik toen was. Ze was aan huis gekluisterd, als gevolg van een heftig ongeluk. De schade aan haar lijf was enorm. De schade aan haar mentale gezondheid bleef net zo rauw en vers als was het ongeluk nog maar net gebeurd.

Ik bezocht haar bijna dagelijks. De bruutheid van het verschil in onze levens was steeds opnieuw gespreksonderwerp. Ze praatte graag en veel over het ongeluk, herhaalde elk detail steeds opnieuw. En ook al was ze dankbaar voor het leven, het verdriet om wat ze was verloren kwam ook steeds voorbij.

De schade die aan haar lijf was veroorzaakt zorgde steeds vaker voor stukjes afscheid, tot het definitieve afscheid zich aandiende.

Dag lieve Mona, ik gunde je met heel mijn hart, een nieuwe kans.

Dank 2023

Wat een jaar was 2023. 
Wederom. 
Mijn tweede boek kwam uit, wat een bijzonder moment was dat toen ik die in handen kreeg.

Echt niet alles waar ik dit jaar op hoopte lukte, en toch lukte er meer dan genoeg. 

Allereerst wil ik Jonathan Heesen bedanken. Hij was de eerste die vol overtuiging in mij en mijn stukjes geloofde. 
En hij bleef erin geloven, vol overtuiging 😊 

Dank daarvoor!

Ook een oprecht merci aan Carend en FloorZorgt Magazine. Zij vroegen mij om ook voor hen te schrijven. Ik groeide acuut nog een meter of drie door dat vertrouwen 😇 

Dankzij Mariët zette ik samen met een prachtige ploeg schrijvers een allerliefst kinderboekje op mijn boekenplank. Wat een avontuur en wat een mooie groep mensen! 

Ik verheug me al op het voorlezen ervan aan mijn prachtige kleindochter ❤️ 

Met Joyce maakte ik mijn allereerste podcast, en ik voelde me acuut een tikkie hipperdepip. Dat had ik vorig jaar echt niet bedacht, dat ik dat zou durven 😯  

Ik ging winterkamperen en sliep in ons onverwarmde camperbusje bij min 7
En wat heb ik ervan genoten.
Weer een vinkje gezet op mijn ‘wil ik ooit eens doen’ lijstje 

Verder wil ik vooral al mijn trouwe lezers bedanken, en dat zijn er een hele hoop. Jullie wonen voor altijd in mijn hart 💋 

Jaar

Ik heb voor 2024 nog een lading wensen en bij elkaar te dromen verlangens op mijn waslijst gezet

Gelukkig maar

Het is heerlijk om doelen te hebben en die na te streven

Een bundel met al mijn reisverhalen staat op dat lijstje
Mijn tweede thriller afronden staat er ook bij
Het vervolg van Zorgliefde afmaken zou fantastisch zijn

en dat kinderboekje maken voor die ukkepuk. 

Ik ben een enorme bofkont, en dat realiseer ik me dagelijks.
Extra toen bleek dat ik huidkanker had

Het litteken op mijn wang zegt me elke dag opnieuw dat ik goed voor mezelf moet zorgen.
Dus dat doe ik

Hierbij wil ik al mijn volgers, en de mensen bij wie ik lukraak in hun tijdlijn verschijn 😏, een jaar vol ware rijkdom toewensen:

Bakken met gezondheid
Onmeetbare liefde
En warme omhelzingen 😉 

Dat er voor mij wederom een vers en onberispelijk jaar ligt dat ik mag ontdekken vind ik allemachtig prachtig 🌟 

#verpleegkundige#ikzorg#gezondheid