Featured

Dit ben ik, op papier

Schrijver zijn, en om vanuit gevoel te durven schrijven, is een enorme stap geweest. Want het is spannend om kwetsbaar te zijn, en ik blijf het een uitdaging vinden om mijn zielenroerselen te delen met de wereld. Op deze plek vind je een bonte verzameling verhalen. Geschreven met een knipoog of een traan. Blogs over de zwerftochten met onze buscamper, over mijn mooie werk als verpleegkundige, en over de dagelijkse realiteit van het leven.

Dit ben ik, op papier.

Als freelancer voor anderen schrijven is als een droom, en toen ik begon met schrijven had ik nooit gedacht dat ik dat ooit zou gaan doen. Mezelf schrijver noemen was al een stap 🙂

Op Babyenkind schrijfsels van mijn hand, a trip down memory lane voor mij want onze dochters zijn al volwassen. Voor de ontwikkelaars van Entrace schrijf ik over mijn zorgervaringen. Op natuurkampeerterreinen kom je me tegen, maar ik schreef over veel meer campings in binnen-en buitenland.

Schrijver

In oktober 2022 werd ik vaste columnist voor Carend. Ik werkte mee aan de campagne ‘ontdek de zorg‘, want ik laat graag zien hoe prachtig ons vak is. Daarom vind je in de metro ook een aantal columns van mijn hand. Vanaf augustus 2021 vonden twee korte verhalen en gedichten hun weg naar een bundel.

Het zorgt voor durf om steeds opnieuw mijn grenzen op te rekken, en om te blijven durven.

Op 5 mei 2022 zag mijn eerste boek het levenslicht. ‘Zorgliefde‘ is mijn grote trots en samen stonden we op de voorpagina van het Noord-Hollands Dagblad. Vanzelfsprekend is mijn bundel hier te bestellen( zie onderstaande link), via diverse webshops en ze is bij elke boekhandel te verkrijgen. Bij de plaatselijke boekhandel lag ik maandenlang in de etalage en tussen heel veel grote namen in de winkel. De recensies zijn lovend, en ik zweef nog steeds van alle mooie woorden die ik nog dagelijks krijg.

https://www.uitjeervaring.nl/zorgliefde.html

Zorgliefde
Zorgliefde

Sinds kort schrijf ik ook fictie, het is mijn meest recente project in wording. In juni 2023 had ik hem eindelijk in handen, zo tof! Van de recensie op vrouwenthrillers gingen mijn tenen krullen.

cover
verborgen verleden

Voor mij een mooi verlaat verjaardagscadeautje want in april ben ik 54 geworden 🙂

Januari 2023 stond ik in de #vriendin, mocht ik vertellen waarom ik schrijf over mijn vak.

zorgblogger

In Februari van dit jaar signeerde ik samen met een dierbare vriendin van de middelbare school onze boeken voor elkaar. Ook weer een pracht van een mijlpaal!

Veel leesplezier en laat vooral een comment achter! Daar doe je mij dan weer een groot plezier mee 🙂

Een spoor van liefde

In de hoek van mijn werkkamer staat een hobbelpaard geparkeerd. Hij staat in de stal. Hobbelpaarden moeten ook ‘slapie doen’, het leven van een hobbelpaard kan namelijk erg pittig zijn :-). Op het kladblok dat op mijn bureau ligt staan willekeurige peutertekeningen, een gezellige vondst op de momenten dat ik aan het werk ga.

Onze logeerkamer kleurt toenemend roze door speelkastelen, zoete meisjespyjama’s en een scala aan prinsessenjurken en naast de borden in de la liggen ineens drinkbekers en bordjes met oren.

Handig voor de broodjes appelstroop en bekers ‘sjokola’.

Achter de bank in de woonkamer ligt een verdwaalde pop, en steeds als die oudste kruimel op bezoek komt roept ze vol enthousiasme ‘kijk oma’ als ze haar ‘poppie’ weer terugvind. Na haar bezoek ligt de pop weer op dezelfde plek verdwaald te zijn, om steeds opnieuw gevonden te worden. ðŸ˜Š

Kleindochters

Haar jongere zusje doet nog weinig anders dan lachen en kletsen, maar als je vijf maanden oud bent is dat echt meer dan genoeg. Soms gaat al dat lachen ineens over in een huilbui alsof de wereld vergaat, van alles naar niks in een seconde. Zo’n hartstochtelijke huilbui betekend honger óf moe.

Na een fles of een tukkie verschijnt direct die zonnestraal weer. Ze is om op te vreten.

Verspreid door ons huis vind ik achtergelaten laagjes kleindochter zoals geplette aardbeien, restjes appelstroop of afdrukken van handjes op de keukenkastjes. Kruimels op toverstaffen. Ik ontdek losgeraakte stickers en verloren rozijnen op de vreemdste plekken. Onder de radiator staat een rijtje speelgoedauto’s, die staan netjes in de garage na een boodschappenbezoek aan de ‘appie’.

Een spoor van speelzand loopt door onze hele tuin, hier en daar onderbroken door kleine hoopjes grind. Daar zijn ijsjes gebakken( écht, dat kan) Voor op de stoep heeft ze met stoepkrijt vol passie bloemen en vlinders getekend.

Als ze weer huiswaarts zijn, en de liefste en ik hangen samen onderuit wat televisie te kijken, begint in de kast onverwacht een nog niet volledig afgedraaid speelgoedje te tingelen en met enige regelmaat vind ik tussen de kussens van de bank een leesboekje, achtergebleven na het laatste ‘tentbouwavontuur’. Ze zijn overal om ons heen, als een spoor van liefde dat voor ons achterblijft tot hun volgende bezoek.

Kleindochters, wat een rijkdom.

Nooit meer terug

Ik houd van mijn werk. Oprecht. Het directe zorgen voor een ander mens, één op één, mis ik met enige regelmaat. Het was bijzonder. En het bezorgde me oprecht plezier, na elke gewerkte dienst kwam ik met een vol hart thuis.

Er gebeurde altijd wel iets dat me een glimlach bezorgde.

En toch past het me niet meer, de directe zorg. Mijn oude baan heb ik naast me neergelegd, uitgedaan als een oude jas. En dat die oude jas me niet meer past heeft een reden.

Het maakte me ziek. Oude trauma’s die op onverwachte momenten getriggert werden, angsten die me wakker hielden in het donker van de nacht, de stress die voor een onontwarbare knoop in mijn buik zorgde.

Het kost me teveel energie, dus uit zelfbescherming wil ik het niet meer.

Zelfbescherming

Klinkt dramatisch he?!  Zo voelde het ook een hele poos.

Maar dat gevecht met mijn eigen emoties is achter de rug en ik wil nooit meer terug naar toen. Ik wil een lichter, luchtiger leven.

Het is nu ongeveer een jaar geleden dat ik met EMDR ben gestart en al het stof dat werd opgeschud voel ik nu pas dalen. Ik begin mezelf stap voor stap weer terug te vinden. Alles wat ik altijd kon, en verloren was het afgelopen anderhalf jaar, ontkiemt weer. Mijn schrijfzin bijvoorbeeld en nieuwe dingen leren lukt ook steeds beter. Ik luister naar mijn eigen hart en nee zeggen lukt me prima 🙂

Dat is verrassend lekker trouwens 😉

Die tussenweg die ik in mijn werk al had gevonden, om voor een ander te zorgen met iets meer afstand, past me perfect. De rest zijn mooie herinneringen en dat blijven ze ook.

Veiligheid

Veiligheid in de zorg is geen vanzelfsprekendheid meer en de toename van incidenten groeit.
Noodknoppen worden steeds vaker ingezet om thuiszorgmedewerkers iets van veiligheid mee te geven.

Het voelt bizar dat het uberhaupt nodig is, maar ik herinner me ook de momenten waarop ik wenste dat ik er eentje had.
Als houvast tijdens mijn jaren in de thuiszorg.

Op het moment dat ik bij die kwetsbare meneer over de drempel stapte en zijn aan drugsverslaafde buurjongen met meerdere vrienden in de woonkamer zat.

Of de keren dat ik op mijn fiets tijdens een avonddienst in de onguurdere buurten zorg moest verlenen ( ik kocht zelfs een klein autootje, dat voelde veiliger dan in de rondte fietsen)

Waakzorg verlenen bij iemand thuis, een thuis dat onprettig voelde door de mensen die er ook in huis waren tijdens die nachtelijke uren.

Vervuiling, agressie en gebrek aan respect.

Ik ben meermaals midden in de nacht naar huis gefietst, steeds achteromkijkend, en met een enorme knoop in mijn buik. Er was geen aandacht voor onze veiligheid en ik was te onnozel om erom te vragen. Ik had geen rijbewijs en als jonge moeder was ik afhankelijk van mijn fiets voor vervoer, dus trapte ik in het holst van de nacht naar huis na het afronden van een zorgvraag.

Talloze momenten waarbij ik me niet veilig voelde maar wel deed waarvan ik vond dat ik het moest.

Thuiszorg

Ik heb mijn hart verpand aan werken in de thuiszorg, het is oprecht het mooiste en meest interessante wat ik tijdens mijn werkende leven heb gedaan. De afwisseling, het menselijke contact en steeds opnieuw moeten schakelen en aanpassen aan een nieuwe situatie. Ik leerde veel over de menselijke natuur en over mezelf. Onverwachte inzichten.

Wat ik niet mis is om er alleen voor te staan, steeds opnieuw, in nare, complexe of verdrietige situatie’s.

Onveilige.

Het is zo fijn dat er steeds meer aandacht voor veiligheid komt, ondanks de absurditeit dat het noodzakelijk is.


Plastic tas

Al zijn bezittingen pasten in een plastic supermarkt tas, op de plek waar hij woonde was geen warm stromend water en koken deed hij al jaren niet meer. Lang geleden was hij gescheiden van zijn vrouw en nu woonde hij berooid en eenzaam in iets van een omgebouwde schuur in andermans tuin. Zijn oude werkgever had zich ooit om hem bekommerd en hem een plek uit storm en regen geboden. En daar woonde hij nog steeds.

Het waarom kende ik niet maar dat was ook niet belangrijk. We maken allemaal weleens keuzes waar we spijt van hebben en niet elke keuze valt naderhand weer glad te strijken.

Ver in de tachtig was hij al toen hij bij ons in beeld kwam.

Zijn eenzaamheid raakte me. Het is iets waar ik diep van binnen altijd bang voor ben geweest, om alleen op de wereld te zijn, alle liefde om me heen te verliezen.

Ik regelde diezelfde week nog een fijne, warme plek voor hem en ik verheugde me oprecht op de dag dat hij bij ons zou komen wonen. ‘Misschien kom ik nog wel oude kennissen of collega’s tegen’, had hij gezegd.

Ik hoopte het voor hem.

Maar hij had geen spullen, buiten de kleren die hij bezat.

‘Hoe krijgen we dat appartement in vredesnaam ingericht, zeiden we tegen elkaar, zouden we naar de kringloop kunnen gaan voor hem? of misschien staat er nog wel iets in de opslag, straks even speuren’.

Oude foto

Ik had de volgende dag toevallig vrij dus ik plande voor de volgende dag alvast een bezoekje aan de kringloop. Een fijne stoel, een kastje en iets voor aan de muur was er vast. Iets gezelligs voor in die lege vensterbank of een lijstje voor een verdwaalde en vergeten foto van vroeger.

Iets van warmte voor een ander mens is zo gehaald tenslotte.

De dag erop appte mijn collega verpleegkundige me al vroeg in de ochtend omdat mijn kringloopbezoek niet meer nodig was, de familie van de vorige bewoner van het bewuste appartement hadden liefdevol wat spullen gedoneerd.

Die fijne stoel bij het raam waar hun moeder regelmatig in zat te knikkebollen in de voorjaarszon lieten ze achter, een kastje en die fijne eettafel die bij hun toch maar in de weg zou staan. Bestek en wat bloempotten, een mooie kop voor zijn ochtendkoffie.

Mijn hart begon ervan te gloeien.

Twee dagen later zag hij met eigen ogen zijn nieuwe woonplek. Gezellig ingericht, warm en schoon. Ik kreeg in geuren en kleuren van mijn collega te horen hoe blij hij was geweest, dankbaar, voor alle hulp. De laatste jaren van zijn oude dag kregen zomaar onverwacht een gouden randje.

Oud zeer

‘Hij gaat razendsnel achteruit, zegt ze, en hij ligt in zijn eentje in huis. Ik kan wel huilen want ik wil hem helpen maar weet niet hoe’.

De wanhoop in de stem van de huisarts valt over me heen. Ook huisartsen worstelen steeds vaker, dit soort noodkreten zijn tegenwoordig geen uitzondering meer.

Hij is de tachtig ruim voorbij en is de afgelopen week met zevenmijlslaarzen achteruit gegaan. Uit bed gaan lukt hem niet meer. Hij heeft geen pijn maar ligt vooral maar wat te liggen, zijn intake is minimaal. Thuiszorg is er niet, ook niet in de nacht, en de familie is niet in de gelegenheid om bij hem te zijn.

Ik ben inmiddels gestopt om na te gaan waarom niet, meestal is het een combinatie van het niet begrijpen, niet durven of een wereld aan oud zeer. Ik heb geen oordeel. Elk mensenleven hangt aan elkaar van ingewikkelde emoties, maar verdrietig is het wel.

Ik laat de eventuele mogelijkheden alvast hun gang gaan in mijn hoofd.  Wat kan ik en lukt het me om dat vandaag nog voor hem te organiseren ? 

Hem nog een nacht alleen in huis laten blijven voelt ook voor mij niet goed. Maar het is inmiddels half vier, veel tijd om ervoor te zorgen dat hij dezelfde avond nog kan worden opgenomen is er niet meer.

Ik bel snel naar de afdeling en de verpleegkundige neemt gelukkig op.

‘Ik sta met één been buiten de deur Cynt’, klinkt aan de andere kant van de lijn. 

Snel zet ik de situatie uiteen en gelukkig snapt ze mijn pleidooi direct.

‘Zeg maar dat het goed is, stuur je wel alvast al zijn gegevens naar me toe? Ik licht de avonddienst in zodat ze alles in orde kunnen maken voor zijn komst’.

Ik bel de huisarts weer terug en haar opluchting stroomt door de hoorn mijn oor in, recht naar mijn hart.

Huisartsen

‘O wat fijn voor hem, je hebt mijn dag goed gemaakt, ik ga meteen een zorgambulance bestellen’, zegt ze. 

De huisarts draagt ook zorg voor de persoonlijke spullen die met hem mee moeten, er is verder niemand om hem daarbij te helpen. 

Diezelfde avond wordt hij opgenomen op onze hospice unit.

De volgende ochtend ben ik vroeg op mijn werk en ik open zijn dossier als eerste. Hij is in de loop van de nacht snel achteruit gegaan en overleden. En de eerste vraag die in mijn hoofd opkomt is of ik er goed aan heb gedaan. 

Was dit wat hij zelf wilde? Was er nog iets wat ik anders had kunnen doen of misschien een andere afslag kunnen kiezen?

Ik zal het nooit weten, maar dat hij in zijn laatste uren niet alleen was is voor mij een enorme troost.

Haast

Voorheen had ik altijd haast. Ik leefde met een constante gretigheid. Waslijsten vol taken en taakjes joegen me jarenlang door elke dag, snel nog even dit en oja dat ook nog. Soms vond ik nog een extra versnelling als de waslijst aan klussen tegen ‘haast onmenselijk’ aan schuurde. Maar ik vinkte altijd alles af. Uitgeteld lag ik elke avond op de bank om in de nacht uren te woelen in mijn bed, wakker te liggen of idioot te dromen.

Echt tot rust komen deed ik niet.

Niet dat ik het in de gaten had, dat continue jagen was mijn tweede natuur geworden, zo zag mijn leven er gewoon uit. Geen idee wanneer het precies is ontstaan maar heel veel jaren wist ik niet beter. Doorzetten, flink zijn en vooral niet piepen. Nee zeggen vond ik moeilijk.

Sinds die meltdown, en de reset die erop volgde, komt de rust die ik voel me nog steeds als vreemd voor. Dat stille. Mijn volledige overgave aan een slakkengangleven 🙂 En mijn directe alertheid als ik druk voel of moe ben is ook nieuw. Ik ben waakzaam geworden waar het mijn interne thermometer aangaat.

Van alles naar niks, het is verbazingwekkend.

Taken

Nog steeds ervaar ik het dagelijks als iets vreemds, over hoe anders ik me gedraag. Over het halfleeg blijven van mijn agenda en de uren in de dag dat ik niks uitvoer. De ‘luiheid’ die ik mezelf gun.

Afgelopen week ontstond er zomaar ineens weer een lijstje aan taken. Van het ‘babyvorm’ soort, voor mijn doen tenminste. Zeven klusjes stonden erop, variërend van violen planten tot appeltaart bakken en nog wat lossigs wat ik bij elkaar verzonnen had. Iets met de was en ander huishoudelijk gedoe. Met mijn boek op de bank ploffen stond er als laatste op 🙂

Toch deed dat lullige lijstje me goed. Het was zelfs iets waar ik enorm naar verlangd had, omdat het zo typerend was en dat heel erg bij mij hoorde, ik dacht dat ik dat deel van mezelf verloren was. De gretigheid. Het enthousiasme. Dat onuitstaanbare vol van energie zijn 🙂

Dat lijstje was de bevestiging dat mijn eigen ik was blijkbaar niet helemaal verdwenen was het afgelopen anderhalf jaar. Sterker nog, ik was weer mezelf aan het worden.

Een beetje ouder en zelfs een tikkie verstandiger…

Vergeven

Oprechte excuses krijgen van iemand is krachtig, en de excuses die ik kreeg voelden voor mij als enorm.

Ontroering, trots en blijdschap vochten inwendig om voorrang dus liet ik het maar gewoon stromen. Alsof ik het verdiend had, dit moment, als een bevestiging van iets wat ik zelf al die tijd al wist.

De ontroering was er eerst. Omdat ik me al had ontworsteld van de pijn die het jaren geleden had veroorzaakt. Toen ik figuurlijk stond te schreeuwen, maar niemand me wilde horen.

Wat was ik eenzaam. Beschadigd. Er leek geen eind te komen aan mijn tranen. Wat heb ik getwijfeld aan mijn kennis, mijn kunde en mijn professionaliteit. Mijn verpleegkundige vakmanschap. Alles wat ik tijdens al die jaren had opgebouwd wankelde als een boomblad in een orkaan. Ik was nergens meer zeker van.

Pijn

Daarna kwam de trots. Omdat ik mezelf na dat alles heb opgeraapt, door alle pijn heen, letterlijk ben omgedraaid en weggegaan. Ik heb alles achtergelaten en ben op een andere plek opnieuw begonnen. Ik liet mijn tranen steeds weer stromen tot ze uiteindelijk op waren. Ver weg van al het drama leerde ik trots te zijn op mijn ervaring en de liefde voor mijn vak. Langzaam kwam het vertrouwen terug.

Als laatste was daar blijdschap. Omdat ik alle pijn allang achter me had gelaten, omdat ik tevreden ben met wie ik nu ben en hoe ik in mijn (werk)leven sta.

De erkenning die ik alsnog kreeg bleek ik niet meer nodig te hebben.

En dat inzicht was het allermooiste cadeau.

Maatwerk

Bijna elke dag krijg ik mensen aan de telefoon die zijn verdwaald in ons zorgland. Die naarstig naar de juiste weg zoekt. Ik hoor vaak wanhoop in stemmen, ongemak en soms ergernis. Er zijn zoveel verschillende zorgverleners, loketten en diensten en ook die zijn veelal versnipperd. 

Als losse eilandjes.

Vind dan maar eens de juiste.

Met zijn allen proberen we dat zo overzichtelijk mogelijk te maken maar het is veel. Groots. Ingewikkeld.

Vanmorgen sprak ik een dochter over de zorgen die ze heeft met betrekking tot haar ouders. En het was supermooi dat ik haar kon helpen, ik was blij dat ze met haar vraag bij onze afdeling terecht kwam.

Elke situatie is anders, zoals elk mens van een ander verschilt. Dat vraagt om maatwerk.

Veel mensen hebben een gezin en soms speelt het gebrek aan het hebben van een gezin juist een rol. Of ze spreken te taal niet of onvoldoende. We zoeken altijd een plek dichterbij geliefden, die soms ver weg wonen, en dan moeten we dus contact leggen met instanties aan de andere kant van Nederland.

De ene aandoening is de andere niet, en soms zijn aandoeningen complex door de invloed van weer andere ziektes. Leeftijd speelt een rol. Karakter. Sociaal netwerk. Woonplaats. Of er nog een partner is en of die ook zorg behoeft. En kan die zorg verleend worden op dezelfde plek. Want ook dat lukt niet altijd, door de complexiteit ervan.

Complex

Af en toe is er geen vaste woon-of verblijfplaats. Zijn er psychische aandoeningen die het lastig maken of speelt verslaving een rol.

Tegenwoordig hangt veel samen met labels en stempels. Hokjes. Iemand moet ergens passen met zijn zorgvraag. En wij willen niets anders dan dat iemand de zorg ontvangt waar hij of zij het meest behoefte aan heeft. Maar onze hokjes en labels zijn te star geworden voor een maatschappij die zo is veranderd.

En soms past wat overblijft ook niet precies maar moeten we het ermee doen. Dat is tegenwoordig eerder regel dan uitzondering.

Als zorgbemiddelaars blijven we ons elke dag inzetten. Bespreken we de zorgvragers die al op onze wachtlijsten staan of die als crisisaanmelding binnenkomen en pleiten hartstochtelijk voor die ene plek. Voor een warm thuis tijdens dat laatste stukje leven. Zetten we ons in voor al die mensen voor wie thuisblijven niet meer lukt.

Ons verpleegkundige hart klopt onvermoeibaar voort.

Labels

Nu onze maatschappij steeds diverser wordt houden we nog steeds vast aan de ‘labels’ die er ooit bedacht zijn. En soms voelen die stijf en rigide. Te vaak zie ik dat mensen buiten de boot vallen omdat het label niet past. Waarom draaien we dat niet om. Door eerst te kijken naar wie iemand is, en welke zorg die precies behoeft, voor we dat label toevoegen.

Vanzelfsprekend heeft het met geld te maken, protocollen en efficiëntie. Met tijdspaden die door verzekeraars zijn bedacht en waar vaak niet van wordt afgeweken. Maar hoe vaak loopt iets precies zoals het hoort als het om mensen gaat? 

Echt heel zelden.

Natuurlijk moeten zorgkosten niet uit de pas gaan lopen, en dat is al een uitdaging ‘an sich’, maar toch ben ik er van overtuigd dat een en ander anders kan. Effectiever. Ook door sommige zorg juist niet in te zetten. Ook dat is een keuze die vaker genomen moet worden.

Ethisch ingewikkelde dilemma’s zie ik steeds vaker voorbij komen.

Waar veel van onze zorgvragers met hun zorgvragen een aantal jaar geleden veel minder complex oogden, is het inmiddels toenemend ingewikkeld. 

Als zorgbemiddelaar vinden wij het niet minder dan fantastisch om mee te denken, zodat we iemand een fijne woonplek aan kunnen reiken.

Zorgkosten

Vanmorgen kreeg ik bijvoorbeeld een vraag van een nicht met betrekking tot haar oom en tante. Door omstandigheden wonen zij, na vijftig jaar huwelijk, noodgedwongen gescheiden van elkaar. Schrijnend en verdrietig. 

Tijdens de zes maanden dat zij niet meer in hetzelfde huis wonen hebben ze elkaar maar één keer kunnen zien. Kinderen zijn er niet, ze hebben geen vrienden of andere familie, hun nichtje is de enige die er van hun netwerk is overgebleven.

Ik besloot direct dat ik niets liever wilde dan ze weer samenbrengen en het liefst dan ook nog op een plek dichtbij de woonplaats van hun enige overgebleven familielid.

Ik belde en mailde me een slag in de rondte. Vroeg informatie op, sorteerde voor op een eventuele plek en gooide lijntjes uit. Gelukkig werk ik met verpleegkundigen die precies begrijpen wat ik beoog. 

Aan het eind van de middag kon ik de familie al blij maken, want op korte termijn gaat het lukken om deze twee weer samen te brengen.

Voorbij labels en geld zien wij nog steeds wat het allerbelangrijkste zou moeten zijn. 

Ijsbloemen

Het sneeuwt, dikke vlokken dwarrelen naar beneden. Hypnotiserend is het. Net als de ijsbloemen op mijn slaapkamerramen vroeger, die vond ik ook prachtig. De wonderen der natuur. Toen ik een jong meisje was, waren ijsbloemen op de ramen een veelvoorkomend fenomeen, verwarming hadden we alleen in de woonkamer en de slaapkamerramen hadden enkel glas. Die ijsbloemen kregen dus heerlijk de kans om aan te groeien als het buiten vroor 🙂 Vooral de diversiteit van de ijsbloemen vond ik adembenemend. Steeds weer anders, met al zijn grillige schoonheid, moeder natuur kon er wat van. Met mijn vinger volgde ik de bevroren ijskoude randjes op het raam.

Op de door mijn vader zelfgemaakte badkamer, in een hoekje van de overloop, hing een gloeispiraal boven de wastafel. Als je aan het touwtje trok werd hij roodgloeiend en lekker warm, wat een luxe! In de winter gingen we nooit met natte haren naar bed, die droogden we eerst voor de gaskachel in de woonkamer.

Op mijn bed had ik een dikke deken, soms twee, en een laken. Daar kroop ik heerlijk diep onder en als het heel koud was kregen we een kruik mee. Woest was ik toen mijn moeder ineens een dekbed voor me had gekocht. Voor haar veel eenvoudiger dan die zware dekens natuurlijk maar het heeft weken geduurd voor ik gewend was aan dat lichte luchtige ding.

Sneeuw

Nog steeds slaap ik het allerliefste met het raam open. Ook als het heel koud is buiten. Een verwarming brand er in onze slaapkamer nooit. Als ik met het raam dicht moet slapen, omdat er veel geluid is van buiten door wat dan ook, wordt ik standaard wakker met hoofdpijn.

Buiten is het inmiddels gestopt met sneeuwen. Het beetje wat er bij ons is gevallen smelt direct weg. Enigszins jaloers kijk ik naar alle sneeuwplaatjes die voorbij komen op het journaal en de socials. Ook al zou ik echt nergens anders willen wonen, dat het in ons dorp vooral regent en er de hele week amper een vlok sneeuw te vinden is, vind ik stiekem ook wel een beetje jammer. Want om urenlang door de sneeuw te stampen, door een adembenemende stille en serene omgeving, om daarna heerlijk rozig met een kop thee lui op de bank te schuiven, vind ik fantastisch.

Zo’n echt winterlandschap is een cadeautje. Daar kunnen mijn ijsbloemen zelfs niet tegenop!