Saai leven

‘Ik verlang naar een saai leven’, zegt ze. 
Ik begrijp direct wat ze bedoeld. Er zijn ladingen mensen die aan het verdwalen zijn momenteel, in een maatschappij die luidschreeuwend nog een extra versnelling vind.

Ook op #LinkedIn valt me dat op ( maar wellicht ben ik de enige hoor)
Prachtige verhalen over klinkende overwinningen.
Nog een schepje bovenop die schep.

Ik heb ze niet, dat soort grote verhalen, en ik realiseer me dat ik ze ook niet wil eigenlijk.
Ook ik wil een saai leven. Kabbelend. Voorspelbaar.

Want de periodes dat mijn leven als een orkaan voelde waren er ook. 
Zat. Teveel.
Minder is inmiddels echt meer omdat er teveel dagen waren die overvol voelden.

Verhalen

Elke dag spreek ik mensen die middenin die orkaan zitten. Of in een vloedgolf waar ze uit alle macht tegen vechten. Die niets anders wensen dan een saai leven.

Slaapverwekkend.

En elke dag is dat precies wat ik me voorneem, in mijn werk en daarbuiten. Om andermans leven een tikkeltje saaier te maken als ik dat kan.
Om dat dagelijkse in een wat rustiger vaarwater te brengen. 

Een schouder aan te bieden. Of een luisterend oor. Een klein zetje of een enorme zet in de goede richting. Hoop ik ze wat menselijkheid te geven. De mensen die ik elke dag spreek zoeken soms wanhopig naar wat hulp, een wegwijzer of een uitgestoken hand die ze helpen om uit dat drijfzand te komen. Want precies dat wordt steeds zeldzamer in deze wereld. 

Laten we elkaar weer helpen. Gewoon omdat het zo fijn is, een beetje hulp op zijn tijd. Dat kunnen we tenslotte allemaal wel gebruiken.

Blauw kijken

‘Buuuffie, buuuuuffie’. Ik grinnik in mezelf om haar geroep, dat kleine stemmetje heeft een aandoenlijk volume. Of ik even open wil doen voor die diva van hiernaast 😉 Het is nog vroeg in de ochtend, want de dagen van die diva beginnen vroeg. Net als mijn dagen. En het is gewoon supergezellig om elkaar gedag te zeggen op de vroege ochtend. Als ik heel eerlijk ben: als het even kan houd ik er rekening mee.

Het is een zalig begin van mijn werkdag.

Op blote voeten doe ik de voordeur open. Nu het langzaam maar zeker weer tijd wordt om wat vaker op blote voeten te lopen had ik alvast besloten mijn nagels te lakken. Babyblauw. En ze ziet het meteen. ‘Blauw’, roept ze enthousiast. Vol bewondering wijst ze naar het blauw op mijn voeten. Ze babbelt meteen hele verhalen. Wat is dit toch een genot. Dit kind. Dit blije ei. We knuffelen en kletsen even, dan zwaait ze weer gedag en gaat met haar mama mee.

Voeten

De volgende dag herhaalt het ritueel zich, dit keer heb ik echter mijn sokken aan. Stralend staat ze voor de voordeur met een tekening. ‘Voor buuffie en buurman, zegt ze plechtig, tekening‘. Ik ontvang mijn cadeau en glunder terug, buuffie is dol op creatief gedoe. ‘Blauw kijken’, zegt ze terwijl ze naar mijn sokken wijst. Ik trek braaf een sok uit, waarna ze eerst het blauw bewonderd en dan naar mijn andere voet wijst. ‘Andere ook buuffie’. Ik grijns en trek ook mijn andere sok uit. ‘Ook blauw’, zegt ze nog een keer terwijl ze naar mijn voeten wijst.

‘Nu sokken aan buuffie, koud’. Ik volg vanzelfsprekend braaf. Ik kan haar maar weinig weigeren. Niks eigenlijk. En dat broertje van haar is net zo’n zalig kind. Die strekt inmiddels zijn armpjes naar me uit als hij me in het oog krijgt. Voor een knuffel en een kletsie. Ook dit is een onvervalste lachebek. Ik voorzie problemen voor buuffie 🙂

Vanmiddag waaide ze ook nog even aan. Jas uit, schoenen uit. Ineens was ik de mijne kwijt. Ze staan haar beter vind ik! Dat wordt nog wat de komende jaren met die twee…..ik kan niet wachten!

Op de radio

Hij lag er al een poosje, een uitnodiging om op de radio te komen vertellen over ‘Zorgliefde‘. Bij de lokale radio welteverstaan. Maar ik durfde niet.

Pur sec verwachtte ik heus geen hordes luisteraars, dat voorop gesteld, dus echt druk hoefde ik me niet te maken. Maar ja, geen controle natuurlijk, dat is een ding voor mij. Want eenmaal live op de radio is er geen ‘dit knippen we eruit’ of ‘dat doen we nog een keertje over’.

Eenmaal uitgesproken was uitgesproken.

Qua voorbereiding wist ik niet echt goed wat ik moest. Een stukje voorlezen leek me het meest veilig. Ons dorp kwam in het desbetreffende stukje voor en ook de kermis kwam langs. Dat moest wel goed komen.

De nacht ervoor lag ik weer eens wakker en besloot ik subiet dat ik af ging zeggen. Mijn hoofd maalde weer compleet in de error 😉 Waarom deed ik mezelf dit allemaal aan, en wat dacht ik wel niet. Wie zat er nou op mij te wachten. Ik ging stoppen met dit alles, per direct. Niks geen ‘ik heb een boek geschreven’ en wat nog. Ik was moe van mezelf.

Grenzen

De volgende ochtend sprak ik mezelf serieus toe. ‘Kom op Cynt, wees geen miet’.

Mijn gedachten zijn maar mijn gedachten, wat deed ik nou moeilijk eigenlijk. Ga gewoon leuk en vertel waar je hart zo vol van is. Zoals een lieve vriendin laatst zei: ‘Own it’. Lekker boeien wat een ander er van vind tenslotte, ik vind het mooi. Ik had al zoveel grenzen verlegd en was al meermaals uit die comfort zone gestapt. Daar kon dit best bij.

En het was enig, absoluut en onvervalst. We kletsten een beetje, ik las mijn column voor en nam vervolgens een prachtig compliment in ontvangst. Als boek twee geboren is hebben we afgesproken dat ik nog eens langs ga. Nu al leuk 🙂

Leegte

‘Zelf uit het leven gestapt’, het staat er, zwart op wit. De woorden resoneren in mijn hoofd, als mokerslagen vinden ze hun weg door mijn lijf. Ik kijk naar je foto en mijn gedachten draaien als maalstromen in de rondte. Ik denk aan je moeder, aan je vader, aan je zusje en je broertje. Aan jouw eigen gezin.

Ik denk aan jou.

Die laatste uren moet je wanhopig zijn geweest. Wat ging er om, in dat hoofd van jou, tijdens die laatste minuut, die laatste seconden. Kon je nog wel nadenken of dacht je nog maar aan één ding. Ik kan me niets voorstellen bij zoveel donker, bij zoveel inktzwart. Gelukkig maar, denk ik steeds bij mezelf, wat ben ik dankbaar dat ik me er niks bij voor kan stellen. Als dat leven zo zwaar voelt.

Zo zonder uitweg of lichtpuntje.

Hoe lang hadden we elkaar al niet gezien? Dertig jaar wel denk ik zomaar, die laatste keer was vast tijdens de uitvaart van opa. Of waaide je even langs tijdens onze receptie, toen ik trouwde, daar was je vast ook bij. Ik probeer het me te herinneren maar ik weet het niet meer. Wij waren allemaal zo druk, druk met het maken van een leven voor onszelf. In mijn herinnering was je een leukerd. Intelligent. Zelfverzekerd. Toen we jong waren zagen we elkaar vaak, maar na het overlijden van opa veranderde dat. We vlogen uit, zo gaat dat nou eenmaal.

Verdriet

Het voelt alsof ik geen verdriet mag voelen, juist omdat we elkaar al zolang niet echt gesproken hadden. We vonden elkaar terug via LinkedIn, een paar jaar geleden, ik zag ineens iets van je voorbij komen. En jij van mij.

Ik vond het gezellig dat je reageerde op een van mijn posts, en stuurde je een privé berichtje. Spontaan iets van verbinding. Gek is dat. We zijn familie, delen onze opa en oma maar zagen niets meer van elkaar.

En nu ben je verder weg dan ooit.

Ik voel verdriet om jou verdriet, omdat je geen andere uitweg zag dan deze. Ik voel verdriet voor de achterblijvers. Al die tranen sijpelen zich een weg door onze hele familie. Hun pijn is haarscherp dichtbij ineens.

Hobbymatig natuurfotograaf staat er bij je naam. Mooi vind ik dat, want ik ben ook zo dol op buiten. In jouw ‘in memoriam’ staat dat je dol bent op veldbloemen.

Dol was. Alles in het verleden. Na die ene dag rest er alleen maar leegte.

Wat had ik het werelds gevonden als ik je nog steeds iets kon sturen via social media. Dat ik je zomaar in het wild tegen zou kunnen komen. Dan hadden we vast naar elkaar gelachen en hadden we gezegd dat het al zo lang geleden was. Dan kon ik hoofdschuddend tegen je zeggen dat je oud geworden was, grijs en krom, en wat niet.

Wat had ik je dat meer dan wat ook gegund, een fijn en vol leven.

Dag lieve neef, rust zacht

Eerste keren

Ik ben nogal van het uitproberen. Dat levert niet altijd het gewenste resultaat op hoor, maar daar zit ik niet zo mee. Ooit begon ik op een zonnige zaterdag aan motorrijlessen. De liefste heeft al zijn rijbewijzen dus samen op de motor leek ons leuk. Op zijn zachtst gezegd was dat geen succes, na een paar lessen stopte ik er acuut mee. Zoveel pk onder me bleek toch een tikkie te spannend.

Ik ben een watje, overduidelijk.

Ook duiken bleek niet bij me te passen. Door de enorme hoeveelheid oorontstekingen als kind, en dus ook een grote hoeveelheid littekens op mijn trommelvliezen, bleek het onder water klaren een ding. Dat lukte niet. En zo waren er nog zat ‘eerste dingen’ die niet liepen zoals gewenst.

En soms waren die nieuwe dingen niet leuk genoeg om nog eens te herhalen. Kanoën op de rivier de Ardèche bijvoorbeeld 😉

Toch zijn de keuzes die ik de laatste jaren maak een doorslaand succes. De aanschaf van ons busje en het rondzwerven ermee is een absolute kraker. Die eerste #golfles was ook enig, we kunnen alleen nog niet echt de tijd vinden om nog eens te gaan. Danslessen op de zondagavond zijn ook een regelrechte hit. En daar komt de #surfles bij ozlines van vandaag bij. Die mag zich scharen in het rijtje ’te leuk’.

Leuk

Mezelf in zo’n wetsuit persen viel echt niet mee, en ik moest grinniken om mijn hoofd met die muts van neopreen op. Maar wat was het zalig om in de golven te spelen. Liggend op die plank zoefde ik over de golven, ze namen me helemaal mee naar het strand. Elke keer dat het lukte was een waanzinnig gevoel. Toch had ik op voorhand wel echt even getwijfeld. Of het nou wel echt een goed idee was. Want de wind was stormachtig tot hard vandaag en het zeewater maar een graad of zes.

Maar het was machtig mooi.

En intensief 🙂

Na anderhalf uur les had ik zalig zeehaar, wangen als knalrode appels en een lijf dat moe en loom voelde. Na een warme douche en een zalige lunch nestelde ik me innig tevreden op de bank voor een tukkie 🙂

Missie helemaal geslaagd.

Lente

Zodra die zonnestralen weer een ietsiepietsie warmte geven krijg ik acuut de kolder in mijn kop. En deze keer lijkt dat wel in het kwadraat te gebeuren. Het is bijzonder om te merken hoezeer ik naar de warmte heb verlangd. 

Naar het licht. 

De afgelopen maanden waren zwaar. Zo ervaar ik dat echt. Alles was net een tikje teveel, te zwaar, en te moeilijk. Nu heel veel zaken wat lichter aanvoelen valt dat samen met het licht dat ook weer vaker aanwezig is. 

Tijdens mijn thuiswerkdag nestel ik me gedurende mijn lunchpauze op die metalen vuilnisbak in dat ene fijne hoekje van de tuin. Ik richt mijn gezicht naar het licht en mijmer heerlijk een half uurtje. Ik gun het mezelf om hier gewoon te blijven zitten en laat mijn gedachten hun ding doen.

Ongegeneerd kleuren mijn wangen warm en rood. Man o man wat een genot.

Als ik weer naar binnen ga om de rest van de middag crisismeldingen en wat nog op te lossen zie ik zomaar een vlek in mijn gordijn. Het huisstof, dat altijd zo fijn onzichtbaar is in het donker, dwarrelt nu open en bloot door mijn woonkamer. En mijn ramen ogen ook ineens vele malen vuiler dan ze waren in mijn geheugen.

Poetsen

De rest van de middag ben ik noestig aan de arbeid, maar mijn ogen dwalen af en toe richting alles wat verre van proper is in ons huis.

Afgelopen week besloot ik een vrije dag te plannen. En geloof het of niet maar deze ‘absoluut geen huisvrouw’ heeft haar gordijnen gewassen en is volop aan het poetsen geslagen.

Het was even doorbijten maar ik ben er klaar voor, laat die lente maar komen!

Voorjaar

Van die zeldzame zonnestralen die om de hoek piepen krijg ik de kolder in mijn kop. Er is maar weinig fijner om dan buiten in de zon wat te rommelen. Onze tuin is een dankbaar slachtoffer, daar is altijd wel iets te doen.

Die kruimel van hiernaast is ook dol op onze tuin. Voor haar moet die tuin als een avonturenpark aanvoelen, er valt zoveel te ontdekken. Vol enthousiasme stapte ze afgelopen zaterdag onze achtertuin in. Zoekend zocht ze eerst naar de buurman die achterin bij de schuur bezig was. Haar priemende vingertje vloog de juiste richting in. Buurman gevonden, check. Met een grote glimlach kijkt ze vervolgens naar me op, ik smelt ter plekke.

Vol energie gaat ze ons helpen. Van de regen in de drup, vanzelfsprekend. De kiezeltjes onder onze picknicktafel verdwijnen in grote getale in haar zak. Knuisten vol tegelijk. Af en toe moet buuf even voelen hoe zwaar haar zakken zijn. En laat ze vol trots aan de buurman zien hoeveel ze er verzameld heeft. ‘Kijk buurman’, roept ze terwijl ze haar gevulde jaszaken naar hem toedraait. Vol bewondering bekijkt buurman Co wat ze allemaal verzameld heeft.

Ze giechelt opgewekt om zijn bewonderende commentaar.

Geheugen

‘Schommelen’, zegt ze vervolgens parmantig. Ik schiet in de lach. Onze hangmatstoel hing maanden geleden in de tuin, toen het weer nog veel fijner was dan vandaag, en toen hebben we inderdaad samen in dat ding geschommeld. Deze jongedame heeft een bizar geheugen. 2,5 jaar is ze pas en dat weet ze nog gewoon.

Samen vinden we schelpjes tussen de kiezels en een leeg slakkenhuis. Vol verwondering wordt alles uitgebreid bekeken en op een rijtje gelegd. Haar mama reikt een krentenbol aan over de schutting. Voor eten heeft ze eigenlijk geen tijd maar een lege buik is ook niet fijn. Na elke hap wordt die bol vol overtuiging geparkeerd. Buuf raapt hem vervolgens weer op en moedigt haar aan om een hap te nemen. Eigenlijk is ze te druk maar ok, alles tegelijk dan maar. Krentebol eten, kletsen en bouwen. Bij buuffie vermaakt ze zich opperbest. Voor buuffie geld vanzelfsprekend hetzelfde. We keuvelen kilometers samen.

Gemoedelijk vegen we blaadjes op met een stoffer in een blik, ernstig spreekt ze me toe als ik wil helpen. ‘Zelluf’. Sorry schat 😉 Met een tostibelofte lukt het uiteindelijk om haar naar huis te lokken, nadat ik beloofd heb om de stoffer en het blik wel te laten liggen. Het werk was nog niet gedaan tenslotte. We nemen uitgebreid afscheid, zwaaien opgewekt gedag en delen handkussen uit. We beloven een keer of wat ’tot de volgende keer’, net zo lang tot ze tevreden huiswaarts keert.

Voor die tosti en een tukkie. Buuffie overweegt hetzelfde 🙂

Van niets naar iets

Toen ik zeventien was besloot ik uit huis te gaan. Samen met mijn oudere zus. Ik vond het een geweldig idee om in een verbouwde bollenschuur te gaan wonen die ergens achter iemands verscholen stond. Zeshonderd gulden per maand kostte dat ding en we verdienden toen amper iets. Dat we dus elke maand minstens twee weken aan geld tekort kwamen negeerden we hartstochtelijk. Wat waren we jong en onnozel. Het huisje tochtte als de ziekte, alles was scheef en de badkamer was miniscuul. De zolder deed dienst als onze slaapkamer.

Ons kon het niet schelen, wij genoten van onze vrijheid.

Ruim twee jaar later werd de bollenschuur afgekeurd. Ons huisje bleek ‘absoluut niet geschikt om in te wonen’. Onze huisbaas had zich niet echt bezig gehouden met ‘veilig en fijn’. Volgens de gemeente was ik te jong voor een eigen plek dus kreeg ik geen alternatief huisje. Pap en mam maakten ruimte voor mij en ik woonde gewoon weer thuis.

Niet lang daarna liep ik de liefste tegen het lijf.

Samen met hem kocht ik een paar jaar later een eigen thuis. Daarvoor moesten we nog iets lenen van onze vaders, want de beschikbare hypotheek was net een tikkie te krap voor dat nagelnieuwe paleis. Toen we verhuisden hadden we net precies genoeg gespaard om het huis te laten stofferen.

En toen was het op.

Eigen plek

Maar wat waren we gelukkig met onze eigen plek.

De inrichting was basis want we hadden geen fluit, maar op dat bordje naast de voordeur stonden onze namen. Ik probeerde het gezellig te maken met goedkoop en gekregen.

Ons hutje. En van de bank, dat ook.

We werkten hard en bouwden een leven samen. Hoge pieken en diepe dalen volgden. Rijk zijn we in geld nooit geworden, wel rijk in herinneringen 🙂 We leerden roeien met de aanwezige riemen en zijn razend dankbaar voor ons leven samen.

Ik mag graag denken dat ik altijd mijn eigen keuzes heb gemaakt, en als het niet liep zoals ik het wilde paste ik mijn pad aan. Ik ben een geluksvogel. Voor de huidige jeugd is het denk ik vele malen lastiger. Verbouwde bollenschuren bestaan amper nog, ze zijn meer luxe gewend en een plek voor jezelf hebben is moeilijker dan ooit.

Vroeger was niet alles beter, maar sommige dingen wel 🙂

Wat een klus

Ik deelde met enige regelmaat onze bouwprojecten met jullie. En daarbij schroomde ik niet om te vertellen dat we ook met enige regelmaat onze kop lieten hangen. Weer klussen, weer overal stoftroep en weer blikken verf in huis. Nog een keer bedenken wat we wilden en hoe precies wat ik ook echt heel ingewikkeld vind. Wederom reed ik bijna dagelijks met mijn ‘groene Ferrari’ op en neer naar de belt.

Mijn stempelkaartje is alweer vol 🙂

Toch kwam ook dit project zomaar ineens ook weer ten einde. Want waar die laatste klussen als een onmogelijk te beklimmen berg leken, en ook ziek en zeer voor enige vertraging zorgde, had de liefste het zomaar voor elkaar. En had ik die bewuste zondagmiddag zomaar ineens een prachtig nagelnieuw toilet beneden.

Eindelijk geen geklus meer, geen visite die ik naar boven moest sturen voor een plas. Wat raak je toch gewend aan de luxe van het hebben van twee wc’s. Want voor de duidelijkheid: toen we hier elf jaar geleden kwamen wonen hadden we er ook maar eentje, alleen beneden. Dat we er dus op enig moment twee hadden, omdat de liefste eigenhandig een complete badkamer maakte van die extra slaapkamer, was een cadeautje. En tijdens het klussen ging ik weer terug naar één.

Koekblikkie

Toch zorgt dat nieuwe kleinste kamertje voor een hervonden energie in huis. Want deze klus was toch wel echt een molensteen geworden. Gevalletje ‘klusmoe’. Die oude plee wachtte te lang op die make-over. Nu het klaar is ben ik acuut getroffen door een enorme aanval van opruimwoede.

Vanaf de zolder sleep ik allerlei ‘ je weet maar nooit dus bewaren’ naar beneden. Geduldig laat mijn groene koekblikkie zich wederom volstouwen met van alles. Ik hoor haar bijna denken, ‘daar gaat ze weer’. Maar dat laatste stukkie lelijk, dat nu heel mooi is geworden, maakt hele stromen ‘lekker aan de gang’ teweeg. Dus groeten ze me weer bij de belt ( ja sneu, ik weet het), loop ik intens tevreden door dat opgeruimde huis en kijk ik glimmend van genoegen naar het gebrek aan ’toch maar bewaren spul’.

Dit meisje is een blij ding 🙂

It giet oan!

Ik had de moed al opgegeven. Meermaals. En meermaals trok ik mezelf weer in de wedstrijd. Ik had me namelijk voorgenomen dat het ging lukken. En zoals mijn vader altijd zegt: wat in der kop zit, zit niet in der kont ( bedankt pap ;-)) Maar goed, het betekent zoveel als dat als ik mijn zinnen ergens op gezet heb….

Absoluut waar, want ik kan nogal een bijtertje zijn. Dat enthousiasme en doordraafgedrag zit me oprecht weleens in de weg, want ik kan nogal veel zijn. Cynt in het kwadraat, pfoe, berg je maar. En ik heb het zelf vaak niet in de gaten he?! Dat ik zoveel ben. Teveel mijn best doe soms en dan nog een extra schepje.

Cover

Maar goed, het ziet er goed uit. Ik durf het gewoon te zeggen. Dat boek van mij, het gaat gebeuren. Zo dat is eruit. Nog heel even en dan heb ik hem zelf in handen. En kan ik hem aan de wereld laten zien. Of nou ja aan Heemskerk. En de meelezers die buiten ons dorp wonen 😉

En stiekem hoop ik dat het er een hele hoop worden. Heel heel veel. Niet om een bekende schrijver te worden, of veel geld te verdienen, maar om mijn papieren kindje aan zoveel mogelijk mensen te tonen. Omdat een schrijver een verhaal wil vertellen en het geweldig leuk is als dat verhaal wordt gelezen. Door zoveel mogelijk mensen.

De cover was een dingetje. Ik kreeg er maar liefst negen dus moest ik kiezen. En van deze kreeg ik kippenvel. Eigenlijk vond ik hem een beetje eng. En dat was nou net de bedoeling. Eng boek, creepy cover. Dus koos ik op intuïtie. ( en met een beetje hulp van mijn gezin en een paar andere lieverds)

Inmiddels vind ik hem geweldig. Strak met een pracht van een contrast.

Eindelijk is er visueel iets echts. Tof he?! Ik zweef even hoor!