Groene vingers

Treurig hing haar vers geplante groen over de rand van haar krappe balkon. Hoe kwam het toch dat niets van wat zij plantte ooit bleef leven. Haar collectie ‘groene vingers kun je leren’ besloeg inmiddels haar halve boekenkast en nog steeds was het resultaat van haar inspanningen absoluut hopeloos.

Zuchtend kieperde ze de inhoud van haar plantenbakken in haar vuilnisbak, weer had ze teveel geld uitgegeven aan niks. Ze keek naar die paar vierkante meter hopeloosheid, haar groezelige balkon staarde naakt terug. 

Toen ze hier net kwam wonen, nu alweer jaren geleden, bruiste ze van de plannen. Ondanks de beperkte ruimte zou ze hier een groene oase van maken. Blakend en weelderig groen zou over de randen van haar fletse balkon hangen.

Ze zou in de hoek een stoeltje neerzetten en op lange zomeravonden met een goed boek tussen al dat groen vertoeven. Een eigen oase, een plek alleen voor haarzelf, wat zou ze trots zijn op het resultaat. Met afhangende schouders liep ze naar binnen. Achter de lekkende regenpijp liepen straaltjes vuil water recht haar maagdelijke plantenbakken in. 

Neuriënd keek de bovenbuurvrouw naar haar schoon geschrobde balkonnetje terwijl ze de lege fles bleekwater in haar kliko mikte.

Een zeldzaamheid

Ik hoor de weerstand in haar stem als ik vraag of mijn telefoontje gelegen komt. Ze heeft overduidelijk geen zin in dit gesprek. ’Ik ben deze week al drie keer gebeld en ik heb dit verhaal dus ook al drie keer verteld, geen zin in een vierde keer’, zegt ze. De snauw in haar stemgeluid is rauw en eenzaam.

Ik besluit concreet en glashelder te zijn. Dus leg ik haar uit dat dit de eerste keer is dat er vanuit ons wordt gebeld, waarom het van belang is dat we elkaar spreken en dat het gesprek kort en bondig kan. Ze ontdooid meteen en verontschuldigd zich. Ze is verdwaald in zorgland, zoveel is duidelijk. Ik stel mijn vragen en ze heeft oprecht moeite om ze te beantwoorden. Allerlei termen vliegen voorbij, van instanties waar ze mee te maken heeft gehad maar die niets met mijn vragen te maken hebben.

Vragen

‘Ik loop wel weer even naar binnen, zegt ze, want ergens tussen die stapels papier moet een antwoord liggen’. Ondertussen luister ik vooral, #mantelzorger zijn is hard werken en zij is blij met mijn luisterend oor. Aan het eind van het gesprek geef ik haar mijn naam en nummer en druk haar op het hart om vooral te bellen als ze het even niet meer weet, dan stuur ik haar met liefde de juiste kant weer op.

Ze bedankt me, uitgebreid en meerdere keren. ‘Het is fijn om een vast baken te hebben zegt ze, om me aan vast te houden in deze tijden van digitalisering. Tussen al die bandjes en keuze menu’s door is het vooral geweldig om gewoon een behulpzaam mens aan de telefoon te hebben’.

En als ik eerlijk ben kan ik niet anders dan het hartgrondig met haar eens zijn. Echt menselijk contact is een kostbaar goed maar ook een zeldzaamheid geworden.

Die eerste keer

Die allereerste keer, nu alweer ruim vijf jaar geleden, ik weet het nog als de dag van gister. We hadden dat busje van ons in oktober gekocht maar we waren er nog nooit mee weggeweest. En ik vond het retespannend.

We hadden al een dag proef gedraaid in Spaarnwoude en dat was op zijn zachtst gezegd geen succes. Onhandig had ik maar wat heen en weer gelopen bij het bevestigen van die rail aan ons busje, tentstokken lagen overal en dat dak wilde maar niet knapjes inklappen. En dan heb ik het nog niet over die fietsen die achterop moesten en wat moest er nou eigenlijk allemaal mee.

Die eerst trip naar Limburg zat ik dan ook met geknepen billen, oprecht, want het laatste wat je wil is gedoe als je op vakantie gaat. Dan wil je genieten en relaxen en nog zoveel meer. We waren aan het eind van de werkdag meteen in de auto gestapt, een fles wijn en wat te eten meegenomen en gaan. Maar het was druk op de weg, we moesten zoeken naar de camping en het was nog pas maart. Tegen die tijd dat we stonden was het al donker, we waren de campinglamp vergeten en we hadden nu echt honger.

Busje

Kortom, de stemming was verre van optimaal. Dat losse eenpittertje gaf naast warmte amper licht en na wat gemorrel en weerstand besloten we dat wat neergezet moest worden maar moest wachten. We besloten in plaats daarvan om die fles wijn open te trekken, ik vond nog een zak pinda’s en verder geloofden we het wel. Een uur later lagen we knus en warm voor de allereerste keer in ons camperbedje.

De volgende ochtend scheen de zon, dat er op onze campingtafel een laagje ijs lag mocht de pret niet drukken. We maakten koffie en wentelteefjes en een uitsmijter met spek. We zaten in de ochtendzon te ontbijten en onze winterjas kon gewoon uitblijven. Dit was wat we zo graag wilden, de eenvoud, fijn buiten en genieten met een grote G.

Na die eerste keer is het alleen maar beter geworden, echt. Dat busje van ons, dat is de beste aankoop ever.

Scangedoe

Confronterende gebeurtenissen, ze rijgen zich aaneen als een kralenketting. Een lelijke welteverstaan 🙂 Ik wordt ouder, ook al wil ik het meestal niet weten, ik ben een meester geworden in ontkennend gedrag. Maar goed, soms kan je er niet omheen.

In ons huidige digitale tijdperk is het superhandig dat toegangsbewijzen gemaild worden, die mobiel zit ook daarom altijd knus in mijn achterzak, mij maken ze de pis niet lauw zogezegd. Even zoeken op het juiste toegangsbewijs et voilà. Als ik mijn leesbril op heb welteverstaan, want zonder zie ik inmiddels geen fluit meer.

Afgelopen zaterdag stond ik in de schemerige hal van een klein poppodium, mijn mobiel in de hand, die toegangskaartjes had ik op voorhand al opgezocht. Dacht ik. Geel sterretje gegeven, ha, lekker voorbereid Cynt. Tot ik daar dus stond. Ik zocht me gek, tussen alle gele gemarkeerde mailtjes. Pfoe, dat waren er toch meer dan gedacht. De jonge breedgeschouderde kaartjesscanner wachtte geduldig op deze oude vrouw. Zuchtend probeerde ik wanhopig scrollend het juiste kaartje tevoorschijn te toveren. De jongeman verloste me van mijn ellende. ‘Wat is uw achternaam mevrouw’? Typte mijn naam, scande mijn kaartjes op zijn apparaat en opende de toegangsdeur.

Digitaal

Grinnikend schoof ik naar binnen terwijl ik me voornam om nooit meer zonder leesbril de deur uit te stappen.

Vanmorgen stond ik bij de sportschool, met mijn QR code, en leesbril. ‘U hoeft alleen uw QR code te scannen mw, dan rolt uw pas zo uit het apparaat. Helaas hielp het me maar weinig, die bril, want er was geen scangedoetje te zien. Alleen maar metalen hekken en een betaalpaal. Je wordt ouder Cynt, dacht ik bij mezelf, straks eerst maar even bellen hoe al dat gedoe werkt. Probeer ik het morgen nog wel een keer.

Ik ben de weilanden maar even ingelopen. Die zijn zonder digitaal gedoe of gescan vrij toegankelijk. Zelfs zonder leesbril 😉 Mooie dag!

Kleutergedrag

Ik betrap mezelf op kleutergedrag, de laatste maanden steeds vaker eigenlijk. Die ‘waarom’ vraag resoneert maar door mijn hoofd en zijn roep klinkt alsmaar luider en luider. Want wanneer is de wereld zo’n akelige plek geworden?

Sinds wanneer stoppen mensen een mes in hun zak in plaats van een kam als ze naar de kroeg gaan. Sinds wanneer kijken we vaker naar onze schermpjes dan naar elkaar. En sinds wanneer vechten we liever dan dat we dansen. Liefdevol lijkt ineens wel iets waar we ons voor zijn gaan schamen.

De onschuld van een kind die de hele dag die waarom vraag stelt, daar zouden we vaker naar moeten luisteren. Waarom dood die man zomaar mensen? Waarom vind die vrouw zichzelf beter dan die vrouw zonder geld? Waarom willen mensen zichzelf verrijken ten koste van een ander? Status en aanzien is gebakken lucht en zegt absoluut niets over iemands waarde als mens.

Kind

Die ene eigenschap, die vieze akelige, die ervoor zorgt dat de mensheid geld belangrijker is gaan vinden dan een mensenleven is geëvolueerd, hij wordt steeds sterker in veel van ons. Tegenwoordig moeten er ook in de Nederlandse politiek gedragsregels worden opgesteld omdat mensen elkaar overschreeuwen in die hang naar ‘kijk mijn ideeën nou eens geweldig goed zijn’. Iedereen beschadigd lukraak links en rechts en ik begrijp er geen fluit van.

Vanmorgen was ik buiten. De natuur deed wat de natuur altijd doet, het vormt zijn nieuwe knoppen, vliegt en fluit, is krachtig en oprecht. Ik dompelde me onder in de rust en heel eerlijk, kluizenaar worden heeft me niet eerder zo aantrekkelijk geleken als vanmorgen vroeg.

Laten we weer met elkaar dansen, een kam in onze zak steken als we naar de kroeg gaan. Laten we weer proosten en omhelzen in plaats van vechten. Laten we weer een beetje hippie worden, en liefde en vrede prediken. En laten we dat kind, diep in ons binnenste, wat vaker koesteren. Dan wordt het beter, ik weet het zeker!

Beschadigd

‘Je hebt me beschadigd, zegt ze, op het moment dat ik het meest kwetsbaar was’. Haar blik is ijskoud. Ik voel mijn ogen volstromen en overlopen. ‘Je hebt mij ook beschadigd’ zeg ik. Mijn stem klinkt wankel, alsof ook die op elk moment om kan vallen. Ik voel me niet gehoord in ons meningsverschil.

Mijn hele leven heb ik werk en privé angstvallig gescheiden gehouden. Op de momenten waarop ik toch overstag ging kreeg ik spijt, steeds weer, het past gewoon niet bij me. Net als een sliert vriendinnen niet bij me past, een paar hele goeie is fijn en mijn eigen gezelschap schuw ik ook niet. Ook al ben ik oprecht dol op mijn collega’s, buiten het werk veel contact hebben voegt me niet.

Respect hebben voor een mening die afwijkt van de jouwe vind ik belangrijk, ook al kan ik het er hartgrondig mee oneens zijn. Maar ik ben ook heus op momenten onhandig in mijn aanpak geweest. Als ik onzeker was over mezelf of een donker moment had. Mea culpa, ik ben ook maar mens. Maar ik ben heel goed in sorry zeggen en mijn fouten erkennen.

Dichte deur

Helaas vond mijn collega dat #respect moet worden afgedwongen, door met je vuist op tafel te slaan. We stonden lijnrecht tegenover elkaar. Onverzettelijk. Veiligheid is een groot goed op de werkvloer, en ik heb me in het verleden veel te vaak onveilig gevoeld. Een leidinggevende zei me ooit eens dat mijn talent ligt in mensen verbinden en dat vind ik oprecht prachtig. Ik heb geleerd mezelf recht te trekken als ik naar scheefheid neig 🙂

Maar dat er een onoplosbaar conflict tussen ons ontstond deed me verschrikkelijk veel pijn. Ik wilde niet buigen, want wat zou dat zeggen over mij. Dat mijn eigen mening blijkbaar niks waard was, en beïnvloed kon worden door iemand die geen tegenspraak duldde.

Ik kon niet anders dan weggaan en opnieuw beginnen. Haar deur werd ferm gesloten, geen kiertje bleef er voor me over. Die dichte deur staarde me onverzettelijk aan bij mijn vertrek. Maar tot op de dag van vandaag staat de mijne voor haar open. Ik ben niet haatdragend, we doen of zeggen allemaal weleens iets waar we achteraf spijt van hebben. Ik hoop dat ze ooit nog eens door die deur komt wandelen, voor een kop koffie en een mooi gesprek. Want het leven is echt te kort om deuren dicht te laten.

Vier eens iets anders!

Ik geef niks om mijn verjaardag, het vieren ervan tenminste. Een jaar ouder is worden is wel steeds opnieuw een cadeautje. Maar de invulling ervan met dat standaard gebeuren van koffie en gebak, hapjes en drankjes en een bak visite, geen fan. En daarbij had ik er hoegenaamd niks mee te maken, met dat geboren worden. Die eer is vooral voor mijn moedertje.

Ik snap eigenlijk niet goed waarom we niet vooral andere overwinningen vieren. Zoals dat diploma waar je hard voor gewerkt hebt, vier maar elk jaar hoe dat papiertje je leven veranderde. Of de dag dat je je beste vriendin ontmoette, die reuzenstap toen je eindelijk leerde je eigenheid te omhelzen of eindelijk die onveilige relatie achter je kon laten. Herstel na ziek zijn, een fijne baan of juist de vrijheid van geen baas meer hebben.

Vieren

Vier lekker uitbundig dat je bent afgekickt van je dropballenverslaving ook al staren ze nog steeds naar je en roepen ‘Eet mij’ 😉 Vier de dag dat je die strakke broek eindelijk weer aankon, of dat je hem niet meer paste maar je zoveel gelukkiger bleek te zijn toen je verder kon kijken dan die slanke lijn. Toen je eindelijk vond wat je hart vervulde, vier dat, of de eerste keer dat je favoriete liedje je oren in danste. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Wij mensen zijn zo mooi in al onze complexiteit en in dat heel verschillend zijn, vier je een slag in de rondte please!

Jarig zijn, het is supervet, ik hoop in goede gezondheid honderd te worden, dat lijkt me prachtig. Maar er zijn oprecht heel veel andere bijzondere geweldige toffe pareltjes die gevierd mogen worden. En als ik eerlijk ben, geniet ik daar veel meer van dan van mijn verjaardag.

Reddingsboei

Hij is nog geen veertig maar zijn lichaam laat hem meer en meer in de steek. Zijn pijn is diep en schrijnend omdat thuis wonen bij zijn jonge gezin onmogelijk is geworden. En alsof die boodschap niet hard genoeg is blijkt er ook geen mogelijkheid te zijn om ergens anders te wonen. Tussen de wal en het schip met je doodzieke lijf.

Ik luister naar zijn verhaal en kan me in de verste verte niet voorstellen hoe dat voor hem moet zijn. Zijn jonge kinderen die op moeten groeien zonder hun papa dichtbij. Ik vind het hartverscheurend. En dan moeten ze ook nog stad en land afbellen om gehoord te worden op zoek naar een helpende hand.

Dus besluit ik mijn stinkende te best doen om een fijne plek voor hem te vinden, een plek alleen van hem. Waar zijn kinderen eens een nachtje kunnen komen logeren, waar ze samen kunnen zijn als gezin. De plek heb ik, nu moet ik er alleen nog voor zorgen dat hij hem krijgt.

Mijn collega’s gaan niet direct overstag en ik begrijp hun vraagtekens. ‘Ga eerst bij hem langs, pleit ik, beoordeel met je eigen ogen. Geef hem die kans’.

Warme zorg

Gisterochtend zochten de twee collega’s die bij hem op bezoek zijn geweest me op. Hun stralende gezichten vertelden me zonder woorden wat ik zo graag wilde horen. Hij is hartstikke welkom. Een eigen plek en ook nog op korte afstand van zijn drie grote liefdes, waar hij warme zorg ontvangt en fijn kan wonen. Mijn dag kan niet meer stuk.

‘Na een periode waarin er alleen maar deuren voor me dicht gingen, is dit de eerste deur die voor me open ging’, zegt hij vol emotie. De rillingen lopen over mijn lijf bij die woorden. Het is precies waarom ik zo hartstochtelijk veel van mijn werk houd. Ik kan iets doen voor iemand, en daar ben ik meer dan dankbaar voor.

Writersblock

Ik vind het leuk om belevenissen uit mijn leven met jullie te delen. Ik hoef dan ook maar zelden te zoeken naar een onderwerp, ze komen vaak in grote getalen voorbij. Vanmorgen vroeg lag ik knus in bed wat te luisteren naar de vogeltjes. Het is altijd zo’n zalig geluid, het klinkt als lente, als een bleek zonnetje, als bossen bloemen en nog zoveel meer.

Deze winter was een vreemde, net als de winter ervoor een vreemde was. Die covid-jaren zijn niemand in de koude kleren gaan zitten. Zoveel verdriet, zoveel gemis, zouden we dat direct achter ons kunnen laten, bedenk ik bij mezelf.

Terwijl ik door wat apps scroll verbaas ik me over de oppervlakkigheid. Berichten van opgeklopt sentiment met foto’s die ik al een aantal jaren steeds opnieuw voorbij zie komen, en nog steeds reageren mensen er vol overgave op. Ik vraag mezelf af of we graag in de maling willen worden genomen. Roepen we die veranderende wereld niet gewoon over onszelf af door het gemak waarop we over het echte leven heenstappen? Door de valse waarheden van social media als het echte leven te zien.

Leven

Het is maar random gefilosofeer hoor, mijn gedachten op papier zetten vind ik nou eenmaal zalig. Toch zie ik de vervlakking en de onverschilligheid toenemen, in alles. En ook mijn eigen beroepsgroep wordt een onderwerp waar heel veel mensen mee aan de haal gaan. ‘Organiseer een verwendag voor de zorg’ las ik vanmorgen ergens. Over betutteling gesproken, dan neem je al die medewerkers echt niet serieus.

Ik blijf nog maar even soezen, luisterend naar de vogeltjes, en laat alle nonsens nog even voor wat het is. En ik omarm mijn writersblock nog maar even, lekker rustig ook 🙂

Voltooid leven

Ik ben dol op het leven, verliefd bijna, elke dag is er zoveel moois om mijn bed voor uit te stappen. Maar ik heb dan ook een prachtleven, rijk, door alle liefde die er in leeft. Toch praat ik over de dood, met de liefste, vertel ik hem wat ik wil en vooral ook wat ik niet wil. Juist omdat ik het in mijn werk al zo vaak meemaakte, dat taboe van dat levenseinde waar niet over gesproken mocht worden.

Heel vaak zag ik families besluiten om een leven te verlengen, tot het uiterste. En heel vaak vroeg ik me af waarom. Wat is nog de kwaliteit die je hoopt te behalen voor die ander, die soms al diep in zijn of haar dementie leeft. Voor wie maak je die keuze? Voor jezelf of voor die ander.

Euthanasie

Ik heb geen antwoord op hun vragen, ik heb alleen antwoorden op die van mezelf. Die bijzondere gesprekken heb ik al vaak met mijn ouders gevoerd. Ik weet wat ze willen en wat vooral niet. Ongelofelijk belangrijk is dat. Want hoe lastig die gesprekken soms ook zijn, als beslissingen ineens op je pad komen zijn er ook ladingen emoties die een rol spelen. Op voorhand weten waar de wens van de ander ligt is fijn. Dat geeft rust hoop ik, zodat mijn focus niet gaat wankelen.

Vanmorgen zag ik de docu ‘voorgoed samen’ en ik heb ademloos zitten kijken. Om samen te besluiten tot euthanasie is zo dapper. Het afscheid nemen was zo helder en eenvoudig in beeld gebracht. Waar ingewikkeld ook zo heel erg mooi kan zijn. Afscheid nemen van het leven ging gepaard met afscheid nemen van zoveel meer.

En hoe onmogelijk het ook klinkt, ze waren glashelder in hun keuze. Geen zielig eindigen van hun prachtige leven maar vol liefde zelf de regie in handen houden. En zo is het ook gegaan nu alweer drie jaar geleden.

Praat over de dood, juist als je dol bent op het leven. Kan jij het?