Sportfrustratie

Ik heb niet veel frustraties, de meeste zaken die niet helemaal gaan zoals ik wil leg ik schouderophalend naast me neer. Behalve dat ene dingetje waar ik steeds opnieuw tegenaan loop, en waar ik vloekend op de vroege ochtend mee worstel. Mijn fijne #sportbh.

Want als je net als ik wat meer hout voor de deur hebt, moet dat ook lekker stevig ondersteunt worden. Dus kocht ik een goed sportbh, voor tijdens dat fijne vroege rondje hardlopen.

Maar dat vastmaken van dat ding is steeds opnieuw gedoe. Bij deze zitten er nota bene twee keer twee haakjes. En dat is fijn natuurlijk, dat extra bandje op je rug. Maar die bovenste, daar kan je zelf dus niet bij hè. ‘Wie verzint dit soort martelapparaten’ verzucht ik regelmatig. Want je hebt er dus iemand bij nodig, als je wil gaan sporten, voor dat los en vast maken. Raar toch? Die bovenste haakjes heb ik dus professioneel vastgezet. Maar het maakt het in en uit dat ding wurmen er niet eenvoudiger op. Het ziet er spectaculair uit, dat dan weer wel, om mij te zien worstelen. Soort slangenmens act, maar dan anders 🙂 Maar ik heb nu tenminste niemand meer nodig om me vast te haken.

Haakjes

Oprecht gek wordt ik van die rottige haakjes op je rug. Binnen no time zijn ze verbogen, blijven ze tijdens het aantrekken van die bh overal aan haken, behalve waar ze aan moeten blijven haken, en sta ik vloekend en ziedend dat ding in onmogelijke houdingen te ontkoppelen van al waar het aan blijft hangen. Zie je het voor je? Kansloze missie, natuurlijk. lekker relaxt hoor, de start van mijn vroege hardlooprondje, not. Voorsluiting zeg je. Helemaal eens, maar tot nu toe heb ik nog geen fijne stevige kunnen vinden.

Dus daarom deze boodschap voor de ontwikkelaars van bh’s, en met name die voor sportende dames met een grotere bos hout: verzin eens een fijne stevige zonder die rottige haakjes. Je zou deze vrouw er razend gelukkig mee maken!

Juiste doelgroep

‘Het is te versnipperd, zegt ze, je schrijft veel te versnipperd. Je moet eerst bepalen wie je doelgroep is, wat wil je schrijven en vooral voor wie’. Moedeloos kijk ik terug, ‘dat betekent een keurslijf toch? Ik moet mezelf beperken in wat ik wil gaan schrijven, en voor wie. Die specifieke doelgroep zoeken en alleen nog voor hen schrijven. En als ik dat nou niet wil’? Ze haalt onverschillig haar schouders op. ‘Zelf weten, dat spreekt voor zich, maar op deze manier wordt het nooit wat met je’.

Mijn doelgroep, wat is in vredesnaam mijn doelgroep. Ik schrijf voor iedereen die zich laaft aan mijn stukjes, want ze beschrijven stuk voor stuk de worstelingen in het leven. Soms luchtig, soms zwaar, precies zoals het leven is, geen dag is eender. Dus wat is dan mijn doelgroep? Mensen? Want ik wil niet alleen maar voor kampeerliefhebbers schrijven, gezondheidszorgcollega’s of voor vrouwen in de overgang. Ik wil schrijven wat ik wil, en vooral hoe ik dat wil. Dat doelgroep gedoe stuit me enorm tegen de borst. Eigengereid, ik weet het, en toch gooide ik vol enthousiasme die doelgroep het raam uit, dan wordt het maar niks met die schrijfcarrière.

Schrijver

Ik ben een dwarsligger, ik weet het, en die eigenwijsheid is misschien niet heel erg slim. Maar mezelf beperken, of me alleen richten tot een bepaalde doelgroep, voelt als een keurslijf. Dat keurslijf waar ik mezelf, met heel veel spul en moeite, net aan had ontworsteld. Want we zijn zo heel veel facetten, zo heel erg een verzameling van allerlei verschillende kanten. Mezelf beperken en een bepaalde kant op moeten schrijven, het zou voelen alsof ik een deel van mezelf zou verloochenen. Eigenlijk ben ik wel vijf doelgroepen, of nog meer zelfs:-) Lekker multifunctioneel, that’s me.

Niet zakelijk, absoluut waar, ik ben verre van zakelijk. Schrijver zijn en schrijven vanuit de krochten van mijn ziel, ik ben vooral dat. Ik heb niks met commercie of slimme marketing, mijn stukjes vertellen hun eigen verhaal. Heel naïef, absoluut, maar dat is wie ik wil zijn. Ik heb er plezier in, in dat schrijven van mij. En als iemand zich herkent in mijn blogs, er inspiratie of troost uithaalt, is dat al heel erg prachtig. In een wereld van toneelspel, machtspelletjes en uitgekookte slimmigheidjes, geef ik met liefde een tegengeluid 🙂

Verloren

Ooit liep ik stage in een bejaardentehuis, ik zal zestien geweest zijn, en ik voelde me vooral voor de leeuwen gegooid. Ik wilde niets liever dan de kraamzorg in, maar werd helaas ingedeeld voor een stage in de ouderenzorg, en vol weerzin stapte ik er naar binnen. Jannie kreeg mij toebedeeld, en gaf me lukraak wat taken. Zonder enige zorgervaring kreeg ik van Jannie de opdracht een oude dame uit bed te helpen. Wat omzichtig klopte ik op de deur, en voorzichtig liep ik de schemerige kamer in. Het was warm in de kamer, muffig, en schoorvoetend maakte ik de dame in kwestie voorzichtig wakker. Ze vroeg me de dekens open te slaan, en ik kreeg de schrik van mijn leven. Deze oude dame had geen onderbenen meer, voor mij nogal onverwacht. Haar beide been protheses stonden uit het zicht, achter de nog gesloten gordijnen.

Mijn eerste kennismaking met de zorg was niet echt een fijne, en toch was ik gefascineerd.

In dat kleine, ouderwetse bejaardentehuis regeerde Zuster Roodhart met strakke hand. Zij woonde in, ook zo bijzonder. Ik sidderde als ze in de buurt was, en liep altijd met een grote boog om haar heen. Als geboren katholiek meisje heb ik in mijn jeugd best wat nonnen meegemaakt, maar zo akelig als zij was, was er geen eentje.

Ik wende snel, en maakte elke ochtend pap voor de mensen die in het ziekenzaaltje verbleven. En dat was er in die periode maar eentje. Een lieve, oude, tandeloze dame die door iedereen liefdevol tante Coby werd genoemd. Tante Coby was het allerliefste in het ziekenzaaltje, zo vlak naast de zusterpost, zo voelde ze zich minder alleen.

Ik ging rond met een broodkar en met soep, en elke dag hielp ik mee met het jassen van een enorme lading piepers. Tussen de middag kreeg ik de vaste taak toebedeeld om de tafel te dekken voor zuster Roodhart, met het mooiste tafelzilver. Heel precies moest dat, en niemand was dol op dat klusje. Het was een apart wereldje, kneuterig en gemoedelijk.

Zuster

Jaren later werkte ik er nog een poosje. Toen onze kinderen klein waren, was ik er vaste avonddienst. Zuster Roodhart had inmiddels plaats gemaakt voor een nieuw aangetrokken hoofdzuster, de zorgzwaarte was minimaal en het ziekenzaaltje bestond ook nog. Een kostbare en dierbare tijd, ik sloot er bijzondere vriendschappen en luisterde naar prachtige verhalen over vroeger, en die fijne plek nestelde zich knus in mijn warme hart.

Inmiddels ben ik zorgbemiddelaar van deze locatie, een ruime twintig jaar later. Het ziekenzaaltje is allang verdwenen, en de zorgzwaarte is niet te vergelijken met toen. Alleen alle mooie herinneringen zijn er nog, nog steeds knus genesteld op die vaste plek. Het voelt echt razend bijzonder voor mij om weer betrokken te zijn bij de plek waar het voor mij ooit begon. Het verschil met toen is zo groot, maar inmiddels ben ik ook wel wat veranderd 🙂

Er is zoveel verloren gegaan, en sommige veranderingen betreur ik oprecht, er is een lading moois dat ik graag had willen behouden. Behalve zuster Roodhart, die kan ik missen als kiespijn 🙂

Jonge deerne

Dat steeds slechter kunnen zien, het neemt inmiddels illustere vormen aan, schele Hendrika noem ik mezelf regelmatig. Knijpend en starend sta ik soms naar die minuscule lettertjes te kijken. Alsof er, door er naar te blijven kijken, ineens iets veranderd. Ik haal de te lezen letters dichterbij, of houd ze iets verder weg, hoopvol wachtend tot ik er iets van kan ontcijferen. Zonder resultaat, vanzelfsprekend, maar ik blijf het wel proberen. Een tikkie eigenwijs, ik weet het 😉

Nog niet zo heel lang geleden was ik een jonge deerne, zo voelt het tenminste. Nu doen overgang, leesbrillen en krakende gewrichten hun intrede. Ik weiger er standvastig naar te luisteren, naar dat ouder worden. In mijn hart en hoofd ben ik namelijk nog steeds een jonge deerne, en dat hoop ik nog lang te blijven.

Op feestjes, als ze straks weer mogen tenminste, hoop ik echt weer vol verve uitgebreid op de dansvloer te staan. Dat ik daarbij niet iedereen meer scherp zie zal me echt een zorg zijn, het scheelt alvast een hoop rimpels en grijze haren spotten. Die van mezelf zie ik namelijk ook al minder scherp, en dat bevalt me helemaal prima. Wat je niet ziet, kan je tenslotte vol overgave negeren.

Ouder worden

Alleen voor mijn werk moest ik er serieus aan geloven, die beeldschermbril is inmiddels aangeschaft. ‘Een damesachtig modelletje’ zei de liefste, waar ik spontaan opstandig van werd natuurlijk. Damesachtig, WTF, ik ben geen oude vrouw 🙂

Het mag duidelijk zijn dat ik er soms niet echt aan wil dat ik drieënvijftig wordt, heel binnenkort. En waar de jaren tot aan die vijftig eeuwig leken te duren, beginnen de jaren na die vijftig wel twee keer zo snel te gaan. Zo voelt het oprecht. De jaren glippen me veel te snel tussen die spreekwoordelijke vingers door.

Tijd om in het kwadraat te genieten, tot nu toe lukt het glansrijk!

Uitje

Een dag op een andere werkplek werken, op een andere plek dan thuis of op kantoor, ik keek er oprecht naar uit. ‘Hoe kan het dat dit als een uitje voelt’ dacht ik nog, en wat is er toch bizar veel veranderd het afgelopen jaar. En dan ben ik nog op vakantie geweest, kan ik vaak naar buiten en heb ik mijn werk.

Maar die bewuste ochtend zat ik vol enthousiasme, bruisend en sprankelend op mijn fiets, de zon kwam net op en knipoogde naar me. Blij knipoogde ik terug. Ik vloog langs heiige velden, met een muziekje op mijn hoofd, genietend van alle uitgestrekte schoonheid om me heen.

Mijn werkplek voor een dag, was gevestigd in een prachtig oud gebouw. Ooit was het een ziekenhuis voor mentaal zieken, inmiddels heeft het heel veel nevenfuncties waaronder kantoorruimte. Tijdens de lunch kon ik buiten eten, zat ik zalig uit de wind in de ommuurde binnentuin, volop genietend van die prachtige bouw. Ik liep een rondje over het enorme terrein en keek mijn ogen uit. Zoveel historie, zoveel bijzondere plekjes, het maakte mijn werkdag een hele bijzondere en vooral een hele aangename.

Historie

historie

Het helpt vanzelfsprekend dat het prachtig mooi weer was, dat de poké bowl, die daar vers gemaakt werd, bijzonder zalig smaakte, en dat ik met hele gezellige mensen werkte. Maar toch, al die historie waar ik op uit keek, het schitterende glas in lood, de indrukwekkende trappenhuizen en prachtige boogdeuren. Die enorme lading aan details, zoals de oude tegeltjes, de bewerkte oude handvatten en alle hoekjes en plekjes en bochtjes, ik ben er dol op, oprecht.

Diezelfde middag zat ik stralend op de fiets naar huis, met een hoofd vol nieuwe indrukken. Die dag had ik voor de eerste keer met stokjes gegeten, voor de eerste keer in dat waanzinnige mooi gebouw gewerkt, voelde ik wat die nieuwe ervaringen met mijn humeur deden, met mijn gemoed. Overweldigende, intense blijheid, echt.

Het wordt hoog tijd dat de wereld weer een beetje open gaat, dat we allemaal weer wat nieuwe ervaringen op kunnen doen, en allemaal weer volop kunnen gaan genieten van elke nieuwe dag. Hoe? Ik heb werkelijk geen idee, maar dat we daar allemaal ongetwijfeld van op zullen knappen, dat is wel zeker.

Genieten

Soms valt er zomaar onverwacht een hele berg positiviteit in je schoot, vanuit het niets. In deze tijd van afstand, voelde ik me razend verbonden met al die mensen. Dwars door die telefoon. De kracht van #socialmedia op een fijne manier.

Ik schreef spontaan iets over mijn vroege ochtendrondje, met de vers gemaakte foto van een mooie zonsopkomst. Het rondje was niet bijster rap, of bijster lang, het was gewoon een fijn rondje voor de start van mijn werkdag. Leuk om te delen met andere enthousiastelingen, en ik werd blij van alle reacties.

Tijdens mijn hele leven was ik met wisselend succes, sportief. Soms gooide mijn lichaam zonder scrupules roet in het eten, en kon ik weer heel lang bijzonder weinig. Toen ik een aantal jaar geleden als vrijwilliger medailles stond uit te reiken na de Alkmaar City Run, begon het acuut weer te kriebelen. Ik wilde zelf ook zo’n ding om mijn nek 🙂 Heel rustig pakte ik het weer op, en liet ook zo af en toe de moed weer een poosje zakken.

Vroeg rondje

Inmiddels heb ik standje steady weer te pakken, en zeker nu die overgang ongenadig toeslaat, heeft dat hardlopen van mij meer dan één functie. Fit blijven, een beetje in shape waar mogelijk, en vooral op het mentale vlak dat frisse hoofd behouden. Dat hardlopen geeft me onveranderlijk een zalig gevoel. Af en toe schiet ik met mijn mobiel in die vroege ochtend zelfs prachtige plaatjes. Heerlijk functioneel, dat lopen, ik streep fijn een hele waslijst aan ‘mooi meegenomen’ af.

Spetterende doelen of snelheden heb ik inmiddels wel losgelaten, een rondje draven in de ochtend is inmiddels goed genoeg voor mij. Zoals iemand terecht opmerkte: ik heb me aangesloten bij ’team genieten’. Die lat te hoog leggen zorgt alleen maar voor frustratie, en die kan ik missen als kiespijn. Maar omdat de energie van dat vroege rondje echt onbetaalbaar is, blijf ik nu gewoon wel gaan. Op het gemakje, zonder mezelf onder druk te zetten, rommel ik een rondje langs heiige velden, onder stralende sterren door of genietend van een adembenemende zonsopkomst.

Team genieten is eindelijk verstandig geworden 🙂

Typisch frans

Ik ben oprecht dol op Frankrijk, en ik ben er ook nog lang niet op uitgekeken. Ik kan nog jaren vooruit met die verscheidenheid aan wonderschone natuur, er is nog zo ontzettend veel te zien en te ontdekken.

Nadelen zijn er niet eigenlijk, ik weet me inmiddels goed staande te houden in het frans. De liefste ook, die schuift mij gewoon standaard naar voren als er iets geregeld moet worden 🙂 Maar ik kom echt een heel eind met die paar jaar middelbare school frans (met dank aan meneer Timmer die in mij maar weinig brood zag. Meneer Timmer, het is goed gekomen met me!) Durven is al de helft, en een fijn geheugen, dat helpt ook.

Vanmiddag zat ik naar de radio te luisteren toen er een stukje cabaret voorbij kwam, over dat hele bijzondere van dat franse toilet, en ik voelde direct mijn giechelkriebel opborrelen. In hele uitzonderlijke gevallen moet je er onderweg soms gebruik van maken, als je echt niks anders tegenkomt, en steeds opnieuw is het een uitdaging. Die ervaringen probeerde ik allemaal te parkeren in het laatje ‘echt heel snel vergeten’, maar door dat hilarische stukje sprong dat laatje spontaan volledig open.

Toilet

Deze cabaretier wist echt precies die enorme worsteling van het gebruik van dat toilet te beschrijven, de ribbeltjes waar je voeten moeten staan, het gevecht met die balans en het precieze mikken. De tranen stroomden over mijn wangen, van herkenbaarheid. Smakelijk vertelde hij dat zijn vrouw haar onderbroek voor het gemak tijdelijk op haar hoofd parkeerde, om maar zo veilig mogelijk te plassen, niks ertussen is toch fijner. En ik heb daar direct beeld bij hè, daar kan ik oprecht niks aan doen, het was gewoon zo ontzettend grappig. Heerlijk is dat, om in je eentje volledig gevouwen te liggen. En lekker, dat was het ook vooral, ik ben dol op een uitgebreid potje slappe lach.

Zonder al teveel op de details in te gaan, kreeg ik wel weer wat flashback momentjes, die ik meteen ook weer terug stopte in dat speciale laatje. En ik zal ze jullie ook echt besparen, no worry’s. Maar dat ik het franse toilet op vakantie steeds minder vaak tegenkom, is een zegen, oprecht.

Vasthouden

Dat allemachtig prachtige winterweer, waar we kort geleden van genoten, was geweldig. Ik zag alleen maar foto’s van schaatsende mensen en van winterwonderland-wandelingen. Maar ik voelde vooral ook het contrast achter al die blije plaatjes, dat smachtende ervan. Batterijen werden vol overgave een beetje opgeladen, want het afgelopen jaar is behoorlijk schraal geweest. Schraal door alles wat we moeten missen.

Het afgelopen jaar hield ik me steeds vast aan mijn eigen pilaren, veel naar buiten en veel schrijven. En heel veel muziek, ik kan echt geen dag zonder, en voor elke stemming heb ik wel een lijstje. Wekelijks hang ik vol overgave de slingers op en gaan die plaatjes voor even heel erg hard, dans ik als een dolle in mijn eigen huiskamer. Het is een afreageren op het verdriet van de wereld, en op mijn eigen verdriet over wat er gaande is. Maar naast dat rottige virus, en al wat naar is in het leven, is er steeds ook zoveel moois. En ook daar blijf ik oog voor hebben, ik verzand niet in negativiteit, want het leven is ook zo heel erg prachtig. Maar ik heb makkelijk praten, met mijn fijne baan en mijn fijne leven.

Vooruit kijken

Stiekem ben ik ook al aan het vooruit kijken, kan mij het schelen. Binnenkort gaat we onze camper gewoon weer lekker van stal halen, heerlijk om wat op te fluffen, mijn gordijntjes op te hangen en plannen te maken. Lekker dagdromen over een weekeind onbezorgd kamperen in Nederland, met die zon op mijn bol natuurlijk. En vooral ook samen giechelen omdat het ’s nachts toch wel erg koud is nog, zo vroeg in het seizoen. Knus en gezellig hoop ik samen vol overtuiging te genieten van alles wat het leven vol en rijk maakt.

Onnozel? Misschien, maar ook daar haal ik mijn schouders over op. Elk mens blijft rechtop staan op zijn eigen manier, en dit is de mijne. Hoe dit jaar eruit komt te zien, geen mens die het kan voorspellen, dus speel ik alvast wat scenario’s af in mijn hoofd.

Want natuurlijk is er ook nog ons achtertuinparadijs. Waar we vers uit ons werk, met mooi weer, heerlijk kunnen relaxen. Dus in het geval dat we de komende maanden nog nergens heen kunnen met ons camperschatje, en we ook even geen zin hebben in strand, bos of duin, wat hier zo lekker vlak naast de deur ligt, dan kunnen we altijd nog op mooie dagen in die hangmat chillen. Beetje onnozel liggen luisteren hoe onze klimplanten lekker groter groeien.

Volgens mij heb ik plan A,B en C alvast klaarliggen, kan ik de komende maanden nog fijn alle kanten op 🙂

Coronacoupe

Wat verbouwereerd keek ik vanmorgen naar mijn eigen hoofd in de spiegel, dat gebrek aan kappersbezoekjes van de afgelopen periode begint zich overduidelijk af te tekenen. Ik wordt grijs!

Nou was dat vanzelfsprekend niet echt een verrassing, gezien mijn leeftijd. Maar omdat ik met enige regelmaat in die kappersstoel zat, en professioneel onder handen werd genomen, had ik er weinig erg in. Waar ik me wel over verbaas, is dat het me niet zoveel uitmaakt, die opkomende grijze strepen. Nou ja, streepjes, want het valt eigenlijk best mee. Komt vanzelfsprekend ook door die enorme bos haar van mij, de kleur die het voorheen had heeft nog steeds de overhand.

Als kind was ik spierwit, en mijn bijnaam was dan ook ‘die witte’. Over een paar jaar is die dus ook weer fijn van toepassing 🙂

Grijs

Als ik de kranten mag geloven, komt een kappersbezoekje weer in zicht. Enthousiast app ik de liefste, dat ik voor hem alvast een afspraak ga maken, want ik weet hoezeer hij verlangd naar een kappersbezoek. Uit zijn korte haar is de coupe volledig verdwenen, maar vooral zijn baard neemt illustere vormen aan, dat is inmiddels een woeste bos. Ik vind het prachtig hoor, dat vooropgesteld, hij begint zelfs te krullen, die volle baard. Maar hij wil er graag enigszins van verlost worden, ietsje korter is een stuk fijner.

Ik ga lekker voor een verfje, ook al heb ik wel echt even getwijfeld. Maar ik wacht toch nog een paar jaar, tot het echt veel grijzer wordt. Dan ga ik die lange lokken van mij wat korter wieken en grijs/wit laten worden. Voor nu gaat die spoeling er gewoon weer door, ben ik lekker weer egaal gemêleerd en heerlijk eenduidig gekleurd, ook weer mooi. Waarschijnlijk tenminste, eerst vanavond even afwachten, of we echt weer mogen 🙂

Maarten

Hij heette Maarten. Het beeld dat ik van hem heb is nog glashelder ondanks die drieëndertig jaar die er inmiddels zijn verstreken. Maarten had een spierziekte. Het was mijn allereerste kennismaking met deze ziekte, ik zal achttien geweest zijn, en het maakte diepe indruk op mij.

Voor Maarten zorgen was pittig. Maar hij moest die zorg ondergaan en de contracturen die zijn lichaam had gevormd waren ijzingwekkend. Zijn lichaam kroop meer en meer in elkaar, gaf stukje bij beetje zijn kracht prijs. 

Praten kon hij niet meer, hij communiceerde door het uitstoten van klanken, en ik probeerde uit alle macht te leren wat hij precies bedoelde. Niet meer duidelijk kunnen maken wat je wil zeggen moet een nachtmerrie geweest zijn.

Ik zorgde met liefde voor zijn vergroeide lijf, en hoopte vooral dat ik hem tijdens het wassen geen pijn deed. Daarentegen vond ik het verschrikkelijk om hem te helpen met eten. Hij slikte op reflex, dus elke hap moest vooral rustig en precies worden gegeven. Ik zat altijd met geknepen billen naast zijn bed, elke hap nauwkeurig volgend, hopend dat hij zich niet zou verslikken. 

Maarten was nog jong, dat weet ik ook nog, een dertiger, en er stond niks persoonlijks in zijn kale kamer. Geen mooie foto, lieve kaarten of rommelige kindertekeningen. Er was geen enkele herinnering aan hoe zijn leven tot dan toe was geweest.

Dat vind ik nog steeds verdrietig.

Een leven weggevaagd door een nietsontziende spierziekte, met dat jonge lichaam dat zich onverzettelijk vastklampte aan het leven, zonder iets van warmte om hem heen om hem te steunen.

Het ‘zorgen voor’ was afstandelijker vroeger, sterieler haast. En daar worstelde ik mee.

Spierziekte

Persoonlijke foto’s en mooie verhalen zijn tot op de dag van vandaag een dankbare bron van informatie om de mens achter de ziekte te leren kennen. Van Maarten wist ik niets. Als ik aan hem denk, denk ik alleen maar aan zijn eenzaamheid. Alleen in een kale kamer, met een falend lijf, overgeleverd aan dat moeizame bestaan. 

Ondanks al onze goedbedoelde zorg voor hem, het was eenvoudigweg nooit genoeg.

Ik vertrok een paar maanden later en vervolgde mijn eigen weg in het leven. Ik huppelde, groeide en leefde vrijmoedig verder. Zijn leven kwam daar tot stilstand, in dat kale hok, en dat duurde ook best nog een poosje. 

Tijdens mijn eigen leven probeer ik me te beperken tot de kern van ons bestaan. Mag ik van mezelf heus mopperen, bang zijn of verdrietig. Maar ik spreek mezelf streng toe bij elke minuscule neiging tot ontevredenheid.

Want gezondheid is een groot goed. En in onze zucht naar welvaart, mogen we de waarde van elke nieuwe dag echt nooit uit het oog verliezen. #verpleegkundige#ikzorg#gezondheid#storytelling