Schelpjes

Die jongedame van hiernaast ontwikkeld zich razendsnel. Wij genieten volop van haar ongefilterde puurheid. Inmiddels heeft ze eindelijk de gang naar de eerste verdieping gemaakt. Ze keek al een poosje verlangend naar boven, en afgelopen week besloot ze dat het hoog tijd was 🙂

En ik gaf haar het perfecte excuus.

Beer was namelijk gewassen en zat niet meer halverwege de trap. Dat krijg je van dat klussen, daar krijg je stof van. ‘Beer is boven, zei ik in al mijn onschuld, die is nog niet droog’. ‘Beer halen’, besloot ze doortastend terwijl ze achteromkijkend alvast de trap op liep. Grinnikend liep ik achter haar aan naar boven. Tsja, beer krijgt steevast een dikke knuffel als ze bij ons is, dat slaan we natuurlijk niet zomaar over.

Hij werd omhelsd alsof ze hem weken had moeten missen 😉 Vol hartstocht perste ze hem tegen zich aan. ‘Beer lief’, zegt ze waarna beer wel meteen naar bed moest. Slimme meid. Zo kon ze mooi de rest van de verdieping aan een grondige inspectie onderwerpen. ‘Bad’, riep ze vrolijk en ‘effe kijken’, haar huidige stopwoordje. De wereld ontdekken is geweldig en die wereld is op dit moment onze bovenverdieping. In onze slaapkamer vind ze al snel de houten kralenkettingen die ik als decoratie aan de verwarming heb gehangen. Vanzelfsprekend vind ze die. Buuffie eentje, aimy eentje.

Stralend kijkt ze naar me en ik straal terug.

Effe kijken

Ik moet aanwijzen waar buuffie slaapt, en waar buurman. Ze kwebbelt hele verhalen en ik kwebbel gezellig mee. Ineens ontdekt ze de grote schelpen die ik in Spanje op het strand vond. Spanje triggert meteen ‘sinterklaas’ en eigenlijk verbaas ik me niet eens meer.

Wat een slimmerik.

Zoet zit ze in kleermakerszit te spelen met mijn schelpen. In de kast, uit de kast. In elkaar en weer opnieuw. Spelen met bijna niks, ik geniet van haar spel. Hele verhalen verteld ze erbij. Na een poosje is het etenstijd en wordt het tijd om de schelpen gedag te zeggen. Maar daar denkt deze dame heel anders over. Ze is de absolute koningin van het rekken. ‘Nog effe kijken buuffie’.

Ik lach inwendig. Ze is oostindisch doof voor mijn suggesties om haar jas aan te gaan doen. Er moet nog van alles gebeuren voor ze haar laarzen aan wil. Beer nog een kus, nog even slapen op het kleed ‘lekker zacht buuffie’, en nog een handkus voor de buurman. ‘Buurman koken’ knikt ze enthousiast.

Bij de voordeur moet ze weer terug de woonkamer in want ‘auto’s opruimen’. Potverdorie, waren we dat gewoon vergeten 😉 Geduldig wacht ik tot ze alle vier haar schatten in die kleine armpjes heeft meegenomen. Buuf mag niet helpen, dit is haar klusje en dat voert ze keurig uit. Geconcentreerd worden ze kaarsrecht op het randje gezet. Dan pas is het etenstijd.

Met haar armpjes stevig om mijn nek geklemd loop ik met die schat naar de buren. Ik krijg nog een aai over mijn haar ‘buuf mooie haren’, een knuffel en een plakzoen.

Ik kijk nu alweer uit naar haar volgende bezoek 🙂

Zorgelijk

Als je zorg nodig hebt raak je in ons land makkelijk verdwaald. Soms heb ik het gevoel dat ze gewoon maar wat doen, die beleidsmakers, en het liefst zo ingewikkeld mogelijk. Net als alle politieke partijen en de versplinteringen ervan, want de eenmansfracties schieten als paddestoelen uit de grond, die doen ook maar gewoon wat. Gewoon omdat het kan. Onze zorgwereld is inmiddels een lastig te doorgronden woud. Ondoordringbaar bijna.

Het hangt van regeltjes en onmogelijkheden aan elkaar.

Momenteel is er veel te doen rondom kinderen die niet thuis meer wonen, achttien worden en ineens op eigen benen moeten staan. Nog steeds worden al die kinderen over een en dezelfde kam geschoren. Maar het ene kind is het andere niet.

Wanneer gaan we het individu zien in plaats van het labeltje? Hoe ingewikkeld dat ook is, want ik ontken dat echt niet. Maar een kind leren op eigen benen te staan gaat niet volgens een vast stramien, dat is maatwerk. En het hoeft allemaal niet perfect, kan onmogelijk perfect, maar het moet wel zorgvuldig.

Ik las het schrijnende verhaal van een jongetje dat wees werd en vervolgens niet bij opa en oma mocht wonen. Volgens de instanties zou dat niet passend zijn.

Nee van dat geleur van pleeggezin naar pleeggezin knapte hij lekker op. En toen hij #18 werd moest hij zichzelf maar redden en kreeg hij het advies ‘om bij zijn opa en oma te gaan wonen’. Bizar toch.

Ik zeg niet dat de problematiek van de jeugdzorg simpel op te lossen is, en elke situatie is anders. Dat er winst te behalen valt lijkt me evident.

Momenteel zijn er zoveel verschillende organisaties, steunpunten en aanklop-loketten. Wie kan daar nou wijs uit worden. Van het kastje naar de muur en weer terug, of nog een rondje.

jeugdzorg

Om van al die andere ontwikkelingen in de gezondheidszorg maar niet te spreken. We kunnen niet iedereen redden, zoveel is duidelijk, maar laten we de focus ook eens leggen daar waar hij hard nodig is. Kwaliteit in plaats van kwantiteit. Aandacht voor het belang van die zorg voor elkaar.

Ook al gaat er veel wel goed.

Diezelfde ochtend las ik een artikel over onderzoek dat aantoont dat een groot deel van onze jeugd niet geloofd in de holocaust. Dat hebben ze van huis uit niet meegekregen werd er beweert. Naast ongeloof en mijn ‘huh’ baart het me ook zorgen. Dat zou les één moeten zijn, wat mij betreft, naast nog een aantal andere belangrijke levenswijsheden.

Ik vind het zorgelijk.

Ik roep het regelmatig en ik blijf het roepen: onze huidige maatschappij, ik snap het even niet meer.

Hoge drempel

‘Hi, jij bent Cynthia toch’? De liefste en ik staan in een kroeg, te kijken naar een optreden van een vriendin, als ik aangesproken wordt. Ik knik wat schaapachtig van ja. Het is een spannend moment want ik weet niet wat er nu gaat volgen. Voor hetzelfde geld hebben we samen geknikkerd en ben ik haar vergeten. Het gebeurd me maar zelden, want ik ben goed in gezichten, maar eens moet de eerste keer zijn.

‘Jij bent volgende week de gastspreker tijdens het symposium als ik mijn opdracht moet presenteren, zegt ze, en ik vind het razend leuk dat je komt’. Ik schiet in de lach, en we kletsen even. Ze verteld dat ze nerveus is voor die eindpresentatie. Het is haar eindexamenopdracht en ze is volop aan het schrijven, bijschaven en vooral aan het wakker liggen.

Ik zeg tegen haar dat ik ook best wat nerveus ben. Om te mogen spreken is voor mij een grote stap, maar ik vind het vooral leuk. En ik voel me vereerd dat ik iets mag vertellen over welzijn.

We wensen elkaar een fijne avond en ’tot volgende week’ en ik richt me weer op de muziek. Stiekem ben ik blij dat ik haar ben tegen gekomen, nu is er tenminste één gezicht dat ik ga herkennen in de groep die volgende week voor mijn neus zit.

Gastspreker

Ik denk terug aan die keer dat meneer Timmer mij tijdens de franse les naar voren riep. In mijn geheugen was dat tijdens mijn brugklasjaar. Wat volgde was een totale black-out. Ik wist helemaal niks meer en stond hakkelend voor het bord doodongelukkig te zijn. Voor een groep staan en iets zeggen, mij niet bellen riep ik altijd. Toch overwon ik die angst na het overlijden van mijn opa. Tijdens zijn uitvaart vertelde ik ten overstaan van een volle kerk over mijn herinneringen aan hem.

En nu ga ik dus weer die drempel over

9 februari is het zover, en ik ga jullie absoluut vertellen of ik uit mijn woorden kwam of hakkelde als een puber 😉

Dansles

Mijn hele leven al ben ik dol op dansen. Ik ben geen elegant veertje, en meestal boeit dat me niet. Als je danst in een menigte ziet toch geen hond wat je doet. Het genieten van dat bewegen op muziek staat voorop tenslotte. Met enige regelmaat sta ik te swingen in mijn eigen huiskamer, ik kan in mijn eentje een behoorlijk strakke polonaise lopen en ook voor een quicksteppie in mijn uppie haal ik mijn neus niet op.

Maar dansen met zijn tweetjes is vele malen leuker.

De liefste weigerde volmondig bij elke poging van mijn kant. Hij heeft nooit enige vorm van dansles genoten en dat vind hij wel prima. Hij kijkt liever naar mij terwijl ik in een fictieve polonaise onze woonkamer doorsliert 😉 En de quickstep doen in mijn eentje lukt mij prima vond hij altijd.

Tot een aantal weken geleden.

Zwieren

Terwijl we op een vrijdagavond bij een goed glas wijn de week doornemen komt het huwelijk van ons oudste meisje ter sprake. En de openingsdans die wij uitvoerden toen wij trouwden. Ik had hem in onze toenmalige huiskamer wat pasjes geleerd. Voldoende om als vers bruidspaar over de vloer te kunnen zwieren maar sindsdien stonden we nooit meer samen op de dansvloer.

‘Als er iets in de buurt is wil ik samen met jou wel danslessen nemen’, zei hij ineens. Ik viel bijna van mijn stoel, echt, want ik roep het al zolang. En stiekem had ik verwacht dat hij er de volgende ochtend op terug zou komen. Maar hij was overstag, speciaal voor mij. Zelfs na zoveel jaar samen weet hij me toch weer te verrassen. En mocht er straks ruimte voor zijn dan kan hij als vader van de bruid ook met zijn oudste dochter rondzwieren.

Inmiddels zijn we een paar weken verder en het is leuk. We dansen met jong en ongeveer net zo oud en het is een ontzettend gezellige groep. Iedereen heeft zo zijn eigen redenen om zich aan te sluiten en na de les zitten we heerlijk met zijn allen na te kletsen over onze danspogingen, over onszelf en trots te zijn op onze vooruitgang.

Tof he?!

Huppelen

Ik treuzel

Met mijn ogen dicht keer ik huiverend naar binnen

Naar waar het donker is en stil

Alles wat ik niet durfde te zien

En lang aan voorbij liep

Die ziel vol ballast 

Waar eens blijdschap huppelde

Omvat nu enkel nog somber en zwaar

Het huppelen vergeten

Stap voor stap ontwar ik kluwen paniek

Bergen verstopte wanhoop

Ontwaakt aarzelend weer licht

Als een vage sprankel aan de horizon

Zijn daar voorzichtige passen, naar vrij en luchtig

Leer ik langzaam weer te huppelen

Te pittig

‘Hoe tank jij bij eigenlijk, met dagen zoals deze. En weken van hetzelfde’, vraagt ze. Haar hoofd houd ze wat schuin en haar ogen zoeken de mijne. Ik heb haar net globaal verteld hoe mijn werkdag er de laatste tijd uitziet en ze legt in één zin de vinger op de zere plek. Snel neem ik een slok thee zodat ik nog even geen antwoord hoef te geven en merk dat ze een snaar geraakt heeft. Bijtanken, doe ik dat eigenlijk wel. Wanneer dan en hoe?

Ik lach wat schaapachtig en zeg dat ik er energie van krijg om anderen te helpen, maar het is maar deels waar wat ik zeg. Want diep van binnen weet ik al weken dat ik niet meer bijtank, en niet echt meer tot rust kom. Ik merk aan alles dat ik weer aan het rennen ben en mijn hoofd staat 24/7 aan.

Eigen schuld, dikke bult. Deze situatie heb ik zelf gecreëerd dus het is aan mij om de shit op te lossen. Want ik heb het laten gebeuren, en stapelde alles zelf op mijn bord.

Energie

Mijn nekspieren staan al weken op standje ‘veel te strak’ en af en toe voel ik ze tintelen van weerzin. Ik heb het genegeerd en geen tijd voor mezelf genomen. Op mijn vrije dagen zit ik werk weg te werken of denk ik aan wat er nog ligt, en tijdens mijn werkdagen ben ik constant bezig op standje intensief. Het gejaagde gevoel van binnen verdwijnt nog maar zelden.

Wat zich weer uit in lichamelijke klachten en onvermogen om voldoende te bewegen. Ik zit mezelf letterlijk en figuurlijk in de weg. Mopperen vind ik truttig want er zijn zat mensen om me heen die veel meer te verstouwen krijgen. Ellendige dingen. Dus ben ik extra streng voor mezelf. Belachelijk natuurlijk. Ik zit in een schuitje waar ik uit moet. Heel rap.

We kletsen nog even en ik besluit weg te gaan. Ik voel me ineens misselijk bij de gedachte aan wat er had kunnen gebeuren. Als ik zo door was gegaan. Er lagen al wat beloftes aan mezelf voor over een poosje. Als ik aan een aantal voorwaarden had voldaan kon er een tandje af. Dan pas. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan.

Ik moet op de rem stappen en gelukkig kan dat. Ik ben er vandaag met twee voeten op gaan staan!

Het is mooi geweest

Warme golven overvallen me en banen zich een weg door mijn lijf, mijn hart bonst in mijn oren. Het geweld dat me overspoeld blijft beangstigend. Ik vertel mezelf dat er niks aan de hand is, wederom niet. ‘Hormonen Cynt, no worries meid. Ontspan je maar en ga lekker slapen’. Heel vaak stelde ik mezelf al gerust op die manier.

Mijn lichaam haalt trucjes met me uit maar daar trap ik mooi niet in.

Met de warme dekens naast mijn naakte lijf tracht ik mijn lichaam tot rust te manen en in slaap te vallen, tot de volgende golf zich aandient.

De afgelopen maanden tekenden zich door drukte en stress. Er gebeurde heel veel, ook mooie dingen. Hele mooie dingen. De fysieke klachten die ik ook had weerhielden me echter van mijn normale bewegingspatroon, en daarnaast waren er andere nijpender dingen die gedaan moesten worden.

Waar ik tijd aan moest besteden.

En ik liet mezelf in beslag nemen.

Het resulteerde in een ongenadig toeslaan van de overbekende kenmerken van de overgang.

Na een poosje koel ik af en kruip ik weer onder de dekens waarna de volgende golf zich meteen weer aandient. Mijn oren gonzen en mijn hart klopt veel te snel.

Mijn lijf voelt onbehaaglijk en vreemd.

Lijf

Ik voer hele gesprekken met mezelf, en stuur mijn gedachten richting afleiding. Geduldig lig ik te wachten tot het wegebt. Ik weet dat het straks weer beter wordt, dat er een moment komt dat ik in slaap val. Mijn focus ligt op mijn ademhaling, mijn buik is de plek waar ik heen wil.

Na een paar uur slaap schrik ik wakker, door weer een golf, door wederom een hart dat op hol slaat.

Mijn nachten zijn roerig momenteel, al maanden eigenlijk.

Elke dag wandelen helpt, dat weet ik. Tot voor kort deed ik dat namelijk, bijna dagelijks. Voor alle drukte, voor de stress en voor dat mopperende lijf. Toen ik daar nog ruimte voor voelde en niet verzwolgen werd door alles om me heen.

Vanmorgen trok ik dus weer fijn mijn wandelschoenen aan en vanaf nu wordt het weer dagelijkse kost. Al het andere kan wachten, wat het dan ook is.

Ik ga weer ruimte maken, weer ruimte nemen.

Het is meer dan genoeg geweest.

Schatteboutje

Inmiddels is het bijna een gewoonte geworden, zodra ze thuiskomt met haar mama en broertje loopt ze direct bij ons het pad op. En waar ze voorheen nog een tikkie bescheiden aan de brievenbus klepperde, staat ze nu met twee handjes op de voordeur te bonken.

Of buuffie even open wil doen want ze komt op visite.

Inmiddels is het niet meer alleen buuffie die in de markt ligt, de buurman wordt nu ook genoemd. Bij buuffie en buurman, hè gezellig.

Gister hoorde ik haar gebonk niet direct, ik was aan het bellen met mijn oudste en zag ineens haar lieve snoet voor ons raam verschijnen. Met een big smile vangt ze mijn glimlach, god wat ben ik dol op dit kind. Met een ‘sorry schat, Aimy staat voor het raam’ hing ik op.

Lekker bruut, ik weet het, sorry kind, ik ben ook heel erg dol op jou 🙂

Terwijl ik de voordeur open doe roept ze al blij ‘jas uit’. Geen tijd voor andersoortig geknuffel, die bewaard ze voor later. Soms gaat die jas al uit voordat ze überhaupt binnen is. ‘Schoenen uit’, roept ze blij.

‘Zullen we de voordeur eerst dicht doen schat’.

‘Ja koud’, zegt ze plechtig terwijl ik de deur dicht mag doen. Blij stort ze zich op de auto’s die op het richeltje in de gang staan.

Auto’s

Inmiddels krijgt ze ze alle vier in haar armpjes mee, al kost dat wel wat moeite. De frons en de concentratie op haar toetje spreken boekdelen. Samen zitten we op de grond alle auto’s een gier te geven. Giechelend kijkt ze naar ons op. Je zou der opvreten, echt.

Ze ziet alles, deze onderdeur: de gouden kerstster die ik nog steeds moet opruimen maar die nog zo leuk aan het openhaardrek hangt, de lampjes in een van de auto’s die aan kunnen, wat ik haar ooit liet zien en wat ze gewoon onthouden heeft, en de chocola op tafel die ik suf genoeg nog niet had weggehaald.

Haar ogen glimmen als ze die ontwaart ‘mmm, chocola’

Ik houd een hele verhandeling over ‘zo meteen eten en deze zijn bleh’ terwijl ik ze weg zet, maar ze is het alweer vergeten.

Want er moet geslapen worden. Ook vaste prik inmiddels. Samen met buuf languit op het kleed, de auto’s naast ons. Zachtjes nepsnurkend houd ze het wel 1 seconde vol, dan doet ze net alsof ze wakker schiet en volgt er een lachsalvo. Ze glimt van pret en wij glimmen mee.

Na nog een paar rondjes van hetzelfde ruimen we weer op. Snel rent ze voor mijn armen weg naar de keuken. Ik geniet van haar uitbundige lach als ik haar uit de keuken vis. Bij buuf op schoot gaan jas en schoenen weer aan. Buurman krijgt een dikke knuffel, de beer op de trap wordt nog vol hartstocht op zijn koppie gezoend en stiekem wil ze gewoon lopend van de trap ( op je billen roep ik streng waarna ze braaf gaat zitten, de laatste tree mag ze aan mijn hand springen)

Buuf krijgt nog een driedubbele knuffel en een dikke plakkus. Blij loopt ze weer naar mam, 1 deur verderop. Deze buuf is weer een blij mens.

Dag schatteboutje, tot snel!

In alle rust

Onze jaarwisseling vierden we dit jaar met een weekje ertussenuit, om heel relaxt het nieuwe jaar te verwelkomen.

Little did i know 🙂

We lagen oudejaarsavond al te slapen, toen we rond middernacht werden gebeld door onze schoonzoon. Hij had ons oudste meisje ten huwelijk gevraagd en dat mooie nieuws moest meteen gedeeld worden met pap en mam. Wat een rijkdom om die blije koppies live te kunnen zien!

De rest van de nacht verliep op zijn zachtst gezegd wat onrustig, we waren volledig wakker door het heuglijke nieuws. Wat een begin van 2023!

Op die eerste dag van het nieuwe jaar was daar dan eindelijk rust. We zaten na een prachtige wandeling door de heuvels na te genieten van hun geluk, onder het genot van een muziekje en een fijn glas rood, toen onze telefoons ineens ontploften. De #postcodekanjer was in ons eigen dorp en ook nog eens op onze postcode gevallen. Na die eerste ‘je neemt me in de maling, ja natuurlijk joh en doe nou maar weer normaal’, bleek het gewoon waar te zijn.

Als vanzelf sloegen fantasie en dromen op hol.

Wat saamhorigheid betreft, ging toen een van de meest bijzondere weken van mijn leven van start. Het maakt me razend dankbaar voor het buurtje waar ik woon en voor alle lieverds die er ook hun thuis hebben. Stuk voor stuk zijn het prachtige mensen. De hoeveelheid hartkloppingen en nachtelijke opvliegers kwamen afgelopen week wel tot een nieuw hoogtepunt, maar dat nam ik maar voor lief, en inwendig heb ik mezelf met enige regelmaat tot kalmte gemaand. Het is superleuk om geld te winnen en de hoogte van het bedrag maakte me echt niet uit.

Rijkdom

Afgelopen week viel er een ander soort rijkdom spontaan in mijn schoot.

Gisteravond was ons wijkfeest. Dansend, drinkend en kletsend stonden alle buurtjes bij elkaar. Na een week ‘appen tot je scheel ziet’, hilarische berichten sturen en vooral heel veel lol met elkaar was het eindelijk zover. Nu zouden we horen wat we hadden gewonnen. Onrustig schoven we over het evenementen veld heen en weer. Toen we het bedrag te horen kregen hebben we gegild, geknuffeld en gejankt met zijn allen.

En elkaar hard in de arm geknepen.

In polonaise liepen we naar de kroeg, uitbundig, saamhorig en wellicht een tikkie te luidruchtig 🙂 Onze stralende koppies op de foto’s van gisteravond zeggen alles. We hebben het goed gevierd, en mijn bonkende hoofd vertelde me vanmorgen dat we het wellicht iets te goed hadden gevierd 🙂 Maar wat zijn we een prachtige ploeg mensen met elkaar.

Mooierds die op elkaar kunnen leunen.

Lieve buurtjes, ik voel me razendrijk met jullie, ook zonder die centen!

Ware tragiek

Die laatste weken van het jaar staan doorgaans stijf van het sentiment, ik kan niet anders dan me verbazen over de waanzin ervan. Elke reclame is doorweekt met de ultieme kerstgedachte en druipt werkelijk van het tranentrekgehalte. 

In mijn dagelijks werk kom ik ware tragiek tegen en die is verre van schattig. Was het leven maar meer zoals de reclame, denk ik weleens, dan loopt alles altijd goed af.

Hoe anders is het in het in het echie

December is een maand van reflecteren, maar tegelijkertijd ook een maand die ontzettend beladen is. Gemis en verlies van geliefden doet extra pijn, inwendige littekens schrijnen extra. Kinderloze echtparen zien alleen maar gelukkige gezinnetjes om zich heen, en eenzaamheid ziet vooral gezelligheid bij anderen.

Tussen alle kerstgedachten heen schijnt het licht van het echte leven. Die we proberen te verdoezelen met kaarslicht en kerstversiering. Maar wat krom is valt ook nu echt niet recht te breien. Toch worden familievetes voor even onder de mat geschoven want onder de kerstboom moet het gezellig zijn. 

Gezellig

Dan doen we net alsof de wereld blinkt en glanst, en wordt de echte pijn verstopt.

Ik heb er moeite mee om ‘net te doen alsof’, ook al ben ik in deze maand softer dan anders. Nog softer. En natuurlijk reflecteer ik ook op weer een jaar dat voor altijd weg is, een jaar dat ik niet over kan doen.

Nooit meer

Ik geniet van het donker, van ons haardvuur en kaarslicht. Van de kou en de gezelligheid. Maar voor veel mensen is het nu extra moeilijk. Door het gemis maar ook door alle prijzen die door het plafond schieten. Dus probeer ik een stap extra te zetten. 

Door nog beter te luisteren. 

Elke crisismelding is nu extra beladen, en ze nemen altijd in hoeveelheid toe in deze periode. Mijn zorgzaamheid draait overuren omdat ik oprecht denk dat we daar meer dan ooit behoefte aan hebben.

Aan omkijken naar elkaar.

Dit jaar ga ik weer eens kaartjes sturen, want kleine gebaren kunnen groots effect hebben. Ik heb de lokale initiatieven gesponsord die kerstpakketten maken voor de minima die in mijn buurtje wonen. We trakteren onze kinderen, scheelt hun ook weer, maar pakken niet extra uit met kerst.

Eigenlijk koester ik vooral wat ik al heb, en dat is veel. Heel veel. En daar ben ik meer dan dankbaar voor.