Zorgliefde

‘Hoe haal je het in je hoofd eigenlijk. 
Een boek schrijven. 
Jij. 
Wie zit er nou op een bundel met jouw ervaringen te wachten’?

Om met anderen te delen wat ik in mijn werk heb meegemaakt was een stap. 
Een grote 
Ik heb mijn hart op een schaaltje gelegd 💝
Zo voelt het

Maar vanaf dat eerste moment dat ik mijn ervaringen met de rest van de wereld durfde te delen krijg ik prachtige reacties. 


Dagelijks

En niet alleen van collega’s.

Ik krijg ook hartverwarmende reacties van mensen die een ouder hebben of hadden met dementie.
En dat zijn er tegenwoordig veel
Of van hen die ooit waakzorg aan huis hebben gehad toen een dierbare aan dat laatste stukje leven begon

Maar ik kreeg ook terug dat het inzichten gaf
Inzichten in wat het betekent om zorg te verlenen
Elke dag
Aan steeds weer anderen

Om iemand aan te raken 
Die ziek is voor even of ziek is voor altijd

Ik wil zo graag laten zien hoe mooi het vak is
Belangrijk
Zinvol
En razend interessant

Om te werken in een beroepsgroep die niet om geld gaat maar om mensen
Ik roep het gewoon nog maar weer eens
Eigenlijk begrijp ik niet waarom er niet heel veel meer mensen zijn die graag in de zorg willen werken
Echt niet

Zorg

Ja maar werkdruk
Krapte en geen spetterend salaris
Dat is de algemene opvatting van dat ‘werken in de zorg’
Maar het is echt zoveel meer

Het is hoog tijd voor een ander geluid

Werken in de zorg is allemachtig prachtig!😇

Ben je benieuwd naar mijn ervaringen?

Mijn boek is inmiddels cadeau gedaan aan afstuderende leerlingen in onze beroepsgroep, aan echtgenotes en aan vrienden. 
Weggeven aan buren of aan dierbaren. 
En ik signeerde ze allemaal met liefde ❤️

‘Zorgliefde’ is in elke boekhandel te koop. 
Of via deze link 

Wil je graag een gesigneerd exemplaar? Stuur me een berichtje dan zorg ik dat hij met een persoonlijke boodschap of een krabbel van mij op je mat beland.
Vind ik leuk 🙂

In de bergen

De afgelopen jaren bekroop me vaak een enorm verlangen naar andere tijden, zorgelozer periodes dan de malle tijd waar we de laatste jaren in zaten. Op vakantie gaan, wat voorheen vooral te maken had met middelen en mogelijkheden, was ineens een kwestie van veiligheid. Hoe maf is dat. 
Het bracht me echter ook terug naar de zoete vakantieherinneringen van de reizen naar de bergen.

Het eerste jaar dat we in de bergen gingen wandelen kreeg mijn vader verschrikkelijk op zijn falie van de andere wandelaars, omdat hij zijn jonge dochters op sandalen de bergen in stuurde. Die dolomieten in. Pap kocht meteen bergschoenen voor ons. Goed bezig pap, we vonden ze superstoer. Wat hebben we een hoop meters gemaakt met zijn vieren (ook al was mijn moeder niet echt fan volgens mij) en nog steeds ben ik dol op de bergen. 


Mijn vader was ook altijd erg van de alternatieve routes, hij wist in de bergen altijd wel ‘een snellere weg’ terug. Een keer moesten we, als gevolg van die ‘snellere weg’ over een hele smalle richel. 
Schuifelend liepen we voetje voor voetje, met onze handen noodgedwongen in de ijskoude sneeuw, langs een hele steile bergwand. Terug was geen optie meer, we waren zo jong nog en inmiddels bekaf.

De alternatieve routes van mijn vader, ik heb ze vervloekt.

Helaas heb ik dat eigenwijze stammen-gen ook en stiekem ben ik daar best trots op. Ik vind het een eer om een Stammetje te zijn. De extreme keuzes van mijn vader laat ik echter wel uit mijn hoofd, het is een wonder dat we ongeschonden uit die strijd kwamen.

Zus en ik

Vakantieherinneringen



De liefste weigert meestal op mijn alternatieve route-opties in te gaan. De enkele keer dat ik echt heel overtuigend ben, vervloekt hij zichzelf omdat hij naar me heeft geluisterd. Maar ik blijf dol op spannende weggetjes, op onderzoek uit gaan loont soms echt. 

veldbloemen

Tijdens onze vakanties plukten we elke dag een vers bosje bloemen, de alpenweides leenden zich daar prima voor. Die belandden in een jampot op tafel. Nog steeds ben ik dol op veldboeketten. Ook de kampeervakanties naast een boerderij in Oostenrijk zijn dierbaar. Pap en mam sliepen in de caravan, zus en ik logeerden in de boerderij. Omdat we door een heftige onweersbui niet in ons tentje durfden te slapen. De enorme dekbedden waar we onder lagen vonden we geweldig. En de geur van verse broodjes vroeg in de ochtend, in die enorme boerenkeuken, wat een moment was dat. Het was er geweldig. Zus dronk een vers slokje melk, direct na het melken en vond dat razend smerig, haha, dat weet ik ook nog. De boerin noemde zichzelf Frau Nini. Ze had grijze vlechten en droeg een dirndl. En elk jaar kregen we met kerst een kaart van haar. Dat vond ik ook zo geweldig, post uit het buitenland.

Soms verlang ik terug naar wat meer eenvoud. Toen hele gewone dingen, nog heel erg bijzonder voelden. Ik mis dat soms. Gelukkig heb ik een geweldig geheugen.

Zacht en lief

Regelmatig vraag ik aan mezelf hoe het gaat

Als ik stekels voel van binnen

Menselijke relaties vind ik namelijk razend ingewikkeld

Zeker als ik geconfronteerd wordt met mijn eigen kwetsbaarheid

Ik ben nogal geneigd om me af te sluiten

Op te sluiten in mezelf

En contact met anderen uit de weg te gaan

Twijfels over mijn eigen warmte steken dan de kop op

Heb ik wel?

Of was ik misschien niet genoeg?

Of was ik weer veel te veel?

En waarom voel ik weerstand, diep van binnen.

Samenwerken gaat niet zonder slag of stoot

en jezelf zijn, en blijven, is onder druk best een ding

Om een ander dan steeds opnieuw te vinden

en niet te verzanden in gedoe

kan een fikse uitdaging zijn

Ik doe graag iets voor een ander

en leg mijn lat hoog

Maar dat mondt nog weleens uit in doordraven

Stampen en oogkleppen op

Vandaag omarm ik mezelf even

ben ik zacht en lief

extra zacht en lief

Wat doe jij voor jezelf vandaag? ❤️#verpleegkundige#ikzorg#gezondheid

Verwoestend

‘Hij zal wel weten wat hij doet’. Ze schenkt wat onhandig nog een glas vol, een guts rode wijn verstoort het complexe patroon en verdwaalt over het tafelkleed. ‘Je weet toch hoe hij is. Die man kan alles. Hij ademt geniaal’. Rosa probeert haar blik te vangen, maar ze slaat haar ogen neer.

‘Maeve, jemig, dat geloof je toch zelf niet. Hoeveel geld heb je hem al gegeven’.

‘Geleend, ik heb het hem geleend en hij gaat me terugbetalen. Met rente. Straks zwem ik in het geld. 

De glimlach op het gezicht van haar beste vriendin lijkt overtuigend genoeg. Als je Maeve niet kent tenminste. Rosa kent haar vriendin echter net zo goed als dat ene bijzondere gedicht van Hans Andreas dat haar zo dierbaar was. Die neplach prikt ze in een oogwenk door.

‘Maeve, luister naar me’.

Gedicht

De stoel valt met een doffe klap. Het omlijst het gegalm van wegstervende voetstappen van de enige persoon die meer voor haar betekend dan wat ook ter wereld.

‘Als je nu Andreas hardop gaat voordragen wil ik je nooit meer zien’ riep Maeve verbeten over haar schouder terwijl ze de voordeur uitloopt.

‘Dat een mens een mens zo liefhad, als ik jou’ prevelt Rosa

Boys named sue

Ik heb nogal een ruige week achter de rug. Mijn gezondheid laat wat te wensen over en er zijn nog wat losse eindjes die ze aan het onderzoeken zijn. En die uitslagen duren altijd wat. Maar als je je lamlendig voelt in je lijf, en je niet precies weet wat er gaande is, houd dat je nogal bezig. Ik had ernstig behoefte aan wat afleiding.

Nu is er in ons dorp steeds meer te beleven, en een aantal leuke bandjes vroegen gisteravond om aandacht. Deze band stond al een poosje op mijn verlanglijstje en puur toevallig kreeg ik van iemand kaartjes. De keuze was dus snel gemaakt. Want ook het zaaltje waar ze speelden heeft een bijzonder plekje in mijn hart. Ik leerde er 37 jaar geleden de liefste kennen tijdens een concert van `Herman Brood, toen het zaaltje nog Donkey Shot heette, en ik nog maar een schaap van 15 jaar oud was.

Bandje

Vanaf de eerste noten was ik verkocht. Wat een zaligheid. Je hoeft geen Johnny Cash fan te zijn om van deze tributeband gecharmeerd te zijn. Ingetogen en volle bak swingen wisselden elkaar in hoog tempo af. Ik ben altijd dol op bands die zelf overduidelijk genieten van wat ze doen. Die staan op zo’n podium, en gaan op in de muziek die ze maken. Niks geen routine of standaard afdraaien van een kunstje( echt, ik ken ze)

Boys named sue sleepten me mee

Ik kende maar een paar nummers maar stond als een spons alles in me op te nemen. Hun samenspel, gitaren, zang en mondharmonica klonken fantastisch en wat een energie spatte eraf. Missie geslaagd!

Gemis

‘Ik ben benieuwd naar de rol die je broer gespeeld heeft in je leven’, zegt ze. Mijn eerste reactie is ongemak. Ik heb hem nooit gekend dus hoe kan hij dan een rol spelen. Dat is gek toch?

Vervolgens wordt ik stil, van binnen. Want erover praten doe ik zelden. Het is raar dat de broer die je nooit gekend hebt toch een deel van je leven is. De broer die overleed tijdens zijn geboorte.

Toch was hij er altijd

Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het eerst wist dat hij er was geweest. Als jong meisje had ik zelf een verhaal gefantaseerd rond zijn overlijden. Dat weet ik nog heel goed. Hoe ik eraan kwam weet ik niet maar de details ervan weet ik nog precies.

Had ik iets opgevangen een keer of is het me echt verteld. Ik heb echt geen idee.

Pas later hoorde ik het echte verhaal van mijn mam

Ik trouwde puur toevallig met iemand die geboren is in zijn jaar, zo onthoud ik hoe oud hij zou zijn geweest. Na de geboorte van onze oudste kon ik me pas echt een flinter van het verdriet van mijn ouders indenken.

In de maand oktober denk ik vaker aan hem. Zijn geboorte en overlijden, op diezelfde zwarte dag in deze herfstmaand.

Grote broer

Door de jaren heen blijf ik nieuwsgierig naar hem

Zou ik op hem lijken. Delen we hobby’s of andere voorliefdes. Zou het net zo’n knuffelaar zijn als ik ben of sportief net als pap. Zou mam’s zachtaardige natuur door zijn aderen stromen. Houd hij van muziek en welke dan. Zou hij Rammstein fan zijn of houden van Hollandse smartlappen.

Zou hij net zo ‘echt stammig’ zijn als wij allemaal 🙂

Ik vond het mooi, dat ze me die vraag stelde, want hij was er. Daar ben ik me nooit echt van bewust geweest. Hij was in mijn leven, mijn grote broer. Met tussenpozen maar toch.

Mijn denken aan hem is als een eerbetoon aan de jongen die nooit de geneugten van het leven mocht kennen, die nooit mocht proeven van mooi en minder mooi. Die nooit volwassen mocht worden en er voor zijn twee zusjes mocht zijn. Kon zijn

Wat een gemis

Dag lieve grote broer #allerzielen

Eigenwijs

Pijn is soms allesoverheersend. Steeds opnieuw moet je naar die focus zoeken. Het vraagt het om aandacht en leid je af. ‘Joehoeee ik ben hier, luister eens naar me’.

Doodvermoeiend

Afgelopen week was ik zelf aan de beurt. Een fikse rugpijn benam me de adem soms, en alles kreeg de schuld. Sportschool, druk op het werk en geen 18 meer he?! 🤷‍♀️ Ik draaide zelfs mijn matras om. In mijn eentje, met die zere rug ja, ik heb het maar tegen niemand gezegd.

Even speelde die niersteen door mijn hoofd. Toen had ik ook … Maar wist ik wel zeker dat het met elkaar te maken had 🤔 Het was niet bewezen dat die rugpijn een niersteen als oorzaak had ( Inmiddels vind ik het bewezen hoor)

Negeergedrag in optima forma

Naar de masseur dan maar, het was vast een spier die me het leven zuur maakte.

Na de massage wist ik het, ze kwam niet bij de pijn terwijl al mijn rugspieren flink aangepakt werden. Het moest iets anders zijn.

De huisarts sprak me de volgende dag streng toe. ‘Weer te lang gewacht met je klachten, waarom doe je dat toch steeds’.

Oordeel: nierbekkenontsteking

Ziek

Dat ‘vooral geen aansteller willen zijn’ voer ik te vaak te lang door, steeds weer, ik leer het maar moeizaam om die rem in te trappen. Werk draait ook door zonder mij, echt.

Lekker stoer hoor Cynt, doordouwen🤦‍♀️

Ik vond, en vind, nou eenmaal regelmatig dat anderen het zwaarder hebben dan dat ik het heb en ziek melden is lastig. Zo ging dat vroeger bij ons thuis. Had je geen forse koorts dan kon je naar school of werk.

Hup door.

Maar ziek zijn is niet alleen hoge koorts hebben. En toch zit die gedachte verankerd in mijn hoofd.

Ik ga vandaag voor mezelf zorgen. En morgen ook. De pijn mag er zijn, voor nu, en ik ga geduldig wachten tot de medicijnen hun werk doen.

Zuster Kordaat is voor even gevloerd 😉.

Uit de Pen van Poen

Plassen is een van de natuurlijkste dingen die er bestaat, en soms ongelofelijk ingewikkeld.

Een paar jaar geleden was ik bij een concert van Guns and Roses. Supergaaf, maar een drama als je die avond moest plassen. De rijen voor de plee’s waren eindeloos. Vlak voor het einde van het concert hielden mijn vriendin en ik het echt niet meer. We besloten even snel naar de toiletten net buiten het terrein te lopen. Daar kon je een kanon afschieten.

Heerlijk!

Tot we opgelucht het terrein weer op wilden lopen. Een op machtsbeluste controleur van drie turven hoog besloot ons niet meer toe te laten. Twee vrouwen, bijna vijftigers, die de laatste tien minuten van het concert ook graag wilden zien. Compleet met toegangsbewijzen, mind you.

Hoe we ook smeekten, niks hielp.

We hadden hem namelijk geen toestemming gevraagd, toen we met geknepen hoeha’s richting de wc’s renden. Suf dat we niet even keurig gestopt waren om dit walgelijke sujet te vragen of we wel mochten.

Met zijn armen over elkaar stond hij daar fijn de baas te spelen

Plas

Wij belden onze mannen, die nog op het terrein stonden, en reden naar huis met een nare smaak in onze mond. Wat een sneu einde van een topavond.

Tijdens elke kermis of gezellig festival zijn de rijen voor die wc’s eindeloos, en vaak moet je er extra voor betalen. Waar en voor de mannen overal paskruizen staan, of voldoende bomen, moeten wij in de rij. En onze knip trekken.

Zoals bij dat superleuke poppodium waar ik zo af en toe naar een bandje ga kijken. Ik betaal toegang, maar moet dus eenmaal binnen ook nog eens voor de wc betalen. Voor een muntje mag je onbeperkt de hele avond. Een muntje= een biertje, best pittig aan de prijs dus. De heren lopen even naar buiten en slingeren hem om een boom, de meisjes staan in de rij voor een plas en betalen.

Het weerhoud me er niet van om te gaan hoor, ik ben dol op feestjes, maar het stoort me wel. Tot op heden wacht ik nog steeds op een verklaring voor het waarom ervan.

Zuster Kordaat ❤️ schrijft

Ik zoek al een poosje naar een andere naam voor mijn Facebookpagina
Een goeie
Die pagina waar ik al mijn schrijfsels post
Maar eigenlijk dekt niets de lading
Niet echt

‘Wat is je doelgroep’, zei iemand laatst weer eens tegen me
‘UhUh doelgroep’?
Ik doe gewoon wat goed voelt, ik heb geen doelgroepen, beoogde meer-of minderheden en wat niet
‘Nou ik ben een schrijver‘ zei ik nog, 
Een tikkie onnozel wellicht 🤦‍♀️

‘Ik schrijf stukjes en soms herkennen mensen zich erin
Mijn doelgroep is dus mensen’ 

Dat was niet helemaal wat ze bedoelde 🤣

Vannacht lag ik wakker
en dan laat ik mijn gedachten meestal gewoon lekker gaan
Die hebben een mindset van zichzelf, en doen fijn waar ze zelf zin in hebben😆
En ineens wist ik het
het had me al die tijd al aangestaard

Zuster Kordaat ❤️

De naam die mijn paps me gaf, heel erg lang geleden

Toen ik nog een guppie was in zorgland
Zonder het daadwerkelijk uit te spreken is hij trots
Trots op wat ik doe, in deze wereld van ‘ikke, ikke ikke en meer, groter en beter.
En ik ben trots op die bijnaam

Het is ook de naam die ik gebruikte toen ik de benaming voor mijn bedrijfje zocht
Die noemde ik Caat Kordaat
En die naam past ook zo goed bij me

Binnenkort veranderd mijn pagina dus van naam, voor de zoveelste keer 

Ik gok dat dit een blijvertje is 🙃

#schrijver#verpleegkundige#ikzorg

Het potten jam mysterie

Het voelde angstig, het niet weten. In eerste instantie hadden ze er nog wat lacherig over gedaan, over die gezellige potjes met die vrolijke rode deksels erop. Zomaar ineens stonden ze daar, als een vervroegd sinterklaascadeautje. Pontificaal op hun bureaus. Niemand wist van wie ze kwamen, die zo op het oog zelf gebrouwde jammetjes, en de insinuaties waren niet van de lucht geweest. Vol bravoure waren ze geweest, en heerlijk onwetend nog.

Hadden ze het maar geweten.

Ze waren zelfs niet achterdochtig geweest nadat de eerste collega in het ziekenhuis belande. ‘Vast iets verkeerds gegeten’, zeiden ze nog tegen elkaar. Dat ze van die pot had gesnoept wisten ze überhaupt nog niet. Dat besef kwam pas later, toen collega nummer twee kronkelend op de grond lag. Die riep kreunend dat het die pot was geweest, terwijl ze de ambulance in werd geschoven. Dat het door die jam kwam dat ze zo naar adem snakte.

pot

En nu zaten ze bij elkaar, als bange trillende rietjes, want wie had het op hen allemaal voorzien.

Uit Lucia’s keuken stond er op het etiket. En ‘jullie zijn nog niet van mij af 🙂

Ineens leek de tekst dreigend, nu ze er nog eens naar keken, wat waren ze onnozel geweest. Wie was deze onzichtbare vijand die hun hele afdeling uit wilde roeien. Ze keken naar elkaar, en wisten dondersgoed wat ze hadden gedaan.

Samen en zonder scrupules.

Ze hadden er zo ongeveer alles voor over, om de tijd terug te kunnen draaien en ongedaan maken wat ze samen hadden bekokstoofd. Op die ene zwarte dag die ze meer dan ooit wilden vergeten

Onrustig schoven ze op hun stoel, verlangend om weg te gaan, naar buiten en ver weg van hier. En terwijl ze daar zaten, met die paniek roerend in hun lijf, sijpelde er onzichtbaar gifgas via de vervuilde luchtbehandelingbuizen hun kantoor binnen……