Zorgliefde

Voor een buitenstaander is het niet te bevatten hoe het voelt om voor een ander te zorgen. Om intieme handelingen uit te voeren op een lichaam dat niet van jou is. Een gebroken lichaam, stuk voor altijd of stuk voor even. Die hele kwetsbare mens die jou meer dan ooit nodig heeft. Wij maken op precies dat moment in een mensenleven het verschil, en hopelijk in goede zin.

En nee het is niet sexy, die zorg. In ons vak gaan geen grote geldsommen om, we hebben geen flitsende auto’s en krijgen nooit snoepige reisjes aangeboden. Maar dat beroep van ons is waardevoller dan dat, het is niet in geld uit te drukken omdat het om iemands gezondheid gaat.

Ik poste mijn stukjes in het begin vanuit een mix van een aantal dingen. Allereerst om een berg opgehoopte emotie van me af te schrijven. Maar ook om een inkijkje te geven. Tijdens een gesprek met een kennis realiseerde ik me spontaan hoe surreëel het blijkbaar is, dat beroep van ons.

Vak

Mijn titel is mijn trots en ik voel me vereerd dat ik mezelf verpleegkundige mag noemen. Het betekent iets, die titel, zo voel ik dat.

Mijn boek bestaat uit een verzameling verhalen over jaren zorgen voor anderen. En er is maar weinig mooier dan de lading berichtjes die ik erover krijg van mensen die hem hebben gelezen. ‘In 1 ruk uitgelezen’ hoor ik heel vaak. Tof he?! ‘Zoveel herkenning’, die hoor ik ook vaak, en niet alleen van collega’s. Ik krijg het ook terug van mensen die niet in de zorg werken maar zelf zorg ontvingen of een dierbare heel dichtbij. ‘Ongepolijst, puur en oprecht‘, die kreeg ik gister nog. Pfoe.

Dus ik roep het nog maar een keer, hoe rijk ons beroep is. Joehoe, werken in de zorg is prachtig! Wil je mijn bundel ook lezen? Vind ik superleuk natuurlijk! Het is weer eens iets anders dan alle berichten over werkdruk en krapte. Ik belicht graag een andere kant, hopelijk voor dat stukje maatschappelijke bewustwording. Niet geschoten tenslotte 😉

https://www.uitjeervaring.nl/zorgliefde.html

Nachtmerries

Ik ben weer rampscenario’s aan het dromen nu die nieuwe deadline bijna voor de deur staat. Langzaam maar zeker kruipt de datum dat mijn tweede boek klaar moet zijn dichterbij. Ik herken de nachtelijke onrust van de vorige keer. Ik droomde toen ook nachten vol met boeken vol dubbele pagina’s, bladzijden vol met taalfouten en wat nog.

Het is inmiddels mijn grootste angst.

Ik wil iets moois afleveren, iets waar ik trots op kan zijn. Waar ik vol overgave mijn naam aan kan verbinden. Want ik krijg geen tweede kans, geen mogelijkheid om uit te gummen of opnieuw te schrijven. Klaar is klaar. Het lijkt me een overwinning om iets geweldigs te kunnen schrijven. Alweer. Want mijn eerste boek is ook absoluut geslaagd. Maar fictie schrijven is wel een andere tak van sport. Geen stapel korte verhalen maar één hele lange 😉

Praktijk

Gelukkig wordt mijn tweede deze keer door een aantal andere mensen gecheckt, vissen zij alle foutjes eruit en maken recht wat scheef is. En hij wordt leuk, dat vind ik zelf tenminste, het verhaal begint volwassen te worden 🙂 Ik kan niet wachten om hem aan jullie te laten zien. Denk ik. Ik vraag me regelmatig af of ik het wel echt durf.

Of hij echt goed genoeg is.

Maar die onrust wordt ook veroorzaakt doordat ik afgelopen week dat prachtig mooie contract mocht ondertekenen. Ik mag ondersteunen bij de ontwikkeling van een leerlijn voor verpleegkundigen. Meeschrijven. Vanuit mijn praktijk ervaring, hoe geweldig is dat. Ik voel me vereerd en vind het supertof dat ik een scheut vanuit mezelf mag toevoegen. Echte casussen mag inbrengen. Ik heb nog nooit voor het onderwijs geschreven maar ze gaan me helpen en ik wil het heel graag leren.

Ik stap er vol overtuiging in!

Er gebeuren prachtige dingen momenteel. Dus ik denk dat ik de nachtmerries maar even voor lief neem.

Dapper

Het is nog vroeg, deze zalige zonnige zaterdagochtend, en ik koetel op mijn gemak naar de bakker. Met mijn tassen vol vers spul loop ik even later weer richting thuis als ze aan komt lopen. Ik gok dat ze ongeveer van mijn leeftijd is. Als we elkaar bijna passeren valt ze. Ik zet mijn tassen neer en vraag of ze ok is.

‘Het gaat wel, zegt ze, die ongelijke tegels zorgen er vaker voor dat ik zomaar val. Ik moet nu alleen nog overeind zien te komen’. Ik geef haar een steuntje, vanzelfsprekend, en help haar om weer rechtop te staan. ‘Ook al val ik af en toe, ik wil perse blijven lopen’ zegt ze. Nadat ik gevraagd heb of ze het echt red verder scheiden onze wegen zich weer.

Elke dag

In gedachten loop ik verder. Ik gok dat ze een vervelende aandoening heeft. Een heftige. Het kan van alles zijn en raden heeft geen zin, nodeloos om een poging te doen. Maar de wrangheid van haar val, de blik in haar ogen en de moeite die het haar kostte om overeind te komen doet me wel wat. Ik moest haar echt een flinke steun geven. Er was geen schaamte omdat ze midden op straat zo volledig om niks op haar snufferd ging. Wat ik wel zag was doorzettingsvermogen, en verbetenheid om vast te houden wat ze wellicht binnenkort gaat verliezen.

Die dappere dame is elke dag in gevecht met haar lijf, maar weigert op te geven. Ik vind haar razend dapper.

Soms vraag ik weleens aan mezelf waarom ik me toch steeds zo bewust ben van mijn gezondheid, waarom ik er elke dag bij stilsta. Die ontmoeting met mijn leeftijdsgenoot raakte precies die snaar.

Daarom dus. Omdat niets voor altijd is, niets ook zomaar blijft.

Dus koester ik het.

Elke dag

Bouwen

Het is een heerlijke zomerse middag als ik mijn hoofd over de schutting steek. De glimlach op haar gezicht laat me acuut smelten. ‘Buuffie kijken‘, zegt ze blij terwijl ze alvast richting schutting kuiert. Ik grijns gezellig terug naar die knapperd. Met een grote zwaai tilt haar papa die kruimel over de schutting en buuf ontvangt met open armen, deze dame van bijna twee is hier altijd welkom.

Ze heeft meteen een plan. Onze tuinstoelen zijn als eerste aan de beurt, ‘buuf ook zitten’ zegt ze streng terwijl zij alvast aan het klimmen slaat. Heel lang duurt het niet, ze heeft wilde plannen deze. ‘Bloemie’ zegt ze blij terwijl haar kleine vingertjes de lucht in priemen. Buuf heeft een overdaad aan ‘bloemie’ en ze gaat ze één voor één af.

Inmiddels heeft buuf ook appels in de appelboom en als ik ze aanwijs glimlacht ze van oor tot oor, ik zie de verwondering in haar ogen als ze de appels ziet hangen. Ze worden allemaal even aangeraakt waarna we gaan ‘bouwen’. ‘Buuf bouwen’, zegt ze ernstig. Ze wil graag steentjes en ‘bloemmies’ op de appels parkeren maar ze blijven niet liggen. Dus rekent ze op haar buuf om dat te fiksen.

Buuf

Na een poosje is ze volledig tevreden, de appels zijn mooi aangekleed, tijd om nog meer te bouwen. Oude bloemblaadjes, een gevonden schelpje en een lading steentjes uit dat stukkie grind in de achtertuin krijgen een plekje onder de appelboom. Als ik mezelf op een stoel parkeer 1,5 meter verderop komt ze me halen. ‘Buuf hand’ zegt ze terwijl ze mijn hand pakt en meeneemt naar waar zij aan het ‘bouwen’ is. Ik moet naast deze wijsneus blijven zitten terwijl zij druk is met haar project.

Stiekem vind ik het razend schattig dus haal ik die truc nog een paar keer uit. En steeds als ik op mijn stoel ga zitten komt zij me terughalen. Haar kleine knuistje in de mijne is onbetaalbaar knus. Ook de buurman moet tussendoor even naar de ‘bloemmies’ kijken of naar een machtig mooi steentje dat ze heeft gevonden. Veel tijd heeft ze er niet voor, ze is razend druk. Terwijl er handen vol steentjes in toenemend enthousiasme en tempo richting de appelboom verhuizen is het inmiddels bedtijd geworden.

Heel even drinkt ze die laatste fles bij buuf op schoot. Maar het verhaaltje met papa lonkt, hoog tijd om te vertrekken. Met een laatste zwaai en een stralende glimlach nestelt ze zich weer in de armen van haar papa.

Dag schat, tot de volgende keer.

Stilte

Ik ben dol op het strand. En dan vooral als de temperatuur te wensen overlaat. Tijdens herfstige dagen bijvoorbeeld, als je tegen de wind in moet beuken en op de terugweg bijna gedragen wordt door die woestheid. Of als het knisperend koud is in de winter en het blauw van de lucht bijna pijn doet aan je ogen. Vanuit huis lopend naar het strand, door ons prachtige duingebied, is favoriet op de zondagochtend.

En tijdens warme zomerdagen ben ik er graag, lekker vroeg in de ochtend, voor de drukte uit.

Veel van mijn dagen staan momenteel bol van zorg hectiek. Door crisisplaatsingen, onmacht en kwetsbaarheid. Van zorgvragers die het niet meer weten en hulp nodig hebben. Dan is het extra zalig om af en toe de stilte op te zoeken. Die ‘even helemaal niets’.

Gisterochtend was zo’n ochtend vol ‘helemaal niets’. Ik zat al vroeg op de fiets, de klamme nacht lag nog vers in mijn geheugen en op mijn warme huid. Terwijl ik door de duinen fietste voelde ik me Remy, ik zag helemaal niemand voor me en niemand achter me. Schotse hooglanders stonden loom in de schaduw wat te grazen en keken amper op toen ik langs vloog. ‘Druktemaker’ dachten ze waarschijnlijk toen ik voorbij suisde. ( In alle eerlijkheid hield ik een klein beetje in toen ik ze voorbij trapte. En ik kneep mijn billen een tikkie bij elkaar) Maar het zeewater lonkte en langzaam trappen lukt me nou eenmaal maar zelden.

Klamme nacht

Al mijn hele leven woon ik dichtbij de kust. (Vanaf onze voordeur tot ik mijn tenen in het water kan steken ligt exact 5,7 km weg en duingebied, meteen nagemeten ;-)) De zee is thuis. Al sinds ik een klein meisje was is ze altijd dichtbij geweest. ik groeide op met blote voeten op je trappers na een lange stranddag, warme limonade en zand tussen je boterham, strandhaar en de zilte zeelucht.

Heel vroeg lag ik in die koele golven, de klamme nacht gaf ik mee aan het water. De zon was nog maar net op en koesterde mijn huid liefdevol, de echte warmte werd nog even bewaard voor later die dag. Helemaal alleen, met voor me een leeg strand.

Batterij weer opgeladen!

Buuffie

‘Buuffie kijken’? Gezellig kleppert ze aan de brievenbus. Bijna twee is ze, mijn buurmeisje, en ik ben dol op haar. Parmantig stapt ze onze voordeurdrempel over. ‘Binnen’ heeft ze besloten terwijl ze met een glimlach in mijn gang staat. Haar wereld ontwikkeld zich razendsnel en vaak ben ik net zo verwonderd als zij is door de snelheid ervan.

De camperbusjes op de richel in de hal zijn favoriet. ‘Auto rijden’ is meestal het eerste wat ze roept als ze in onze hal staat. Het kleed in de kamer is ‘zacht’ en ze wil een keer of wat zogenaamd slapen. Buuffie ook natuurlijk, ik moet ongeveer alles wat zij doet ook doen. Volgen graag buuffie 😉

Mijn blote voeten vragen ook bij haar om blote voeten. Haar miniatuur sokken en schoenen gaan uit en belanden op de richel naast de auto’s. Giechelend wiebelt ze met haar blote teentjes.

Spel

Alle stoelen worden getest, binnen en buiten, waarna we alles nog een keer uittesten. Deze klimgeit is er druk mee en ik ben een brave volger. En waar de buurman eerst met argusogen bekeken werd wordt hij nu ook geacht ‘auto te rijden’. Ook zijn voeten worden bekeken, ook bloot, ze knikt goedkeurend. Buurman koetelt gezellig mee met haar spel, die vind het allemaal best. De auto gaat over benen (van buuffie verteld ze enthousiast terwijl ze op mijn benen klopt), langs blote tenen ( reden voor een giechelsalvo) en tussen de stoelleuningen door.

Ik geniet me te pletter. De verwondering van deze schat is prachtig en dat ze bij ons wil spelen is razend bijzonder. Haar wereld is één spectaculaire ontdekkingstocht. Een groot deel van de dag bestaat uit steentjes en schelpjes zoeken, en ze zijn allemaal even mooi. Elk bloemetje en elk beestje wordt vol overtuiging aangewezen terwijl ze door de achtertuin rommelt. Ze weet al heel veel, deze jongedame. Losse woordjes gaan langzaam maar zeker over in ‘semi’ verstaanbare zinnen. Ze is razend bijzonder, dit kind, en wij zijn dol op haar.

Bij het weggaan worden er kussen en knuffels uitgedeeld. Een laatste zwaai en als toetje toe krijgen we nog een handkus. Wij kunnen er weer even tegen 🙂

Te lang wachten

‘Je ziet er bijna niks meer van Cynt’. Ik hoor het regelmatig en het is lief en oprecht. Heel veel mensen weten hoe spannend ik het vond, dat gesnij in mijn gezicht, en het is inderdaad wonderbaarlijk mooi genezen. Ik ben een bofkont en dat weet ik dondersgoed. Zelf zie ik het wel, natuurlijk zie ik het. Het is net als een ‘bad hairday’ of dat pondje meer of minder op die heupen, er is geen hond die het opvalt buiten jezelf 🙂 Hij hoort bij me, mijn litteken.

Ik zat maar een week of vijf in de rats. Van die eerste diagnose, toen ik meteen een boortje in mijn gezicht kreeg( ja echt, hoe klein ook)naar de uitslag, de dag van de operatie, het verwijderen van de hechtingen en mijn nieuwe spiegelbeeld. Het was in een zucht voorbij, achteraf bezien, en ik leef mee met iedereen die niet binnen vijf weken klaar is met welk drama dan ook.

Dat ik heel lang gewacht had om naar de huisarts te gaan had met meerdere dingen te maken. Maar vooral omdat ik het plekje de moeite niet waard vond. Toch was de drempel wel groter omdat je weet dat die dokter het al druk genoeg heeft. ‘Kom ik weer aan met mijn geneuzel’, denk ik met enige regelmaat. En dan ga ik dus niet.

Dokter

Het meeste is niet schokkend, gelukkig maar, toch zou ik best vaker heen willen. Hier en daar kraakt het en sommige pijnlijke zaken herstellen maar niet. Geen achttien meer he?! Maar ik ben er van overtuigd dat ik mijn eigen lijf goed genoeg ken( buiten die ene misser dan, vanzelfsprekend) als het de spuigaten uitloopt meld ik me wel. Ik probeer goed voor mezelf te zorgen, dat zou voldoende moeten zijn.

Toch is dat wel het gevaar van de huidige druk op de zorg, dat veel mensen te lang wachten met zaken die wel ernstig zijn. Ik vermoed dat het elke dag voorkomt dat iemand te lang wacht met naar de dokter gaan. Dat merk ik in mijn eigen werk ook dagelijks. We vallen van de ene crisis aanmelding in de andere, van die kwetsbare groep mensen waarbij het thuis allemaal niet meer lukt. Het is geen zeldzaamheid meer, eerder regel.

Echte langdurige klachten of het idee dat het moeizaam aan het worden is thuis? Ga naar die dokter, doe het maar gewoon. Echt.

Boven verwachting

Vanmorgen stond ik voor de spiegel, en ik moest grijnzen om de blik in mijn eigen ogen.

Dat ik die door mij geschreven letters in een boek heb weten te krijgen vind ik nog steeds ongelofelijk. Inmiddels heb ik zelfs een stapeltje van dingen die ik zelf of deels zelf heb geschreven. Een stapeltje notabene! ( twee verhalen, een gedicht en een heel boek vol :-))

Als meisje wilde ik niets liever dan ergens talent voor hebben. En toen ik volwassen werd wilde ik dat nog steeds. Uitblinken in wat dan ook. Ik vond mezelf namelijk nogal gemiddeld. Ik kon heel veel een beetje maar niks kon ik heel goed. En dat leek me nou eenmaal heel erg geweldig, iets heel erg goed kunnen. Muziek maken, heel slim zijn of vreselijk populair en vlot zijn 😉 Inmiddels straal ik omdat ik lekker mezelf ben, en ik ben meer dan genoeg.

Afgelopen week kreeg ik het verzoek om een deel van mijn boeken te komen signeren, vijftien stuks tegelijk. Het was zo leuk om die enorme stapel voor je neus te hebben liggen. Onwerkelijk maar tof, heel tof. Ik heb ze allemaal met liefde gesigneerd.

Stapeltje

‘Ben je al bezig met deel twee’? vroeg ze, toen ik die hele stapel een krabbel had gegeven. Ik moest oprecht even grinniken want ik geniet voorlopig nog wel een poosje van dit exemplaar. Want een boek creëren dat daadwerkelijk in de boekwinkel komt te liggen is echt geen sinecure, daar gaat nogal wat aan vooraf. Schrijven, een volwaardig manuscript afleveren, binnenwerk dat gemaakt moet worden. Controleren, en nog eens, en nog eens. Het ontwerpen van de kaft en de titel( nou ok, de titel had ik al, de kaft nam de uitgever zijn rekening) De proefdruk checken (wat echt zo leuk is) Daar gaan maanden overheen. Wat betreft het schrijven, dat deed ik de laatste jaren steeds in stukjes. Maar ik heb best wat delen herschreven, die anders moesten, beter. En nog zou ik wel weer hier en daar wat willen aanpassen, is een boek ooit af?

Elke dag loop ik een rondje door de plaatselijke boekwinkel. Het is verslavend om jezelf te zien liggen tussen al die bekende namen. Daarna doe ik nog een rondje etalage en vergaap ik me daaraan want ook daar lig ik nog pontificaal te pronken. Of er een deel twee komt is dus nog niet zeker. Misschien wordt mijn volgende bundel wel een verzameling van mijn kampeeravonturen, want ook die worden gretig gelezen.

Tot die tijd zweef ik op een wolkje, en daar blijf ik nog wel even 🙂

Advies van een kopje thee

Hele onverwachte gebeurtenissen zetten je soms aan het denken. Vanmorgen was dat door het zetten van een een kop thee, want tegenwoordig staan er vragen op dat theelabeltje. Lees je die weleens, die vragen? Hij was leuk vanmorgen, en ik kon niet anders dan grijnzen. ‘Welk advies zou jij je jongere zelf geven’ stond erop. Als ik aan mijn jongere versie denk, dan gok ik dat ik niet naar mijn eigen advies zou luisteren. Ik was een tikkie eigenwijs, vanuit onzekerheid en tegendraads zijn, en inmiddels heb ik leren houden van die eigenschap 🙂

Ik zou graag tegen dat jonge kippie willen zeggen hoe prachtig ze is, en dat ze zich niet zo druk moet maken over allerlei onzinnigs. Maar al die worstelingen van toen hebben me wel naar dit punt gebracht. En ook al waren al die worstelingen echt niet prettig, dat zijn maar weinig worstelingen tenslotte, zonder dat stond ik nu niet hier. Want wat als ik dan dingen over had geslagen, of anders had gedaan, was ik dan ook wel op dit punt beland?

Aan iedereen die nu jong is zou ik willen zeggen dat ze goed genoeg zijn. Al die berichten over jonge mensen die aan zichzelf laten sleutelen, zaken op laten spuiten met botox of lichaamsdelen laten opereren. Hoe moet dat over twintig jaar? Dan kan je wel een stempelkaartje nemen bij de ‘lift en trek strak-kliniek’. 🙂 Accepteren wie je bent is de krachtigste boodschap die er bestaat, schouders recht en kin omhoog.

Worstelingen

Ik zie bij mezelf heus de rimpels hoor, en de rest van mijn lijf dat met rasse schreden verouderd. En soms vind ik dat ook lastig, daar ben ik heel eerlijk in. Maar om er dan maar in te laten snijden, in dat gezonde lijf, dat doe ik niet. Want wat doet al dat gesleutel met je als je ouder wordt. In mijn werk kom ik ook soms ouderen tegen waaraan is gesleuteld, en dan wil ik heel hard roepen naar iedereen die dat nu wil doen: doe maar niet, het is afschuwelijk, oprecht, die disbalans van dat lijf.

Ik verbaas me over vrouwen van mijn leeftijd die elke rimpel op laten spuiten of strak laten trekken. Want de rest van je lijf verouderd ook, dus hoe houd je dat dan knapjes. Zelf weten, natuurlijk, vooral lekker zelf weten. En als je het echt mooi vind, moet je het vooral doen. Ik vind het vooral heel erg zonde, want dat onnatuurlijke strakgetrokken hoofd, daar zie ik de schoonheid niet van in. Zeker nu ik laatst noodgedwongen in mijn gezicht moest laten snijden, vind ik er het mijne van, want het is niet zonder risico, dat opereren.

Uitstraling, liefde en een warm hart, vriendelijk zijn voor een ander mens, daarin huist in mijn ogen ware schoonheid. Ik neem mijn rimpels voor lief, want al die kraaienpootjes komen vooral van uitbundig lachen. Gieren tot ik scheel zie, lof it. Mijn rimpels zijn dus eigenlijk een gevolg van dat volop genieten van het leven. Waarom zou je dat ooit uit willen vagen, toch?

Oefenkilometers

Ik ben nogal van de eenvoud, voortbewegen doe ik het liefst met mijn eigen benen. Gaat niet heel snel maar ik hoef nooit bang te zijn voor lekke banden, lege benzinetanks of drukte op de weg. Ik loop gewoon van A naar B en dat vind ik heerlijk.

Daarbij ruimt dat hoofd van mij zichzelf op tijdens dat lopen, naast dat werken aan mijn conditie is dat ook niet onbelangrijk, een schoon hoofd. Het is namelijk weleens anders geweest, heel lang anders geweest. Dat hoofd draaide en gierde alle kanten op, ik moest altijd van alles. Van mezelf welteverstaan.

Pas nadat ik leerde om iets liever voor mezelf te zijn kwam de rust in mijn leven terug. Zei ik ook gewoon eens nee, deed ik spontaan wat ik zelf wilde doen. Ik luisterde naar mijn eigen stem in plaats van altijd naar die van een ander. Eindelijk.

Nu ik gestart ben met het Pieterpad geeft dat weer een hele andere energie, ik vind het machtig mooi dat ik begonnen ben. Ik plan wat trainingsrondjes om mezelf zo het vertrouwen te geven dat ik het kan. Fijn om voldoende kilometers in de benen te hebben. Dat ik alleen op pad ben vind ik lekker, kan ik mijn eigen tempo volgen.

Blaren

De liefste is van de sponsoring, die gaat me naar het volgende startpunt brengen en ik ga vervolgens met de trein weer naar huis. En de daaropvolgende etappe doen we het andersom, ik stap op de trein en start met lopen, hij pikt me op aan het einde. Zo zit het in mijn hoofd tenminste.

Vandaag maakte ik een heerlijk rondje. Ik loop nu vanuit huis ook met een rugzak voor de gewenning. Niet alleen om met dat ding op mijn rug te lopen maar ook ivm de warmte. Vrouw in de overgang namelijk, ik heb het zelden koud en dat ding op mijn rug zorgt voor extra warmte. Daar moet ik dus aan wennen. Tot mijn verbazing liep ik vandaag twee kanjers van blaren op mijn voeten, dat is me in jaren niet gebeurd. Op advies van mijn mede pieterpadlopers heb ik teensokken besteld, ben benieuwd hoe dat gaat.

Keep you posted!