Een leven lang leren

Schrijven is een kunst. Wist ik niet, ik dacht oprecht dat echte schrijvers alleen talent nodig hebben.

Dat ze er voor gaan zitten en lukraak een boek uit hun mouw gooien.

Wat een schaap ben ik, dat ik dat ooit dacht.

Het is oefenen, schaven, op je bek gaan en een nieuwe poging doen. Hard werken is het, en ik wil het kunnen.

Echt in de vingers krijgen

Het lijkt me fantastisch om meer boeken te schrijven 💫

Als jong meisje vond ik het al geweldig om me in een verhaal te verliezen en daar is niets aan veranderd, ik vind het nog steeds zalig om te starten aan een vers exemplaar.

Dat gevoel van verwachting, de geur van dat nog ongelezen boek en het geknisper van die eerste bladzijde, het is genieten in het kwadraat.

Onvervalst ‘leren on the job’, de vorm die me het meest dierbaar is. Ik stort me graag ergens vol in om te zien waar het eindigt.

Manuscript

En dat avontuur is absoluut niet van een leien dakje gegaan

Maar je kop stoten maakt nederig en leert je ongelofelijk belangrijke lessen.

Zo’n manuscript ontstaat niet in een week of een paar maanden. En zonder basis of scholing, was dat best pittig.

Meer dan eens wilde ik het opgeven.

Door erin te duiken, zelf veel te lezen en aan heel veel medeschrijvers feedback te vragen is het me gelukt.

Mijn hobby is inmiddels wel een tikkie uit de bocht gevlogen 🤣

Dit lelijke eendje heeft twee boeken geschreven, en nummer drie is onderweg.

Vandaag ben ik even razend trots op mezelf 💚

Nederig

Werken in de zorg maakt nederig, nederig en dankbaar, dat maakt het mij wel tenminste. Elke dag opnieuw leer ik van de mensen waar ik voor mag zorgen hoe rijk ik ben, en hoe luxe ons leven eigenlijk is. Gistermorgen sprak ik een oude dame van 83, en wederom realiseerde ik me dat wat voor mij vanzelfsprekend is, voor haar een onderneming is geworden. Om even fijn te douchen.

Ze vertelde me dat ze geen centrale verwarming heeft boven. Als ze dus wil douchen in de winter moet ze dat plannen. Vroeg in de ochtend gaat ze die lastige trap op om het straalkacheltje in de badkamer aan te zetten. Als de thuiszorg er dan is sleept ze zichzelf nog een keer met veel spul en moeite die trap op. Ik probeer me voor te stellen hoe dat voor haar moet voelen. Als ik er naar vraag schiet ze in de lach, ze is nog zo blij om in haar eigen huis te wonen ook al is het best eenzaam in haar eentje. En voor zichzelf zorgen is door haar ouderdom inmiddels een hoop gedoe.

Douchen

De volgende ochtend ga ik, voor ik met mijn eigen werk begin, ondersteunen op een lokatie. Door de enorme hoeveelheid besmettingen en collega’s in quarantaine, zijn er handen tekort. En dus ga ik doen wat ik ook heel goed kan, directe zorg verlenen. Ik mag voor een oude dame van 99 zorgen. Ze is blij verrast als ik voorstel om haar even te helpen met douchen, want gezien de krappe bezetting had ze er deze week niet op gerekend. Ik vertroetel me te pletter, en zij zit er uitgebreid van te genieten. Heerlijk lang laat ik dat warme water op haar oude rug stromen, het is tutten op het gemakje en de bodylotion slaan we ook niet over. Intens tevreden zit ze even later aan haar ontbijtje.

‘Kom je morgen weer, vraagt ze glimlachend, ik vond het wel gezellig met jou’. Het verwarmd mijn hart, de waardering die ik krijg voor iets dat voor mij een kleine moeite is. Dankbaar en nederig nestelden zich weer in mijn lijf, en dat ga ik nog een hele poos koesteren.

Weer even thuis

Ik hoor voetstappen boven mijn hoofd, bekende geluiden die me laten glimlachen. Mijn kapstok hangt weer vol en er staan waanzinnig veel schoenen naast de voordeur. Overduidelijke sporen van die extra gast in huis. Vorig jaar januari kwam onze oudste even thuis wonen, een gruwelijke lekkage en gevonden asbest joegen haar uit haar huisje. Nu woont onze jongste weer even thuis omdat ze een nieuw plekje krijgt en die is nog niet opgeleverd.

Het is bijzonder hoe snel het gewoon is, eigenlijk meteen weer. Naadloos voegen onze ritme’s zich weer samen. Overdag zijn we aan het werk dus lopen we elkaar niet in de weg en ons huis is groot genoeg voor drie. Onze kinderen zijn altijd welkom in ons huis, we rijden middenin de nacht naar het andere eind van de wereld als dat nodig mocht zijn. Gelukkig weten ze dat ze ons altijd terecht kunnen, voor wat dan ook, en dat we ook altijd een bed paraat hebben staan. Stiekem was ik wel nieuwsgierig hoe het zou voelen als ze weer voor even bij ons woonde.

Altijd welkom

Als moeder ben ik nogal van het kloekerige soort, ik spreek mezelf met enige regelmaat ernstig toe maar het zet bijzonder weinig zoden aan de dijk. Deze aard haal je niet uit het meisje, hoe oud onze dochters ook worden. Vroeger lag ik dus ook altijd te wachten tot het span weer veilig thuis was, altijd. Nachtenlang lag ik met geknepen billen en gespitste oren te wachten op het geluid van die sleutel in het slot van de voordeur.

En dat is dus gewoon helemaal veranderd, heel bijzonder vind ik dat. Onze meiden zijn prachtige, slimme en unieke volwassenen geworden. Ze redden zichzelf inmiddels alweer heel wat jaren, zonder hun kloekerige moeder. Dat wakker liggen is dus verleden tijd en dat vind ik zalig. Net als dat ik onze meiden gewoon weer even onder dat ouderlijke dak heb, ongeveer even zalig. Deze kloek moet straks vast weer een poosje wennen 😉

Project Frankrijk

Vroeger dacht ik altijd dat wij niet goed samen konden werken, de liefste en ik. Het tegenovergestelde is waar want we zijn geweldig samen. Als wij samen aan een project werken glanzen we als een nieuw geslagen muntje. Plannen maken en weer skippen, dromen en deleten, samen komen we al pratend tot waar we eigenlijk echt behoefte aan hebben. Wat wel en wat vooral niet. Samen aan een nieuw project werken, dan zijn we op ons best.

Tijdens ons laatste plan ten aanzien van die reis naar Zweden begon ik voorzichtig na te denken over een permanenter verblijf aldaar. We zijn oprecht dol op ons busje, maar hoe lang kunnen we er eigenlijk nog mee in de rondte reizen. En wat dan? Een stacaravan of vliegreis is niet echt voor ons, daar krijg ik acuut jeuk van.

Een huisje in Zweden is een tijdje een optie geweest, tot het aantal reisuren praktisch roet in onze romantische dromen gooide. De plaatsen die ons aanspraken waren te ver om snel een eenvoudig heen te kunnen en wat wisten we nou eigenlijk van Zweden? Dat het mooi is, vanzelfsprekend, dat de natuur er schitterend is en de huizen goedkoop. Hej hej was inmiddels al ingeburgerd in onze dagelijkse begroeting 😉 maar verder dan dat… Tot onze schaamte moesten we bekennen dat we veel te weinig wisten van al die pracht, we waren er zelfs nog nooit geweest.

Avontuur

Langzaam sloop de twijfel ons beider brein binnen, want als we iets in het buitenland wilden kopen, waar was het dan het meest wijs. Het antwoord lag eigenlijk voor de hand, want Frankrijk, natuurlijk. Frankrijk, de plek waar we ons zo heel erg thuis voelen en waar we al zo ontzettend vaak op avontuur zijn geweest. En waar we als een blok voor zijn gevallen. De franse huizen, de franse ‘je ne sais quoi’ en het zalige stokbrood bij het ontbijt. En de wijn, oelala, waarom hadden we zweden ooit overwogen zeiden we hoofdschuddend tegen elkaar vanachter ons glas rode wijn.

Wat volgde was heel veel speuren, en praten, heel veel praten. En na lang wikken en wegen hebben we ook een dikke streep gezet door die franse droom. Vol overtuiging en ook met een klein beetje tegenzin. Want hoe dol ik ook ben op al die romantische vooruitzichten, een huis in Frankrijk zou ook als een soort molensteen voelen. Een klusmolensteen die we na onze laatste verbouwing van tien jaar nou net los hadden gelaten. We willen nu doen waar we tijdens al die jaren klussen niet aan toe zijn gekomen, we willen zwemmen in vrije tijd. Ons volkswagenbusje blijft voorlopig onze enige ‘maison romantique :-)’. Maar ons volgende avontuur wordt al gepland. Keep you posted of eigenlijk je vos tienerai au courant!

Elk vlekje

Achterdochtig kijk ik naar mijn spiegelbeeld, weer wat vaker de laatste tijd. Mijn gezicht veranderd. Nou zit die van mij met enige regelmaat volledig anders, maar toch houd ik elk vlekje en elk plekje angstvallig in de smiezen. En ik kreeg er weer eentje. Niet zo’n gluiperd als de vorige keer maar goed, die kreeg ik ook pas veel te laat in de gaten. Miezerig en op kousenvoeten sloop die mijn gezicht in. En ik kijk nou eenmaal niet zo vaak naar mezelf dus had ik hem over het hoofd gezien.

Ik weet inmiddels wat ik kan verwachten dus echt angstig was ik niet meer. Het voelde meer als gedoe waar ik niet op zat te wachten. Weer een plekje in mijn toet, wat als ze weer moeten scheppen? Afwachten leek voor nu wel even slim, maar het bleef maar steeds terug staren als ik naar mezelf keek. Verwijtend bijna, ik moest erom grinniken. Dat soort gedachten krijg je met een hoofd waarin fantasie volop de ruimte krijgt 😉

Het zou ouderdom kunnen zijn maar die les van de laatste keer zit nog vers in mijn geheugen. Bijna beschaamd wees ik mijn huisarts toen ook op dat minuscule vlekje, en inmiddels is daar een paar centimeter Cynt weggesneden. Dokter dus maar bellen en die check afgesproken. Better safe then sorry. Voordat ik straks echt op een woeste zeerover begin te kijken met heel veel littekens in mijn gezicht.

De volgende dag zette ze al een vergrootglas op mijn koppie. Nothing on the hand, onschuldige moedervlek kreeg ik terug. Heerlijk, ik liep toch iets lichter weer naar buiten. Toch grijp ik dit stukje aan om jullie nogmaals te waarschuwen. Gekke plekjes of vlekjes? Schroom niet en laat er gewoon even naar kijken. Beter twee keer teveel als een keer te weinig, oprecht.

Mijn vriend de zee

Ik ben nogal honkvast, ik woon op ruwweg vijfhonderd meter van de plek waar ik ter wereld kwam. En dankzij de prachtige omgeving zou ik ook nooit ergens anders willen wonen, er ligt maar vijf kilometer prachtig duingebied tussen mijn bedje en het strand. De zee is mijn thuis, en steeds als ik bij de waterlijn sta wordt ik rustig. De zee is vooral liefde en fijne jeugdherinneringen en nog zoveel meer. Ik kan niet uitleggen wat het in me wakker maakt, maar alle plaatjes buitelen over elkaar heen in mijn hoofd als ik die zilte geur ruik.

Heemskerk
Heemskerk

Mijn hele leven woonde ik dicht bij zee, en ik zou oprecht niet anders willen. Ik voel me er het meeste thuis als het stil is en leeg, met alleen het geluid van dat ruisende water om me heen. Zomerdag ben ik er heel vroeg in de ochtend of nog even aan het einde van de dag. Om dan in alle stilte in die golven te drijven, je mee laten voeren door de rust en de kracht van al dat water is zo rustgevend. Of je tijdens een herfstdag door de wind voort laten duwen over het strand terwijl de golven brullen van genot, even resetten en alle stress laten verwaaien.

Spanje

Golven

Wij aan Zee
Wijk aan Zee

Hoe vaak stortte ik mijn verdriet niet vol overgave in de zee, alsof de golven mijn tranen mee zouden nemen en ik ze zo sneller kon vergeten. Troostend en geduldig luisterde ze steeds naar mijn zorgen. Ik ben dol op groen en op buiten zijn maar nergens voel ik me meer één met moeder natuur dan dicht bij de zee. Het gekabbel van de golven is als een rustgevend wiegelied, soms afgewisseld met zijn woeste en wilde bruutheid, hartstochtelijk en meeslepend als het leven zelf.

schotland

De zee verveeld nooit, en waar ter wereld ik ook ben, ik moet altijd eerst naar dat water. Zo’n eerste plons in de middellandse zee terwijl de zon opkomt is magisch. Maar ook op dat verre puntje in Schotland, waar het voelde alsof ik aan het einde van de wereld stond, was het alsof ik thuis kwam toen ik die rollende golven in mijn vizier kreeg. Mijn vriend de zee, waar ik altijd welkom ben.

Schotland

Het wonder van muziek

Jaren geleden werkte ik een in een hospice. Een prachtige uitvinding vind ik dat, het hospicehuis, toen ik er voor het eerst binnenstapte was ik diep onder de indruk van de schoonheid ervan en de gedachte erachter.

In die periode zorgde ik voor een meneer die hield van klassiek, van prachtige donkere klanken, meeslepende met passie gezongen aria’s en zware bombastische tonen. Als ik aan mijn nachtdienst begon was hij vaak nog wakker, dan liep ik even bij hem binnen en soms praatten we wat. Meestal zette ik een cd voor hem op, en heel vaak koos hij dezelfde. Die ene cd gaf hem troost en warmte, en soms de rust om wat te slapen.

Muziek is vaak warm en troostend, iets om je aan vast te houden bij voorspoed, en aan vast te klampen bij tegenslag. Zo is dat bij mij en zo was dat bij hem ook. Muziek is zuurstof voor de ziel, en soms is er niets fijner dan je mee laten nemen door de sprankelende tonen ervan.

Klassiek

Wekenlang zorgde ik voor hem, en wekenlang zette ik muziek voor hem op, steeds weer klassiek. Na een poosje overleed hij, tijdens mijn nachtdienst. Zijn zoon oogde wat verloren, zo in zijn eentje naast het bed van zijn pap. Op zijn gezicht las ik die vreemde mix van berusting en overweldigend verdriet. Dat eerste moment als het ineens stil wordt moet voor de familie overweldigend zijn. Ik trok me terug in de huiskamer en zette de favoriete cd van zijn vader op, als eerbetoon aan de overledene, stak een kaarsje aan en zette een pot thee. Allemaal heel doorsnee maar dat geeft vaak troost.

De blik in de ogen van zijn zoon toen hij de huiskamer binnenkwam en die muziek hoorde vergeet ik nooit meer. In stilte dronken we samen thee, luisterend naar de tonen van muziek die voor hem heel dierbaar waren. Na een poosje nam hij afscheid, om alles wat er ineens voor zijn neus stond aan te gaan. Het afscheid zelf, en naast al die rouw ook heel veel geregel. Weken later lag er een handgeschreven kaartje voor mij in de hospice, van de zoon. Het kaartje stond vol met dankbare woorden. Hoe fijn hij het had gevonden om samen nog even stil te zijn, met op de achtergrond de klanken van de favoriete muziek van zijn lieve vader.

Meestal volg ik puur mijn gevoel op zo’n moment, in wat ik doe of laat, en de ruimte die ik geef. Dat handgeschreven kaartje dat ik van hem kreeg liet me weten dat ik toen precies de juiste keuze had gemaakt.

Ontdekkingsreis

Het liefst schreeuw ik het van de daken, zo bijzonder vind ik het zelf. Want pasgeleden was het zover, eindelijk begon mijn ontdekkingsreis. Heel veel van wat ik heb geschreven wordt een boek, een hele echte 🙂 Na contact zoeken, een datum prikken voor een belafspraak waar ik nog maanden op moest wachten en heel veel schaven aan mijn manuscript ging mijn telefoon. Na een supergezellig gesprek met een onvervalste uitgever hield ik mijn vingers gekruist en hoopte uit alle macht dat het goed zou komen.

Het kriebelt en het knaagt al heel erg lang. Dat hele ‘mijn boek uitgeven’ scenario is al meermaals door mijn hoofd gevlogen, als een stoomtrein op snelheid, zo werkt dat bij mij nou eenmaal. Bij het teruglezen van alles wat ik schreef ben ik het ene moment onzeker, dan vind ik alles wat ik heb geschreven raar en onnozel. Het volgende moment ben ik weer ontroerd en raakt het me, dat wat ik aan het papier toevertrouwde. ‘Wat in der kop zit, zit niet in der kont’ zegt mijn vader altijd 😉 Waarom het voelt als het ultieme haalbare, een echt boek met mijn naam erop, ik heb geen idee, maar het is zo.

Bundel

In gedachte had ik die bundel al in handen, als een tastbare bevestiging dat ik meer ben geworden dan ik was. Ik wapen me ook voor kritiek, eventuele harde woorden laat ik de waarde van wat ik heb gedaan niet beïnvloeden. Voor mij is het waardevol.

Het grootste deel van mijn leven had ik niet zo’n hoge pet op van mezelf, en dat zeg ik niet om zielig te zijn maar zo was het nou eenmaal. Kwetsbaar en klein was ik, ondanks mijn lengte 😉 Ik zag mezelf heel lang zoals anderen me zagen, hun waarheid was mijn waarheid en veel te lang was ik nogal een schaap. Tot het moment dat ik begon met schrijven, toen gooide ik dat steeds meer van me af, tot er weinig meer van overbleef. Het schrijven heelde me in zoveel opzichten, eindelijk vond ik mijn eigen stem.

Nadat ik mijn hart naar hem had gemaild( lees mijn manuscript) zat ik met een knoop in mijn buik te wachten, want wat ging ik doen als hij het waardeloos vond. Ontzettend beeldend, warm en persoonlijk geschreven, kreeg ik van hem terug, en erg plezierig om te lezen. Ik gloeide ervan, van die mooie woorden. Tuttebel, ik weet het, maar toch voelt de waardering van een onbekende als erkenning.

Die bundel wordt mijn cadeautje en een prestatie waar ik enorm trots op ben. Ik heb het geflikt dacht ik vannacht, het is me gewoon gelukt. Ik heb iets gedaan waar ik vroeger alleen maar van durfde te dromen. Waar een tikkie doorzettingsvermogen al niet goed voor is 🙂

Onveilig

Stiekem ben ik best een angsthaas en sommige situaties ontloop ik daarom. Laat in de avond in mijn uppie over straat gaan, ik ben geen fan. Dat roept een automatische reactie op dat ik dan eerder gevaar loop. Vroeg in de ochtend op straat zijn boeit me dan weer helemaal niks. Gek natuurlijk, het donker is precies eender, alleen maakt het tijdstip een andere sensatie in mij wakker.

Tijdens mijn thuiszorg jaren stond ik daar regelmatig bij stil, dat gevoel van angst dat sommige situaties oproepen. Ik was met enige regelmaat laat op straat en niet altijd in de meest fijne buurten. En bij meerdere cliënten moesten we onszelf binnenlaten, ook niet altijd een feest. Voordat de sleutelkluis gemeen goed werd liepen wij als een soort malle pietjes met een flinke bos sleutels in de rondte.

Om in het donker een onbekend huis binnen te stappen was soms best een ding, maar ik heb me ook altijd afgevraagd hoe dat voor die zorgvrager moest voelen. Terwijl je kwetsbaar in je bed ligt af te wachten wie er nu weer je huis binnen loopt, ik moet er oprecht niet aan denken. Wat een enorme drempel moet dat zijn, om je daaraan over te geven.

#Metoo

Onveiligheid is van alle tijden maar het neemt een vlucht, zo ervaar ik dat tenminste. Niet alleen op straat hoor, het is momenteel overal. De #Metoo schandalen vliegen je om de oren en de rel rondom de TVOH ligt nog vers in het geheugen.

Ik vind het vooral heel erg pijnlijk, die onveiligheid die steeds dichterbij kruipt, in bijna alles. Zoveel mensen die zich op straat of hun werkplek niet veilig voelen door wat dan ook. Omdat er een aantal zijn die met bralgedrag en spierballen hun zogenaamde macht laten zien. Waarom zou je een ander mens schade willen berokkenen. Dat vind ik onbegrijpelijk.

Het is tijd voor een omslag, dat vind ik oprecht. Laten we elkaar weer met respect behandelen, omarmen en liefhebben zoals het hoort. Terug naar de eenvoud, naar liefde en je gedragen zoals het hoort. Vroeger was echt niet alles beter, verre van, maar sommige zaken mogen van mij best weer ‘ouderwets’ worden.

Imperfectie

Afgelopen week was ik op zoek naar een knappe foto van mezelf, de foto komt op de omslag van een boek, mijn boek ( jaaaaaa het gaat echt gebeuren :-)). Nogal een ding dus. Ik ben overkritisch op mezelf wat dat betreft, dus was een keuze maken weer een ouderwets gevecht. De liefste koos vol overtuiging voor de zwart-witte foto maar ik was er niet heel zeker van. In een opwelling besloot ik het aan mijn zakelijke netwerk te vragen. Niks te verliezen tenslotte, die post kon ik zo weer verwijderen als ik het toch te spannend zou vinden.

Ik verbaasde me oprecht over alle reactie’s. Buiten het feit dat het er echt heel veel waren, ook van mensen die mij niet kennen, kozen ze bijna allemaal voor de foto die in mijn ogen het minst ‘perfect’ was. Scheve lach, een lok haar die half over een oog valt en zwart-wit. En toch werd dat plaatje vol overtuiging door bijna iedereen gekozen.

Het maakte dat ik meermaals naar die foto keek, om te zien wat anderen erin zien. Onmogelijk natuurlijk, ik zie mezelf, objectief naar dat ding kijken lukt me niet. Een aantal jaren terug zou ik absoluut voor de kleurenfoto gekozen hebben, ‘mooier’ plaatje.

Glimlach

Ik heb altijd een hekel gehad aan mijn eigen glimlach. Vraag me niet waarom maar een groot deel van mijn leven heb ik dat zo gevoeld. ‘Ik sta nooit leuk op foto’s’, was mijn standaard antwoord als er een foto moest worden genomen. Enthousiast was ik nooit, en ik vond ze ook onveranderd lelijk, die plaatjes van mezelf. Als jonge vrouw droomde ik ervan om een mooie van mezelf te hebben, zonder scheve grijns of verwrongen gezicht. Als ik naar de foto’s kijk die er van mij door de jaren heen zijn gemaakt probeer ik altijd niet te lachen, dichthouden die mond zie ik mezelf bijna denken.

Waarom ik zo enorm kritisch op mezelf was weet ik oprecht niet, maar het was er altijd. Mijn glimlach is groot en niet helemaal symmetrisch dus het liefst gumde ik hem uit. Ik vond die lach veel te overheersend in het totale plaatje, op elke foto zag ik alleen maar dat. Gelukkig heb ik het in de loop der jaren afgeleerd, bijna tenminste, want heel af en toe bekruipt het me nog weleens.

Inmiddels heb ik mijn foto gekozen, vol overtuiging is het de zwart-witte geworden. Want dit ben ik, met al mijn imperfecties.