Ontspanning

Op zondagochtend, vult ons huis zich bijna wekelijks met een scala aan geuren, en dat voelt altijd zo warm en knus. Voorkoken is een fijn klusje op die lome luie zondag. Juist omdat ik zo razend dol ben op curry’s en andersoortige stoofpotjes, maak ik dat in alle rust op een vrije dag. Dan is er tijd zat om alles een uur of wat in de oven te laten sudderen. Al die kruiden die heerlijk op hun gemak die diversiteit aan rijke smaken afgeven, aan dat lekkere gerecht. Voor deze zondag staat er pastinaaksoep en een grote pan chili op het menu. Terwijl de chili staat te pruttelen, een vers soepje verorberen op de zondagmiddag, met wat uitgebakken spekjes en een bruschetta met een beetje zout, echt jummie.

Maar ook mijn favoriete curry, of dat Italiaanse stoofgerecht dat een uur of vier in de oven moet, laten het huis altijd zalig ruiken. En het verveelt nooit, ook niet onbelangrijk.

Tijdens het koken staat er meestal een kookprogramma aan, zo’n ongecompliceerd ‘zachtjes op de achtergrond’ vermaak. Lof it. In de huidige waanzin van de wereld, is het belangrijker dan ooit om af en toe te ontsnappen aan dat dagelijkse drama. Om me daar soms even voor af te sluiten, want momenteel heb ik er meer dan ooit behoefte aan.

Ik ga niet voor elk kookprogramma hoor, daarin ben ik best kieskeurig, het moet vooral relaxed zijn. Geen omhoog gevallen dames die kirrend in de keuken staan, bleh, daar krijg ik pas echt de kriebels van. Maar sommige pannenroerders zijn oprecht zalig om naar te luisteren. Er was een poosje een Ierse jongeman die, ogenschijnlijk zonder enige inspanning, allerlei lekkers tevoorschijn toverde. Ik genoot vooral van dat geweldige accent, Iers of Schots horen spreken vind ik zalig. Waarom ik dat vind, ik heb echt geen idee, maar het klinkt gewoon gezellig.

Masterchef Australie, ook favoriet. De andere versies, de Nederlandse of de Amerikaanse, brrrrr, daar gril ik van. Maar de Australische, daar ga ik echt voor zitten. Prachtige televisie vol hartstocht, emotie en warme vriendschappen. Dat spat echt van dat scherm en dat vind ik machtig mooi. Oprechtheid in optima forma, zo zie ik dat tenminste. Natuurlijk blijft het televisie, maar het komt op mij ongekunsteld over, en vooral dat is van belang om me in een programma te kunnen vangen.

Televisie

Project Rembrandt, ook zo fijn. Het is mooie oprechte televisie, en ook heel ontspannend om daarin onder te duiken. Kunst zien ontstaan, voor je ogen gemaakt zien worden, prachtig. Schoonheid kunnen creëren vanuit jezelf, een leeg canvas tot leven brengen, ik heb er een enorme bewondering voor.

Daarnaast steek ik er ook nog iets van op. Over compositie bijvoorbeeld, wat in het programma geleerd wordt aan de aspirant schilders, ik let er zelf nu ook op als ik tijdens het wandelen een foto maak. Zelfs met mijn mobieltje lukken die foto’s dan soms best aardig. En af en toe schrijf ik eens mee tijdens een kookprogramma, ook al moet dat qua hoeveelheden vaak op de gok. Dat wordt dan een beetje van dit en ongeveer zoveel van dat. Maar het lukt vaak redelijk wel, en ik heb er zowaar wat lekkere recepten aan overgehouden. De kick als iets dan zalig smaakt, met dat op de gok en alleen mijn herinneringen voor het daadwerkelijk koken ervan, is zo leuk.

Dat houd me mooi bezig deze winter, foto’s maken tijdens mijn wandelingen en gezellige potjes koken op de zondag. Onderwijl tel ik de dagen tot we komend voorjaar hopelijk weer met ons schatje op pad mogen. Want dan gaat de vlag uit!

Lifestyle

Ik ben een echte Bourgondiër, dol op lekker eten, een fijn rood slobberwijntje, stukje franse kaas erbij, jummie. Ijdel, dat ben ik ook, ik vind het fijn om nog een beetje leuk oud te worden, voor zover ik dat in de hand heb natuurlijk. Maar ik vind het vooral belangrijk om goed in mijn vel te zitten. En Bourgondiër zijn en dat fijne lijfgevoel, dat gaat niet altijd samen. Niet volkomen geruisloos tenminste.

Soms laat ik die balans weleens een tikkie naar de verkeerde kant doorslaan, door wat dan ook. Afgeleid door allerlei randgebeuren, sluipen die kilo’s er zomaar ongemerkt aan. Dan vergeet ik dus even om goed voor mezelf te zorgen, of ik zorg te goed voor mezelf, zo kan je het ook bekijken 🙂

Ziek of ellende overkomt je, dat heeft niet altijd met die extra kilo’s te maken, of met goed voor jezelf zorgen. Maar blijven bewegen en in balans blijven is ook voor mijn brein heel erg zalig, zeker nu de wereld zo op zijn kop staat. belangrijk om juist dat vast te houden.

Bourgondiër

Ik heb in mijn leven best wat ziek gekend, meermaals was ik pittig en langdurig ziek, waardoor ik heel veel prednison moest gebruiken. Van een heel schriel kippie werd ik enorm, want prednison veroorzaakt nogal wat, ook in je hoofd. Dat ik mezelf niet meer herkende in de spiegel, door dat opgeblazen hoofd, vond ik gruwelijk. Maar dat mijn brein een loopje met me nam, vond ik nog vele malen lastiger, ik voelde niet meer als mezelf.

Mijn gezondheid is altijd een groot bezit geweest, en de jaren dat ik me gezond voelde, zijn me dan ook heel dierbaar. Maar vol overgave dat leven vieren, gaat wel op mijn heupen zitten, want die rondingen krijg je echt niet van bleekselderij en water 🙂 Ik moet oprecht grijnzen om al die berichtgeving over extra coronakilo’s, die zoveel mensen zouden hebben gefabriceerd de afgelopen maanden. Ik kan het ook moeiteloos aan de corona ophangen hoor, maar bij mij had het daar echt niks mee te maken, bij mij waren het echte ‘ik hang elke dag de slingers op’ kilo’s. Want ook voor die covid, genoot ik al razend veel van al het moois dat me steeds weer ten deel valt.

Eind september besloot ik dat ik het leven graag nog net zo enthousiast wilde blijven vieren, maar dan graag wat kilo’s lichter. Dus pakte ik, stapje voor stapje, het hardlopen weer op, kijken of mijn krakende lijf dat nog pikte. Ik had het niet verwacht maar het gaat echt wonderwel fijn, en daar ben ik razend trots op. Intussen geniet ik dus van mijn hele vroege hardlooprondjes en van dat Bourgondiër zijn. Alleen wel tien kilo lichter 🙂

Onbegrepen

Haar immense woede tekent een grimas op haar gezicht, wild klauwt ze lukraak om zich heen, en haar nagels zijn gruwelijk en vlijmscherp. Als ik eraan terugdenk krijg ik nog steeds kippenvel, want ik was zeer regelmatig slachtoffer. Tot het moment dat ze bij ons kwam wonen woonde ze nog zelfstandig, zo goed en zo kwaad als dat ging.

Al een hele poos verwaarloosde ze zichzelf, door dat complete onvermogen dat zich in haar hoofd had genesteld. Ze wist eenvoudigweg niet meer hoe dat ook alweer moest. Het beetje familie dat ze nog had, kwam uit moedeloosheid niet meer langs, ze waren niet bij machte om te zien wat er eigenlijk gaande was.

Deze nieuwe omgeving zorgde voor nog meer verwarring, het enige dat haar soms rust bracht was diep onder de dekens liggen, in een donkere kamer. Zo was het voor haar net alsof ze nog in haar vertrouwde omgeving was, in dat fijne huis waar ze zolang woonde. Zodra het licht aanging, nam de verwarring het over, en herkende ze niets. Haar onrust en de woede namen immense vormen aan, want deze onherkenbare plek was beangstigend voor haar. Het wende nooit, al dat gevoel dat bij veel mensen met een dementie zo puur en ongefilterd naar buiten stroomde. Ik werd er wat droevig van, want die oneerlijke strijd raakte me. Het vroeg om creatief troosten, en communiceren op een totaal ander vlak.

Verwarring

Zorgen voor haar was ingewikkeld, en soms welhaast onmogelijk, want er was maar weinig waar we ruimte voor kregen. Ze begreep helemaal niets meer van de gewone dagelijkse dingen. Soms deed ze niets anders dan krijsen en schreeuwen, en nog geen minuut later was ik ineens de liefste zuster op aarde. Haar stemmingen wisselden met de minuut, en wij waren soms verbijsterd. Het allerliefste wilde ze dat je naast haar zat, met jou hand in de hare, om samen een gesprek te voeren dat vaak kant nog wal raakte. Soms stelde het haar gerust, die aanraking, ook al bleef ik op mijn hoede. Want zomaar ineens konden die nagels weer diep in dat zachte vlees van mijn handen grijpen. Maar we bleven het onvermoeibaar proberen, om te ontdekken wat voor haar fijn was en wat vooral niet.

Ze overleed niet lang daarna, want naast die voortwoekerende dementie bleek er nog meer in haar lijf te woekeren. Wellicht kwamen daar die enorme angst of die onvoorspelbare stemmingswisselingen vandaan, ik weet het niet. Mensen met dementie kunnen niet altijd duidelijk aangeven wat ze graag willen of bedoelen. Ik vond het treurig, het niet zeker weten wat ik precies kon doen, niet echt in ieder geval.

Die laatste dagen zat de familie, die ze die laatste jaren van dat verwarrende leven nog wel had behouden, naast haar bed. In het donker, met haar hand vastgeklemd in die van hen. Ik was blij voor haar, dat ze haar ogen uiteindelijk definitief kon sluiten. Want na heel veel jaren vechten, kreeg ze eindelijk rust.

Uitvergroot

De laatste weken lijkt het of alles wat scheef is in de wereld wordt uitvergroot door de covid. Tegenstellingen worden scherper en harder, ook naar elkaar.

Vooral naar elkaar. Tegenstanders en medestanders.

Steeds opnieuw neem ik me voor om eraan voorbij te gaan, hoe zwaar het me ook valt, maar het leed van de wereld op je schouders te nemen gaat eenvoudigweg niet. En ook een oordeel vellen is onmogelijk, de snippers aan informatie zijn te eenzijdig. Ik leef nou eenmaal in mijn eigen wereld, en die wereld omvat maar een klein deel van alles wat er momenteel gebeurd.

Gelukkig maar.

In de kranten lees ik over alle operaties die uitgesteld moesten worden. Het is keihard en intens verdrietig, Vreselijk dat eenzijdig uitlichten van verdriet en tegenslag, zonder te ontkennen hoe ernstig ik dat vind. Ik lees over de enorme druk op de geestelijke gezondheidszorg, en over al die mensen die nog verder naar de afgrond kruipen. Mijn hart krimpt ervan samen, want die tak van de zorg stond al zo onder druk. En die wordt nu extra verzwaard als gevolg van de covid.

Net als de hele gezondheidszorg zo enorm onder druk staat.

Ik lees over ouders die thuis les moeten geven, over de stress die het oplevert en de angst voor achterstanden. Maar zoals ik een juf terecht hoorde zeggen: school is heus niet de enige leerschool, dat is het leven. Maar als je nu thuis moet werken, en ook je kinderen aan hun huiswerk moet krijgen, maak je je heus zorgen hoe dit af zal lopen. Als je op dit moment weet, dat je kids over twintig jaar een fantastisch leven hebben, dan valt er een hoop druk weg. Maar ja, dat weet je niet.

Dat weten we geen van allen, hoe ons leven er over een poosje uit ziet.

Tegenstanders

Kindermishandeling, drankmisbruik en faillisementen. Werkeloosheid, ziekte en verlies, covid vergroot alles uit en zorgt voor een toename van heel veel ellende. Ik wilde dat ik er iemand de schuld van kon geven, in plaats van het met lede ogen aan te zien. Beleid, politiek, bezuinigingen, noem maar een kapstok, dan hang ik de hele boel eraan op. Maar dat kan ik niet, want wat is wijsheid als een hele wereld in het ongeluk wordt gestort?

Dat covid een allesomvattende invloed heeft op ons leven voelen we allemaal. Al het diepe verdriet, en de enorme schade die het op zoveel vlakken veroorzaakt, is keihard. Zouden andere keuzes deze ellende hebben voorkomen? Als ik een bepaalde groep mensen zou geloven, dan is dat zo. Maar elk mens heeft andere belangen, andere inzichten en andere overtuigingen. Die andere keuzes zouden weer een ander soort ellende veroorzaken, zou weer andere groepen raken.

Kon je maar even droog oefenen, van tevoren, dan was elke keuze altijd de juiste. In plaats daarvan zijn we mensen, en moeten we het doen met het voortschrijdend inzicht van een doemscenario.

Niet één bepaalde beslissing is de juiste, dat geloof ik, en er zitten ook twijfelachtige tussen, geloof ik ook. Maar toch geef ik die covid de schuld, van alle ellende, en vervloek ik dat virus. Dagelijks vullen de tranen van een ander ook mijn hart. En wacht ik, vol hoop en liefde, tot de wereld weer een beetje mooier wordt.

Vrienden van Amstel

Wat was het genieten, die Lifestream van gisteravond, het was als een lawine aan gezelligheid, fijne muziek en het gevoel van samen. Maar ik vond het ook confronterend, dat deze covid wereld al zo snel ‘gewoon’ was geworden. In tien maanden tijd is bizar, zo ongelofelijk snel normaal geworden. Al is normaal niet echt het juiste woord, misschien is het meer ‘de nieuwe standaard’, die we nu even moeten tolereren. Want het verlangen naar hoe het eerst was, roert zich in mijn lijf.

Het voelt voor mij als een winterslaap, deze tijd, een periode waar we doorheen moeten met zijn allen. Om straks weer de draad op te pakken, met alle geleerde lessen en ervaringen van dat vreselijke covidjaar. Als een groot verdriet, een zware tijd die we na een poosje achter ons kunnen laten, zo zie ik het. Het is de ondoofbare hoop die diep van binnen leeft, en die uitkijkt naar straks.

Samen

Opgewonden als een kind, zaten we gisteravond naar het aftellen te kijken, slurpten we de voorpret naar binnen, samen met Coen en Sander. Met een biertje, een lekker warm vuur en een winterbarbeque, vermaakten we ons opperbest. Er was verbinding, door de muziek, op afstand weer met heel veel samen. Want hoe zalig was het altijd, al die mooie feestjes, en hoe ontzettend zalig zal het straks weer zijn, als het weer voor de deur staat. Want het komt weer, daar ben ik van overtuigd, ik weet alleen nog niet wanneer.

Tot het zover is hou ik nog even vol, zolang als het nodig is, ben ik dankbaar voor mijn werk, voor mijn gezondheid en voor alle liefde om me heen. Ik ben waanzinnig gelukkig, met alles wat mijn leven nu met zoveel rijkdom vult, er zijn er zoveel die heel veel slechter af zijn. Dus veel meer dan dat, valt er eigenlijk voor mij nu niet te wensen.

Doorgaan

Heel vaak voel ik zijn hand even op mijn rug, midden in de nacht, als ik weer eens een opvlieger heb of gewoon niet kan slapen. Een liefdevolle aai, en de vraag of het wel gaat. Of als ik thuis kom uit mijn werk, en de kaarsjes branden al, omdat ik dat altijd zo gezellig vind. Die fijne brede schouder, als ik gewoon een potje wil janken, ook al zie ik het ongemak in zijn ogen. Dertig jaar al, hoe bizar, het grootste deel van mijn leven deelde we samen. Als iemand mij en mijn bijzondere gekkigheidjes kent, is hij het wel.

Hoe kan je doorgaan, denk ik dan weleens, als je ineens alleen komt te staan. Als het verlies van een geliefde, die stabiele poten in dat leven met grof geweld onder je vandaan mept. De afgelopen jaren zag ik zoveel verlies, waren er zoveel jonge mensen waar het leven abrupt van eindigde. En dit jaar begon ook al met een groot verlies, onverwacht en keihard. Hoe pak je de draad dan weer op, als er zoveel verdriet is.

Leeg

Leeg lijkt het me, vooral heel erg leeg. Leeg en koud. En juist de kleine dingen, benadrukken dan ineens dat grote verlies. Zo is het in mijn hoofd tenminste, ik kan me er absoluut geen voorstelling van maken, en ik hoop van harte dat ik nooit achter kom. In je uppie eten, nooit meer geïrriteerd mopperen op slingerende sokken of lege wc-rollen. Alles wat zo bij dat samen hoort, zoals de geboorte van je kinderen, die ene grappige gebeurtenis of een groot verdriet dat je samen deelde. Ruzies of gesmijt met de deuren, en het vervolgens weer liefdevol goedmaken. Giechelen samen in het holst van de nacht. Alle hartstocht vervlogen, meegenomen door de wind en de dood.

Dat huis dat steeds weer hetzelfde voelt, met dat koffiekopje dat altijd maar leeg blijft. Dat favoriete kostje, dat ineens veel minder fijn voelt om te koken, omdat de liefde die erin gestopt wordt, alleen nog door anderen wordt geproefd. Want die liefde is zo vaak niet groots of meeslepend, maar zit in intiem en klein, in warm, knus en vertrouwd.

Ik heb bewondering, voor de kracht die ontwaakt, bij allen die alleen achterblijven. Al is er geen keuze, toch zie ik dapperheid, strijdbaarheid en een overweldigende levenskracht. Voor al die dappere achterblijvers, maak ik een diepe buiging.

Luxe

Luxe of dure spullen, ik geef er weinig om, en verlang ook maar zelden naar nieuw of anders. Ik ben al heel erg razend tevreden met alles wat er is. Blitse apparatuur, handige snufjes of een flitsende auto zijn aan mij niet besteed. Dat oude karretje, waar ik met heel veel plezier in rijd, is een oud beestje. Maar ze rijd nog als een zonnetje, brengt me warm en droog van A naar B, en tijdens onze verbouwingen ging er best veel puin in, in dat kleine koetsie. En ze bleef me er ook trouw heen brengen, naar die belt, compleet afgetopt met allerlei troep. Daar herkenden ze mij en mijn groene monster na een poosje zelfs. Wat op zich best treurig is natuurlijk, maar dat is weer een ander verhaal 🙂

Een vaatwasser heb ik niet, en ik heb ook geen droger. We wonen nog maar met zijn tweetjes in dit huis, dus ik vind het wel best zonder. Supergave geweldig handige apps of slimme elektronische oplossingen voor van alles, ik wil ze niet. Dat gestoei met die spullen voor het doet wat het moet, en als het niet werkt zit je mooi met de gebakken peren. Lekker truttig he?! Ik weet het hoor, maar als iets werkt dan werkt het. En dat heb ik dan gewoon het liefste, dat het lekker eenvoudig werkt.

Handdoeken

Maar goed, dat voer ik soms wel een tikkie te ver door, dat geen behoefte hebben aan luxe of nieuw. Onze handdoeken bijvoorbeeld, die heb ik al een hele tijd. Ze drogen wat ze drogen moeten, en door het gebrek aan een droger zijn ze ook niet echt zacht. Dat ze ook een tikkie beginnen te verslijten zie ik heus wel, maar ze functioneren nog prima dus waarom nieuwe kopen. Heeft niks met zuinigheid te maken hoor, ik vind ze gewoon nog goed, en ze doen ook waar ze voor bedacht zijn.

Een poosje terug moest de liefste naar de fysio, en grijnzend kwam hij terug na dat bezoekje. ‘De fysiotherapeute vond het verstandig dat ik een oude handdoek had meegenomen, vertelde hij vol leedvermaak, ik heb haar maar niet verteld dat ik de knapste handdoek uit die stapel had gevist’.

Waarschijnlijk onnodig te zeggen dat ik de volgende ochtend toch maar de slechtste en oudste naar de stapel ‘poetsdoek’ heb verwezen. En ook meteen maar bij mijn favoriete winkel een paar nieuwe heb gescoord 🙂 Met het schaamrood op de kaken, ook dat.

Nieuwsgierig!

Ik vond het toch weer een soort van spannend, ook al stelt het geen fluit voor natuurlijk, dat vooropgesteld. Maar ik hoorde het tromgeroffel al in mijn hoofd. Tadaaaa, daar gaat ze hoor, benieuwd wat er nu weer gebeurd. Mijn belevenissen tijdens ziekenhuisbezoekjes, kenmerken toch wel een tikkie mijn sufheidjes hier en daar.

Ik had me dus op voorhand voorgenomen, de voorbereiding deze keer vooral rustig te doen. Geen gehaast meer, geen oude leggings, en vooral geen gruwelijke vertoningen. Zodat ik deze keer niet, als gevolg van dat getrut, met het schaamrood op mijn kaken zou liggen wachten op die foto. Ik zou ruim op tijd richting dat ziekenhuis rijden, de avond ervoor al weloverwogen een setje kleren neerleggen, en in de ochtend niet nog even een lading klussen af willen handelen. Ik was razend trots op mezelf, al die goede voornemens, dat moest toch ook een positieve uitslag geven. Of op zijn minst iets moois doen voor mijn karma 🙂

Voorbereiden

Keurig op tijd was ik op de plek van bestemming, en het maken van de foto’s verliep redelijk wel. Ik werd overduidelijk geholpen door een leerling, en hij voelde zich razend ongemakkelijk. Schutterend, stamelend en razend onhandig, leek hij dat voorbereiden voor mijn onderzoek volkomen vergeten te zijn. Al snel nam zijn mentor het over, en de irritatie over zijn fouten hing loodzwaar in de lucht, zijn dinsdag begon een stuk minder fijn. Terwijl ik me achter een dichte deur vervolgens weer aan stond te kleden, hoorde ik in geuren en kleuren de enorme uitbrander die hij kreeg. Oef, dat arme schaap. Soms is het echt razend pittig om leerling te zijn, en daar weet ik alles van. Er zijn zoveel momenten geweest, dat ik me ook heel onzeker en waardeloos voelde, onder dat enorme vergrootglas.

Maar goed, ik heb het weer gehad. En nu maar hopen op goed nieuws. Vrijdag hoor ik het. You’re stone has left de building. Jemig ik hoop het! Duim je mee?

Oneerlijk

Lieve collega, gister moest je het leven loslaten. Door dat zinloze en verwoestende rotvirus.

We gaan allemaal dood, ik weet het. En je moet ergens aan dood gaan, weet ik ook. Maar dat maakt het echt niet minder verdrietig, want je was nog veel te jong. En er is al zoveel geweest, aan ziekte en ellende in je leven, ook daarom voelt het extra oneerlijk. Extra verdrietig, dat dit niet aan je deur voorbij is gegaan, net als er zoveel niet aan je deur voorbij ging.

We kenden elkaar al een hele poos, omdat we alletwee al zolang bij de zelfde organisatie werken. We kwamen elkaar regelmatig tegen, in allerlei verschillende rollen en op allerlei verschillende plekken. Dan werkten we een poosje heel nauw samen, en dan weer waren we een tijdje alleen nog maar zijdelings bij elkaars werk betrokken. Maar steeds als we elkaar spraken was daar die oprechte aandacht, die warme interesse, zonder uitzondering. Of het in het voorbij gaan was, onderweg op de fiets, of tijdens een biertje op de kermis.

Lekker direct wond je nooit ergens doekjes om, wat je ergens van vond was ook wat je zei. Die boodschap was niet altijd een fijne, maar wel altijd oprecht en eerlijk. Ik voelde me altijd prettig in jouw aanwezigheid, door de kracht die van nature aan je kleefde, en door je kennis en je kunde. Door je gezelligheid en je humor, omdat je een mooi mens was. Wat heb ik veel van je mogen leren tijdens al die jaren, en extra tijdens die studie waar ik aan begon. Een liefdevol en fijn mens, een potje klagen daar deed je niet aan. Altijd zo sterk en zo standvastig, je stond ergens voor en daar had ik een enorme bewondering voor.

Ik heb geproost op je gisteravond, en een potje gejankt, ook dat. Vanmorgen liep ik buiten, terwijl de zon net opkwam in al zijn pracht, en ik voelde in alle hevigheid dat dit geweldige mooie leven voor jou voorbij is. De emotie van die keiharde gedachte, greep me naar de keel. Wat voelt het onwerkelijk dat we elkaar nooit meer tegen het lijf zullen lopen.

Gister is er een collega overleden. En dat is waanzinnig oneerlijk.

We dragen je allemaal met ons mee, diep van binnen, wie je was en alles wat je ons leerde.

Lieve jo, rust zacht, ik ga je nooit vergeten.

Klusmoe

Wat waren we blij dat alles klaar was, zo goed als tenminste, na die lange periode van verbouwen. De liefste was oprecht klusmoe, en ook ik was er wel een beetje klaar mee. Die weekeinden lagen heerlijk leeg op ons te wachten, en wat een zee aan vrije tijd staarde ons ineens aan. Op zaterdagochtend zaten we tijdens de koffie dat weekeind door te kletsen, volledig in de ‘bijzonder weinig doen’ modus.

‘Heb jij nog plannen’ zei de liefste. Hoofdschuddend moest ik bekennen dat er weinig dringends op me lag te wachten. ‘Nope, geen dringende zaken af te handelen, geen geschilder of andere soortgelijke taken die nog af moeten. ‘Ik ga gewoon maar een beetje tutten’, zei ik. Tutten betekend zoveel als: zien waar de dag me brengt. Soms van zolder naar beneden en weer terug door allerlei klusjes, opgeruim of ander onnozel gedoe. Soms bracht het me niet verder dan de bank, een boodschap, een ‘fijnefrissekop’ wandeling of een doelgerichte soplap over een stoffig kastje. ‘Lekker, was het antwoord van de liefste, ik ook niet’. Intens tevreden schonken we nog maar een kop koffie in, en zaten we mijmerend van het fantastische uitzicht en alle rust te genieten.

voor en na/de logeerkamer

Logee

Een paar dagen later ging de telefoon en had ik een huilende dochter aan de lijn. Iets met een lekkage in haar huurhuisje, gevonden asbest en nu direct uit huis moeten. ‘Potverdorie kind, wat een pech. We organiseren wel wat hoor, kom maar lekker naar je vader en moeder’. Dat we op dat moment nergens een fijn plekje voor haar hadden mocht de pret niet drukken, dat fiksten we wel even. Provisorisch maakten we een bed en kon het kind ergens slapen.

De volgende dag hadden we, na het werk en genietend van een grote zak friet, spoedoverleg met zijn drietjes en maakten we snel even een plan de campagne. Door het project ’tuinmetamorfose’ waren we namelijk nog niet geheel klaar voor een logee, die slaapkamer stond nog vol gereedschap, palletjes, moertjes en meer van dat soort. Moesten we nog een keer uitzoeken, opruimen of eenvoudigweg weggooien. Maar ja, daar zochten we nog even de zin voor, en die hadden we dus nog niet gevonden, die zin. Maar het kind kon voorlopig even niet wonen, dus was het de hoogste tijd om gewoon maar zin te maken.

De volgende ochtend stroopte ik al vroeg mijn mouwen op en trok die hele kamer leeg. Ik schroefde een luie Ikea stoel in elkaar die nog ergens opgeslagen stond, sopte en zoog vol overgave, en maakte een gezellig paradijsje voor het kind. Aan het eind van de dag stond daar zomaar ineens weer een prachtig kamertje te stralen, klaar voor een logee. Kind zag haar tijdelijke onderkomen, slaakte een diepe zucht en zei:’mam, zo gezellig, hier zou ik het met gemak een jaar of twee kunnen uithouden’.

Kijk, dat vind mam nou fijn. Zijn al die vrije uren toch maar weer mooi nuttig besteed 🙂 Kan ik nu weer rustig terug naar die ‘bijzonder weinig doen’ modus.