Dansen

Hoop, heel veel hoop!

Eergisteravond, in mijn knusse bed, lag ik lekker te dagdromen. Tijdens dat heerlijke zoete roesje, waarin je langzaam, richting die slaap gaat. Ik dagdroomde van een heerlijke avond dansen, zoals ik dat tot voor kort nog deed. Jeetje, daar verlang ik oprecht naar.

Zonder de ernst van de huidige situatie te onderkennen natuurlijk, dat vooropgesteld, maar een avond lekker swingen, zou me nu wel erg heerlijk uitkomen.

Als vanzelf kom ik dan uit op onze kermis. Voor iedereen in deze regio, een zeer bekend verschijnsel. Ik zag mezelf, dansend in die mensenmassa, vol enthousiasme iedereen omhelzend. Al die mensen, die ik normaal gesproken meestal alleen tijdens de kermis tegenkom, en die ik nu dus veel langer niet heb gezien. Een heel jaar langer, als ik mazzel heb tenminste, er vanuit gaand dat het volgend jaar weer kan! Wat zijn er een hoop lieverds, die ik al een hele poos niet heb gezien, of geknuffeld. Het is meteen een soort van reünie, die kermis, en het is zalig.

Hoop!

Heerlijk heb ik, in gedachten, drie volle dagen gesliert, gelachen, gefeest en gedanst. Zingend, lachend en dollend, heb ik me volledig in het feestgedruis gestort, met die glimlach vastgeplakt op mijn gezicht. En een koud biertje in mijn hand natuurlijk!

Het is misschien een tikkie vreemd, en ook dat is absoluut waar, maar dat feestje is elk jaar absoluut iets, waar ik me oprecht op verheug. En zonder dat, voelt mijn jaar toch een tikkie leeg. Zonder die bands die er elk jaar spelen, en zonder de gekkigheid en de saamhorigheid. Dat hele malle, gekke, geweldige, hartstochtelijk mooie feest, heb ik dus maar heerlijk in mijn hoofd afgespeeld. Eergisteravond, in mijn warme bed, ogen dicht en genieten maar.

Ik heb hoop, waanzinnig veel hoop op betere tijden, waarin we al onze mooie feestjes weer kunnen vieren. Waarbij we weer volop kunnen genieten van elkaar en met elkaar. Ik kijk er nu al naar uit en ik geloof erin, met heel mijn warme, liefdevolle feesthart!

Gisteravond moesten we, in de stromende regen, alle geleverde palen, daksingels, rabatdelen en nog heel veel meer stukjes van onze schuur, naar onze tuin sjouwen. Toen ik vier uur later in mijn bed lag, voelde het alsof ik drie dagen kermis had gevierd. Alleen zonder alle mooie herinneringen maar met hetzelfde pijnlijke lijf.

Vandaag ga ik, met dat hele pijnlijke lijf, maar gewoon alvast vrij vragen voor die kermis van volgend jaar 🙂 Een goede voorbereiding is alles tenslotte!

Volkomen ongemakkelijk

Ik voelde me volkomen ongemakkelijk vanmorgen. Om dat hele suffe, dat soms zo aan me kleeft. Oververhit kwam ik gister aan bij het ziekenhuis, omdat ik weer eens teveel activiteiten in die paar uur voor mijn werk had gepropt. Op zijn Cynts zeg maar, en zelfs ik moet er bij tijd en wijle van zuchten.

Maar oververhit dus. Groen vinkje laten zien bij de ingang, covidvrij ( volgens het vinkje :-))en door. Nog steeds stomend warm vloog ik naar boven, de wachtkamer in.

Vervolgens moest ik me uitkleden en plaatsnemen op dat harde röntgenbed voor een foto. Nou wilde ik natuurlijk nog leuk een poosje een jurkje aan. Want dat bruine vakantievelletje van mij is er vast niet lang meer, dus die wilde ik graag showen. Leuke hakken eronder, helemaal enig. Voor op de fiets deed ik wel even die oude legging onder dat kleedje aan. Fietsen en een leuk jurkje gaan nooit zo lekker samen.

Zeker niet als rustig fietsen niet helemaal je ding is.

Maar daar lag ik dus, met mijn leuke rode hakken en die oude legging. En verder niks. Op die tafel. Ik was volledig met andere dingen bezig geweest die ochtend. Tijdens het uitkleden probeerde ik nog het een en ander te fatsoeneren, in een wanhopige poging om te ‘redden wat je redden kan’. En trok ik een gapend gat in dat oude ding, natuurlijk. How low can you go. En dat gat zat pontificaal in beeld, waar anders.

Oude legging

‘Ademt u maar diep in en houd even vast’. Braaf volgde ik alle instructies op van de verpleegkundige, die overduidelijk in opleiding was. Borstbeen, heupen en schaambeen werden professioneel nagevoeld, en nagevoeld, en nagevoeld. Shit, vergeten te plassen, in alle haast ook geen tijd voor gehad. En de lieverd maar drukken, op die veel te volle blaas.

Inwendig gierde de slappe lach door mijn lijf, want het is zo totaal ‘echt iets voor mij’.

‘Diep uitademen en dan even niet ademen ‘ zei de lieverd. Waarna ze vergat aan te geven wanneer het wel weer mocht. En ik hield braaf mijn adem in, tot ik echt niet meer kon. Hilarisch, echt. Ieder ander had daar keurig voorbereid in der mooiste gedoetje op die platte plaat gelegen. Bij mij leek het meer op ‘quelle une ravage’.

Grinnikend om mezelf lag ik op de volgende instructie te wachten. Een keer of vijf moest het over, schuivend met dat apparaat over mijn lange, halfnaakte lijf. En over die gruwelijke oude legging. Met gat.

Op de fiets, richting werk, heb ik mezelf ernstig toegesproken. Ooit ga ik het leren, heus 🙂

Fitgirl

Pas geleden had ik het geniale idee opgevat, om weer te gaan hardlopen. Nog niet zo heel erg lang geleden liep ik tien kilometer, dat kon ik gewoon. Niet in een razend tempo maar toch, ik deed het. Geniaal idee dus, om het weer op te pakken, vond ik zelf. Vantevoren tenminste.

Die hele zalige zomer met heel veel franse kaas, luiigheid en toch een tikkie teveel rode wijn, hadden niet echt mee geholpen aan het verbeteren van die conditie. En ik ben een rasechte koudweerloper, als de temperatuur buiten teveel stijgt, staat mijn eigen thermostaat al snel volop in standje loeiheet. En dan wil dat hardlopen dus gewoon niet lukken. Daarnaast gooide ook dat akelige steentje best wel wat roet in het eten. Die had een wat negatieve bijdrage, aan dat fit worden.

Doelen

Vroeg in de ochtend een rondje lopen dus, voor mijn werk en de controle in het ziekenhuis, om te kijken of die niersteen het nog steeds zo leuk heeft bij me. Ik had een strakke planning, en volgens mijn planning paste het allemaal net. Inclusief reistijd, ontbijten, een snelle douche, mijn stukkie meteen even opstarten en op tijd op mijn werk zijn natuurlijk.

doelen

Nu leg ik de lat altijd best wel hoog, want dat opstarten van dat lopen, dat heb ik eerder gedaan. En dan moet ik meteen een aantal kilometers kunnen rennen van mezelf. En ook nog eens op een bepaalde snelheid. Kansloos natuurlijk, want dat lukt niet zomaar, dat duurt even. Dus vervolgens gaf ik het al snel weer op. Onhaalbare doelen zorgen voor frustratie. Deze keer besloot ik het dus verstandig aan te pakken, ik begon gewoon met anderhalve kilometer rennen aan één stuk. Dat was dan mijn doel. De keer erna zou ik voor twee kilometer gaan. Kleine stapjes, stoer genoeg.

Die eerste passen waren best een beetje gek, want kon ik het nog wel? Maar het viel niet eens tegen. In slakkentempo natuurlijk maar toch, doel gehaald. Vervolgens moest ik me toch nog haasten richting het ziekenhuis, maar ik was weer begonnen. Wordt vervolgd 🙂

Dat wasgoed!

Dat wasgoed, na zo’n zalige vakantie, het valt me altijd een tikkie tegen. Vroeger, toen we als gezin kampeerden, vond ik die was altijd best een dingetje. Onze meiden waren nog jong en voor die twee wilde ik persé voldoende kleding mee. Nu denk ik weleens, waar maakte ik me in vredesnaam druk om. Maar goed, genoeg schone kleding mee vond ik belangrijk. Hoewel dat tot op heden toch wel een leermomentje blijft voor me 🙂 Na een heel leven kamperen, heb ik dat gedeelte nog steeds niet onder de knie.

Eenmaal thuis van die fijne gezinsvakantie, lag ik dus meteen weer werk op me te wachten. Beddengoed, een berg kleren, en vaak lag er ook nog wel een plukje dat thuis was achtergebleven. Die stapels vuile was staarden me altijd nog een tijdje boosaardig aan, zeker als je geen droger hebt en het altijd pijpenstelen regent als je thuis komt. En dan had ik op vakantie vaak ook nog een wasmachine opgezocht. Onze twee meiden trokken nou eenmaal graag iets anders aan, een keer of twee, drie per dag 🙂

Elke vakantie nam ik een pak biotex mee, voor de handwas. Want je weet maar nooit wanneer je erom verlegen zit tenslotte. Vroeger gebruikte ik het dus zelden, maar ik ga nog steeds de deur niet uit zonder. Dat pak biotex reist al heel wat jaren met ons mee. Datzelfde pak welteverstaan. Als een soort doorn in mijn oog was het altijd aanwezig. Stond het daar nodeloos in een kratje niks te doen.

Maar omdat ik tegenwoordig, tot mijn grote vreugde, maar zelden hoef te wassen op vakantie, wordt dat pak nu zowaar gebruikt. Zo af en toe wordt er eens een onderbroek of een shirtje gewassen. En bij uitzondering een handdoek, maar alleen als het echt moet. Inmiddels is het wasmiddel wat brokkelig geworden, en het pak wat verweerd, maar leegraken doet het tot op heden nog steeds niet.

Tijdens een warme dag vullen we eens op het gemak een teiltje met heet water, doen er een scheutje biotex in, en laten dat lekker inweken. Om vervolgens, ouderwets op het handje, dat kleine wasje te wassen en uit te spoelen. Et voilà, de geur van schone was aan je waslijn. Meestal draag ik, als ik mazzel heb, niet meer dan mijn bikini overdag en die sop ik ’s avonds onder de douche gewoon mee.

Tegenwoordig nemen mensen weleens een miniwasmachine mee op vakantie, ik kwam er een paar weken geleden eentje tegen. Hij paste net aan op een laag krukje. En gevuld met heet water en natuurlijk een scheutje wasmiddel, draaide hij urenlang geduldig rondjes. Tot die twee theedoeken en dat dweiltje schoon waren. Want veel meer dan dat, paste er echt niet in.

Biotex

Laat mij maar lekker ouderwets zijn, want ook dat vind ik romantiek, dat handwasje met die warme zon op mijn bol. Ik had tijdens die vakantie toch geen fluit te doen, en het scheelt ook weer een hoop nutteloos gesjouw van extra machinerie. Want dat huishouden, ook al ben ik er niet zo best in, dat komt thuis wel weer.

Van de afgelopen weken heb ik dus maar weinig was, toch weer een soort van hoera. Eenmaal thuis wachtte ons echter toch nog een wasmand die verre van leeg was, dat was ik voor het gemak vergeten. En tijdens onze afwezigheid was er ook een dochter uitgebreid in bad geweest, want dat heeft dat flatje van haar niet, zo’n bad. Dat leverde toch ook een slordig stapeltje handdoeken op, ik gok een stuk of vier. Ineens was het toch weer gewoon een bergje.

Gelukkig scheen de zon vandaag (want nog steeds geen droger). En ik heb hier thuis een kingsize wasmachine waar lekker veel inpast. Dus bij uitzondering vandaag maar huisvrouwerig gedaan, bij gebrek aan die kabouters 🙂 Gelukkig ben ik Japie niet tegengekomen!

Wilde plannen

Wakker worden met wilde plannen, als ik in dat hoofd van mij, weer eens iets heb bedacht, het gebeurd mij heel regelmatig. Vol enthousiasme spring ik dan uit bed en trappelend van ongeduld begin ik aan mijn dag. Want er valt nog zo veel te beleven, nog zoveel te zien, er is nog zo waanzinnig veel te ontdekken.

Hoofdschuddend wordt ik dan weemoedig aangekeken door die man van mij, want die wordt oprecht weleens wanhopig van mijn malligheid! Dan heb ik die nacht ervoor besloten om onze woonkamer anders in te richten( ik ben nog weleens wakker ’s nachts) en zit ik al om half zes, tippend van ongeduld, te wachten tot hij de deur uit gaat. Zodat ik voor mijn werk nog even bank, stoel, tafel, en accessoires een andere plek kan geven. In mijn hoofd stond het al goed, nu in de praktijk nog even organiseren.

Want die wilde plannen van mij, heb ik echt niet alleen op mijn vrije dag, helaas mag ik wel zeggen. Dan moet ineens, vandaag nog, de wc een ander kleurtje krijgen, wil ik persé dat daar een fotowandje komt of moet er ineens heel veel zooi naar de belt. Nu, onmiddellijk.

Fantasie

Soms is hij slachtoffer, dan heb ik iets bedacht voor ons huis en vraag ik of hij dat dan ‘even’ kan doen. Meestal is die klus een stuk ingewikkelder dan ‘even’, want qua technisch inzicht, mis ik echt een gen. Daar zit gewoon een gat, waar dat inzicht hoort te zitten.

Na dertig jaar samen verbouwen, heb ik wel het één en ander opgepikt inmiddels, dus helemaal onnozel ben ik niet meer. Maar nog steeds kan ik wel eens iets roepen, wat totaal onpraktisch is maar o zo leuk. Het werkt ook heus weleens op een positieve manier door hoor, die fantasie van mij. Toen we onverwacht vorig jaar op snuffelstage gingen bijvoorbeeld. Of toen we ineens, op die ene dag, de knoop definitief doorhakten en ons buscampertje kochten.

Maar daar werd ik dus vanmorgen mee wakker, met een wild plan. Hoe gaaf zou het zijn als er een fijne live-band zou zijn die straatconcerten zou geven. Want ik mis het zo vreselijk, bandjes kijken en biertjes drinken. Onmogelijk natuurlijk, maar ik zag het al helemaal voor me. Al onze buren swingend in hun voortuin, de buurtkindjes vol enthousiasme rondrennend, opgewonden van zoveel gezelligheid. Terwijl de senioren glimlachend, achter een eventuele rollator, meegenieten van weer eens wat reuring. En als ze nou gewoon op een rijdend podium zouden staan, die fijne band, dan zouden nog veel meer nabijgelegen buurtjes kunnen genieten van die heerlijke muziek. Topidee zeg ik. Schier onmogelijk, maar in mijn hoofd was het mogelijk en vooral heel erg genieten vanmorgen.

Ik sprak mijn ouders gisterochtend, even bijkletsen na onze vakantie. ‘Het is saai’ zei mijn vader hartgrondig. ‘Het leven is gewoon echt heel erg saai op dit moment’. En zo is het maar net, absoluut totaal geen fluit aan. En wij boffen nog, want we hebben alletwee een baan en zijn ook nog eens net op vakantie geweest. Maar als nog, wel een tikkie saai. Gelukkig barst ik soms uit mijn voegen door die levendige fantasie van mij, heb ik toch nog wat vertier in mijn leven 🙂

Ik vertrek!

We moesten het een keer oplopen en gister was het dan zover, we kregen een flinke bak water te verstouwen. In al die jaren dat we kamperen, heb ik het volgens mij nog nooit één vakantie helemaal droog gehouden. Gelukkig hebben wij een rubrail aan de auto en daar kunnen we met een pees, een tentje aanschuiven. Dus toen we in de verte het onweer aan hoorde komen( wat wel echt gaaf is trouwens) schoven wij snel dat tentje eraan. Twee stokken en een paar haringen erin, ét voila. Vanuit onze zijdeur, stappen we dan zo dat tentje in, superfijn is dat.

Om dat ding de volgende ochtend, zeiknat, weer een beetje knap in die zak te krijgen, dat is dan weer een ander verhaal…

Beestjes

En dan die natuur, die is oprecht heerlijk. Maar die beestjes he?! Op onze eerste camping had een sprinkhaan zich gezellig tussen mijn kleding genesteld. Nu heb ik die eerste weken vooral in mijn bikini rondgelopen dus maalde ik er niet om. Maar af en toe joeg ik hem wel tussen mijn ondergoed vandaan. Daar hebben malle beestjes nou eenmaal niks te zoeken. Een dag erna zat ie er gewoon weer eigenwijs tussen. We doopten hem Japie, en bleven hem steeds opnieuw wegjagen.

Op camping twee bleek Japie zich als verstekeling te hebben verstopt, dus joegen we hem daar de weidse natuur in. Malle sprinkhaan. Je raad het al, op camping drie kwam dat malle beest gewoon weer tussen mijn shirtjes vandaan gekropen. Ongelofelijk. Inmiddels staan we op camping vier en heb ik hem wederom gespot, dus is het tijd voor rigoreuzere wegjaagmethodes! En ik hou de klep van onze kledingkist gewoon dicht, ook een goed idee.

Dat had ik waarschijnlijk eerder moeten bedenken 😉

verstekeling

We eindigden vandaag op een malle plek, in iemands achtertuin. Want de campings die we tegenkwamen waren fermé, maar gelukkig was deze mini-camping was nog wel ouvrir. Het is hier wat primitief, maar we hebben de camping wel helemaal voor onszelf. We staan in een oude appelboomgaard, dus af en toe schrik ik me wezenloos, als er weer een klap appels van die bomen vallen. En aan één kant kijken we uit op de gemeentecamping, daar is het ook doodstil zeg maar. Maar het is een lief plekje, en heel erg donker( lekker sterrenkijkweer). Om onze vakantie mee af te sluiten is het prima.

verstekeling

Vanmorgen vroeg stapte ik op de fiets om een broodje te halen, en dat is in dit afgelegen gat geen sinecure. Gelukkig kon ik bij de bar, annex epicerie, annex boulangerie, nog een brood scoren. Ik wilde de laatste twee die ze nog over had, en de eigenaresse slaakte na mijn verzoek een harde kreet van ontzetting. Of dat kwam omdat ik haar laatste brood wilde kopen, of omdat ze dacht: hé meid, zou je dat nou wel doen, die brede heupen heb je niet van de komkommers.

Ik heb echt geen idee.

Het duurde zeker wel een seconde of vijf, terwijl ik onverzettelijk streng naar haar bleef staren, en zij af stond te wegen of zij die twee pains aan mij zou verkopen of niet. Triomfantelijk vertrok ik niet veel later met mijn twee schatten, veilig weggestopt in mijn rugzak. Achteromkijkend zag ik dat ze me met stond na te staren, haar armen demonstratief over elkaar geslagen. Ik twijfelde nog even of ik naar haar zou zwaaien, maar ik heb het toch maar niet gedaan. Deze overwinning was zo al mooi genoeg 😉

Morgen pakken we in en gaan we weer richting huis, hopelijk zonder onze verstekeling. Ook weer fijn om ouders en kinderen in de armen te sluiten. Bedankt voor het enthousiaste meelezen, ik heb er enorm van genoten. Hopelijk deden jullie dat ook!

Nieuwe stek

Nu onze vakantie helaas ten einde loopt, besloten we vanmorgen les Bastets te verlaten. Met frisse tegenzin kan ik wel zeggen. Maar er is een tijd van komen, en een tijd van gaan nietwaar? Wat ook meteen die droom van dat onbetaalde verlof weer aanwakkerde. Want we zouden best een maand of twee samen rond kunnen zwerven, de liefste en ik. En wellicht nog wel wat langer.

Vandaag reden we langs golvende, groene heuvels welke hier en daar werden afgewisseld door goudgele, wuivende maisvelden. Volledig leeggeplukt en klaar voor het najaar. In de verte zagen we sommige bomen van de Jura al naar helrood verkleuren, want de herfst is overduidelijk in aantocht. Wat een kleurenpracht. Zoveel schakeringen van donkergroen naar dat prachtige karmozijnrood. Oogverblindend. Hoe fijn dat we vandaag nog wat zon kregen, en wat warmte. Op die koetelsnelheid reden we langs machtige rotspartijen, moest ik natuurlijk weer plassen op onmogelijke momenten en kwam ik ook vandaag weer ogen tekort.

Al die schoonheid om ons heen, daardoor houd ik elke dag een beetje meer van dit prachtige land. Waar anders dan hier staan leegstaande, vervallen panden gebroederlijk naast prachtig onderhouden huizen met hun authentieke houten luiken. Schaduwrijke pleintjes waar oude mannen kletsend en roddelend hun koffie drinken, zittend op lieflijke bankjes onder het koele blad van massieve kastanjes. Ik zie romantische binnentuinen vol bloemen en knoestige oude bomen. Bloeiende oleanders wringen zich door sierlijke metalen hekken heen, en blauwe regens kruipen omhoog langs oude gevels. We zagen onderweg genoeg knusse, authentieke leegstaande stulpjes waar we wel een poosje zouden willen wonen.

Pittoresk

En voor wie denkt: zo pittoresk is het allemaal niet. Fout, zo pittoresk was het echt. Kasteeltjes boven op heuvels waarvan de statige torens tussen die verkleurende bomen omhoogstaken. Ik zag er vandaag meerdere. Sommige ervan ruïnes, sommige nog prachtig intact. Foto’s maken, ik probeerde het oprecht vandaag, niet gelukt helaas. Soms was ik zo onder de indruk van al die pracht, dat ik te laat was met mijn telefoon. En die rijdende auto helpt ook niet, voor ik het wist waren we er voorbij 😉

Wat maakt het uit. We genoten van dat onderweg zijn, samen, en van al die waanzinnig prachtige natuur waar we doorheen reden. We belanden uiteindelijk op camping de Trélachaume aan een imposant stuwmeer. Niet helemaal onze smaak, deze camping, maar een prima plek om een nachtje te zijn. Alle voorzieningen waren dik in orde maar het is een gevoel. We weten het meestal meteen na aankomst, ja of nee. Morgen gaan we weer op pad, binnendoor, op zoek naar nog veel meer moois!

La douce France

Om die hele fijne reisdag af te toppen, vonden we die middag ook nog eens een prachtig plekje in La douce France. Tijdens dat laatste stukje rijden twijfelde ik wel even. Want als ik op de gok een camping uitzoek, is het maar de vraag of het is wat ik denk dat het is. Ik hoop altijd op een pareltje, elke keer opnieuw. Soms lijkt het op de foto heel wat, en dan blijkt die camping in het echt zwaar tegen te vallen.

Nu waren we nog niet zo heel erg lang aan het rijden, dus we spraken alvast af dat we door zouden rijden als het gevoel bij die camping niet goed zou zijn. Niks reserveren heeft ook zijn voordelen. We reden de camping op en heel eerlijk, ik viel er als een blok voor.

De hele ambiance van die camping ademde gezelligheid en charme uit. De stoer ingerichte barbecue-plaatsen met het vele hout, het terras met zijn adembenemende uitzicht en zijn sfeerverlichting. De gezellige zitjes met de enorme wijnvaten, het prachtige toiletgebouw en als pièce de resistance: het zwembad.

Charmecamping

De eigenaresse bleek een echte lieverd te zijn en binnen no time hadden we een prachtig plekje gevonden. Niet veel later hingen we met onze armen aan de rand van het zwembad van het uitzicht te genieten. We gaan altijd eerst zwemmen, ons kampement maken doen we later wel zeggen we vaak 🙂

Ik zou nog honderd foto’s kunnen delen( doe ik niet hoor) maar wat een fijne plek. De weidsheid, de rust, en zoveel schoonheid om ons heen.

De volgende ochtend fietsten we even naar het dorpje op onze gewone fietsen, en dat was best een klim. Niet zoals die ene keer maar toch, best pittig. Want we waren de dag ervoor zo gezellig aan het rijden, dat we onderweg geen boodschappen hadden gedaan. En het gemaksvoedsel raakte op. Wel fijn dat we eerst omhoog moesten, terug naar de camping hoefde ik bijna niet te trappen en vloog ik de weg af 🙂

Gelukkig is het nog steeds een graadje of negenentwintig, kunnen we hier elke ochtend verse baguettes bestellen en op de camping zelf blijkt een fantastisch restaurantje te zitten. Nondeju, wat zaten wij zalig te eten gisteravond! Deze gaat weer een hartje krijgen op googlemaps, want dit is een plek waar ik best nog weleens naar terug wil!

Weer onderweg

Het kriebelde al een poosje bij ons, ruim twee weken op dezelfde plek staan doen we al een hele poos niet meer. En die omgeving speelde toch ook een doorslaggevende rol bij die beslissing. Buren op de camping die hun televisie hard aanzetten in de avond, om dan voor de camper te gaan zitten kijken. Ik ontkwam niet aan het geweld van dat doordringende geluid. En ja natuurlijk lekker zelf weten, maar ik zat niet echt ontspannen bij het kaarslicht ’s avonds. Onze achterburen staken in de avond een bouwlamp aan om te kunnen koken, anders zagen ze niks. Ook lekker zelf weten 🙂 Maar wederom droeg het niet bij aan de knusheid van een zwoele avond met dat felle licht tot een uur of elf. Hoog tijd dus, om te verkassen.

Gisterochtend werd ik wakker, porde de liefste uit zijn roes en zei dat we maar beter onze biezen konden pakken. Binnen no time was ons schatje ingepakt, en snorrend te wachten om weer op avontuur te gaan. We hadden de oranje gebieden gecheckt, kozen een ongeveer richting en weg waren we.

Franse charme

Onderweg reden we langs slaperige dorpjes, met hun prachtige huizen en kronkelige oude bomen op het plein. Op knusse terrassen zaten veel fransen aan hun koffie, of lekker met hun krantje. We kochten bij een kraampje langs de kant van de weg zalige rijpe perziken, een paar mooie vijgen, een handvol pruimen en enorme banaansjalotten.

Ik genoot intens van dat landschap, van alle uitgestrekte velden met hun gesnoeide lavendel, zo keurig in een rij. Lange rijen wijnranken, net gestript van hun vruchten en waar ik ook keek zag ik prachtige oude walnoten en vijgenbomen, op soms onmogelijke plekken. De charme van dat franse, daar krijg ik nooit genoeg van.

Vanuit een rijdende auto, dat prachtige land vastleggen is best een opgave, maar sommige zijn nog best goed gelukt 🙂

Een paar uur later vonden we weer een fijne nieuwe plek. Bubbelend van enthousiasme verslonden mijn ogen elk detail van weer een ander onbekend stukje franse charme. Maar daarover morgen meer!

Dat mondkapje

Eigenlijk wilde ik het niet, deze vakantie, schrijven over mondkapjes, corona en dat soort gedoe. Want voor je het weet buitelen voor-en tegenstanders over je heen. Maar het zou ook een beetje gek zijn om er niks over te schrijven. Dus zonder de zwaarte van alles rondom die covid te ontkennen, besloot ik toch iets te schrijven, iets lichts en luchtigs. Want met humor, kom je een heel eind tenslotte.

Want we zijn nu een ruime twee weken in Frankrijk, en zitten dus al een poosje volop in mondkapjesland. Zo voelt het. Want hier moet iedereen een mondkapje op als je een winkel binnenstapt. Of als je over de markt loopt, of waar dan ook. In dit deel van Frankrijk is dat zo tenminste, dat schijnt ook per departement te verschillen werd mij verteld. Het voelt in ieder geval echt heel anders dan in Nederland.

Ik moest er ontzettend aan wennen, aan dat ding. Tijdens die eerste stop, stapte ik voortvarend de receptie van die camping binnen, zonder dat kapje op mijn snufferd. Onmiddellijk ontstond er volledige paniek vanachter dat spatscherm bij die mondgekapte jongeman. Vriendelijk glimlachend bleef ik braaf op afstand, betaalde en vertrok.

Afstand houden, wat in Nederland al een soort van vaste prik is, heeft hier nog niet zijn intrede gedaan. Hoewel die meter afstand wel overal staat aangegeven, nemen de fransen absoluut geen gepaste afstand van elkaar. Niet voor zover ik kan zien natuurlijk, ik zie maar een heel klein stukkie.

In de rij voor de kassa, waarbij er soms geritst moet worden, waar ik dan weer een soort van de slappe lach van krijg, staan ze het liefst tegen je aan. Alsof dat mondkapje garantie genoeg is. En komen ze een bekende tegen, dan gaat die mondkap naar beneden, wordt er gezoend en geknuffeld, waarna dat ding wordt teruggeschoven. Ik vind er niks van hoor, ik constateer alleen 🙂

Afstand houden

Het woord mondkapje wordt hier zeer letterlijk genomen, hij zit echt alleen over die mond. Wat ik dan toch ook echt een soort van om te grinniken vind, soms hangt dat ding half op die bovenlip. En tijdens het praten, komt die mond gewoon tevoorschijn vanonder die kap.

Ik draag hem braaf over neus en mond, houd voldoende afstand, ook al moet ik zeer regelmatig omlopen tijdens het boodschappen doen. En ik zoek vooral de drukte niet op. Ik hang hele dagen aan dat water, lekker te mijmeren of met een goed boek.

De ervaring van op vakantie zijn is wel heel anders, dit jaar, en dat kan natuurlijk ook niet anders. Het is minder vrij, en veel minder zorgeloos. Maar we konden nog wel een poosje en daar ben ik dankbaar voor. We genieten volop, en alhoewel we veel liever op pad zijn om mooie nieuwe plekjes te ontdekken, een poosje op dezelfde plek vertoeven is ook niet verkeerd.

Inmiddels kruipt dat oranje en rode gebied steeds dichterbij en hebben wij besloten geen onnodige risico’s te nemen. Dus gingen we vanmorgen weer op pad, zigzaggend door geel gebied. Ook hartstikke avontuurlijk!