Weer onderweg

Het kriebelde al een poosje bij ons, ruim twee weken op dezelfde plek staan doen we al een hele poos niet meer. En die omgeving speelde toch ook een doorslaggevende rol bij die beslissing. Buren op de camping die hun televisie hard aanzetten in de avond, om dan voor de camper te gaan zitten kijken. Ik ontkwam niet aan het geweld van dat doordringende geluid. En ja natuurlijk lekker zelf weten, maar ik zat niet echt ontspannen bij het kaarslicht ’s avonds. Onze achterburen staken in de avond een bouwlamp aan om te kunnen koken, anders zagen ze niks. Ook lekker zelf weten 🙂 Maar wederom droeg het niet bij aan de knusheid van een zwoele avond met dat felle licht tot een uur of elf. Hoog tijd dus, om te verkassen.

Gisterochtend werd ik wakker, porde de liefste uit zijn roes en zei dat we maar beter onze biezen konden pakken. Binnen no time was ons schatje ingepakt, en snorrend te wachten om weer op avontuur te gaan. We hadden de oranje gebieden gecheckt, kozen een ongeveer richting en weg waren we.

Franse charme

Onderweg reden we langs slaperige dorpjes, met hun prachtige huizen en kronkelige oude bomen op het plein. Op knusse terrassen zaten veel fransen aan hun koffie, of lekker met hun krantje. We kochten bij een kraampje langs de kant van de weg zalige rijpe perziken, een paar mooie vijgen, een handvol pruimen en enorme banaansjalotten.

Ik genoot intens van dat landschap, van alle uitgestrekte velden met hun gesnoeide lavendel, zo keurig in een rij. Lange rijen wijnranken, net gestript van hun vruchten en waar ik ook keek zag ik prachtige oude walnoten en vijgenbomen, op soms onmogelijke plekken. De charme van dat franse, daar krijg ik nooit genoeg van.

Vanuit een rijdende auto, dat prachtige land vastleggen is best een opgave, maar sommige zijn nog best goed gelukt 🙂

Een paar uur later vonden we weer een fijne nieuwe plek. Bubbelend van enthousiasme verslonden mijn ogen elk detail van weer een ander onbekend stukje franse charme. Maar daarover morgen meer!

Dat mondkapje

Eigenlijk wilde ik het niet, deze vakantie, schrijven over mondkapjes, corona en dat soort gedoe. Want voor je het weet buitelen voor-en tegenstanders over je heen. Maar het zou ook een beetje gek zijn om er niks over te schrijven. Dus zonder de zwaarte van alles rondom die covid te ontkennen, besloot ik toch iets te schrijven, iets lichts en luchtigs. Want met humor, kom je een heel eind tenslotte.

Want we zijn nu een ruime twee weken in Frankrijk, en zitten dus al een poosje volop in mondkapjesland. Zo voelt het. Want hier moet iedereen een mondkapje op als je een winkel binnenstapt. Of als je over de markt loopt, of waar dan ook. In dit deel van Frankrijk is dat zo tenminste, dat schijnt ook per departement te verschillen werd mij verteld. Het voelt in ieder geval echt heel anders dan in Nederland.

Ik moest er ontzettend aan wennen, aan dat ding. Tijdens die eerste stop, stapte ik voortvarend de receptie van die camping binnen, zonder dat kapje op mijn snufferd. Onmiddellijk ontstond er volledige paniek vanachter dat spatscherm bij die mondgekapte jongeman. Vriendelijk glimlachend bleef ik braaf op afstand, betaalde en vertrok.

Afstand houden, wat in Nederland al een soort van vaste prik is, heeft hier nog niet zijn intrede gedaan. Hoewel die meter afstand wel overal staat aangegeven, nemen de fransen absoluut geen gepaste afstand van elkaar. Niet voor zover ik kan zien natuurlijk, ik zie maar een heel klein stukkie.

In de rij voor de kassa, waarbij er soms geritst moet worden, waar ik dan weer een soort van de slappe lach van krijg, staan ze het liefst tegen je aan. Alsof dat mondkapje garantie genoeg is. En komen ze een bekende tegen, dan gaat die mondkap naar beneden, wordt er gezoend en geknuffeld, waarna dat ding wordt teruggeschoven. Ik vind er niks van hoor, ik constateer alleen 🙂

Afstand houden

Het woord mondkapje wordt hier zeer letterlijk genomen, hij zit echt alleen over die mond. Wat ik dan toch ook echt een soort van om te grinniken vind, soms hangt dat ding half op die bovenlip. En tijdens het praten, komt die mond gewoon tevoorschijn vanonder die kap.

Ik draag hem braaf over neus en mond, houd voldoende afstand, ook al moet ik zeer regelmatig omlopen tijdens het boodschappen doen. En ik zoek vooral de drukte niet op. Ik hang hele dagen aan dat water, lekker te mijmeren of met een goed boek.

De ervaring van op vakantie zijn is wel heel anders, dit jaar, en dat kan natuurlijk ook niet anders. Het is minder vrij, en veel minder zorgeloos. Maar we konden nog wel een poosje en daar ben ik dankbaar voor. We genieten volop, en alhoewel we veel liever op pad zijn om mooie nieuwe plekjes te ontdekken, een poosje op dezelfde plek vertoeven is ook niet verkeerd.

Inmiddels kruipt dat oranje en rode gebied steeds dichterbij en hebben wij besloten geen onnodige risico’s te nemen. Dus gingen we vanmorgen weer op pad, zigzaggend door geel gebied. Ook hartstikke avontuurlijk!

Ongenaakbaar landschap.

We hadden een prachtige route gereden die dag, wonderschone smalle weggetjes slingerden zich door dat woeste, ongenaakbare landschap. Af en toe passeerde er een auto, ik gok dat we er een stuk of drie tegenkwamen de hele dag. Dat is thuis onvoorstelbaar, maar hier niks bijzonders.

natuurschoon

Kuddes schapen liepen zelfstandig langs een smalle richel naar een andere rotspartij. Gekscherend vroegen we ons af wat de dames gingen doen, manicure tijd wellicht? We lunchten boven op een heuveltop en genoten volop van de omgeving.

Natuurschoon

Vanaf camping La Vallé Verte reden we naar camping Teyre, wel puur toevallig natuurlijk. We gaan gewoon op weg, rijden op de bonnefooi langs al die mooie natuur en vinden eigenlijk altijd wel wat. En nu vonden we per toeval dit plekje. Een groter contrast tussen beide campings is bijna niet mogelijk. In alle eerlijkheid gaat mijn voorkeur uit naar de tweede, tussen al dat natuurschoon. Super eenvoudig en geen fluit te beleven, maar zo heerlijk rustig. Vlak naast de camping ligt een prachtig natuurlijk zwemmeer met een enorm springkussen in het midden, vanaf de camping steek je zo , via een smalle sloot, over naar die zaligheid.

natuurschoon

Wij vonden het een verborgen pareltje, deze plek. In de omgeving valt geen boodschap te halen, toen niet tenminste, twee jaar geleden. Maar het sanitair was schoon en de douches waren warm. En omdat het zo zalig warm was, hebben wij ons urenlang op dat springkussen in het water vermaakt. Geweldig was dat.

natuurschoon

Dankzij onze altijd aanwezige noodvoorraden( een andere kampeerder noemde het laatst paniekvoedsel :-)) brouwden we die avond een prima maaltje. Voldaan na een dag vol met heel veel schitterende schilderijtjes, kropen we ons busje in en sliepen we als baby’s. We bleven er maar één dag, op dat paradijsje, de volgende dag gingen we weer on route. Weer op zoek naar een nieuwe parel, maar dit fijne plekje zoeken we ooit nog een keertje op!

Lekker!

We genieten wat af, in dat franse land op dat fijne campinkje. En ik zwem ook wat af, hier, in die fijne rivier. Want dat is toch wel een van mijn favoriete bezigheden, en als ik op vakantie ben extra. Een zwembad vind ik tegenwoordig maar zozo. Dat buitenzwemmen vind ik meer dan zalig.

Als jong meisje, toen Heemskerk nog buitenzwembaden had, vond ik zwembaden nog top. Zus en ik kregen elk jaar een abonnement. Een paar baantjes trekken voordat ik naar school ging vond ik zalig, maar ook hele dagen in dat water hangen als je vrij was. Het verveelde nooit. Als het regende tijdens warme zomerdagen, vond ik dat zwemmen nog geweldiger. Met die regen op je hoofd, plonsen door dat water, het geeft een hele aparte sensatie. Alleen als het onweerde vluchtte ik het water uit, dan zaten we met alle meiden te schuilen in het schapenhok.

Zodra het even kan, lig ik in het water. In de zee, vlakbij huis, spelen in de golven. En nu dus tijdens onze vakantie in de Ardèche. Bij het zoeken naar een kampeerplek tijdens onze zwerftochten, is dat voor mij een belangrijke voorwaarde, zwemwater. Zonder dat wil ik niet op die camping staan.

Zwemmen

In Spanje hebben we ook zo’n fijne plek waar we steeds naar teruggaan. En ook al is het een joekel van een camping, buiten het hoogseizoen vind ik het er alleen maar heel erg fijn. Dan heb ik er geen erg in, dat die camping zo enorm is. Dan zoeken we een veldje waar we alleen staan of we kamperen aan het strand. Vroeg in de ochtend loop ik zo die middellandse zee in, om de kreukels uit mijn hoofd te zwemmen. Meestal ben ik de enige, zo heel erg vroeg, dat is mijn rustmomentje, aan de start van weer een fijne nieuwe dag.

Inmiddels heb ik de liefste ook met dat virus besmet. Waar hij me voorgaande jaren altijd voor gek verklaarde, om dat vroege zwemmen in dat koude water, wil hij tegenwoordig graag met me mee. Zo vroeg in dat serene water liggen, vind hij nu net zo zalig als ik dat vind.

zwemmen

Jaren terug vonden we in Oostenrijk ook zo’n leuke, inclusief fijn zwemwater, ook een fantastische plek om een poosje te zijn temidden van de bergen.

Deze vakantie zwerven we niet rond, we vinden het wijzer om op dezelfde plek te blijven. Maar ik mis het stiekem wel. Dat ontdekken van nieuwe plekjes inclusief nieuwe zwemwatertjes.

Inmiddels is het alweer een graadje of dertig geworden hier. Ik hoop dat jullie het ook fijn hebben, waar je ook bent. Voor mij is het hoog tijd om één van mijn favoriete bezigheden nog wat uit te gaan oefenen.

Campingflat

Het is een uurtje of twee. De liefste en ik zitten in de schaduw onder de bomen, lekker lui te zijn met een boek. Eerlijkheidshalve, hij zit met een boek en ik zit een gezellig stukje te schrijven. En net wanneer mijn ogen wat zwaar worden, hoor ik het. Stilzwijgend kijken we elkaar aan en grijnzen. Dat doordringende, zoemende geluid, we kennen het inmiddels. Te goed bijna.

We hebben zojuist nieuwe achterburen gekregen, want zo gaat dat nou eenmaal op een camping. En zoals tegenwoordig bij zoveel kampeerders wordt als eerste die schotel goed gezet. Caravan of camper op de plek, schotel uit en zoeken naar een signaal voor de televisie. Iedereen moet dat lekker voor zichzelf weten natuurlijk maar jammer vind ik het wel, al die schotels. Ze staan ook steeds vaker keurig opgesteld op statieven. Het is als een kille campingflat, met al die metalen apparaten op een rijtje. Voor mij doet het afbreuk aan alles wat ik romantisch vind aan kamperen.

‘Ik heb een error’ zegt hij geïrriteerd. ‘Een error, antwoord zij onzeker, wat is een error’? ‘Nou een error is een fout, snauwt hij kortaf en geïrriteerd terug, hij geeft een fout aan, een error, dat snap je toch wel’. Ongemakkelijk probeert ze te helpen, en ik heb razend veel medelijden met deze dame terwijl ik naar haar onzekere geschutter kijk. Want alleen het verkrijgen van een signaal voor die televisie kan hem nu nog in een beter humeur helpen gok ik. Waarschijnlijk zijn ze volkomen bekaf van dat reizen, deze twee. ‘Ga lekker zitten en neem eerst een koud biertje’ zou ik willen roepen maar ik hou vanzelfsprekend wijselijk mijn mond. ‘Niet mee bemoeien Cynt’, denk ik bij mezelf.

Televisie kijken op vakantie

De satellietschotel wordt verplaatst van plek naar plek. Naast onze hangmat, achter ons busje, steeds dichter en dichter bij. Zonder resultaat helaas, want de schotel blijft onherroepelijk ‘errorren’. Zoemend draait hij kansloos rond op zoek naar dat signaal. Dat ene signaal dat ervoor zorgt dat dat kastje in de caravan doet waar het voor gemaakt is, televisie kijken op vakantie.

Wij giebelen wat, en adviseren zacht mompelend alternatieve bezigheden in de avond, in plaats van die televisie. Een stevig potje zoenen, elkaar een voetmassage geven of een goed boek lezen. Sterren kijken, bij ons favoriet, ouderwets yahtzee spelen of gewoon een lekker potje vrijen. Flauw natuurlijk, dat weet ik heus, elk mens is anders, gelukkig maar. Maar wij vinden dat televisieloze tijdens de vakantie juist altijd zo fijn. Televisie kijken op vakantie, het is niet voor ons.

Na drie uur van noest geschuif, heel erg moedeloos gezucht en meermaals gemopper klinkt dan het verlossende ‘we hebben beeld’! ‘Godzijdank’ verzucht hij opgelucht. Tien minuten later zitten ze met zijn tweetjes in de caravan. Ik hoop dat ze ons gehoord hebben, en onze alternatieve adviezen aan het opvolgen zijn. Maar aan het geluid van die televisie te horen, gok ik zomaar van niet 🙂

Nachtplas

Soms kleven er echt wel wat mindere kanten aan dat kamperen. Het zijn er niet veel hoor, dat vooropgesteld, maar ze zijn er desalniettemin. Tijdens die laatste kampeervakantie voelde het ineens een beetje alsof ik met heel veel vreemden samenwoonde. Na een vol jaar covid was dat toch een tikkie onwennig, al die vreemden om me heen. Ik was het ontwend, heel maf. En aangezien we minder rondreizen dan anders begin ik zelfs van sommige kampeerders de vaste ritueeltjes al te herkennen. Zoals van die al wat oudere meneer, hij doet de afwas pas laat op de avond, in zijn ruitjes pyjama. Ik vind het schattig. Was iedereen hier maar zo schattig verzuchtte ik 🙂

Nog een mindere kant, ik mis dat toilet, die thuis l’s nachts altijd lekker dichtbij is. Soms vind ik het ineens gedoe, als ik voor die nachtplas op pad moet. Een paar mindere kanten dus, maar tegenover die berg voordelen absoluut te verwaarlozen.

Als moeder natuur dus roept, midden in de nacht, moet ik dus uit dat warme knusse bed stappen. Plasemmers of meer van dat spul weiger ik pertinent in gebruik te nemen, dat moet de volgende ochtend tenslotte alsnog geleegd worden. Ik loos die nachtplas liever gewoon maar één keer, dan ben ik eraf.

Nou koelt het hier nogal af ’s nachts, naar een graadje of twaalf, dertien. Dat is echt heel erg zalig voor mijn nachtrust, maar het zorgt ook voor een gebrek aan enthousiasme. Ik sta gewoon niet te trappelen, om midden in de nacht over een stille, doch zeer frisse, camping te wandelen.

Maar als ik dan toch echt moet, meestal na een avondje van wederom teveel rode wijn, zucht ik drie keer diep en ga uiteindelijk dan toch maar. Met oprechte weerzin, en half slaapdronken, trek ik dan mijn zwarte jurkje over mijn hoofd. Het bedekt precies genoeg van mij, om midden in de nacht over die camping te kunnen draven. Ik heb er ooit eens wat overtollige roeseltjes afgehaald, van dat jurkje, en toen was hij niet helemaal knap meer. Ondanks mijn toch niet heel beroerde naaikunsten. Wat overbleef was ideaal voor hele donkere campingnachten.

Pyjama

Afgelopen nacht moest ik er weer uit, merde, mopperend schoof ik uit dat hele fijne warme holletje. Op de tast gleed ik routineus in mijn campingkleedje. Halverwege die wandeling, richting het sanitair, schoot ik spontaan in de lach. Ik had het gepresteerd om die jurk achterstevoren en binnenstebuiten aan te trekken. Een prestatie van formaat zeg maar. Die leuke v-hals zat op mijn rug, en het labeltje van mijn jurk kriebelde onder mijn kin. Echt weer iets voor mij! Grinnikend in mezelf was ik mijn weerzin alweer vergeten, ik moest vooral hard om mezelf lachen.

Op de terugweg genoot ik van een prachtige heldere sterrenhemel, met een lege blaas en een jurk die nog steeds totaal verkeerd om zat. Ik vond het gewoon teveel moeite om dat ding midden in de nacht om te draaien. Helaas kwam ik nog wel een meneer tegen, inclusief ruitjes pyjama. Hij zal wel gedacht hebben.

Kanofile

De dagen rijgen zich aaneen, dagen gevuld met bijzonder weinig kan ik wel zeggen. Elke ochtend in alle vroegte zwemmen is zalig en dat het ook elke dag opnieuw kan, vind ik heel bijzonder. Steeds weer is het hier zalig warm. Dat volkomen ontspannen gevoel van helemaal niks moeten is heerlijk, en ik geef me er volledig aan over.

De bakker en ik bonjouren elkaar al enthousiast goedemorgen, elke ochtend kom ik trouw rond het zelfde tijdstip voor dat verse broodje en hij staat op dat tijdstip enthousiast zijn deeg te kneden. Helemaal gezellig vind ik dat. Als de liefste en ik op ons gemak hebben ontbeten, schrijf ik meestal een stukje. Met mijn stoel half in de schaduw zit ik zalig aan de waterkant en van daaruit zie ik de eerste kano’s al voorbij komen.

Dobberen

Tegen de tijd dat het echt heet wordt, stap ik meestal op mijn luchtbed om dat hele circus van dichtbij te bekijken. Want het wordt dagelijks serieus druk op die rivier, maar de afgelopen dagen sloeg echt alles. Het is zo leuk om te dobberen op het water, en onderwijl die stoeten bootjes voorbij te zien komen. Het voelt alsof ik op het terras zit en naar mensen zit te kijken. Nu blijkt nog maar weer eens hoe ik dat dus ook gemist heb, de afgelopen maanden, het is beregezellig dit.

Ik zie snelle peddelaars, hele langzame, en mensen die eigenlijk niet goed weten wat ze doen. Zij slingeren wat over de rivier en maken heel veel extra meters. Soms komt er een kano voorbij met een blaffende hond op de voorplecht van die kano, als was hij een levend boegbeeld. En dan zijn er nog de kano’s met de keiharde beatboxen inclusief stoer kijkende gasten. Steevast zijn er ook elke dag opnieuw heel veel jongens/meisjes kano’s. Het aloude ‘meisjes plagen, zoentjes vragen’ zie ik dagelijks live voorbij komen. De jongens spetteren water met hun peddels richting die meiden en die proberen giechelend van het lachen hun kano de andere kant op te sturen. Zo schattig.

Ik vind het prima om gewoon maar onzinnig wat te liggen op dat ding. Als het me te heet wordt laat ik me er even af glijden, volgens mij komen er zelfs stoomwolken af als ik dat water in glijd. Soms lig ik zo een uur of drie tussen al die kano’s door te dobberen, onweerstaanbaar fijn. We bonjouren wat af op zo’n dag, de liefste en ik.

Voorlopig vermaken we ons prima hier, de wijn is zalig en de zon is warm. Voor even is het leven bijzonder eenvoudig, en voor even is dat helemaal prima.

C’est très magnifique

Langzaam maar zeker begint het weer te wennen, dat campingleven. Hoewel dat deze keer wat lastiger voelde dan anders, moeizamer. Want al die mensen op zo’n camping he?! Ik moest oprecht omschakelen.

Voorgaande jaren waren we hier ook altijd even op deze camping, maar altijd maar kort, om een paar nachtjes te genieten van die geweldige ambiance. En steeds weer was deze camping welhaast uitgestorven. Fijn vind ik dat, als je een kanon af kan schieten zonder iets of iemand te raken, het kan mij niet stil genoeg zijn.

Of het komt door het feit dat Spanje op oranje staat als gevolg van de covid of omdat er meer mensen zijn die later in het seizoen op vakantie gaan, ik heb werkelijk geen idee. Maar het staat hier toch nog wel halfvol. Minstens. De laatste jaren zijn we dat, in het voor en naseizoen, eigenlijk niet meer gewend. Bijna leeg, daar waren we aan gewend, dus ik moest schakelen.

Lege camping

Vorig jaar belanden we tijdens zo’n zwerftocht door Frankrijk op een volledig lege camping, toen waren we gewoon de enige gasten. En ook het zwembad hadden we dus helemaal voor onszelf, wat een zaligheid. Het voelde razend luxe, om zo’n camping helemaal voor jezelf te hebben. Om zeven uur in de ochtend werden de verse baguettes aan onze stoel gehangen door de eigenaresse, veel relaxter dan dat wordt het niet, zeg nou zelf.

Dat het verse brood bij je plekje wordt langs gebracht, heb ik nog maar één keer eerder meegemaakt. Als jong meisje, toen we in Oostenrijk of Noord-Italië kampeerden. In welke van de twee landen het was weet ik niet meer, dat het in de bergen was weet ik nog wel. Vroeg in de ochtend kwam de bakker met een keur aan, nog warme, bolletjes langs, verser dan vers. Die geur van vers brood blijft daarom voor mij voor altijd verbonden aan kampeervakanties. Als ik, met mijn ogen dicht, mijn neus in een zak met vers brood steek, waan ik me direct op vakantie.

Maar de eerste dagen hier, is dus toch wat wennen. Wennen aan directe buren die het liefst hun auto op onze plek parkeren, omdat wij fijn veel schaduw hebben. En die het moeilijk te begrijpen vinden, dat wij daar helemaal niet op zitten te wachten. Ik vraag het keurig netjes en beleefd, en toch voel ik direct haar aversie en weerstand. Ook dat is kamperen, het is niet altijd alleen maar leuk. De liefste laat het hele debacle maar aan mij over, die is vaak net effe te direct in zijn communicatie:-)

Die glimlach van mij blijft, ondanks en dankzij, ik hou hem standaard op mijn tronie geplakt. Beter voor mijn eigen gemoedsrust ook. Gelukkig hebben we onze eerste vakantieruzie ook al achter de rug. Bij ons is dat inmiddels ook een soort van standaard, na de eerste paar dagen on route. Dat onthaasten gaat nou eenmaal niet zonder slag of stoot, daar hoort wel een gevecht bij.

Moet ik nog zeggen dat we genieten? Volgens mij niet. Er zijn inmiddels wel veel mensen aan het inpakken trouwens, dat helpt ook 🙂

Une baguette

Vanmorgen vroeg stapte ik op mijn fijne fiets voor de dagelijkse gang naar de boulangerie. Lekker gezapig, elke ochtend naar de bakker fietsen voor een vers broodje. Maar ik hou nou eenmaal van gezapig en met de zon op je bol is dat geen straf. Die vroege plons in de rivier elke ochtend, is het meest avontuurlijke wat ik deze vakantie ga doen, gok ik. Ook al denk ik toch over die kano na, maar dat volgt later nog wel, of ik het toch nog een keer ga doen.

Op die fiets dus, vroeg. De zon stond al lekker te stralen en het was stil op de weg. Ik ben een rasecht ochtendmeisje. En omdat we in wijngebied kamperen, voert die dagelijkse route me langs rijen en rijen wijnranken, vol met zware trossen rijpe druiven. Hier en daar wordt er al geoogst en hoe dichter ik bij het dorpje kom, hoe duidelijker ik het ruik. De lucht is bezwangerd met de geur van gistende druiven, zo zwaar dat het voelt alsof ik aangeschoten raak 🙂

Fietsen

etsen

De coöperatieve staat, met zijn enorme tanks, vooraan dat pittoreske dorpje. En veel wijnboeren uit de omgeving, komen hier hun druiven brengen. Die verse druiven ruik je overduidelijk en zo vroeg op de ochtend is die lucht best pittig. In mijn eentje op de fiets, voel ik me bijna onderdeel van dit alles, van dat land dat zo anders is dan de onze, maar waar ik zo ontzettend van geniet.

Gewapend met mijn mondkapje stap ik bij de bakker naar binnen. Een keur aan vers brood ligt uitgestald en ik heb welhaast moeite om te kiezen. Met een chocolade eclaìr, een citroenachtig bladerdeegding, een baguette en een flûte stap ik vrolijk weer op mijn fiets.

Links en rechts bonjour ik lukraak nog wat weg, ik zwaai met ruimhartige zwaaien naar alle automobilisten die me voorrang geven en intens tevreden fiets ik een minuut of vijftien later de camping weer op. Bijna vind ik het jammer dat mijn fietstochtje erop zit, gelukkig mag ik morgen weer 🙂

Mon Dieu!

Het ging heerlijk, gister, zo samen onderweg naar dat ene fijne plekje. Het was superrustig op de weg en binnen no time waren we aangekomen op de plek van bestemming. Het laatste stuk binnendoor reed weer bijzonder fijn, de Ardèche is zo mooi in al zijn ruigheid.

En omdat we voor het eerst in jaren een plekje op een camping hadden gereserveerd, waren we in no time gesetteld. Ook een voordeel van dat busje, we hoeven in principe niks op te zetten. De bus is ons bed, stoeltjes eruit en klaar. Het duurde dan ook niet lang voor we in de rivier lagen af te koelen.

Zwemmen

Natuurlijk water, of het nou de zee, een rivier of een meer is, ik kan er echt uren naar kijken. En in zwemmen natuurlijk. Daar krijg ik echt nooit genoeg van, van dat plonsen. En nu staan we met dat busje van ons, heel paradijselijk, aan de oever van een natuurlijk water. Voor mij geen ontdekkingstochten deze vakantie. Geen marktjes, geen terrasjes, niks van dat alles. Burgerlijk en saai is voor mij voorlopig ruim voldoende. Het feit dat we even uit onze dagelijkse routine konden stappen, na maanden van veel werken en daarnaast vooral veel thuis zijn, is al zo verschrikkelijk lekker. En ook al vinden we Nederland ook echt heel prachtig, we kozen er toch voor om wat zuidelijker te gaan. 

Hier een poosje verpozen voelt ook echt zo lekker. De hele dag buiten zijn en je laten leiden door wat de dag spontaan meebrengt.

Gisteravond zat ik stil te genieten, van al die pracht. Van de rivier, die verlicht werd door een pracht van een volle maan, in het gezelschap van een sterrenhemel om stil van te worden. Ik kan niet anders dan diep onder de indruk zijn, van al dat natuurschoon. En dan zijn we nog maar aan het begin, van die hele lange vakantie. Mon dieu!