Mam, wat eten we vandaag?

Als ik heel eerlijk ben was er maar weinig waar ik narrelig van werd toen onze kinderen opgroeiden. Ik genoot van het moederschap en alles wat erbij hoorde. Behalve die steeds weer terugkerende dagelijkse vraag: mam, wat eten we vandaag? Weerzinwekkend en gruwelijk, want er was er altijd wel eentje in ons gezin die iets niet lustte.

Onze oudste vind een hele hoop lekker, een hele hoop als het maar geen aardappels en groente zijn. Vroeger al en nu nog steeds. Onze jongste vond, je raad het al, vooral aardappels en groente lekker. Sommige groente welteverstaan, want onze jongste diva is zeer kieskeurig. De liefste houd niet zo van warm eten, voor liflafjes of iets met veel vlees kan je hem altijd storen, desnoods midden in de nacht. Ik bungelde een beetje mee en was vooral gefrustreerd dat er altijd wel eentje zijn neus op haalde, van wat ik op tafel wilde zetten. Als iets mijn motivatie tot ongeveer min tachtig laat dalen is dat het wel, die overduidelijke weerzin voor wat er in die pannen zat. Koken vond ik dus echt niet leuk.

Naarmate onze meiden steeds ouder werden probeerde ik van alles om ze andere dingen te laten eten. Mijn wisseldiensten hielpen ook niet echt dus greep ik regelmatig naar pannenkoeken en pizza, probleem opgelost.

Lekker vers koken

Soms had ik van die inspiratie momenten, dan was ik het ineens helemaal zat en ging ik het echt, vanaf dat moment, totaal anders doen. Ik ging lekker vers koken, alleen nog maar. Dan zwierf ik van winkel naar winkel op zoek naar verse waar en bijzondere ingrediënten. Fanatiek fietste ik dan richting de oosterse markt om vervolgens met tassen vol zalige versheid aan mijn stuur weer thuis te komen. Masterchef, eat your heart out!

Maar na een paar weken koos ik, volledig uit het lood geslagen door wat dan ook, weer voor gemak. Omdat wisseldiensten werken, kleine kinderen, een studie, verbouwingen, en de chaos van het dagelijks leven soms nou eenmaal uitnodigen om het jezelf vooral makkelijk te maken. Waarna het hele circus na een poosje weer van voor af aan begon.

Dankzij die inspiratie periodes kan ik een zalige rundvleescurry maken, fijne Italiaanse stoofschoteltjes en nog veel meer lekkers. Ik schud inmiddels ook een keur aan zalige zoetigheden uit mijn mouw. Cynt is na al die jaren kookstress helemaal van de balans. Lekker en gezond eten moet je af en toe gewoon afwisselen door iets dat misschien wat minder gezond is maar o zo lekker. Als je moe bent, druk bent of gewoon even geen zin hebt om te koken. Lief zijn voor jezelf is het toverwoord. Kiezen wat we gaan eten is tegenwoordig inmiddels een stuk eenvoudiger geworden. Dat onze meiden inmiddels de deur uit zijn helpt natuurlijk ook 🙂

Internationale vrouwendag

Vanmorgen zat ik naar de herhaling te kijken van: ‘Floortje naar het einde van de wereld’. Elke aflevering vind ik indrukwekkend en integer gefilmd. Vanmorgen was ze in Jemen, en schetste ze het vreselijke verhaal van een burgeroorlog die al vijf jaar duurt. Over het humanitaire werk van het internationale Rode Kruis aldaar. Stil zit ik met mijn kop koffie op de bank. En ik kijk naar de beelden van al die vrouwen die volledig bedekt over straat gaan, en buitenshuis niet mogen dragen wat ze zelf willen. Omdat dat ongewoon is en niet gewenst.

Toen mijn moeder een jong meisje was, en nog les kreeg van nonnen, moest ze met rechts leren schrijven. Ondanks het feit dat ze hartstikke linkshandig is. Er werd venijnig op haar handen geslagen met een houten riet als ze per ongeluk met links schreef. Serieus onzinnig. Toen zij jong was hielpen de dochters in het huishouden, de zoons hoefden niets te doen. Mijn moeder kan er nog woest om worden, om het feit dat haar broers geen poot uit hoefden te steken, en zij al op jonge leeftijd hun zooi moest opruimen. Voor mij is het een haarscherp en onbegrijpelijk voorbeeld van hun rechten in die jaren, de rechten maar vooral ook de plichten van vrouwen en meisjes. Godzijdank is dat veranderd en daar ben ik niet alleen dankbaar voor omdat ik een onvervalste huishoudmuts ben 🙂

vrouw

Vrouw

Het verschil is overduidelijk met de tijd dat zij een meisje was in vergelijking met mijn jeugd. En wat hoop ik dat wij onze dochters ook waardevolle lessen hebben mee gegeven. Lessen om vooral zichzelf te zijn. Trotse eigengereide zelfstandige vrouwen, die hun eigen keuzes maken, welke dat dan ook zijn. Mannen en vrouwen zijn gelijk en vooral ook anders. Gelukkig maar, zeg ik dan. Hoe saai zou het zijn zonder een beetje onderlinge strijd en spanning. Eenvoudig is het maar zelden, relaties.

Gisteravond was ik met mijn vriendinnen een avond op stap, heerlijk uit eten en vervolgens naar de kroeg. Lachen, drinken, dansen en bijkletsen, genietend van elkaar hingen we die slingers van het leven weer op. Ik moest aan die zalige avond denken ,vanmorgen, tijdens dat tv programma. Want een leven zoals dat van mij, waarin ik mezelf mag zijn en kan doen wat ik zelf wil, dat gun ik elke vrouw.

Zonnestralen

Wakker worden met een liedje in je hoofd, het gebeurd mij regelmatig. Vanmorgen was dat een wat bizar liedje, van Gerard Cox. Hoe ik daar nou zomaar weer bij kom? Maar dat ene zinnetje bleef zich maar herhalen in mijn hoofd: ‘die zomer die begon zowat in Mei.’ Op dat soort ochtenden lig ik grijnzend in mijn bed, en roert de zin in zon en op avontuur gaan zich in mijn lijf.

Niet veel later loop ik buiten, na een snelle douche en een kop koffie, wandel ik richting duin en strand, en laat ik de ellende in de wereld even achter me. Dit is een zalige plek om te wonen, want ik loop echt zo de natuur in. Links en rechts word ik ingehaald door hardlopers, ruiters te paard en mountainbikers. Even later is het stil om me heen en hoor ik alleen nog maar het gefluit van vogeltjes. De wind speelt met mijn haar en waait mijn hoofd leeg, lekker is dat altijd. Ik las er vorige week nog een artikel over, wat een stevige wandeling doet met je hoofd en hoe goed het is voor een mens. Zo ervaar ik het zelf ook altijd, ik vind het zalig, wandelen. Vol overgave negeer ik een enorme hagelbui en na een poosje breekt zelfs even het zonnetje door.

Natuur

natuur

In gedachten ben ik naar Klein Hemelrijk gelopen, een klein kampeerterrein in het Heemskerduin, waar we vorig jaar met pasen zo zalig hebben gekampeerd. Het was die paar dagen boven verwachting warm en zalig. Ik kan alleen maar hopen dat het voorjaar zich ook dit jaar weer vroeg aandient want ik verlang naar de zon, naar lange dagen buiten, naar op avontuur gaan met ons camperbusje. Er is weinig fijner dan de hele dag buiten zijn, ’s avonds naar de sterren kijken en even niks moeten maar van alles mogen. Met een fris hoofd loop ik weer naar huis. Even geduld nog, nog maar heel even. Tot ik die warme zon weer op mijn lijf voel.

Twijfelkont

Ik zit met een kop koffie op mijn favoriete plekje in ons huis, in die zalige stoel bij het raam. Mijmeren is een van de weinige dingen die ik mezelf niet gun, om even stil te staan en niks te doen. Vandaag doe ik het gewoon want ik ben moe, moe in mijn lijf en moe in mijn hoofd. Mijn dromen schudden me wakker in het holst de nacht, want ze vertellen me van alles, en al die boodschappen moet ik op een rijtje zien te zetten.

Om me heen zie en lees ik voornamelijk succes verhalen, van levens en carrières van mensen, die alles volledig op de rit hebben. Zelden of nooit hoor ik verhalen van mensen die twijfelen aan wat ze doen, twijfelen aan hoe ze in het leven staan, over die dagelijkse kwetsbaarheid. En dat zijn nou net de verhalen die ik zo graag lees, de herkenbaarheid ervan. Net het echte leven. Niet de gekunselde verhalen van al die mensen die ogenschijnlijk moeiteloos door het leven kuieren.

Want de laatste tijd droom ik onrustige dromen over een verlangen naar nieuw, naar anders. Ik zou nog wel twee maanden willen reizen, aan een nieuwe studie willen beginnen en mezelf op andere vlakken willen ontwikkelen. Op mijn toch al wat gevorderde leeftijd, ben ik ver van het stadium dat ‘het wel goed is zo’. Ik voel juist nu dat ik mezelf goed genoeg ken om nieuwe dingen aan te gaan, nieuwe paden te bewandelen, avonturen te beleven. Het leven vol bij zijn kladden te grijpen en vooral te leven, met alle high en lows die erbij horen. Om te voelen en uitgedaagd te worden.

Verhalen

Zou het een verlangen zijn naar het voorjaar, dat die roep om nieuw en anders aanwakkert? Of is het de tevredenheid met wie ik ben geworden, die mijn durf wakker maakt, die durf om nieuwe paden te bewandelen. Of het komt gewoon door de ruimte die is ontstaan, nu onze meiden alletwee niet meer thuis wonen en mama dus tijd over heeft, dat kan natuurlijk ook.

Ik weet het eenvoudigweg niet en dat hoeft gelukkig ook niet. Ik mijmer en droom lekker verder want een ding weet ik zeker. Dat antwoord, dat komt echt vanzelf als ik het even de tijd geef. Dus schenk ik nog een kop koffie in en doe gewoon nog even niks vandaag.

Mijmeren

We zitten aan een wijntje, de liefste en ik. Na een zalige wandeling door ons mooie duin hebben we allebei een lekker fris hoofd. Overal staan er narcissen en crocussen in bloei, supervroeg voor de tijd van het jaar, dus we krijgen ontzettend veel zin in het voorjaar. Onherroepelijk komt het gesprek op ons camperbusje, hoe we er naar verlangen om weer op avontuur te gaan. We bespreken waar we allemaal heen zullen gaan en wat we nog zouden willen in ons leven.

De liefste roept Canada, Scandinavië of de Rocky Mountains, zoveel mooie natuur om nog te bekijken. Of we gaan gewoon twee maanden niet werken en zien wel waar we dan belanden, random op reis. Ineens valt het stil en kijken we naar elkaar. Twee maanden niet werken maar gewoon Frankrijk in de rondte toeren, hoe fijn zou dat zijn.

We hebben het er al veel vaker over gehad, maar we worden steeds een beetje ouder en nu onze kinderen de deur uit zijn, is het wellicht wel het juiste moment. Waarom niet eigenlijk. We werken alletwee al sinds we een jaar of zeventien zijn, zonder oponthoud, dus waarom zouden we niet twee maanden onbetaald verlof nemen om te reizen? We hebben niet gestudeerd toen we jong waren en veel gereisd hebben we toen ook niet. We kregen onze meiden op jonge leeftijd en eigenlijk hebben we nooit over lang reizen nagedacht. Nooit echt, tot de laatste paar jaren.

Verlof

verlof

Schalks grijnzen we naar elkaar. Mijn contract loopt af begin mei, dus ik zou tijd kunnen nemen, tijd vrij kunnen maken voor ons. Om gewoon eens een paar maanden te gaan doen wat we zelf willen, zonder een baas die een beroep doet op onze tijd. Willen doe ik het al heel lang maar durf ik het ook, ik vind het best een stap. Het verlangen is echter wel groot, heel groot. Beetje schrijven, beetje in de zon zitten, zwemmen en mijn tijd vullen zoals ik het zelf zou willen. Zonder gebonden te zijn aan een paar weken vakantie. Mijn tijd ook echt van mij maken. Want wat is nou een maand of twee onbetaald verlof tenslotte.

Het kost geld, natuurlijk, alles in deze wereld kost geld en we hebben een huis en verplichtingen. Maar we hebben ook verplichtingen aan onszelf. En hoe was het ook alweer met dat ene leven dat we hebben, en dat we geen tijd over kunnen doen of in kunnen halen? Stoere praat misschien maar wel waar, ik heb het al te vaak om me heen gezien dat een leven onverwacht te vroeg eindigde.

Tijdens het maken van al die wilde plannen maak ik een pan curry, en we grijnzen veel betekenend over en weer. Ik moet er best nog een nachtje over slapen, of twee. Maar er is een zaadje geplant, een verlangen wakker gemaakt. En om heel eerlijk te zijn weet ik niet of die nog in slaap te sussen is.

Christine

Dementie komt niet alleen voor bij oude mensen, dat was ik alleen nog maar zelden in de praktijk tegengekomen.

Tot ik voor Christine ging zorgen. 

Ze was maar een paar jaar ouder dan ik was op dat moment.

Die eerste keer dat ik bij haar aanbelde bekeek ze me vol achterdocht. Ze had ‘echt geen hulp nodig om zichzelf te verzorgen, ze kon alles nog prima zelf’. 

Het duurde een poosje voor ik haar vertrouwen had gewonnen, maar al snel was er een vorm van herkenning als ik in de ochtend voor de deur stond.

Samen verzorgden we haar ontbijt, want ze was vergeten hoe dat moest.

Ze vergat of ze al had gegeten, hoe ze een broodje moest smeren, en waar de hagelslag ook alweer stond. 

Alles was een zoektocht. 

De chaos in haar huis was representatief voor de chaos in haar hoofd. 

Op mijn vraag of ze al onder de douche was geweest, antwoordde ze steevast dat ze vroeg in de ochtend al had gedoucht. 

Vergeten

Ook al was nergens een natte handdoek te bekennen. 

Ik nam tassen wol voor haar mee die op mijn zolder lagen te verstoffen, en zij haakte er spreien van op de dagbesteding. In de ochtend vlocht ik haar lange haar in en zij glimlachte een brede glimlach, omdat ze het zo mooi vond staan.

Vol enthousiasme liet ze me haar collectie servies zien, elke ochtend weer. De kopjes in die antieke kast was het enige dat een vaste plek had.

Na een poosje ging het niet meer thuis. 

Vroeg in de ochtend liep ze steeds vaker op straat, te zoeken naar het huis van haar zus, of naar haar eigen plekje. Ze verloor de controle steeds een beetje meer, want het vergeten nam toe. 

Uiteindelijk moest ze noodgedwongen afscheid nemen van haar thuis. 

Gelukkig vonden ze voor haar een nieuwe fijne plek, op een geweldige lokatie, midden tussen het groen. Een warm en fijn thuis met voldoende wol voor heel veel spreien, en een plekje voor die mooie kast met al haar kopjes. 

Ik nam afscheid en zorgde verder, voor heel veel andere mensen. Maar ik miste dat zorgen voor haar echt nog een poosje. Want sommige mensen sluipen ongemerkt naar binnen, en nestelen zich in een ruimhartig hoekje van mijn malle zorghart. 

Dat zorghart waarin altijd nog wel een plekje vrij is.

#verpleegkundige#ikzorg#dementie

Beroepstrots

Afgelopen nacht lag ik weer wat te mijmeren, gingen mijn gedachten terug naar de tijd toen ik na een jaar of twintig weer op een locatie ging werken. In de tussenliggende periode had ik in de thuis- en waakzorg gewerkt. Op deze plek was ik leerling geweest, had ik mijn diploma behaald maar waren er ook onzekerheden geschapen, met name rondom het werken met zorgvragers met dementie.

Voor mij een enorme overgang.

Mijn eerste ervaring met mensen met dementie was tijdens mijn opleiding toen ik zeventien jaar en een beetje was. Tegenwoordig vinden we zeventien op het randje voor heel veel dingen qua leeftijd, en als ik het vergelijk met wat er toen van ons werd gevraagd…

Andere tijden, overduidelijk.

Ook toen zorgde ik al met mijn hart, dat wilde ik wel tenminste. Mijn begeleidster vond daar het hare van en dat liet ze me duidelijk merken. In gedachten hoor ik haar schelle stem nog terwijl ze me een andere kant op wilde sturen. Dat probeerde ze bij iedereen trouwens, niet alleen bij mij 😉

Mijn manier van ‘zorgen voor’ moest afstandelijker vond ze. Maar bij elk mens maak je vaak makkelijker contact door een hand vast te houden, oogcontact te maken of te glimlachen. Toen was ik nog een snotneus, dus beet ik op mijn tanden en onderdrukte mijn gevoel.

Zij wist het vast beter.

Hand vast

Ik heb door haar lessen jaren niet met zorgvragers met dementie willen werken, durven werken. Omdat ik het niet kon, dat had ze me doen geloven. Want als ik verdriet zag ging ik naast iemand zitten, hield ik een hand vast. Maar zij leerde me dat dat fout was. Die fysieke zorg ging altijd voor, voor alles. Aan al die emotie ging je voornamelijk voorbij, anders werd het werk niet gedaan.

Heel veel jaren later, toen het leven me allerlei lessen had geleerd, heb ik toch de stap gezet. En wat ben ik dankbaar voor al die ervaringen en de liefde die ik tijdens die periode ruimhartig kon uitdelen. Aan mw v G bijvoorbeeld.
Of aan Sjaan die me ook zo dierbaar werd.

Ik ben trots op het feit dat ik verpleegkundige ben en mezelf zo mag noemen. Trots op alles wat ik heb gedaan en op alle zorg die ik heb verleend, in welke vorm dan ook. Alles wat je moet weten binnen ons beroep is ongelofelijk zwaarwegend. Maar wat ik elke leerling daarnaast ook zo graag zou willen meegeven, zou willen leren, is dat het net zo belangrijk is om even naast iemand te gaan zitten. Houd even die hand vast, luister en praat, zie de persoon voor je. Zie de angst en de kwetsbaarheid en niet alleen de ziekte.

Want soms is er echt niets belangrijker dan dat.

Een wereld van angst

Ze schreeuwt, luidkeels door de gang. Het verdriet raakt me, ik hoef haar niet te zien om te voelen hoe van streek ze is. Ik loop de hoek om, de gang in en zie haar zitten. Haar rolstoel pontificaal voor de hoofdingang, volledig verloren in haar eigen wereld, tranen stromen over haar wangen. Haar mond staat open in onsamenhangende en luidkeelse wanhoop.

Ik loop naar haar toe en onderweg zie ik de receptioniste haar schouders ophalen in een gebaar van machteloosheid. Ze weet niet goed wat te doen en ik begrijp het. Binenkomende gasten ontwijken haar met een grote boog en een misprijzende blik. Eenmaal bij haar, kniel ik op de grond naast haar rolstoel en pak ik haar hand. Haar handen klemmen zich om de mijne, haar scherpe nagels dringen diep in het vlees van mijn handpalmen en die eerste minuten is er bij haar alleen maar paniek.

‘Zuster, het is niet waar, ik heb het niet gedaan, ik heb het niet gedaan’. Haar emotie raakt me diep want inmiddels ken ik haar verhaal. Deze herbeleving van een traumatische ervaring uit haar jeugd moet zij steeds weer doormaken, keer op keer op keer. Contact met haar maken en zorgen voor afleiding, voordat het verdriet haar volledig overneemt, helpt vaak goed maar dat moment ligt al ver achter ons. Ik praat een poosje geruststellend op haar in en neem haar onderwijl mee naar boven, terug naar haar afdeling, naar de rust. Ze laat mijn handen niet los, dus ik stuur de rolstoel met mijn benen en ellebogen en dat is best een uitdaging.

Verdriet

Na een stief half uur lijkt de grootste heftigheid eraf, ze praat en ze praat terwijl ik luister en haar voorzichtig probeer af te leiden. Onderwijl zet ik een groot dienblad vol natte bekers voor ons beider neus om af te drogen. Samen, want haar alleen laten is geen optie. Nog nasnikkend omhelst ze me, vraagt ze bevestiging dat ik toch wel echt weet dat ze het niet heeft gedaan, echt niet. Ik hou haar vast en knik. Ze is heel erg slechthorend dus die geruststelling moet kort en duidelijk zijn en lichaamstaal helpt daarbij. Dicht naast haar zittend drogen we af, beker na beker, en ik zie haar rustiger worden, vermoeid.

Na nog een half uur vallen haar ogen dicht, op dat rustige afgeschermde plekje in die nis halverwege de gang. Stil zit ik naast haar, weer met haar handen in de mijne terwijl zij slaapt. Het is een dagelijks terugkerend fenomeen, dit verdriet, en ik weet dat er over een aantal uur nog weer een golf aankomt. Of vannacht, als de angst haar uit haar slaap haalt. Voor nu geniet ik van de rust die ze nu ervaart, dat ze even uit die allesoverheersende angst is. Ook al is het maar voor even.

Tevreden

‘Hoe komt het toch dat jij vaak zo blij bent, vraagt ze, bij jou is dat glas altijd halfvol, en is er steeds die glimlach’.

Als jonge vrouw werkte ik een poos in een revalidatiecentrum. Daar zag ik met eigen ogen dat zelfs zoiets simpels als naar het toilet gaan, voor sommigen een opgave kan zijn. Tijdens dat jaar, als 20-jarige op de dwarslaesie afdeling en vervolgens op de tienerafdeling, werd dat zaadje van tevredenheid geplant. En ik voel dat nog steeds in toenemende mate groeien. Zoetsappig wellicht, maar ik sta er zeer regelmatig bij stil dat ik zelf mijn bed uit kan stappen in de ochtend. Dat ik een snelle douche kan nemen en na een kop koffie de deur uit kan vliegen. Dat dat lijf van mij doet wat ik wil, dat het nog heel is.

Die periode daar zal ik niet licht vergeten. Ik werkte er ook nog een tijdje als vaste nachtdienst, toen onze kinderen geboren waren. Op vrijdagavond schonk ik een borrel voor de revalidanten die het weekeind nog niet naar huis mochten of konden, om wat voor reden dan ook. Dan maakte ik het voor hen gezellig en ontstonden er soms prachtige gesprekken. Tegen de tijd dat ik ze allemaal in bed had geholpen, was de halve nacht al om. Heerlijk vond ik dat.

Revalidatiecentrum

Ik herinner me die jonge knul met die hoge dwarsleasie, opgelopen omdat hij op een zandbank dook toen hij met een groep vrienden in zee aan het dollen was. Of die postbode die zich 6 maanden de tandjes werkte om vervolgens 6 maanden te kunnen reizen en dat nu op moest geven omdat hij eenvoudigweg door botte pech in een rolstoel terecht kwam. Ik zie ze zo nog voor me, stuk voor stuk. Jonge vrouwen, jonge mannen, tieners. Stuk voor stuk mensen die nog een leven voor zich hadden en dat nu volledig opnieuw moesten inrichten, omdat hun lijf kapot was gegaan door dat ene moment.

Ik heb geluk, dat vind ik oprecht, geluk in mijn leven. Ondanks tegenslagen, teleurstelling en het nodige verdriet ben ik een bofkont. Omdat de eenvoudige dingen in het leven voor mij geen opgave zijn. Ik kan zelf mijn bed in-en uitstappen als ik wil, ik kan voor mezelf zorgen en een kop koffie zetten. Te simpel gedacht wellicht maar zo voel ik dat, ik ben dankbaar voor dat geluk. En er zijn ook gerust genoeg periodes in mijn leven dat ik het even vergeet, dat ik verzand in mijn eigen geneuzel en dat een deel van mij zich verdrietig voelt.

Heel lang duurt het nooit, vrij snel weet ik weer waar het ook alweer om gaat in het leven.

Dat leerde ik van van al die dappere, mooie mensen waar ik voor heb mogen zorgen. Want het gaat in het leven niet om geld, niet om spullen. Het gaat om samen zijn met iedereen die me lief is. Om een hele avond te kunnen dansen, uren te kunnen wandelen in de regen, of vol de zee in te kunnen rennen op een warme dag is rijkdom. Ik kan er van uit mijn vel knappen, van dat gelukzalige gevoel. Daarom deel ik mijn glimlach en mijn liefde ruimhartig.

Want het leven is echt te kort en te kwetsbaar om daar heel zuinig mee om te springen.

Prachtige kans

Gisteravond was het dan zover, onze jongste prinses is ook helemaal verhuisd. Officieel woonde ze natuurlijk niet meer thuis, ze woonde op een campus in Diemen het afgelopen jaar. Maar ze sliep nog regelmatig bij ons in de weekeinden, met verjaardagen en speciale dagen. Heerlijk was dat, met één been in en één been uit huis. En de kans was groot dat ze na haar studie nog even thuis zou komen wonen. Gewoon, tot ze iets geschikts voor zichzelf vond.

En onverwacht was er ineens dat huisje, zo eentje helemaal voor haar alleen. Dat huisje dat zomaar langskwam, betaalbaar en op een goede plek. Dicht bij het station, dichtbij een winkelstraat. Boven een zalig restaurant en ook nog eens voor mama op ‘even op de fiets een bakkie halen’ afstand. Kortom, een prachtige kans. En prachtige kansen, die laat je niet aan je neus voorbij gaan.

Mama

Dat er heel veel aan moest worden opgeknapt namen we voor lief. We hebben er de afgelopen maand heel wat uurtjes doorgebracht. Maar eerlijk is eerlijk, net als bij onze oudste een paar jaar terug, hebben we hier ook weer een fijne plek van gemaakt. Alles fris geschilderd, lelijke wanden behangen met renovatie-vlies, dus alles is weer retestrak. En dat alles werd ook voorzien van een frisse witte laag. De nieuwe vloer die we er zelf inlegden is warm en prachtig, en ook die ligt er supermooi in.

Alle mankementen in haar huisje heeft de liefste met heel veel liefde voor zijn jongste gerepareerd. Ook al is het een huurflat, die laat zijn meisje echt niet in een huisje zitten dat niet af is, die fikst dat voor der.

Maar nu alles verhuisd is voelt het toch gek, ik voelde het in mijn lijf, al die emotie. Gisteravond al en vandaag ook weer. Want nu weet ik heel zeker dat ze niet meer thuis komt wonen, ook niet voor heel even. We hebben het leuk zo met zijn tweetjes, dat is het niet. En onze meiden waren er aan toe, aan een eigen plek waar ze niet meer weg hoefden.

Maar deze mama moest toch even slikken, stiekem, in zichzelf. Want dat complete uitvliegen, dat is nu wel helemaal voor het echie. Geen ‘even knus nog bij mama onder de dekens’ meer en ook nooit meer ‘met mama kletsen in de badkamer tijdens het douchen’. De waslijst’ nooit meer’ is lang want we hadden zo onze rituelen samen, onder datzelfde dak. En als ik eerlijk ben voelt dat toch een tikkie heftig. Morgen ga ik maar even langs om een bakkie te doen 🙂