Zelden saai

Genietmomentjes, bij mij barst het er meestal van. En daarmee wil ik niet zeggen dat het in mijn leven allemaal altijd fantastisch is hoor, absoluut niet. Ik kan echter wel heel goed filteren, en vind altijd wel ergens een zonnestraaltje.

Ondanks het slechte weer geniet ik me te pletter in Schotland. Vanochtend vroeg lag ik in mijn camperbed, de schuifdeur stond open en ik hoorde de vogeltjes uitbundig fluiten. De liefste had koffiegezet, en ik kreeg een zalig vers bakkie in mijn handen gedrukt. Een spotifylijstje klonk op de achtergrond, ik lag zo knus nog. Onze grijze gordijntjes heb ik op de hand gevoerd met geelwit geblokte stof. Zo niet hip, maar het staat wel superzonnig, een knapperd die dan chagrijnig wakker wordt.

De meeste schotten die we tegen zijn gekomen zijn bijzonder vriendelijk, hoffelijk zelfs, en allemaal komen ze bij toerbeurt een praatje maken bij ons kampement. Ze willen weten waar we in Nederland wonen, waar we in Schotland heen gaan en wat we van hun mooie land vinden. En ze vertellen van alles over zichzelf. Iedereen, maar dan ook echt iedereen groet ons. Of het nou in de supermarkt is, tijdens een wandeling of op de camping.

Smalle wegen

De wegen zijn hier zo smal dat je om de beurt moet passeren, en dan moet je soms dus even wachten. Vervolgens bedanken ze je stuk voor stuk, zo sophisticated, ik hou ervan. Wij rijden op het gemakje, dus af en toe gaan we even opzij om wat schotten te laten passeren op de weg. Kunnen wij blijven koetelen en zij kunnen lekker doorrijden naar huis, werk of wat dan ook. De één toetert, de ander knippert even met zijn lichten, maar allemaal vinden ze het fijn dat je opzij gaat.

Die schotten blijken een bijzonder vriendelijk en heel behulpzaam volkje te zijn.

Avontuur bij Loch Ness

Vandaag waren we op pad, Loch Ness rondrijden en Nessie gedag zeggen. De liefste heeft een drone en wilde wat mooie beelden maken boven dat prachtige Loch. De eerste poging strandde roemloos. De drone deed niet wat hij moest, namelijk luisteren, en vloog een boom in. Ik moest op mijn tanden bijten om niet te lachen. Het is namelijk wel typisch iets voor ons, als ik heel eerlijk ben. Dat soort dingen lukken bij ons gewoon nooit zo goed.

En die drone zat daar, muurvast te zitten op een hele hoge tak, volkomen buiten bereik. Lang verhaal kort, we zijn uiteindelijk een uur zoet geweest om dat ding weer uit die boom te krijgen. Met aan elkaar geplakte stokken, en zo’n tien jaar van mijn leven, is het uiteindelijk gelukt. Jemig wat een gevecht weer. Je kan er van alles van vinden maar saai is het zelden.

Sufferds

Na de opluchting, en nadat we uitgebreid om onszelf hadden gelachen, waren we de rest van de dag zo tam als wat van alle stress. We genoten daarna vooral van de schoonheid van Loch Ness en alles erom heen. We hebben de drone veilig opgeborgen, en wat mij betreft blijft ie de rest van de vakantie braaf in zijn opbergvakje. Dan maar geen overzichtsfoto’s, lekker boeien.

vriendelijk

Mazzeltje

Daarentegen was de eerste de beste camping die we die middag aandeden een voltreffer, een prachtig campingveldje inclusief een diversiteit aan tentkampeerders. De zon scheen de hele middag vriendelijk, er was een prachtig kasteel op wandelafstand en de liefste wijd zich aan wat hij heel goed kan: een heerlijk campingpotje koken. Daar hebben we tenminste wel controle over. Ik tel wederom mijn zegeningen, hier, in de zon, met een lekker rood wijntje bij de hand.

Naar het uiterste puntje

Morgen gaan we richting John o’groats en met het voetveer naar de Orkney eilanden om walvissen te spotten. Ik vind het razend spannend allemaal, hoe ik het daar ga vinden. We laten ons leiden door het toeval, stoppen op gevoel en hebben daardoor onverwacht al zoveel moois gevonden. Soms liggen de mooiste ervaringen zomaar voor het oprapen.

Zoals wijlen mijn ome Piet ooit eens tegen mij zei: het dagelijks leven is al prachtig genoeg. Tot morgen.

Koud en nat

Ja oké ik snap het, eindelijk, na een paar dagen Schotland. Waarom de campings hier geen campings zijn maar vakantieparken. The penny has dropped zogezegd. Als ik een Schot was geweest had ik ook warm en droog willen zitten tijdens mijn vakantie, weekeind weg of wat dan ook. Want na vijf dagen Schotland, hebben we welgeteld één droge dag gehad. Toegegeven, het is niet veel maar we hebben er wel volop van genoten, van die ene dag. Het verklaard meteen waarom het hier zo oogstrelend mooi is. Zo groen, zo prachtig, al die weidsheid en imposante natuur, hier worden de plantjes continue bewatert en dat zie je wel terug.

En natuurlijk wist ik dat heus wel. Maar we hadden ook gewoon mazzel kunnen hebben, en wat meer droge dagen kunnen krijgen, meer dan één in ieder geval. Kort en goed, we zijn blij dat we een knappe jas mee hebben.

De campings dus. Een knappe camping zoeken bleek vele malen lastiger dan gedacht. Verwend als we zijn door onze kampeerjaren in zuidelijk Europa, in Duitsland en in Oostenrijk. Om ons eigen landje vooral ook maar niet te vergeten. Een ruim aanbod aan mooie campings in het voorseizoen was voor ons gewoon geworden. In Frankrijk hebben we weleens een camping volledig voor onszelf gehad, inclusief zalig zwembad. Maar hier werkt dat duidelijk anders. De paar campings die we in dit enorme gebied konden vinden waren op een hand te tellen.

Op sommige campings was zelfs geen plek meer, naast al die stacaravans, ook al kon je er in mijn ogen een kanon afschieten. Wildkamperen bleek helaas minder eenvoudig als beschreven stond. Heel veel natuur is behekt en ompaald. Elk schaap had ongeveer vijf hectare voor zichzelf (hoe prachtig is dat), maar daarbij was er eenvoudigweg geen plek meer voor een stel wildkampeerders.

Positief

In de basis ben ik best een positieve, romantische schrijver, komt natuurlijk ook omdat ik een positief, romantisch mens ben. En ik geloof dat het allemaal heus wel goed zal komen, als het even niet wil allemaal. Dan moet je op dat moment keuzes maken, en de plannen die je had loslaten, een beetje flexibel meebewegen. Zo was het gister dus. De paar campings die we passeerden waren vol, eentje was een glamping en ruimte om wild te kamperen vonden we niet. Het regende, we werden moe en de liefste werd het zat, dus was het hoog tijd om te stoppen. Na heel veel mooie plekken te hebben gezien, komt er ook een moment dat je kamp op wil slaan. Eén camping was er nog, redelijk in de buurt, half uurtje rijden. Dat moest het dan maar worden, god zege de greep dat er plek zou zijn.

In het verleden hebben we ook wel dat soort’ ik ben het spuugzat’ momenten gehad. Ik kan me nog een keer in Frankrijk herinneren, ik heb ons toen (puur toevallig) naar een prachtig chateau genavigeerd. Daar zijn we in de jaren erna nog een aantal keer terug geweest. En ook in Duitsland, na een enorm ongeluk op de snelweg, vonden we een pareltje. Het was die dag bloedheet en we reden zonder airco. We werden van een vierbaans snelweg weggeleid (dat is best een dingetje hoor en duurde uren) en buiten die snelweg stond echt alles vast. Welke weg we ook insloegen, in welke richting dan ook, overal liepen we tegen die muur van verkeer aan. We konden gevoelsmatig geen kant op.

Uiteindelijk reden we via allerlei tussenweggetjes langs een hotel, een armoedig, smoezelig ding. De liefste weigerde pertinent naar binnen te gaan, die gruwelde ervan. En terecht.  Maar ik was moe en warm en ik vond het wel best. Dan maar geen Hilton, het kon mij niet schelen, dus ging ik er toch op af. Achter de viezige, verkleurde buitenkant bleek een snoezig hotelletje te huizen. Met een prachtige binnenplaats vol klimrozen, houten wijnvaten, gezellige zitjes en weelderig groen. Inclusief bar en bistro. Binnen een half uur zaten we fris gedoucht aan een enorme pul bier en een flinke Wienersnitzel, wat een geweldig einde van een gruwelijke dag.

Maar terug naar Schotland. Toen we na een half uurtje bij die ene camping arriveerde, bleek er voor ons nog een plekkie te zijn. En die camping bleek aan een waarachtig prachtig Loch te liggen, dus bleken we gewoon bofkonten te zijn, alweer.

De volgende ochtend stapte ik vroeg op de fiets (links fietsen!) om verse broodjes halen in de buurt (mijn favoriete bezigheid op vakantie) Met de ochtendzon stralend op mijn bol, bleken we gewoon weer een fijn plekje te hebben gevonden. Op het moment dat je het even niet meer weet, komt het soms toch echt weer helemaal goed. Na een enorme bak regen komt ook weer die straal zonneschijn, zoiets was het toch? 

Romantisch en lieflijk landschap.

Ik ben een watje, in het buitenland rijden vind ik lastig en ik doe het alleen bij hoge uitzondering. Het is een taak die ik vol enthousiasme doorschuif. Gelukkig heeft de liefste er niks van, die vind het altijd leuk om te rijden, waar dan ook. Ik zorg onderweg standaard voor de inwendige mens en stel de GPS in. Hij heeft maar een taak, een hele belangrijke, hij rijd. Wat mij betreft een geweldige verdeling.

Vanaf de boot is het ineens toch een tikkie spannend. Ik souffleer steeds ’links’, en de liefste herhaald het als een soort mantra. Alles om maar niet te vergeten om vooral links te blijven rijden. ‘Het voelt als iets tegennatuurlijks’ zegt ie en ik ben weer helemaal blij dat ik niet hoef te rijden. Zomaar ineens begeef je je in een andere wereld, en dat is altijd wennen. Ineens staat alles aangegeven in miles en yards en rijden we gevoelsmatig helemaal aan die foute kant. We moeten wennen aan een ander soort routine, die nog niet eigen voelt.

Maar het blijkt ook echt lekker te zijn om alle borden en teksten meteen te snappen tijdens het lezen. We knopen spontaan een praatje aan met de douanier in plaats van onhandig te stuntelen in het Duits of het Frans. En ook de radio is meteen lekker verstaanbaar (ook al heeft franse radio ook wel zijn charme). 

Links rijden

We rijden door northumberland, binnendoor richting de schotse grens. Snelwegen vermijden we want we hebben geen haast, we willen vooral veel moois zien. Wat rijden we door een romantisch en lieflijk aandoende omgeving. Links rijden gaat hier ineens een stuk makkelijker. Zover het oog reikt zien we alleen maar glooiende velden vol wuivend groen. Lage keimuurtjes omringen de bossen en velden en grote bossen wit fluitekruid en geel bloeiend koolzaad staan door elkaar om het pittoreske plaatje te complementeren. Tussen al die keimuurtjes delen hagen vol wilde braamstruiken de velden in mooie, rechte hoeken. Schitterende oude bomen met knoestige stammen staan als wachters langs de weg en ongeveer elke vijf meter rijden we langs weer een kasteel.

Rechts zien we af en toe de zee en we passeren mooie, oude dorpjes. Links van ons ontvouwt zich dat betoverende landschap, wat een rust en wat een ruimte. Ik waan me af en toe in een scene van midsomer murders, en dan zijn we nog maar net begonnen. Gretig wil ik eigenlijk alles zien, ook al is dat schier onmogelijk. Ik drink het landschap in, heb ogen tekort en ik gun mezelf amper tijd om een foto te maken.

Door de wat korte nacht, en omdat we eigenlijk gewoon moe zijn, rijden we niet te lang. En dus zoeken we een camping voor de eerste nacht. Vanaf morgen willen we gaan wildkamperen maar voor vandaag vinden we het wel best. De lucht betrekt en hoewel de temperatuur rond de twintig graden lag, is die ineens gezakt naar een graad of twaalf. Koud en nat wordt het, crap!

De eerste de beste camping blijkt er een te zijn uit de reeks ‘alleen maar vaste sta-plekken’, brrrr, de horror. Nummer twee is deels van hetzelfde laken een pak, maar heeft ook een kampeerveldje. Binnen een half uur staan we en kunnen we in de relax stand. Voor de meiden die meelezen: de camping ziet eruit als het decor van de film Dirty Dancing. Helemaal niet beroerd dus. Met veel bos, heel veel huisjes en een houten gebouw waar ook een knusse pub in blijkt te huizen. In die pub hebben we ons die middag heerlijk in verschanst. Die bleek van die hele camping eigenlijk het leukste te zijn. Op naar morgen, naar weer een verse dag!

Een Titanicje op de boot.

Het is zover, eindelijk mogen we. Wat gespannen loop ik alles nog een keer na, even die dubbelcheck. Ben ik echt niks vergeten? Ongetwijfeld wel, er is altijd wel iets. Maar we willen weg, dus stappen we maar gewoon in de auto. Onderweg naar de ferryterminal zit ik nog niet echt ontspannen te zijn. Meestal gaan we gewoon rijden, zijn we niet afhankelijk van ander vervoer om ons ergens heen te brengen.

Muts als ik ben, vraag ik me altijd af of dat wel een beetje vlekkeloos zal gaan. Zijn er vertragingen, heb ik toch niet het juiste uitgeprint, whatever. Ik zit er oeverloos over te malen. Hij voelt het, kent me als geen ander. ’Schat als er iets misgaat ros ik zo naar Spanje voor je hoor, gaan we daar vakantie vieren’ zegt ie. Ik grijns, lekker is dat toch, hij haalt in een ruk die angel eruit. Ik voel een last van me af vallen. De vakantie is begonnen, het komt vast wel goed allemaal.

Boarden op die enorme boot gaat vlekkeloos. Uiteindelijk worden we nog helemaal naar de voorkant gedirigeerd. Daar is nog een plekkie en ons busje past precies in dat gaatje. Maar of we dan wel vroeg beneden willen zijn. Wij gaan er als eerste af morgen, en anders houden we de hele zooi op. Lekker, vooraan in de rij, ik voel me een bofkont.

Claustrofobisch

Onze hut voelt een beetje eng en krap. Dus spullen neer mikken en wegwezen, de frisse lucht in. De liefste is het helemaal met me eens. We slapen onder alle autodekken en dat voelt op zijn zachtst gezegd niet echt hemels. Na een rondje over de boot (lees een soort van doolhof) en een titanicje samen op de voorplecht, nestelen we ons met een koud biertje in de zon op het Sky dek. Livemuziek en een uitzicht om van te kwijlen, veel beter dan dat wordt het echt niet. We worden omringd door een voetbalelftal dat al heel snel, heel uitheinig wordt; een grote groep stoer uitziende bikers met ruige koppen die met een zachte G praten (en die ik daardoor dus ineens vooral schattig vind); stelletjes; groepjes vrienden( de mannen zijn echt in de meerderheid) en een ouder stel.

Na een paar uur boven hangen, teveel bier en ook teveel zon (zo in de wind op het water vliegt die rode gloed er wel erg snel aan) proberen we te slapen. Het is maf, dat gewieg. Het voelt een beetje alsof je op een grote schommel zit, alleen heb ik geen invloed op hoe krachtig de aanzet is. Het duurt even voor het went, maar dan is het best lekker. Na een poosje wiegt de boot me in slaap.

Boot naar Schotland

Ik word gekreukeld wakker na een toch wat onrustige nacht. Er lopen altijd wel wat nachtschreeuwers in de rondte op zo’n schip, en het gebrek aan frisse lucht is ook niet echt lekker. Een hete douche en buiten op de voorplecht een hoofd met zee-haar halen, blijkt een goede remedie. Zalig vind ik het, volop frisse lucht en die wilde wind om mijn hoofd. Het is bijzonder om op het dek te staan van zo’n machtig ding, en ik voel me zo enorm nietig op die volle zee. We schuiven om zeven uur aan bij het ontbijt en we zijn niet de enige, wat een mensenmassa.

De koffie blijkt heet en sterk, en dat eerste bakkie met uitzicht op de woelige baren, is ontzettend bijzonder. Met een volle maag gaan we de auto maar eens zoeken. Het voelt een beetje als een soort twilight zone, die zoektocht. Vanaf sommige dekken kom je niet verder naar beneden of kan je niet verder omhoog, deuren leiden naar trappen naar deuren en andere doorgangen. Best groot hoor, zo’n boot. Gelukkig hoef ik niet te navigeren, ik volg gewoon, lekker. Uiteindelijk snappen we hoe het precies zit en vinden we ons schatje weer terug.

Heel eerlijk moet ik erbij vermelden dat we gister gewoon totaal niet op hebben zitten letten na het parkeren. We zijn gewoon uitgestapt en zijn vergeten te kijken welke laaddeur we nou precies door moesten. Lekker suf, ik weet het, maar we waren onder de indruk van het hele gebeuren. We waren vooral blij dat het goed was gegaan.

Vooraan in de rij zitten we startklaar om Schotland te gaan ontdekken. Lekker op tijd zien we die enorme deuren voor onze neus opengaan. Een heel nieuw avontuur ligt op ons te wachten. Vierentwintig uur onderweg en al een bak aan herinneringen verzameld, ik kan niet wachten op de volgende vierentwintig uur!

Eeuwige krapte

Regelmatig schrijven de kranten met schreeuwerige koppen dat de gaten in de roosters van de #thuiszorg en verpleeg-en verzorgingshuizen bijna niet meer te dichten zijn. Goedemorgen denk ik dan, is dat nieuws? Want dat is al jaren een moeizame klus, het dichten van die roosters.

Zolang als ik me kan herinneren was er altijd wel wat, vanzelf ging het nooit.

De zorg is hot. Maar om heel eerlijk te zijn is die krapte er al zo ontzettend lang, en tijdens het corona tijdperk nam de krapte alleen maar toe. Ik vind het behoorlijk naïef om te denken dat we die achterstand in hadden kunnen lopen tussen de eerste en de tweede golf, alsof je binnen een paar maanden wel even genoeg geschoold personeel of omgeschoolde mensen tot je beschikking hebt.

Er is absoluut aan gewerkt, maar om dat op te lossen is tijd nodig en stabiliteit.

Voldoende tijd om een basis van ervaring op te bouwen. Daarbij is ons beroep niet sexy, te weinig jonge mensen kiezen voor een #zorgberoep. Dus neemt de schaarste hand over hand toe.

Ik heb een groot deel van mijn werkend leven ‘op de vloer gestaan’ en in mijn ogen kosten veranderingen tijd, energie en inzet. Wat verandering vooral niet nodig heeft is verandering op verandering op verandering.

Als je medewerkers moedeloos wil maken, moet je dat vooral doen. Om de paar maanden denken dat je het wiel opnieuw hebt uitgevonden, en dan steeds opnieuw datzelfde roer omgooien. Ik werd er volledig zot van.

Want aan het echte wezenlijk goed ‘zorgen voor’, kwam ik niet meer toe.

Opleiden

Werken in de zorg kan je niet zomaar even. Er spelen allerlei factoren mee. Zoals een stuk levenservaring, professional kunnen zijn en daarbij #menselijk kunnen blijven. Inzicht in jezelf hebben en inzicht in anderen. Dat leer je niet alleen op #school, dat leer je tijdens het leven. Het is geen kwestie van ‘even opleiden’. Daarbij is de ene mens de ander niet. Investeren in tijd en aandacht, om iemand op de juiste manier op te leiden, is geen sinecure.

De #ouderenzorg is uitgewrongen, en de krapte is schrijnend. De frustratie van tekort schieten, elke dag weer kiezen wat wel en wat dus niet als gevolg van die krapte, ging bij mij uiteindelijk de boventoon voeren. Ik hoop oprecht dat er maatregelen worden ingezet die tot een prachtig resultaat leiden.

Zodat iedereen die zorg nodig heeft, de zorg krijgen die ze verdienen.

Ik neem mijn pet af, voor alle zorgmedewerkers. Laten we leren om gebruik te maken van een ieders sterke punten, en niet te oordelen op niveau van opleiding. Kijk naar dat talent, of het gebrek eraan. Iemand dwingen om iets te moeten kunnen wat buiten zijn bereik ligt, demotiveert alleen maar. Creëer ruimte om elkaar weer te inspireren, en om te leren van elkaar.

Help elkaar om te groeien naar beter, krachtiger en zorgzamer.

Investeer even in geen verandering, in geen extra regeltjes, in geen extra wat dan ook. Soms is een pas op de plaats , puur investeren in de basis, de allerbeste ‘verandering’.

Verschillend maar toch ook niet.

Met een gekromde rug loopt ze behoedzaam de kamer in. Ik vraag hoe ze geslapen heeft vannacht. ’Onrustig kind’ zegt ze ’soms heb je weleens zo’n nacht’. Ik vraag wat ik voor haar kan doen, en help haar met haar hulpvraag. Ze gaat op de rand van haar bed zitten en kijkt me weemoedig aan.

‘Ik word tweeënnegentig volgende week, en ik ben de enige die nog leeft, mijn broer en al mijn zussen zijn al dood’ zegt ze. Ik ga naast haar zitten, op de rand van dat bed, en luister naar haar verhaal over zoveel verlies.

Ze komt uit het oosten van het land, en het gezin woonde op een grote boerderij. Ze schetst een beeld van een sober leven, dat in het teken stond van hard werken.

Voor de dieren zorgen en voor het huishouden. Al die was van een groot gezin op de hand wassen, is geen sinecure. Op een boerderij is altijd wel iets te doen, altijd klusjes, altijd verstelwerk. Ze vertelt het allemaal, een leven van sappelen en van touwtjes aan elkaar knopen.

Een andere wereld, een ander leven. 

Verlies

Het zijn prachtige verhalen over eenvoud, en over tevreden zijn met wat je hebt. Het maakt dat ik me weer eens realiseer hoe rijk we het nu hebben. Hoeveel gemak er tegenwoordig is. Met een hand draaien we de warme kraan open, en met de andere de verwarming hoger. Alles wat ons leven zoveel aangenamer maakt. Maar naast alle winst, zijn we ook veel verloren, in deze almaar voortrazende wereld. En dat verlies, raast maar voort.

Ze wijst naar de foto aan de wand, een mooie ouderwetse. Ik kijk ernaar en zie haar ouders keurig rechtop zitten, op een stoel in het midden van de foto. De meisjes staan met de handen gevouwen, haren netjes opgestoken, rokken tot op de grond. Ze lachen rustig, terughoudend bijna. De enige zoon staat volledig rechts, en ernstig kijkt hij de camera in.

Tegenwoordig maken we elke twee seconden een foto van welhaast alles, toen werd er soms maar één foto gemaakt in een heel mensenleven.

‘Ik had een tweelingzus’ zegt ze verdrietig ’en die mis ik nog het meest’. Twee dezelfde gezichten, twee verschillende mensen, maar tegelijk toch ook samen éénn. Stuk voor stuk heeft ze afscheid moeten nemen, elke keer weer. Van haar ouders, van haar man, van haar broer en van haar zussen. Van allemaal, ook van die ene speciale. Die ene die zo op haar leek. Verschillend maar toch ook weer niet.

We praten een poosje, zij en ik. ‘Het went langzaam, het als enige over zijn’.’ Het wordt nooit makkelijk, en het verdriet blijft, maar na een poosje went het wel hoor, echt’. We hebben het over van alles, ook over haar verjaardag. ‘Ik ben vijftig geworden dit jaar’ zeg ik. 

‘Vijftig’ zegt ze’ dat zou je niet zeggen. Je hebt nog zo’n prachtige huid kind, en zulke prachtige tanden’. Ik grijns gevleid, maar ook dat is het gevolg van betere tijden. Alles wat we tegenwoordig voor lief nemen, en wat vroeger simpelweg niet voorhanden was. Ik weet het, je kan niet vergelijken. De wereld draait door, veranderd en de mens veranderd mee. Maar ik blijf het fascinerend vinden, de verhalen van vroeger en ik luister er altijd zo graag naar.

En soms stemt het me gewoonweg nederig. En heel eerlijk, daar is helemaal niks mis mee.

Muziek

Het is een mooie zomeravond, zo’n zwoele. We zitten een wijntje te drinken en kletsen wat. ‘Wat zou je niet kunnen missen in je leven, vraagt ze, iets waar je echt niet buiten kan’. Niet kunnen missen, niet willen missen, pfoe….

Allereerst mijn gezin, mijn familie, en mijn vriendinnen. Ons fijne huis en die baan waar ik zo aan gehecht ben. Allemaal razend waardevol.

Vanzelfsprekend is er meer, zoals die prachtige zonsopgang, die eerste kop koffie in de ochtend, wandelen op een mooie plek zonder een sterveling tegen te komen, mijn favoriete dropjes, alle etenswaar met citroen( serieus lekker), die eerste knisperende bladzijde van een nieuw boek of zelf een fijn stukje schrijven. Spelen in de hoge golven op een warme zomerdag. Heel veel dingen waar ik van geniet, wat ik niet zou willen missen, als ik het voor het zeggen had.

Emotie

Wat ik echt niet kan missen is muziek. Muziek is pure emotie en sommige liedjes weten me als geen ander te raken op die ondoordringbare plekjes in de diepste krochten van mijn ziel. Muziek houd me overeind als ik het even niet meer weet, maakt me vrolijk als ik intens verdrietig ben of laat me juist janken vanuit mijn zijn. Al mijn verdriet dat sluimert onder die vrolijke buitenkant, vind via een reeks prachtige akkoorden een weg naar buiten.

Vrolijke muziek, verdrietige muziek, sexy muziek, ik dompel me er vol overgave in onder. Muziek laat me voelen, laat me stralen, vermorzeld me of laat me tot grote hoogtes stijgen. Voor elke stemming heb ik een playlist. Ik kan geen dag zonder, want het helpt me woorden te geven aan mijn gevoel. Muziek omvat voor mij alle facetten van het leven en is een wezenlijk onderdeel van wie ik ben.

Muziek is liefde. Het is elke emotie die ik voel en soms niet kan uitten. Muziek brengt me in vervoering en sleept me mee naar waar ik zelf niet kan komen. Er is weinig fijner dan je mee te laten voeren door de tonen van dat ene nummer, om te ontsnappen aan alles wat wreed en ellendig is.

Dus vraag me wat ik niet kan missen in mijn leven dan is het dat. Muziek. De meest mooie uitvinding ooit.

Onbeschoft

Hij was directeur geweest, en zat in allerlei besturen en cliëntenraden. Hij daarbij had hij een zeer krachtige persoonlijkheid. Was hautain soms, arrogant en immer overtuigd van zijn eigen gelijk. In de zorg rondom zijn moeder was in het verleden veel misgegaan, zijn mailverzoeken bleven liggen, en veel telefoongesprekken werden niet beantwoord. Het maakte hem boos, geïrriteerd, en ik begreep het volledig. Als het mijn moeder zou zijn zou ik ook op de barricaden staan.

Niemand vond het fijn om het gesprek met hem aan te gaan, omdat alle door anderen aangedragen argumenten, door hem met overtuiging van tafel werden geveegd. Pogingen om hem duidelijk te maken dat zijn moeder niet meer op de voor haar juiste plek woonde, strandde roemloos. Niets lukte, het ophogen van de indicatie niet, gesprekken met hem niet, niks. Elk argument stuitte op een muur van tegenwerking, ondanks de oprechte eerlijkheid vanuit de andere verpleegkundigen.

Te midden van al die onwil kwam ik op de afdeling van zijn moeder werken, en werd dat alles mijn verantwoordelijkheid. Ik kreeg wat van de verhalen mee, maar had hem nog niet ontmoet. Dus haalde ik mijn schouders maar op, ik zou het wel zien als het zover was. De te lage indicatie pakte ik op, en de ophoging werd afgegeven. Ik was blij voor haar, voor zijn moeder. Nu was overplaatsing mogelijk, en zou ze dus de zorg krijgen waar ze behoefte aan had. Zorg die meer passend bij haar situatie was. Wij waren eenvoudigweg niet op haar complexe zorgvraag berekend. Ze verdiende meer, beter. En hoe graag we dat ook wilden, dat konden wij haar eenvoudigweg niet geven.

Ze zou de rest van haar oude dag, op een andere meer passender plek slijten.

Maar dat betekende ook dat ik het gesprek met hem aan moest gaan. God wat was ik zenuwachtig. Ik kreeg van alle collega’s waarschuwingen mee, en alle ervaringsverhalen. Met de onrust roerend in mijn lijf, belde ik hem op. En eerlijk waar: ik ben in mijn hele leven zelden zo onbeschoft te woord gestaan. De woede kolkte door mijn lijf.

Eerlijkheid

Vol overgave beet ik op mijn lip, en maande ik mezelf inwendig tot kalmte. Maar ik heb ook mijn grenzen, wat toelaatbaar is, frustratie en onbegrip van de andere partij mee berekenend. Maar ik voelde ook vooral wat niet meer toelaatbaar is. Dus zei ik dat, tegen hem, dat ik de toon van zijn woorden niet erg kon waarderen. Dat ik er niet van gediend was om op deze manier te woord te worden gestaan.

Het werd een bijzonder onaangenaam gesprek, en ik was totaal van slag. Wat voelde ik me volledig onheus bejegend, tekort gedaan, een normaal gesprek was tot mijn spijt niet mogelijk gebleken. Dus maakte ik met frisse tegenzin een afspraak voor een persoonlijk gesprek. Want hoezeer ik er ook geen zin in had, het moest.

De dagen voor het gesprek voelde ik me enorm nerveus en gespannen. Ik had voldoende informatie verzameld, uitgebreid getracht me voor te bereiden. Het zou een moeilijk gesprek worden, en wat hoopte ik op een goede afloop. Vlak voor het gesprek had ik van iemand een boekje te leen gehad: ‘de moed van imperfectie’ van Brené Brown. Een boekje vol mooie lessen en inzichten, en ik besloot ze ter harte te nemen. Ik zou het gesprek open ingaan, als mezelf. En zou wel zien waar het schip strandde.

Want ik wilde vooral mijn stinkende best doen voor haar, voor zijn moeder, want daar ging het uiteindelijk om. Om te garanderen dat zij de best mogelijke zorg zou krijgen. Maar ik wilde me absoluut niet in schijnheilige bochten wringen om hem terwille te zijn.

Hij was keurig op tijd, en verontschuldigde zich direct. ‘Je had gelijk’ zei hij, ‘tijdens dat telefoongesprek, de toon van mijn woorden was buiten proportie en dat spijt mij’. Van het ene op het andere moment, zaten daar gewoon twee mensen met hetzelfde doel. Het werd een mooi gesprek, waarin ik aangaf dat het niet meer ging. Ik beargumenteerde uitgebreid waarom, was eerlijk en ik wond er geen doekjes om. Onderzoekend keek hij me aan, en gaf me een waanzinnig compliment. Want hij roemde mijn eerlijkheid en mijn warme zorghart, dat deel van mij waar ik oprecht het meest trots op ben.

Hij ging vervolgens akkoord met haar overplaatsing, omdat hij inzag dat het de beste beslissing zou zijn.

Wat was ik opgelucht voor haar. Omdat ze eindelijk de zorg ging krijgen die ze verdiende. En ik was trots, op mijn moed. Omdat ik hem als mezelf benaderde, in alle eerlijkheid, en dat gewoon voldoende bleek te zijn.

Onverwachte ontmoetingen

Onverwachte ontmoetingen, ik ben er dol op. Ze zijn als de glimmende parels van je dag. Kleine diamantjes die van een gewone dag een hele bijzondere maken, door de sprankeling van dat ene moment.

Ik had er toevallig een hele hoop deze week.

Afgelopen zaterdag was het jaarlijkse Erik-festival, ter nagedachtenis aan een lieve jongen die veel te jong gestorven is. Zijn vrienden eren hem elk jaar door dit festival te organiseren, en de opbrengst ervan wordt gedoneerd aan een goed doel. En terwijl ik daar weer eens, op zijn Cynthia’s, veel te enthousiast sta te doen. Zo vlak voor het podium, bij die ene band die ik zo vreselijk heerlijk vind, is daar die onverwachte ontmoeting. Een klasgenoot van de middelbare school die in Spanje woont, en welgeteld één dag in Nederland is, loop ik daar stomtoevallig tegen het lijf. Hoe ontzettend leuk is dat. We kletsen bij, voor zover dat gaat, nemen een snelle foto voor de leuk en stellen onze volwassen kinderen, die toevallig ook daar zijn, vrolijk aan elkaar voor. Geweldig zo’n onverwachte ontmoeting, en ik moest er van grijnzen.

Een paar dagen later is het weer raak, al is deze ontmoeting van een totaal ander kaliber. Onder mijn pakket van werkverantwoordelijkheden valt ook een klooster. En dat klooster staat op een prachtig landgoed, het is voor mij geen straf om daar elke dinsdag op werkbezoek te gaan. Het is een bijzondere omgeving, ik kan daar maar moeilijk woorden aan geven, maar het is een plek waar ik graag ben. De sfeer die al dat prachtige groen ademt, de rust. Het is elke keer een cadeautje om op die fijne plek te zijn.

Klooster

En terwijl ik daar met mijn team zit te overleggen, vraagt de kloostermanager of ik even mee kan lopen. Ik dwaal achter hem aan door allerlei lange gangen en volg hem een grote zaal in. Het blijkt onverwacht een zaal vol nonnen te zijn. Ongeveer vijfenveertig vriendelijke gezichten kijken me vol verwachting aan. Ik krijg een microfoon in mijn handen gedrukt en ik wordt vervolgens gevraagd om mezelf even voor te stellen. Ik ben er nieuw, en de meeste zusters kennen mij nog niet. Manmoedig begin ik vier keer overnieuw met mijn praatje, omdat ik de microfoon te ver van mijn mond houd en niemand me heeft verstaan. Ik heb overduidelijk wat microfoon advies nodig en mijn onhandigheid doet bijna pijn. Na een minuut of vijf is het ongemakkelijke moment voorbij en verlaat ik de zaal.

Als ik vervolgens de rest van mijn werk heb afgerond, en een klein uurtje later in de auto zit, schiet ik onbedaarlijk in de lach om mijn eigen geklooi. Vol overgave zit ik te schateren in mijn auto en de tranen over mijn wangen rollen. Wat een vreselijke vertoning moet het zijn geweest. Grijnzend denk ik de rest van de dag terug aan mijn niet zo geslaagde optreden.

Onverwachte ontmoetingen, ze zijn niet altijd even stralend maar o wat vind ik ze fijn.

Mijn kop in het zand

Soms wil ik niet geconfronteerd worden met ziek zijn, wil ik gewoon even lekker mijn kop in het zand steken. Vaak doe ik dat, op momenten dat ik er eigenlijk aandacht aan moet schenken.

Ik vind mezelf een lafaard omdat ik als schrijver zelden de ballen heb gehad om mijn eigen verhaal op te schrijven en het hardop uit te spreken. Ik heb IBD. Deze bofkont heeft een combinatie van twee vormen, en een groot deel van de tijd wil ik dat gewoon niet weten. En soms kom ik er daarmee weg.

Drieentwintig was ik pas toen ik ziek werd, ik was net bevallen van onze oudste en druk met het leven en zo’n klein baby’tje. In datzelfde jaar werd ik ziek, ik weet het nog als de dag van gister. Week na week bleef ik beroerd, werd ik graatmager, de kilo’s vlogen eraf. Ik worstelde me door werk en zorg voor gezin. De huisarts bleef me, keer op keer, verzekeren dat het een mentale kwestie was, volgens hem mankeerde ik niks.

In oktober zorgde de liefste ervoor dat ik dezelfde dag nog in het ziekenhuis werd gezien. Hij sloeg letterlijk met zijn vuist op tafel bij de huisarts. Ik was toen nog maar een schim van mezelf, lag met truien aan in bed om mezelf warm te houden. Bizar hoe je als mens je grenzen verlegd en soms de ernst van iets niet inziet. Ik vocht me door de dagen, onzeker geworden door een huisarts die me maar niet serieus wilde nemen.

Ziek

Wat volgde was een ziekenhuisopname, de schok over de diagnose en een lang traject van medicatie en herstel. Wat een rouwproces was dat. Ineens was ik chronisch ziek en de informatie die ik kreeg was minimaal. Ik moest zelf maar uitzoeken wat ik precies mankeerde. Gelukkig is dat in de loop der jaren al veel beter geworden, maar ik hoor die verhalen nog steeds. Er zijn steeds wel donkere periode’s in mijn leven geweest, maar ik heb mezelf elke keer weer opgeraapt en een leuk leven geboetseerd. Ik heb een ziekte maar het definieert me niet, ik doe waar ik zin in heb en weiger resoluut alles aan mijn Crohn-kapstok op te hangen.

Onverstandig en eigenwijs? Dat is het vast. Maar het is wie ik ben en daar ben ik trots op. Er zijn veel mensen met deze ziekte die veel slechter af zijn dan ik, en dat realiseer ik me elke dag opnieuw. Daarom zorg ik goed voor mezelf, heb ik bewust een regelmatig leven na jaren van onregelmatig werken.

Gezondheid is een rijk bezit, en ondanks alles zie ik mezelf echt als gezond, leef ik ook zo. Ik wil me niet druk maken over de volgende ellendige periode. Wie weet wat de toekomst brengt tenslotte, wellicht gaat het nog heel lang goed. Heb ik me nu effe druk zitten maken over niks. Eeuwig zonde toch? Elk huisje heeft zijn kruisje en dit is die van mij. Heb ik het toch gedurfd, dat hardop uitspreken.