Druifjes

De wonderen der natuur vind ik oprecht de wonderen der natuur. Ik zie ze alleen niet meer zoals ik ze vroeger waarschijnlijk wel zag. Dankzij die schattige peuter van hiernaast ontdek ik weer van alles.

Het begint als ik een raam op de bovenverdieping openzet. Haar blijdschap als ze haar buuffie ontdekt is onbetaalbaar, blij straalt van haar toet. Vrolijk lacht en zwaait ze naar me, waarna ze haar papa enthousiast verteld dat het toch echt haar buuffie is.

Ik smelt acuut en dat heeft echt niks met de warmte buiten te maken.

Niet veel later stapt ze gezellig over de drempel van de voordeur. Wat haar betreft mag dat altijd zo blijven, alle deuren open. Kan zij heerlijk heen en weer tussen thuis en tussen buuffie. Gezelligheid 🙂

Plechtig werkt ze haar vaste rijtje af. Eerst de auto’s van de richel, buuffie moet op de tegels zitten en schaterlachend schuift ze aan. Tot ze het ijsje in mijn handen ontdekt. Tsja, dat opent perspectieven natuurlijk. Knus kruipt ze bij me op schoot, buuffie trekt aan het kortste eind, in mijn buik verdwijnt aanmerkelijk minder ijs dan in die van haar. Ze wijst ook regelmatig op dat bolle peuterbuikje. ‘Ja schat, daar zit je ijs in’. Ik geniet me te pletter om dat blije kind.

Ijsje

De auto’s zijn allang vergeten, na het ijsje is ‘buiten’ is aan de beurt. Verbaasd wijst ze naar de buurman die de bloemies aan het water geven is. Deze dame is zo heerlijk puur. Moe, boos, of verdrietig is ze dan ook ongefilterd. Bij blij doet haar hele lijfje mee, huppelend loopt ze door de tuin, haar armpjes vliegen in de lucht en ze giechelt. Het is te schattig. Alles vind ze even bijzonder en wij vinden alles bijzonder met haar mee. Druppelende plantenbakken, de appels aan de boom, alles krijgt onvoorwaardelijk aandacht, tot ik haar de druiven laat zien.

Mijn trossen zijn niet heel erg frans van formaat maar wel prachtig donkerpurper en het zijn er veel. Onmiddellijk gaan haar armen in de lucht, deze dame wil opgetild worden, die druiven moeten van veel dichterbij bekeken worden. Ik vertel dat ze voor de vogels zijn, en ze knikt vol begrip. We kletsen wat af, dat prachtkind en ik, hele verhalen wisselen we uit. Alle trossen wil ze even aanraken, ook de hoge en ook de verste. Natuurlijk schat 😉

Na een rondje langs de beer op de trap, een korte bouwstop bij de appels, en een laatste keer alle druiven aanraken koetelt ze weer naar huis. Vijf minuten later staat ze weer in de gang, we waren die laatste kus en die dikke knuffel gewoon vergeten.

Dag snoesje, dag lief kind, tot snel!

Hart huilt

In gedachten zie ik je zitten, eenzaam aan de keukentafel, je hoofd gebogen. Wanhoop en verdriet tekenen hun lijnen in je gezicht. Is er berusting, gelatenheid? Of is daar alleen nog het getik van de klok, seconden die voorbij vliegen terwijl dat ene moment steeds dichterbij komt.

Wat zeg je als woorden ontoereikend zijn. Als je hart bloedt voor die ander, die ander die je meer dan wat ook vast wil houden.

Maar waar troost onmogelijk is.

Voor wie dat leven, dat eens zo rijk en vol liefde voelde, nu onverwacht zo bruut wordt en rauw. Het toont pijnlijk helder de rijkdom van elke nieuwe dag samen.

En dat voel je pas als blijkt dat nog een nieuwe dag samen nooit meer komt.

We dwalen ongemerkt door schijnbaar eindeloze uren. Verliezen onszelf in geneuzel over dat kilootje teveel, over dat salaris dat veel te snel wegsijpelt en steggelen over ‘wat eten we vandaag’. Maar de essentie van het leven is de liefde voor wat ons het meest dierbaar is. Om juist dat af te moeten geven en los te moeten laten is onvoorstelbaar wreed.

Vandaag huilt mijn hart mee….

Kletsen

Hij begeleidde dagelijks uitvaarten, en ineens kwam zijn eigen begrafenis razendsnel dichterbij. Hij was gelaten na die glasheldere boodschap, dat het leven eindig was wist hij allang. Dat laatste stukje van zijn leven wilde hij vullen met liefde, zoveel als mogelijk.

Doordat die tumor op een welhaast onbereikbare plek zat was behandelen of grover ingrijpen ingewikkeld. Al snel bleek het onmogelijk. Tijdens elke dienst ging ik zelf bij hem langs. Ik hielp hem met zijn dagelijkse zorg en kletsen we kletsten over van alles. Hij was dol op gesprekken over ditjes en datjes.

Soms spraken we over het leven, over alles wat het rijkdom geeft en gratis is. We begrepen elkaar. Hij was blij als ik dienst had, en ik vond het fijn als ik iets voor hem kon doen. Hardop mijmerde hij over een pensioen dat hij nooit zou halen.

Afscheid

Op het eind namen we afscheid. Hij wenste me goeds toe, voor de rest van mijn leven. Hij hoopte dat de mijne lang was, en voorspoedig. Ik slikte, maar dat brok in mijn keel wilde maar niet wijken, dus in plaats daarvan glimlachte ik. Met alle warmte die ik in me had. Soms zijn woorden overbodig, de blik in mijn ogen zei hem genoeg. Een paar weken na zijn begrafenis ging ik langs bij zijn weduwe. Tijdens dat afsluitende gesprek vertelde ze me hoezeer hij op mij gesteld was geweest. Hoe fijn hij het vond dat hij op het laatst nog zo heel erg zichzelf kon zijn. Dat er tijd was, tijdens dat zorgen. Nooit waren de bezoeken gehaast of kil. Er was warmte en aandacht richting dat onverbiddelijke afscheid.

Af en toe kom ik zijn echtgenote nog tegen, en steeds begroet ze me vol warmte ook al zijn er al zes jaren verstreken. Dat ik iets positiefs heb mogen bijdragen aan een hartverscheurende periode in iemands leven vervult me met warmte. Hij heeft voor altijd een plekje in mijn hart.

Ik schreef heel veel dierbare verhalen over heel veel prachtige mensen, en al die verhalen kregen een plekje in mijn bundel.

https://www.uitjeervaring.nl/zorgliefde.html

Keuzes

‘Ik zie een burn-out, zegt ze tegen me, met dat hart van jou is niks mis’. Ik staar, ik voel het, en haar woorden gonzen door mijn hoofd. Als verdoofd loop ik weer naar huis. Al die fysieke klachten die ik had, die zaten dus gewoon tussen mijn oren. Eenmaal thuis huil ik, vol overgave geef ik mijn emotie een podium. Tegelijkertijd voel ik opluchting. Omdat ik nu een kapstok heb voor alles wat diep van binnen al een hele poos niet goed voelt.

Inmiddels is het alweer jaren geleden dat de huisarts tegen me zei dat ik een #burn-out had. Zelf noem ik het #overspannen, burn-out is een stempel waar ik mezelf niet in kan vinden. Het is volledig mijn eigen schuld dat ik overspannen werd. Ik gaf jarenlang te weinig ruimte aan mijn eigen gevoel.

Dat wreekte zich genadeloos.

De eerste weken ziek thuis waren bijzonder want ik was nooit zo veel thuis.

Zomaar met niks om handen.

Ik zat in die fijne stoel maar wat naar buiten te staren. De hele dag. Keek naar koolmeesjes en alles wat er nog meer door de tuin fladderde. Maakte een wandelingetje door het bos om daarna maar weer in die stoel te gaan zitten. Na die eerste weken van helemaal niks besloot ik ontslag te nemen.

Anders

Die #keuze was achteraf bezien wellicht te rigoureus, maar ik wilde niet afhankelijk zijn van bedrijfsartsen, opbouwschema’s en wat nog. Wat dat betreft heb ik altijd mijn eigen pad bewandeld. Ik ben een jaar iets totaal anders gaan doen. Verre van ideaal, maar het gaf me de ruimte om te voelen en na te denken.

Over wat er anders moest.

En dat bleek best een waslijst te zijn.

In die periode heb ik keuzes gemaakt waar ik vandaag de dag nog steeds dankbaar voor ben. Ik leerde dat ik veel meer mezelf moest zijn en leerde ook hoe ik mezelf moest zijn. Hoe ik moet luisteren naar mijn eigen stem. Ik ontwarde die warboel aan gevoel en zette het op papier. En al die gevoelens deelde ik ook weer met anderen.

Roekeloos en volledig transparant. Wat een overwinning was dat.

Nog elke dag ben ik trots, op mij. Op alles wat ik deed en nu nog doe. En ik ben dankbaar voor alle kansen die op mijn pad verschijnen doordat ik dat durfde.

Mooi he?!

Pechvogel

Met jas en tas sta ik in de smoezelige hal van een flatgebouw. Ik moet naar een adres op negen hoog. Dat zijn achttien trappen, als ik de automatisering oversla. Ik ben moe, aan het eind van een lange avonddienst, dus neem ik de lift, ik heb geen moed meer voor al die treden. Toch blijft het spannend om in dat ding te stappen. Uit een lift kan je niet weg en deze flat staat bekend om zijn akelige incidenten. Ik troost mezelf met het feit dat ik met mijn lengte vast indruk maak.

Drie al wat oudere en onguur uitziende mannen stappen ook de lift in en ik heb nu al spijt dat ik toch niet ben gaan lopen.

Op de negende etage stap ik uit. We komen een keer of vier per dag op dit adres, soms vijf keer, afhankelijk van de situatie. En in de avond is het altijd spannend. De voordeur staat al open, ik bel aan en roep dat ik zijn flat binnenloop. Vanuit de woonkamer hoor ik hem reageren op mijn roep. Terwijl ik de kamer binnenstap heb ik spijt dat ik ben doorgelopen.

Hij staat in zijn ondergoed middenin de kamer, ondergoed dat in een ver verleden wit moet zijn geweest. Zijn buik steekt prominent de kamer in en een blauwe walm rook hangt om zijn hoofd. De rook in woonkamer is om te snijden. Op de bank zit een buurjongen ‘van vroeger’ met zijn zogenaamde vrienden. Ik zeg ze gedag en vermeld direct dat ze hier niet mogen zijn. In één adem zeg ik tegen mijn client dat ik later terug kom, als zijn visite is vertrokken. Zoals we al zo vaak hebben afgesproken. Achteruit lopend door de gang stap ik naar buiten.

Lift

Het is niet de eerst keer dat me dit gebeurd, ik voel me verre van stoer en mijn knieën knikken. Mijn lichaam giert inmiddels van de stress. Terwijl ik de trap afloop bel ik de wijkagent, ook volgens afspraak. Mijn client is verhuisd omdat zijn drugsverslaafde buurjongen ongeveer alles meenam uit zijn huis wat maar enigszins van waarde was. De gemeente heeft ervoor gezorgd dat hij een andere flat kreeg, wat spullen voor de inrichting en een nieuwe tweedehands fiets.

Weg van dat joch dat zijn leven tot een hel maakt.

Maar ook in dit huis presteert zijn buurjongen het om weer binnen te komen. Mijn client is niet weerbaar genoeg om tegen die gasten op te boksen. Zijn fiets is hij allang kwijt en ook zijn uitkering wordt hem regelmatig afhandig gemaakt. Zijn vaste lasten worden daarom nu buiten hem om betaald. Het restje dat overblijft maakt hij veel te vaak niet zelf op.

Ik sta buiten inmiddels en inhaleer de frisse lucht. Ik besluit aan het einde van mijn route nog een keer bij hem langs te fietsen, nu ben ik vooral blij dat ik weer buiten sta.

Na een poosje verhuisd hij weer, op zoek naar veiligheid. Ik hoop dat hij weer een andere fiets krijgt en een poosje rust. Maar ik betwijfel het oprecht.

https://www.uitjeervaring.nl/zorgliefde.html

Dierbare herinnering

Hij is stervende, we weten alletwee dat het niet heel erg lang meer zal duren. Toch houd hij zich met twee handen vast aan het leven, hij is nog lang niet klaar voor dat definitieve afscheid.

Tijdens mijn late dienst wordt ik gebeld, zijn sonde zit verstopt. Hij heeft een bijzonder kwetsbare sonde die razendsnel dicht gaat zitten, het is meer dan eens gebeurd dat we hem niet meer aan de praat kregen. Wat dan meestal volgt zijn telefoontjes naar het ziekenhuis en een nieuwe sonde. En dat zijn meestal geen flitsbezoeken.

Hoop vol kijkt hij me aan, want het laatste wat hij wil is weer richting dat ziekenhuis draven. Hij komt er al veel te vaak. Dus trek ik alles uit de kast om dat rottige ding weer aan de praat te krijgen. Zonder succes helaas. Maar opgeven doe ik pas als het echt niet anders kan, dus bel ik een dierbare collega. En binnen no time staat ze voor mijn neus.

En het lukt haar wel, wat ik niet voor elkaar krijg, dat rotding loopt weer door. We kletsen bij terwijl ik haar uitlaat. Opgelucht dien ik zijn medicatie en sondevoeding toe en spoel extra door. We kletsen nog even terwijl ik mijn rapportage schrijf. Zijn echtgenote spoelt zijn sonde tussen onze bezoeken, om ervoor te zorgen dat hij niet verstopt, en we bespreken op welke momenten ze dat die nacht gaat doen. De volgende ochtend kom ik weer langs voor zijn medicatie.

Sonde

Het is al na elven als ik naar buiten stap, het is middenin de winter en koud. Maar het gelukzalige gevoel dat ik die avond bij me draag, omdat dit echtpaar die avond fijn thuis kon blijven, was pure rijkdom. Geen uren in het ziekenhuis, geen kinderen die moeten worden gebeld op de vrijdagavond. Maar samen, knus, thuis achter een kop thee.

Ik denk nog vaak aan die avond. Omdat dit echtpaar indruk op me maakte. Door de liefde die zo overduidelijk aanwezig was. Hij overleed vrij snel na die avond, uitzaaiingen veroorzaakten een slagveld in zijn brein. Maar ik denk ook nog vaak aan die avond terug omdat Jo me die avond kwam helpen. Lieve Jo, mijn dierbare collega. Die zo’n geweldige verpleegkundige was, die onverschrokken zorgde en die ik altijd voor raad en daad kon bellen.

En die veel te jong aan corona overleed, alweer bijna twee jaar geleden.

Lieve Jo, wat wordt je gemist.

https://www.uitjeervaring.nl/zorgliefde.html

Niet alleen maar rozengeur

Ik had regelmatig een knoop in mijn buik tijdens het zorgen voor andere mensen. Werken in de zorg is heus niet altijd rozengeur en maneschijn. Dat is geen enkele baan tenslotte. Er waren genoeg momenten dat ik opgelucht op mijn fiets stapte, omdat het zorgverlenen achter de rug was.

Het is verre van simpel om de worstelingen van anderen van dichtbij mee te maken. Soms kon ik het amper aanzien, wanneer mentale pijn bovenop fysieke pijn gestapeld werd. Werken met mensen is zelden eenvoudig.

Het is bruut en rauw en ingewikkeld.

Soms was er ander ongemak. Door ongepaste opmerkingen aan mijn adres die ik van me af moest schudden. Was er opgehoopt vuil of agressie. En ik was bijna altijd alleen. Dan voelde ik die knoop in mijn buik groeien en was ik opgelucht als ik weer ongeschonden buiten stond.

Pijn

Vaker dan die knoop waren daar de sprankelende momenten. Als ik tijdens mijn avonddienst bij iemand naar binnenstapte en ze wilden geen zorg ontvangen. Niet voor ik ook een stukje had neergelegd aan die legpuzzel die op de keukentafel lag. Vaak werd ik vol enthousiasme ontvangen, alsof ik deel uitmaakte van hun gezin. Zag ik foto’s van pasgeboren achterkleinkinderen, trouwfoto’s van kleinkinderen of oude familiekiekjes.

Werd ik gemist als ik met vakantie ging.

Dankzij al die prachtige mensen kon ik mijn boek schrijven. Ik bundelde al hun echtheid en deelde die met de wereld. En ik hoopte met heel mijn hart dat hij veelvuldig gelezen zou worden. Een stukje bewustwording is belangrijk. Dat anderen snappen wat het betekent om te zorgen. Of waarom het leven zo heel erg prachtig is. Diep van binnen weten dat mooiigheid in liefde zit, in die mooie zonsopgang of in een giechelbui die maar niet ophoudt.

Ik zweef, omdat er nog steeds zoveel aandacht is voor wat ik heb gecreëerd. Omdat er ik nog bijna dagelijks mooie berichten over krijg. Omdat er meer mensen zijn zoals ik, die de waarde van warmte en een oprechte glimlach ook kennen.

Nieuwsgierig geworden?

https://www.uitjeervaring.nl/zorgliefde.html

Gedwongen

Ze woonde nog thuis, op de plek waar ze heel lang met haar man woonde en waar ze nu alweer jaren in haar eentje is. Kinderen kregen ze nooit en haar sociale netwerk is niet bestaand. Haar dagen vullen zich met studderen in haar eigen huis, met alleen haar eigen gezelschap. Zonder visite, zonder familie en zonder liefdevolle gezelligheid van andere mensen.

En dan krijgt ze dementie. Haar situatie verslechtert, eenzaamheid en verwaarlozing liggen op de loer.

Via de huisarts wordt er thuiszorg opgestart. Om haar te helpen bij haar zelfzorg. Ze vergeet het, om goed voor zichzelf te zorgen, om schone kleren aan te doen en haar medicijnen op tijd in te nemen.

Maar elke dag ziet ze een ander gezicht. Als gevolg van haar #dementie wordt ze steeds argwanender naar al die vreemden die zich steeds bij haar voordeur melden. Dus draait ze simpelweg de deur op slot voor de onwelkome bezoekers die ze niet herkent. Na een lange strijd, en toenemende zorgen van die paar mensen die zich om haar bekommeren, wordt ze gedwongen opgenomen.

Daar ontspoort ze volledig. In een nieuwe omgeving die ze niet kan bevatten, met nog meer vreemden. Die plek moet voor haar als een nachtmerrie voelen. Ondanks alle inzet en zorgzaamheid escaleert de situatie volledig, en moet ze nogmaals verhuizen. Voor haar eigen veiligheid en voor die van haar medebewoners. 

Vreemden

Met een lading medicatie in haar fragiele lijf belandt ze op een andere plek, een plek waar ze meer specialistische zorg krijgt en waar ze om kunnen gaan met haar agressie. De agressie die voortkomt uit angst en wanhoop. Door alles waar ze zich geen raad mee weet.

Een week na de overplaatsing krijgt ze corona. Dat kleine hoopje mens wordt alsmaar zieker en zieker, en na een week overlijdt ze. Ik troost me met de gedachte dat ze nu rust heeft, na een periode waarin het ongrijpbare overheerste.

Rust van de mist in haar hoofd, en de wanhoop die haar verteerde.

Rust zacht lieve dame, ik heb je oprecht een fijner einde gegund.

Waardevolle les

Ik was 23 toen ik ziek werd. En ik bleef maar ziek. Maandenlang bleef ik kilo’s afvallen. Uiteindelijk was ik nog maar een fractie van die gezonde Hollandse meid die ik ooit was geweest. Volgens mijn toenmalige huisarts zat het tussen mijn oren. Hij luisterde niet echt naar me en dat neem ik hem kwalijk. We maken allemaal fouten maar dit was een pittige.

Na lang aandringen, van met name mijn echtgenoot, werd ik eindelijk in het ziekenhuis gezien. Ik bleek iets akeligs en chronisch te hebben. Na het spoedconsult bij de internist moest ik meteen blijven. Het was vernederend, de manier waarop ik gezien werd als een aandoening en niet als mens. Die eerste opnamedag lag ik na een ingrijpend onderzoek moederziel alleen in mijn ziekenhuisbed op de gang, met een diagnose die door mijn hoofd gonsde maar waar ik niets van wist.

Wat een eenzaam moment was dat…..

Na een reeks onderzoeken en genoeg medicatie voor een klein chemisch fabriekje knapte ik voorzichtig op. Ik vond het lastig om te accepteren dat ik deze ziekte voor altijd met me mee zou dragen. Ik moest afscheid nemen van mijn oude ik.

Ziekte

Mijn verblijf in het ziekenhuis leerde me echter ook belangrijke lessen, lessen die in mijn werk van groot belang bleken te zijn. Ik leerde hoe ik voor een ander moest zorgen en vooral ook hoe ik niet voor een ander moest zorgen. Vanaf dat moment was ik me nog bewuster van de mens in dat bed. Zag ik steeds opnieuw dat kwetsbare van die zieke in al zijn afhankelijkheid.

Mijn ziekte is een deel van mij maar ik ben zoveel meer dan dat. Ik heb mijn leven gevuld zoals ik dat zelf wilde, ondanks de donkere periodes die me bleven neerslaan. Waarbij ik steeds weer terug moest naar af. Weer pillen, weer onderzoeken, weer een lijf dat alles weigerde.

Maar ik bleef opstaan.

Ik ging nieuwe uitdagingen vol enthousiasme aan en bleef groeien. Ik kreeg nog een prachtige dochter, ging weer naar school en schreef een boek. Worstelde me door prednison periodes heen waarin ik mezelf amper herkende. En was steeds opnieuw dankbaar voor alle mooiigheid van het leven.

Ik ben trots op wie ben geworden, dankzij en ondanks. 🙂

https://www.uitjeervaring.nl/zorgliefde.html

Franse slag

‘Spreek ik met Sylvia’? Haar stem klinkt oud en breekbaar. Ik zeg dat ik Cynthia heet maar die naam vind ze veel te ingewikkeld. Hem herhalen lukt niet goed ondanks mijn pogingen om mijn naam duidelijk uit te spreken. ‘Ik dacht dat vandaag de hulp weer zou komen maar ik ben een week te vroeg zag ik’. Ze schiet in de lach. ‘Ik zie in mijn agenda dat het pas drie augustus is vandaag in plaats van negen augustus’.

Ik houd wijselijk mijn mond want het is vandaag pas twee augustus, maar een kniesoor die daar op let. Ik vertel haar dat het niet erg is dat ze zich vergist maar dat ze niet spreekt met de afdeling huishoudelijke hulp. Vanzelfsprekend wil ik haar wel doorverbinden naar de juiste persoon. Zij wil gewoon heel graag gerustgesteld worden, en zeker weten dat Sylvia de week erna weer bij haar langskomt om haar huisje te poetsen.

Als je vaak iets vergeet is een bevestiging van wat je denkt te weten heel erg fijn.

Telefoon

Ik verbind haar door en leg glimlachend de telefoon neer.

Na een verlate lunch gaat mijn telefoon weer over en ik hoor direct dat ik dezelfde dame van vanmorgen aan de lijn heb. ‘Ja, zegt ze vragend, wat is er kind’? Ik schiet in de lach en zeg tegen haar dat ze mij heeft gebeld. ‘O echt, zegt ze, o jeetje kind dat is vast door vanmorgen. Toen hadden we elkaar toch ook aan de lijn’? Ik beaam dat terwijl zij gezellig verder kletst. Ze verteld over die mannelijke hulp die binnen de afgesproken uren sneller klaar was met het poetsen van haar huis. Hij ging vervolgens even op de bank zitten en dronk samen met haar koffie om zo de resterende tijd te vullen. Haar stem klinkt opgetogen als ze het aan me verteld.

‘Ik werk ook altijd met de franse slag hoor, zegt ze, dus ze hoeven bij mij niet zo hard te werken’. Ik zeg tegen haar dat een praatje ook gezellig is, en zij roept enthousiast dat ze dat veel belangrijker vind. Ze ziet niet veel mensen en vind wat gezelschap zalig. We kletsen nog even en ze verontschuldigd zich voor het nogmaals bellen. Ik druk haar op het hart dat het echt niet erg is, dat ze me altijd mag bellen als ze behoefte heeft aan een kletspraatje en dat ik dat ook gezellig vind. ‘Wat heerlijk meisje, misschien doe ik dat nog weleens. Nu ga ik even mijn vriendin bellen want die moest ik ook nog spreken vandaag’

Met een welgemeend wie weet tot ziens nemen we afscheid. Mijn dag is weer gemaakt 🙂