Aanstelleritis

‘Het is geen openhart-operatie Cynt, zeg ik een keer of wat tegen mezelf, het is een schepje uit een redelijk groot hoofd. Plek zat, niet zo miepen’. Ik worstel met iets dat ogenschijnlijk niet groot is, maar voor mij gek genoeg wel zo voelt. Kanker en kwaadaardig, maar goed behandelbaar dus geen drama. Toch voel ik de weerzin, en mijn echte verdriet. Het is iets wat ik altijd lastig vind, om ruimte te geven aan mijn eigen emotie, omdat ik vind dat er heel veel mensen zijn die veel slechter af zijn. Ik probeer het uit alle macht te leren, om ook dit ruimte te geven, maar het lukt maar moeizaam. Ook al is het geen kattenpis, toch vind ik mezelf een aansteller. Flink zijn en door, dat zit er ingebakken, ook al dacht ik oprecht dat ik het had afgeleerd.

Het maakt deze periode vooral heel verwarrend voor mezelf, want welke ruimte claim ik voor mezelf. Ik krijg ongelofelijk veel steunberichtjes, bloemen en hartverwarmende appjes. Dat zoveel mensen met me meeleven doet me ontzettend goed. Het helpt me, bij het zoeken naar die ruimte, hoe gek het ook klinkt. En ik zoek naar afleiding en ben veel buiten, hardlopen of wandelen en mooie plaatjes schieten van prachtige natuur.

Afleiding

In mijn dromen wordt het almaar vreemder. Afgelopen nacht werd dat zoute lapje kwaadaardige cellen wat eruit moet, eerst uit een stuk stof geknipt, als voorbeeld. Dat stukje stof was enorm, en overlapte mijn halve gezicht, het lag over mijn lip, neus en wang. Ik was compleet in de stress. De operatie werd in een drukke zaal verricht, waar ladingen mensen heen en weer liepen. En het duurde uren, en ik lag daar maar. Mijn hoofd speelt vreemde spelletjes, in de stilte van de nacht, en ik ben er inmiddels wel klaar mee.

Het is fijn dat die ene dag eindelijk voor de deur staat, want dat ik er niet naar uitkijk is inmiddels algemeen bekend. Ik verlang er hartstochtelijk naar om het achter de rug hebben, zodat ik vol overtuiging kan zeggen dat het heel erg meeviel, dat mijn gezicht niet heel anders oogt, en dat die rottige cellen eruit zijn. Ik ben extra blij met mijn fijne baan, want de dagen vliegen om. En ook het schrijven van mijn boek is heerlijk want die ontwikkeld zich en groeit gestaag. Het verrast zelfs mij, dat dit uit mijn brein ontstaat, en de afleiding is welkom. Ik focus me op het moment dat ik morgenmiddag op de bank zit, met dat gevoel van opluchting, als ik alles achter de rug heb.

Dat voelt vast zalig.

Eén nachtje nog, dan is het eindelijk tijd om weer vooruit te kijken en dit achter me te laten.

Dol op souvenirs

Ik kijk naar buiten, naar dat ontzettende druilige weer. Het regent, alweer. Mijn opgewekte ‘goed voor de tuin’ wordt nu wel een tikkie kansloos, want die tuin heeft zat water gehad zo langzamerhand. Het wakkert mijn verlangen aan, naar warmte en hele dagen buiten zijn. Ik heb behoefte aan blij, en aan zorgeloos. Heerlijk op zwerftocht gaan en elke dag nieuwe natuur ontdekken. Genieten van elkaar, en om verder bijzonder weinig te moeten, gewoon maar onderweg zijn en nieuwe herinneringen en souvenirs verzamelen. ( grappig want de vertaling van souvenirs= herinneringen) Want elke vakantie geef ik minimaal één keer toe aan die wat vreemde afwijking van mij.

Want ik vind het dus leuk om iets te kopen, als een aandenken aan die fijne vakantie, en dat kan van alles zijn. De enige voorwaarde die ik heb is dat het een gebruiksvoorwerp moet zijn. Zo heb ik bijvoorbeeld een fijne theedoek uit Italië, gekocht tijdens die zalige vakantie boven op een berg. Prachtige plek, mooie herinneringen. Die dus steeds fijn naar boven komen als ik de theekopjes af sta te drogen. En ik heb een frans tafelkleed, voor op de tuintafel. Tijdens elke zwoele zomeravond, als we fijn buiten zitten te eten, denk ik ook even aan het moment dat ik dat ding kocht. Tijdens een van onze eerste zwerftochten, door dat mooie Frankrijk.

Verzamelen

Het is als foto’s maken, maar dan anders, want al die voorwerpen staan voor een plaatje in mijn hoofd. Die buitenkaarsjes die ik kocht op dat marktje, dat handige kaasmesje, die wijnpitcher. Zomers staat er een prachtige fruitschaal op tafel, uit Spanje. Ik ben een sentimentele tuttebel, dat weet ik hoor, maar ik kan het niet helpen.

Aan de stang van ons klapdak in onze buscamper hangen twee koeienbelletjes, tijdens twee aparte vakanties gekocht. Niet echt een gebruiksvoorwerp, ik weet het, maar aan koeienbellen heb ik dan weer prachtige jeugdherinneringen, die kon ik dus echt niet laten hangen. En het klinkt zo gezellig onderweg. En mocht ik heel erg behoefte hebben aan thee, of een borrel, kan ik die belletjes als nog gebruiken;-) Of iemand er gehoor aan geeft is dan weer een tweede, maar het is dan toch een soort gebruiksvoorwerp.

Onze vrije dagen staan al geboekt, en we hebben goede hoop. Op mooi weer en wie weet ook de grens over, fijn de rust en de ruimte opzoeken. Kan ik weer iets aan mijn verzameling toevoegen. Hoe is dat bij jullie? Ook een souvenir-verzamelaar of absoluut niet. Ik ben heel benieuwd!

Onwerkelijk

Het voelt alsof het al achter de rug is, terwijl ik er nog doorheen moet natuurlijk. En ik vind het razend spannend, oprecht. Maar ik moet er vertrouwen in hebben, dat ze er weer wat moois van maken, van mijn toet. Dat moet gewoon. Die hap kwaadaardige cellen die eruit moet, dat zie je straks vast niet meer.

Het hele gedoe moet nog even landen, maar toen ik de volgende dag wakker werd voelde ik me lichter. Zoals daarvoor, voor het hele circus mijn gedachten beheerste. De dankbaarheid overheerst, geen uitzaaiingen is mooi nieuws, en ik heb wel meer rust in mijn kop. Alsof ik een zware deken van me af heb gegooid, heel gek. Het vertrouwen dat ik in mijn lichaam had wankelde best even, maar ik voel me razend gelukkig dat het zo eenvoudig te verhelpen is. Alhoewel ik het hele gedoe nog onwerkelijk vind hoor, maar toch, lichter.

Operatie

Die kwetsbaarheid van mijn gezondheid, daar was ik me altijd heel erg van bewust. Door alles wat ik in mijn werk tegenkom, en door wat ik om me heen zie gebeuren. Dat die goede gezondheid geen vanzelfsprekendheid is waar je altijd maar blind op kan vertrouwen, dat wist ik allang.

Ik gunde mezelf deze tussenliggende periode rust, om alleen maar te doen waar ik zin in had, om even niets te moeten. Lekker is dat, om alleen maar even te zijn en te voelen, te verwerken, het nu vooral bewust te ondergaan. Dat probeer ik tenminste. Alles wat er nog meer gebeurd op de wereld, zeilt ongemerkt voorbij, ik ben nu even alleen maar met mezelf bezig. Ik loop elke ochtend vroeg in de ochtend dat kleine rondje hard, wat een goed voornemen was dat, buiten langs al het frisse groen. En ik sta wat vaker naar mijn spiegelbeeld te kijken, ook dat, want ik probeer me voor te stellen hoe ik er straks uit zal zien. Heel ijdel vind ik het, maar het gaat als vanzelf.

Het staat al bijna voor de deur, die operatie, ik ben echt aan het aftellen. Het schrijven helpt, meer dan ik had gedacht, om al mijn gedachten op papier te zetten is ontzettend lekker. Om bewust na te moeten denken wat er in mijn hoofd omgaat is ongelofelijk rustgevend, en het ruimt gelijk zo lekker op. Nog vijf nachtjes slapen, dan heb ik het gehad. Ik kan niet wachten.

Gesnij in mijn gezicht

Ik had totaal geen zin om te rennen vanmorgen, zoals ik er de laatste weken eigenlijk steeds geen zin in heb. Ik wilde alleen maar lekker in mijn bed, onder de dekens, en vooral niets moeten. Dus ik ging, natuurlijk ging ik, want als ik ergens van op knap dan is dat van een rondje rennen.

De afgelopen weken zijn nogal een rollercoaster , ik blijk huidkanker te hebben. Goed te behandelen, gelukkig, ondanks het feit dat kwaadaardig en kanker best een boodschap is. En het zit midden in mijn toet, ook best een ding. De operatie is al heel snel. Maar dat gesnij in mijn gezicht, geen fan. Dat ik er dus nogal tegenaan zit te hikken zal geen verrassing zijn.

Maar goed, toch dat rondje rennen dus. Ik joeg mezelf vroeg mijn warme knusse mandje uit en stapte de deur uit. Lekker dacht ik, het is fris buiten. Ik haalde eens diep adem en begon maar gewoon in rustig tempo. Koetelend. Ik koos voor mijn kleine vaste rondje langs al die prachtige natuur vlak bij mij om de hoek. ‘Je gaat op je gemak’, had ik tegen mezelf gezegd. Geen snelle tijden of enorme afstanden, gewoon een half uurtje eruit.

oosterweg

Hardlopen

Door de warmte en de regen van de laatste tijd was al dat lentegroen uitbundig open gesprongen en mijn vaste route was ineens nog mooier dan anders. Ik keek mijn ogen uit, snoof eens extra, en stopte even om een plaatje te schieten. Team genieten was weer heerlijk op pad. En ook dat nieuwe muzieklijstje bleek zalig, met mijn sportoortjes stevig op mijn oren genoot ik me te pletter 🙂

Dus ga ik vanaf nu elke dag, elke dag gewoon dit korte rondje, dat kan ik best. Om elke dag zo fris mogelijk weer aan een verse dag te beginnen tot die operatie. Nog acht nachtjes slapen, dat is best weinig toch? Na dat gesnij kan ik namelijk even niet hardlopen. Met een guts aan hechtingen in mijn gezicht ga ik volledig naar mijn lijf luisteren en rust nemen.

Maar tot die dag ga ik elke ochtend dit fijne rondje doen. Goed voor mezelf zorgen vind ik dat. Ik heb er nu al zin in.

Veelzijdig

Om aan een ander uit te leggen hoe het voelt om zorg te verlenen is onmogelijk. Juist omdat het voor mij, na zoveel jaar zorgen, zo natuurlijk voelt. Maar er is niks gewoons aan, om aan een onbekend mens te zitten of een vreemde voordeur binnen te stappen.

De ochtenden dat ik zorg ging verlenen aan onbekenden voelden was ik altijd een tikkie gespannen. Vroeg in de ochtend een vreemd en donker huis instappen, onhandig naar lichtknopjes zoeken, geeft een bijzondere sensatie. Dat vreemde huis met zijn vreemde geuren en zijn vreemde vormen in het schemerdonker. De slaapkamer is een zoektocht, en ook de juiste spullen moet je zoeken. Vaak sliep die onbekende zorgvrager waar je voor het eerst zorg aan komt verlenen nog en dat is voor die ander nog vele malen vreemder. Staat er zomaar iemand op je slaapkamerdeur te kloppen, en daar moet je je door laten helpen.

Als ik terugdenk aan alle huizen waar ik voor het eerst binnenstapte, vroeg in de ochtend of laat in de avond, ben ik zelf verbaasd. Verbaasd over mijn eigen doortastendheid. Want ik was altijd alleen en niet altijd voorbereid op de situatie die ik aantrof. Soms belande je onverwacht middenin de hectiek.

Maar dierbaar is het gevoel dat overheerst. Warm en rijk. Alle andere gevoelens waar ik ook mee worstelde tijdens al die jaren, verdwijnen inmiddels naar de achtergrond. En ook al vind ik alle vormen van zorg die ik tijdens al die jaren verleende mooi, de ouderenzorg is wel iets dat goed bij me paste.

Ouderenzorg

Zeker bij de ouderen met dementie was het soms zoeken naar de juiste omgangsvorm, want elk mens reageert anders op een vreemde in hun huis. En soms kwam je bij hele weerbarstige, stugge of ronduit vloekende mensen zorg verlenen. Spannende situaties waren er ook. Als ik binnenstapte, en er zaten louche figuren in de woonkamer. Dan zei ik vriendelijk goedenavond, deed ik een poging koel en onaangedaan te kijken en draaide ik me direct weer om. Dan stond ik met geknepen billen binnen, verlangend naar de buitenlucht. Die weg naar buiten voelde ineens vele malen langer, dapper ben ik niet.

Maar ik was dol op werken in de thuiszorg. Al die verschillende huizen op al die verschillende plekken, met al die verschillende mensen. Saai was het nooit, en geen dag was hetzelfde. Waar ik ook onveranderd dol op was, waren de oude portretten aan de wand. Ik heb stapels oude jeugdfoto’s gezien, prachtige portretten van jonge vrouwen en mannen en stemmige trouwplaatjes. De liefde spatte er steeds weer vanaf. Dat beeld dat het schetst is zo mooi, de rijkdom van die eenvoud. En juist door middel van die foto’s was er direct een klik, want door ernaar te vragen ontstonden er meteen mooie gesprekken. De meeste mensen vinden het zalig iets over die zwart-wit plaatjes te vertellen.

Al die verhalen van vroeger, ik blijf ze geweldig vinden. Naar de kroeg met paard en wagen, kruideniers en melkwagens die met hun waar langs de deur kwamen, fantastisch toch? Dat vind ik tenminste, en nog steeds vind ik dat. Het verveeld me nooit om ernaar te luisteren.

Voor iedereen die geen idee heeft hoe veelzijdig de ouderenzorg is, neem eens een kijkje. Mijn werk was en is zoveel meer dan ‘die baan om een salaris mee te verdienen’. Het is rijk en warm, mijn mooie beroep maakt me nog altijd razend trots.

Toch spannend

Ondanks mijn hardnekkige negeer gedrag was ik moe de afgelopen dagen, want dat wachten trekt je batterijtje wel leeg. Dat deed het bij mij wel tenminste. En hoezeer ik ook verlangde naar het moment van de uitslag, toen het eindelijk zover was had het ineens best wat langer mogen duren. Want het niet weten was ineens ook best fijn. Straks zou ik me niet meer kunnen verstoppen, nergens meer.

Ik verlangde naar onnozel, naar me lekker druk maken om niks, naar schoppen tegen onbelangrijke zaken. Die plek in mijn gezicht, daar was ik me zo bewust van de hele tijd. Die dag van de uitslag voelde als een surreëel toneel, en de minuten tikten steeds langzamer en langzamer weg.

Eenmaal in de wachtkamer moest ik ook nog bijna een uur geduld hebben, natuurlijk. Toch was ik niet meer nerveus, heel gek, ineens wel heel erg ongeduldig, ik was er nu wel aan toe, aan het weten. Ze ging direct van start, ik zette mijn leesbril op en wilde meelezen, natuurlijk, ik blijf toch verpleegkundige 😉 Ja wel kwaadaardig, en nee niet de agressievere vorm die ze verwacht had( en die ik wel een soort van tussen de regels door gehoord had) Opluchting, lekker!

Kwaadaardig

Vervolgens tekende ze op mijn gezicht af, hoe groot ze moest snijden. ‘ Het is wel echt een rottige plek hoor’ Ik kreeg een spiegel in mijn handen en moest best even slikken. Ik vond het oprecht fors, en zo heel erg in mijn gezicht. ‘Groot, zei ik, ik vind het echt groot’. Ze knikte, ‘het is ook best groot, want het zit er zeker al een jaar of twee, minimaal’. Twee jaar, jeetje. Meteen voelde ik me ook een soort van bofkont, want stel dat het wel die agressievere vorm was geweest, dan was het leed niet te overzien geweest. Dan had ze nog veel dieper, nog veel groter….en wat er verder nog aan vast hing.

De operatie staat gepland, al heel snel, ook fijn. Dan heb ik alles maar achter de rug, liever gister dan vandaag. En natuurlijk gaan ze verder kijken, wordt mijn hele lijf in kaart gebracht, ook een fijne gedachte dat er straks geen gek plekje meer langdurig over het hoofd wordt gezien. Nog een maandje en dan kan ik alles fijn achter me laten. Dat valt mooi samen met de start van mijn vakantie, kan ik na het hele gebeuren uitgebreid in de relax en dan weer fijn vooruit kijken.

Niemandsland

Ik zit in een soort niemandsland, zo voelt het tenminste. Afwachten, ik haat het. Ik ben razend dankbaar dat ik thuis kan werken, want van teveel drukte om me heen wordt ik onrustig. Raar maar waar. Nu snap ik ook een beetje waarom mensen kluizenaar worden, dacht ik vanmorgen, want soms is alleen zijn nou eenmaal eenvoudiger.

Voor anderen zorgen leid me zalig af, maar mijn focus is wel een tikkie kort, steeds opnieuw proberen mijn gedachten me een bepaalde kant op te sturen. Maar nog steeds lukt het me om die gedachtegang af te remmen, als ik vind dat die een wat te dramatische kant op wil. Ik laat het allemaal maar even zijn, dat vind ik belangrijk. Ik probeer me niet blijer of vrolijker voor te doen dan ik me voel. En dat is vooruitgang hoor. Maar ik wil over een poosje niet weer een lading achterstallige emotie opruimen, dat doe ik liever meteen. Het voor nu even *&@*&, dat lijkt me evident. Sinds de boodschap van vorige week, ben ik niet helemaal mijn opgeruimde zelf.

Moe overheerst, heel gek is dat, want slapen lukt me prima. Maar elke avond ben ik gesloopt als ik mijn bed in rol, terwijl ik niks bijzonders of anders doe. Ik loop nog steeds een paar keer in de week vroeg in de ochtend een rondje hard, en ik werk gewoon op dezelfde dagen. En als ik wel een dag op kantoor werk, pak ik fijn de fiets. Net als altijd, en toch voel ik me vermoeider dan anders.

de boodschap

De boodschap die ik kreeg is heus niet zo heel erg verschrikkelijk, houd ik mezelf voor, er zijn zat mensen die een veel heftigere krijgen. Maar ik zie wel op tegen dat gespit in mijn gezicht, geen fijn vooruitzicht. Dat kwaadaardige in mijn gezicht, zou het ook nog ergens anders zitten? Is het stiekem verder mijn lijf doorgekropen of is het alleen dit plekje? Zoveel vragen en nog geen antwoorden.

Ik zit te glimlachen, terwijl ik dit schrijf, want ik snap ook meteen waarom ik steeds moe ben. Ongemerkt draait mijn hoofd overuren. Al die gedachten die steeds door mijn hoofd schieten veeg ik wel steeds weg, maar ze ontstaan keer op keer opnieuw. Toch is er ook heel veel moois, en elke dag ondervind ik dat. Als de zon schijnt bijvoorbeeld, en ik met een muziekje op mijn hoofd loop te genieten van al het lentegroen. En alle lieverds die aan de deur kwamen, met knuffels en prachtige bloemen, zo lief. Er worden kaarsjes voor me gebrand, en ik krijg liefde, heel veel liefde vanuit allerlei ook hele onverwachte hoeken. Jeetje wat voelt dat fijn.

Nog drie nachtjes slapen, dat is bijna niks meer. Duimen jullie mee?

Na de diagnose

Ik heb kanker, dacht ik vannacht, ik kan het maar moeilijk geloven. Dat k-woord, waar je zelf nooit mee geassocieerd wil worden, blijkt ineens in mijn lijf te zitten. Het is als een storm aan emotie, die van binnen woedt, en ik weet zelf niet goed hoe ik er mee om moet gaan. Grote emoties zijn nou eenmaal een ding bij mij. Een ander troosten kan ik als de beste, die ruimte voor mezelf vragen gaat maar moeizaam. Het ene moment vind ik het de aandacht niet waard, het andere moment voelt het gewichtig, groot en zwaar.

Ik heb pure mazzel gehad dat het werd ontdekt. Want dat vreemde plekje in mijn gezicht, een wat grijzig litteken, daar was ik zelf echt nooit voor naar de huisarts gegaan. Maar omdat ik toevallig een week of twee geleden bij die huisarts was, voor mijn jaarlijkse check-up, liet ik dat plekje ook maar even zien. Schutterig bijna, want het was de moeite van het noemen eigenlijk niet waard. Ik vond mezelf voornamelijk truttig, dat ik met dat plekje aan kwam zetten. Maar goed, ik was er nou toch.

En ik noemde het ook omdat de liefste af toe op me zat te mopperen, ‘want heb je nou weer aan je gezicht zitten krabben, het bloedt’. Dus liet ik het toch maar zien. Want voorzover ik wist zat ik nooit aan dat plekje. Maar het bloedde dus af en toe, en het duurde steeds weken voor het dan weer heelde. Niet echt gangbaar, maar goed, erg dramatisch was het ook niet.

Het ‘mij gebeurd dat niet’, gevoel overheerste

De huisarts maakte er ook niet veel van, maar stuurde me voor de zekerheid toch maar door. Want vooral dat niet helen, was natuurlijk een rode vlag. En de rest is inmiddels wel duidelijk. Ik heb er even over nagedacht, sinds ik het weet, en ik geloof dat ik wel bewust de deur wat dichthoud. Ik weet ook nog maar zo weinig. Misschien schiet ik nog wel in de paniek hoor, volgende week, geen idee. Ik probeer het nu vooral te negeren.

Huisarts

Alleen die eerste dag was het verschil in stemming echt even pittig, de rit naar het ziekenhuis waarbij ik me vooral druk maakte over het feit dat ik er tussenuit moest halverwege mijn werkdag, en ik prakkiseerde over wat ik die avond nou weer moest koken. Een uurtje later dacht ik aan hele andere dingen toen ik weer naar huis reed. Hoe vertel ik dit aan mijn meiden, verdomme, wat overkomt me allemaal. Dat was zo maf, die andere mindset, daar was ik me heel erg van bewust. Naar huis, ik wilde alleen maar snel naar huis.

Ik kijk er naar uit, om alles te weten, en natuurlijk heb ik al wat dingen opgezocht. Want ook al heb ik niets gevraagd, alles wat ze me heeft medegedeeld, al was het summier, heb ik goed onthouden. Zonder op de zaken vooruit te lopen, bereid ik me wel voor, dan kan het straks alleen maar meevallen 🙂 Ik ben oprecht blij dat ik het met iedereen gedeeld heb, hoe moeilijk ook, want al die lieve berichtjes die ik kreeg hebben me echt goed gedaan. Zus, nichtjes en vriendinnen laten nu zelf ook naar gekke vlekjes en plekjes kijken, en dat vind ik enorm waardevol. Mijn boodschap was een hele heldere, en die is gelukkig luid en duidelijk overgekomen.

Ik dompel me deze dagen heerlijk onder in mijn werk, en in het schrijven van mijn boek, want daar geniet ik enorm van. Mijn hoofdpersoon krijgt een bak ellende voor haar kiezen, en daar kan best nog wel een schepje bij vind ik. Vast een soort van afreageren. Zij heeft het beroerder dan dat ik het heb 😉 Nog een dag of vijf, dan weet ik hopelijk alles. Nog even op mijn tanden bijten, kan ik me daarna voorbereiden op de volgende stap, die operatie. Ik tel alvast de dagen tot het zover is.

Bewust herdenken

Ik sta niet alleen op 4 en 5 mei stil bij de tweede wereldoorlog en de gruwelijke gevolgen ervan, maar rond die tijd altijd wel een stuk bewuster.

De broer van mijn oma werd gefusilleerd in de #oorlog, en sinds de #stichtingoorlogsslachtoffers de details ervan achterhaalde, is de oorlog op een persoonlijke manier onze familie ingeslopen. Bijzonder na zoveel jaren na dato.

Vorig jaar las ik het boek ’t Hooge nest, een meeslepend en indrukwekkend verhaal over twee joodse zussen. Die twee zijn rasechte verzetshelden geweest gedurende de oorlogsjaren. Ik las over angst, en over alles achterlaten. En niet alleen huis en haard, maar ook man en kinderen. Familie. Vrienden. Hun alles. Dat die oorlog indrukwekkend en gruwelijk is weten we door alles wat er aan naslagwerken is uit die tijd. Maar door te lezen over deze bijzondere mensen, is dat beeld voor mij een stuk levendiger geworden.

Want een jonge moeder die illegale krantjes onder het matrasje van haar baby verbergt is pure waanzin, ik geloof dat ik van de stress acuut een hartstilstand zou krijgen. Maar zij deden het. Niet één keer maar heel veel keren. Op de fiets om eten en drinken te hamsteren, vooral voor de #onderduikers die ze binnen hun eigen muren lieten schuilen. De hoeveelheid moed die daarvoor nodig is onmeetbaar. Ik kan me niet indenken hoe dat moet voelen, en daar ben ik reuze dankbaar voor.

Diep respect heb ik ervoor.

slachtoffers oorlog

Oorlogsslachtoffers

Wat de broer van mijn oma betreft, dat is ook een gruwelijk verhaal, omdat zijn naam toevallig op een blaadje stond geschreven. Het is onvoorstelbaar dat iemand met één pennenstreek beslist of je leeft of sterft. Jouw naam op een papiertje en je leven is voorbij, het is waanzinnig dat het mogelijk was.

Piet werd maar 28 jaar oud. Hij is nooit getrouwd, mocht nooit vader worden, heeft amper geleefd. Omdat een Duitse oberstormführer, zonder met zijn ogen te knipperen, zijn naam op een lijst zette. Ik vind het bijzonder pijnlijk dat die man na de oorlog maar tot vijftien jaar veroordeeld is. Hij kwam zelfs al in 1954 vrij.. Hij kon daarna zijn leven weer voortzetten, en dat vind ik onverteerbaar.

Voor mij zijn alle oorlogsslachtoffers #helden, door hun moed en het verschil dat ze voor ons maakten. En dat mogen we nooit vergeten.

Een akelige boodschap

Dat ik veel uit mijn dagelijks leven met jullie deel gaat inmiddels bijna vanzelf. Toch moest ik bij deze blog echt weer drie keer slikken, want zou ik wel?? Maar ja natuurlijk, juist, want dat is het echte leven. Mooi en ook weleens minder mooi. Net zoals ik laatst ook een hele kwetsbare schreef, over dat verbergen van je ware emotie, daar kreeg ik heel veel reacties op. Vooral over de herkenbaarheid die het bij veel mensen opriep. Wat voelde ik me ineens verbonden met zovelen.

Maar goed, drie keer slikken dus, want ik heb huid kanker, ik zeg het maar gewoon hardop. Wat een rotwoord he?! Dat vind ik ook. Het heeft meteen een gigantische lading, dat k-woord. Want dat woord staat voor verdriet, en voor afscheid nemen. Ik was even heel erg van de kaart toen de specialist het uitsprak. Ze wierp een blik, en terwijl ze me het slechte nieuws gaf pakte ze meteen een stift en begon op mijn gezicht het bewuste plekje af te tekenen. Ik voelde vooral een vloedgolf aan emotie van binnen, en ik stelde amper vragen. Als een sufkip zat ik te knikken en alles gelaten te ondergaan. Shirt uit ‘want bloed’. Prik in mijn gezicht, appelboortje voor het biopt, bloed wegvegen, hechting erin, en een plakker erop.

En al die tijd dacht ik alleen maar bij mezelf: ‘Huh, zei ze dat nou echt, je hebt huid kanker?’

Over twaalf dagen krijg ik de uitslag zei ze, en dan gaan we het hele proces bespreken. Wat ze precies gaat doen, en hoeveel ze weg moet halen. Ik moest een lading vragen beantwoorden, wat ik ook weer zonder enige tegenvraag heb beantwoord.

Suffe Cynt.

Er gaat een grote hap uit je gezicht , zei ze, dus je krijgt een flink litteken. Mijn spiegelbeeld komt er dus een tikkie anders uit te zien over een poosje.

Kanker

Ik moest oprecht janken, in de auto terug naar huis, het nieuws was me overvallen. Maar het was vooral dat rotwoord dat me uit balans bracht begreep ik, toen ik na een buitje snikken even de tijd nam om er rustig over na te denken. Voelen waarom ik overstuur was, en wat ik nou echt van het nieuws vond. Want wat zei ze nou eigenlijk, en hoe erg vind ik een litteken in mijn gezicht. Om met dat litteken te beginnen: dat is vast niet heel erg, als mijn gezicht nog hetzelfde uitstraalt vind ik het wel prima. De liefste was van de kaart, net als ik, en zus zei dat er genoeg knapheid van me over zal blijven 🙂

Vandaag heb ik nog even gebeld, om de vragen te stellen die ik gister was vergeten. Ja wel kwaadaardig, maar goed te behandelen, ik heb vertrouwen in een goed afloop.

Ik heb het maar het liefst snel achter de rug, snijd maar weg die boel, dan is het maar klaar. En tevens hierbij een nadrukkelijke tip voor iedereen die weleens twijfelt om iets te laten checken: niet wachten, gewoon doen. Ik heb er een maand of acht mee gewacht, wat best suf is natuurlijk. Niet door de covid hoor, maar meer omdat ik oprecht niet dacht dat er iets aan de hand was. Maar dat hele kleine plekje op mijn wang, blijkt onderhuids al haar tentakeltjes wijd te hebben uitgespreid. Klinkt als iets uit een horrorfilm vind ik zelf, of ik heb er gewoon teveel gezien, dat kan ook. Maar daardoor wordt die hap die eruit moet, wel meteen een stuk groter. Ik koester elke dag mijn gezondheid, verwelkom elke verse dag, en door dit soort belevenissen voel ik ook meteen weer dubbelop waarom.