Verrassing

Het is gek, hoe sommige herinneringen je zomaar ineens onverwacht kunnen bekruipen. Gek en bijzonder leuk, vooral dat, bepaalde beelden die zomaar weer in je hoofd verschijnen. Mijn vader vond het geweldig om zijn meiden te verrassen. Ik gok dat mijn moeder net zo hard meedeed hoor, maar in mijn herinnering was het mijn vader die dat soort dingen bedacht.

Zoals die herinnering aan mijn elektrische deken, die ik ooit op sinterklaasavond kreeg. Die avond kroop ik rillend mijn bedje in, toen die heel onverwacht heerlijk warm aanvoelde. Mijn grote kado was een elektrische deken, en die lag al heerlijk warm te worden in mijn bed. Hemels, zo voelde het, en ik vergat het vervolgens dus ook nooit meer, die verrassing.

Net als de befaamde shopavonden, die waren zeldzaam, en heel erg geweldig. Vanuit het niets kon mijn vader ons dan ineens van boven roepen. Binnen vijf minuten moesten we dan klaar staan, anders werd er niks gekocht. Gierend van de lach struikelden we dan over elkaar heen om zo snel mogelijk schoenen, jassen en wat dan ook, aan te trekken. Topavonden waren dat, in mijn herinnering tenminste, maar ik ben een snelle shopper 🙂 Een ook die ping-pongtafel die ineens zomaar in onze garage stond, was een geweldig en onverwacht cadeau.

Onverwacht

Mam was dan weer goed in andere verrassingen, en sommige ervan maakten behoorlijk wat indruk. Die ochtend dat er zomaar ineens een jascape voor mij aan de kapstop hing, wauw, ik zal negen geweest zijn gok ik. Wat voelde ik me prachtig in dat ding, en helemaal superhip. Mam is coupeuse geweest, en had tot laat achter de naaimachine gezeten om hem af te maken, zo lief. Ze maakte jaren later mijn trouwjurk, en bekleedde ook de wieg waar onze kindjes in sliepen. En ook voor onze meiden heeft ze ongelofelijk veel moois gemaakt, van klein naar groot, ze vond het heerlijk om achter die naaimachine te kruipen.

We waren al heel jong erg zelfstandig, en onze wilde plannen werden niet altijd enthousiast ontvangen. Zus en ik waren woonden al vroeg zelfstandig, gewoon, omdat we daar zin in hadden. We hadden nog geen theelepeltje, en hadden nog amper gespaard, maar we namen de gok en gingen gewoon. Na die eerste schok, deden pap en mam alles om van ons nieuwe huisje een thuis te maken. Hoofdschuddend 🙂 dat ook. Wij hadden die eerste jaren geen cent te makken, en mama kwam daarom echt nooit met lege handen langswaaien. Warme liefde was er zat, en wagonladingen support om ons heel erg onszelf te laten zijn.

In mijn ogen is dat absolute rijkdom 🙂

Weerstand

Dat ik me niet wil laten verleiden om te reageren op alles wat er over dat virus de ether wordt ingeslingerd, is overduidelijk. Ik weiger er dieper in te duiken, want ik zit er elke dag al middenin. Net als de hele wereld er middenin zit natuurlijk, maar ook bij mij is het dagelijkse kost. Vluchten lukt nog maar heel af en toe, en dat is dan oprecht even zalig.

Al heel vroeg tijdens dat hele corona gebeuren heb ik me voorgenomen om positief te blijven, ik heb er geen fluit aan om mijn dagen te vullen met frustratie en negativiteit. Ondanks dat sommige dagen ook bij mij weleens zwaar en donker zijn. Ik schreef het al eerder, mijn cirkel van invloed is niet zo groot, maar ik doe wat ik kan. Mopperende experts op allerlei gebied zijn er al genoeg, daar zijn geen extra schepjes meer nodig.

Vanzelfsprekend maak ik me zorgen, ik zie wagonladingen verdriet en machteloosheid, verhuld in frustratie en ongenadig schoppen tegen van alles. Oprechte ellende is niet nieuw, ellende is van alle tijden. In tijden van bloei en groei, en in tijden van tegenslag. Die graaicultuur die was ontstaan vind ik ook naar. Maar vinden dat je ergens recht op heb en dat dus op allerlei manieren af gaat dwingen, is net zo naar. Zeker als het ten koste gaat van anderen, absoluut niet oke. Want blijkbaar zijn de rechten verschillend verdeelt, en hebben sommige meer rechten dan anderen.

Voor en tegenstanders beginnen steeds meer op elkaar te lijken, in gedrag en toonsoort. Vingerwijzen, staatjes en cijfers, en wijsheid en waarheid in pacht hebben. Alsof er een patent bestaat op ‘één opvatting is de enige juiste’. Willen we niet vooral leven, met elkaar? En is dit dan de weg ernaartoe? Elkaar bestrijden, hard schreeuwen en elkaar wegzetten als mafkees? En dat geld voor alle partijen he?! Zelden stonden we zo ver van elkaar af. We hebben de mond vol van tolerantie, maar sabelen elkaar ongenadig af om wat dan ook. Keiharde woorden, over en weer. En in die tussentijd houden we het zo zelf in stand met zijn allen.

Vluchten

Gevoelsmatig begin ik me steeds meer terug te trekken, dat rotsvaste gevoel van veiligheid diep in mij begint langzaam af te brokkelen. Niet door dat virus hoor, ik ben voorzichtig maar absoluut niet bang, dat vooropgesteld. Meer door die kanteling die ik om me heen zie ontstaan, de grimmigheid ervan. Die primaire reactie van vechten of vluchten, begint zich bij mij af te tekenen. Ik vecht elke dag, op mijn werk, om te doen wat ik kan, zo goed mogelijk te zorgen voor een ander. En daarna vlucht ik, naar mijn eigen veilige bubbeltje, en zorg ik vooral voor mezelf.

Ik weet niet waar het eindigt, hoe en wanneer dit eindigt. Of dit überhaupt ooit eindigt. Maar ik leef nu, vandaag, in die steeds zo veranderende wereld. Dus lach ik vandaag, dans ik, heb ik lief vanuit mijn tenen. Binnen dat hele fijne eigen bubbeltje, sluit ik al het dagelijkse verdriet even buiten. Want op sommige dagen, is het meer dan ik hebben kan.

Bijzonder

De eerste keer dat ik bij iemand thuis waakte, staat in mijn geheugen gegrift. Hij was een kroegbaas, en bleek een goede kennis te zijn van een oom van mij. Ik was overrompelt omdat hij nog zo jong was, hij stond nog zo vol in het leven. Zijn kinderen waren van mijn leeftijd, twintigers, en dat confronteert extra. Toch was daar die berusting, ondanks het overweldigende verdriet dat er ook was, richting zijn einde.

Een dierbare oom van mij was een paar jaar ervoor op jonge leeftijd overleden. En dat hele proces had op mij een diepe indruk gemaakt. Van de diagnose tot aan zijn overlijden ging gevoelsmatig razendsnel. Al onze harten waren gebroken, en de hele familie was er kapot van. We misten die gangmaker op onze feestjes, zijn branie, gekkigheid en liefde. Dat was mede de reden dat ik waakzorg wilde verlenen, om te kunnen ondersteunen tijdens die laatste levensfase, als een eerbetoon aan hem. Om dat te mogen doen voelde voor mij ongelofelijk waardevol.

Zachtheid

Die allereerste keer vond ik razend spannend, want je staat daar in je uppie. Maar we hadden direct een klik, en het verlenen van die warme zorg ging als vanzelf. We voerden mooie gesprekken, tijdens de stilte van de nacht, en die band die dan ontstaat is een hele bijzondere. Ik kan het moeilijk uitleggen maar het is oprecht prachtig. Tijdens dat laatste stukje van het leven valt er zoveel weg. Dan is er alleen nog dat pure zijn. En naast al dat verdriet is er vaak ook blijdschap en dankbaarheid. En heel veel liefde.

Dan zie je de eigenheid van iemands ziel, die basis van het leven.

Drie nachten zat ik naast hem en zorgde ik. Toen eindigde zijn leven. Heel zacht was daar ineens die absolute stilte. Ik ben er altijd dankbaar voor, als die zachtheid er is. Want soms is er hevige strijd, eindigt dat leven verre van rustig en stil. Mist het dat serene.

Ik heb er nooit spijt van gehad, van al die jaren waakzorg, ook al greep het me soms ongenaakbaar bij de strot. Al dat verdriet en alle dood. Jong, nog jonger, veel te jong, het volgde elkaar onverbiddelijk op. Bruut en rauw was daar steeds dat onherroepelijke einde. Zoveel mensen die moesten loslaten. Een vader, een moeder, een geliefde, een kind. Maar dankzij al hun levenslessen en wijsheden, en dat waren er een hele hoop, ben ik steeds opnieuw dankbaar voor elke nieuwe dag.

Ik bundelde veel van mijn ervaringen en maakte er een prachtig boek van. Ik noemde hem Zorgliefde. https://www.uitjeervaring.nl/zorgliefde.html

Strik erom

Een dag met een strik erom, zo voelde die vrije dag. Gevuld met niks bijzonders, en toch lag ik er vol tevredenheid aan terug te denken gisteravond.

Ik was die ochtend begonnen met een lange wandeling, geen zin om in huis te poetsen. Ik wilde de weidsheid opzoeken, want in die ochtenduren is het buiten schitterend. Terwijl de zon langzaam en waanzinnig mooi tevoorschijn kwam, stond ik ademloos aan de waterkant. Het groeiende ijs kraakte in de sloten, en een volmaakte formatie vogels vlogen voorbij. Ik zuchtte een paar keer diep, betoverend was het. Ik struinde een uurtje of drie in de rondte, zalig.

De rest van de dag vulde zich als vanzelf. Ik kreeg stomtoevallig een leuk gesprek met een Belgische dame aan de telefoon, die razend benieuwd was hoe dat nou zat met die elfstedentocht. Gieren vond ik het, ook in het buitenland zijn we ‘hot news’. Vervolgens belde er een lieve vriendin, of ik zin had in nog een rondje wandelen. Lekker spontaan, wordt ik ook blij van.

winterweer

Maar dat koude winterweer, had helaas ook een mindere kant, want mijn lieve groene karretje was rigoureus om zeep geholpen. Wat op zich niet echt fijn is natuurlijk, dat vooropgesteld. Maar die middag verzamelde zich, samen met de liefste, wat buurmannen om die open motorkap van mijn oude autootje. Iets met accu’s, onduidelijke plussen en minnen en starten op het chassis? Terwijl zij stonden te debatteren, had ik een serieus gesprek met mijn driejarige overbuurmeisje.

Over de sneeuw en dat sleeën wel echt heel geweldig is, dat we alle twee een roze winterjas hebben maar dat die van haar ook nog grijs en blauw heeft, en of buurvrouw Cynthia even wilde zien hoe goed ze van de eigenhandig gefabriceerde piste af kon glijden. Liefdevol kwebbelen, volkomen zalig is dat. Meiden onder elkaar kunnen echt prachtige gesprekken hebben 🙂

Dankzij een stel inderhaast gehaalde startkabels, werd mijn koekdoossie aangeslingerd, en de buurmannen moesten grijnzen om mijn blije hoofd en mijn enthousiaste ‘jippieeee’. Die lieve meneer van de garage zette er binnen no time een nieuwe accu in, en bij thuiskomst stond er een glas wijn en een zalige curry op me te wachten.

Intens tevreden keek ik terug op die welhaast perfecte dag, want de ellende van de wereld was ik die dag spontaan even vergeten. En dat was voor even, echt heel erg heerlijk.

Schaatsen

Eindelijk is het winter, echt winter. Ik weet ook meteen weer waarom ik zo ontzettend dol ben op de lente 🙂 Geen gedoe met die auto op de weg, geen sneeuw of ijs te zien en starten zonder problemen. Ik heb een heel oud karretje, die vind die kou niet heel erg lekker. Maar ik geniet wel van die witte wereld, de betoverende plaatjes, dat wandelen in de sneeuw is echt heel erg geweldig.

In mijn herinnering stond ik als jong meisje elk jaar wel op de schaats, we zullen wat molentochten en andersoortige toertochtjes hebben geschaatst. Soms met geknepen billen hoor, het ijs was niet elk jaar lekker dik, als je dan een wat groter water over moest schaatsen, brrrr. En daarna, met soms pittige blaren op de hielen, het cafe in om op te warmen en om je medaille op te halen natuurlijk. Warme choco, een dikke koek en dat glimmende ding om je nek, who wants more? 🙂

Ijs

Cynthia op de schaats

Binnen no time is ook de elfstedenkoorts weer toegeslagen, onverbiddelijk natuurlijk. Ik was er één keer bij en man, o man, wat was dat machtig mooi. In 1986 schaatsten mijn vader en mijn oom hem voor de tweede keer op rij, en zus en ik mochten dat jaar mee. Terwijl die twee volop in de voorbereiding zaten, waren wij de hele nacht in de stad te vinden. Wat was het fantastisch, heel Leeuwarden zoemde van opwinding, echt zo bijzonder.

Heel vroeg in de ochtend keken we ademloos naar de start, ik zie mezelf nog staan, tippend van enthousiasme. Dat hele avontuur is een prachtige en bijzondere herinnering die ik liefdevol koester. Zeker omdat het maar zo zelden kan, ben ik heel erg blij dat ik het een keer heb mogen meemaken.

Ik beweer altijd dat het me niet uitmaakt, of ik wel of niet kan schaatsen in de winter. Dan haal ik mijn schouders op en kijk wellicht een tikkie onverschillig. Maar die kriebel voel ik al volop kriebelen, dat schaatsen is toch echt met die paplepel ingegoten. Mijn trouwe noren liggen al paraat, als het eind van de week kan, ga ik denk ik toch even een rondje. Wie weet kan ik het nog!

Schitterend

Zondagochtend, we zijn er lekker vroeg uit, zoals altijd eigenlijk. Uitslapen na een goed feestje is er al een poosje niet meer bij 🙁 Ons prachtige duingebied is fantastisch, zeker op een stralende dag als vandaag. De ongereptheid van al dat met rijp bedekte groen in die duinen is een plaatje. Maar wij zijn niet de enige die er dol op zijn, sinds de lockdown lijkt het op zondag veel drukker te zijn, niet zo gek natuurlijk. Maar ook daarom gaan we graag vroeg, om de drukte te ontlopen. Onze adem maakt wolkjes in de ijskoude lucht en we zetten er lekker de pas in. De luidkeelse stilte wordt enthousiast onderbroken door een specht, en het geklets van een groepje mountainbikers dat langs raast.

Vanaf ons huis lopen we zo het duin in, en naar het strand is het maar een kilometer of zes. Zes kilometer door ons prachtige duingebied is absoluut geen straf, zeker niet met dit weer. We lopen onszelf lekker warm, kletsen wat, en genieten vooral van alle pracht terwijl we koers zetten naar zee.

Schotse hooglanders staan hoog op een duinpan te grazen, en de zonnestralen vangen de warme kleuren van hun vacht, zo mooi. Die aanblik wordt nooit saai of gewoon, die machtige beesten die, daar zo heel dichtbij, imposant staan te zijn.

Duinen

De zon piept net boven het duin uit en laat al het met rijp bedekte groen glinsteren als diamantjes. Ik probeer het beeld uit alle macht met mijn mobiel vast te leggen. Kansloos natuurlijk, het is veel teveel schoonheid om eenvoudigweg te kunnen vangen met mijn telefoon. Schouderophalend geef ik het op, helaas pindakaas. Bij de strandopgang proberen twee dames op hun fiets te klimmen, giechelend en stram staan ze te stuntelen. ‘Willen jullie een zetje’ vraagt de liefste grijnzend. ‘We hebben gezwommen, antwoord een van de twee, terwijl de ander doorstuntelt. Dus daarna voelen we eigenlijk niks meer, en dan gaat opstappen op die fiets niet meer zo eenvoudig’. Wauw, we maken een diepe buiging voor die twee, zelfs met mijn kleren aan voelen mijn benen en billen stram en koud. Als twee giebelende pubers lukt het ze uiteindelijk, en wij kijken ze vol respect na.

Op de terugweg lopen we langs de kruisberg, en nemen we gezellig een ‘coffee to go’, even wat warms in de ijzige kou. Het is zo zalig, vol in de zon en met al die gezelligheid. Er brand een gezellig vuur, en overal staan groepjes mensen van een bakkie te genieten. Het voelt gewoon als een uitje, om hier met een warme kop koffie te staan, hoe maf is dat. Als straks kroegen en restaurants weer open mogen, jemig, wat een heerlijkheid zal dat zijn, daar kijk ik zo naar uit. Om te ontsnappen aan het bizarre van het huidige leven.

Het is alsof die pauze-knop nu standaard ingedrukt staat, en het voelt voor mij net als in de periodes dat ik ernstig ziek was. Toen zat ik meerdere keren maandenlang binnen en was ik erg op mezelf. Hele periodes waarbij ik ook amper de deur uit kon, ik weet nog zo goed hoe dat voelde. Zal het straks ook zo voelen als dat ene hele magische moment, toen dat herstel eindelijk weer voor de deur stond, na gevoelsmatig eindeloos wachten. Ik barste dan van blijdschap bijna uit mijn voegen, als mijn lijf weer krachtiger werd na zo’n uitzichtloze donkere periode. Ik gok dat het ongeveer zal voelen zoals toen, zoals dat geweldige gevoel, en ik verheug me erop.

Ook al voelt het hier, midden in ons prachtige duin, met een zalig zonnetje, ook echt als een cadeautje. Ik prijs mezelf heel erg gelukkig dat ik dit kan, en hier zo loop. Lekker cliché, ik weet het. En toch is het zo, ervaar ik het zo. Ik tel steeds weer mijn zegeningen en ik geniet van elke gezonde nieuwe dag. En tot nu toe zijn dat er gelukkig een hele lading 🙂

Donkere nacht

Vannacht lag ik wakker, voor mij inmiddels niet meer zo ongebruikelijk. Gezien alle recente gebeurtenissen was het geen wonder dat ik niet kon slapen. Dat wreekt zich als vanzelf, als het stil wordt om me heen. De jaren dat ik semi-bewusteloos in slaap stortte en weer wakker werd van de wekker liggen al een poosje achter me. Het is allemaal geen sinecure, wat er allemaal gebeurd is de afgelopen periode, die emotie gaat in mijn hoofd en in mijn lijf zitten. En het duurt een poosje, voor al dat gevoel weer tot rust komt.

Tijdens een donkere nacht kan alles me dan zomaar even aanvliegen, tijdens de stilte voelt alles soms zo groot en angstig. Dan verlang ik hevig naar de ochtend, zodat ik me weer kan focussen op andere dingen. Afgelopen nacht voelde ik dat in alle hevigheid. Terwijl ik echt helemaal niks te zeuren of te klagen heb, dat vooropgesteld, was mijn hoofd er even vol van. Volkomen onverwacht droom ik ook heel regelmatig over dat knobbeltje, op de momenten dat ik wel sliep. Dan word ik toch steeds wakker met een rotgevoel, want onbewust speelde het blijkbaar een grotere rol dan ik dacht.

Ik ben nooit van het somberen, positief past bij me, ik zie altijd wel ergens een lichtpuntje, hoe beroerd het moment ook is. Schouders eronder en door zit in mijn systeem gebakken. Maar dat altijd maar blindelings doorstampen, heb ik wel afgeleerd. Even stilstaan om te voelen en te verwerken is fijn, en ik ben zo dankbaar dat ik die les heb geleerd. Op de rem trappen en ook de mindere dingen in het leven even laten zijn, een heel groot deel van mijn leven heb ik dat niet gekund.

Omgeving

Als mijn hoofd weer eens te vol wordt, en mijn nachten heel onrustig, ga ik meestal gewoon lekker naar buiten. Een beetje lukraak ronddwalen, want vaak wil ik dan niks anders dan gewoon maar een eind wandelen. In mijn eentje, om orde te scheppen in de chaos van al mijn gedachten. Mijn ene voet voor de andere, als een soort mantra, minuut na minuut in een flink tempo doorstappen. Alle problemen, zorgen of tegenslagen pluis ik onderweg uit, relativeer ik, ruim ik op. En door de plek waar ik woon, zijn er opties te over om prachtig te wandelen, ik woon in een geweldige omgeving. Ik kan uren dwalen door het duin, over het strand of door het bos.

Wellicht klinkt het wat suf, maar dat wandelen, het heeft me meer dan eens weer op het juiste spoor gezet. Buiten, tussen het groen of vlak aan zee, kan ik mijn gedachten de vrije loop laten, weet ik weer wat belangrijk is. Het heeft me dichter bij mezelf gebracht, dat urenlang wandelen in mijn uppie. Zonder duidelijk doel, gewoon maar lopen, door het groen in mijn omgeving.

Gelukkig staan alle seinen wat mezelf betreft inmiddels op groen, die tweede knobbelcontrole was prima en die niersteen heeft, na heel lang smeken, toch besloten zijn eigen leven te gaan leiden 🙂 Die operatie is dus gelukkig ook van de baan. Nu maar hopen dat deze trend zich voor ons allemaal voortzet, en dat er nog veel meer positieve ontwikkelingen volgen. Dat maakt die donkere nachten, en dat in de rondte dwalen, toch veel fijner.

Waarom eigenlijk.

Vanmorgen vroeg ik me oprecht af, tijdens mijn vroege hardlooprondje, waarom ik dit nou zo graag wilde kunnen. Een rondje kunnen rennen, terwijl de zon de wereld langzaam wakker laat worden.

Dat is meteen de eerste reden. Met een muziekje op mijn hoofd, op het gemakje draven door de natuur, terwijl ik mijn gedachten lekker laat gaan. Richting een nieuw te schrijven blogje, langs rottigheid die ik moet verwerken of gewoon wat mooie ontroerende gebeurtenissen herbeleven.

Ik vind het wel ontzettend suf dat ik niet zo snel tevreden ben. Ik wil altijd verder, sneller en langer kunnen lopen. Op andere vlakken ben ik volgens mij helemaal niet zo fanatiek, dus waarom dan? Vind ik echt bijzonder, dat streberige gedoe. Dat is denk ik wel een overblijfsel uit mijn jeugd, ik heb vanaf mijn zesde op atletiek gezeten. Sporten deed ik heel veel jaren, een paar keer in de week. En daarbij heb ik ook nog eens een hele sportieve vader. Die liep halve en hele marathons, fietste meermaals luik-bastenaken-luik. En schaatste, naast heel veel toertochtjes, ook twee keer de elfstedentocht. Diepe buiging voor mijn paps.

Ochtend

Een jaar of zes terug liep ik nog met gemak een ruime tien kilometer, en dat vond ik al razend dapper van mezelf. Met mijn aandoening, moet je niet willen hardlopen, zei de specialist. Maar ik kan het, en het gaat weer, dus blijf ik gaan zolang ik het kan.

Want de belangrijkste reden waarom ik blijf hardlopen? Het is zo lekker om die nieuwe dag te begroeten, als de meeste mensen nog slapen, dat rondje voor ik naar mijn werk moet. Winterdag is dat vaak onder een prachtige sterrenhemel, terwijl ik langs met rijp bedekte velden draaf. Of ik loop mijn rondje in het voorjaar, terwijl de zon zijn prachtige kleuren de ochtend instrooit. Het is schitterend buiten, zo heel erg vroeg, en lekker rustig nog. En dan is er ook nog dat gevoel erna, als je geweest bent. Dat zalige, overheersende gevoel dat het lukte, dat ik het kon, dat ik in een vast tempo die kilometers heb gelopen. Daar heb ik de rest van de dag zo’n zalige energie van.

Dat zijn dus zomaar een hele hoop redenen om vroeg mijn voordeur uit te stappen. Weet ik ook meteen wat ik moet doen, als ik even geen zin heb. Dit stukje nog eens nalezen 🙂

Flash back

Onze oudste kampeert weer even bij ons in huis, uit nood, omdat er van alles mis was in haar huurhuisje. Het is grappig hoe snel dat went, om je kind weer in huis te hebben, ook al woonde ze al een jaar of vijf niet meer bij ons.

De eerste dagen was het wat onwennig, al die eigen ritmes moesten nog even gesynchroniseerd worden. We waren inmiddels allemaal vooral gewend aan onze eigen ruimte zonder elkaar. Maar het verliep wonderwel in een rap tempo, dat wennen.

Aan het eind van die eerste week zat ik weer aan haar voeteneind, middenin de nacht, om met argusogen in de gaten te houden of het allemaal wel goed ging. Ik zal niet nader omschrijven wat er precies loos was, maar dit soort nachten had ik in het verleden ook weleens. Voor haar was zo’n nacht alweer heel wat jaren geleden, en ook ik had ze absoluut niet gemist, die doorwaakte onrustige nachten. Ik zat daar bij dat kind van ons wat treurig te zitten, met mijn flash back, ‘daar gaan we weer’ dacht ik bij mezelf. Zit ik weer braaf de boel in de gaten te houden. Ook gewoon bezorgde moeder natuurlijk, zo ben ik nou eenmaal.

Nacht

De volgende dag konden we er alweer smakelijk om lachen, nadat ik hier en daar nog wat extra zout in de wonden had gewreven natuurlijk. Die kans liet ik mooi niet aan me voorbijgaan 🙂 En we lagen heel erg vroeg in bed, dat vooral.

Waar ik ook een flash back van kreeg was die wasmand, die vulde zich welhaast weer als vanzelf. Ook iets dat ik echt niet had gemist, volle wasmanden, en ook daar moest ik weer aan wennen, aan dat vaker wassen. Maar stiekem is het ook hartstikke gezellig natuurlijk, onze oudste gup weer huppelend door het huis. Ook weer zo’n flash back, mijn meiden dichtbij vond ik altijd fijn. Meidenavondjes, uitgebreid bijkletsen en samen tutten. Dat gaat toch anders als je niet meer onder hetzelfde dak woont.

Maar we zijn het er met elkaar wel over eens dat een paar weken echt lang zat is. En zo hoort het ook.

Nog even en dan kan ze weer fijn terug naar haar eigen plekje, en haar eigen leventje weer oppakken, alhoewel dat in deze tijd even niet zo goed kan. En ook dat is best even fijn. Zij laaft zich weer aan de gezelligheid van dat samen zijn, en aan de volle koelkast, samen een spelletje doen en dat heerlijke bad van ons. Aan dat gezonde ‘mama’ eten, en aan het even wentelen in al die goede zorgen. Zodat ze weer opgeladen naar haar eigen paleis terug kan.

Als dat geen win win is, dan weet ik het ook niet meer.

Onverwacht

Er gebeurde altijd wel iets, tijdens al die jaren dat ik bij mensen thuis waakte. Niet alleen de nacht zorgde soms voor een extra dimensie aan dat stervensproces, soms ging ineens toch de angst overheersen, was thuis blijven toch te spannend. Of er waren complicaties waardoor er op het laatste moment nog gekozen werd voor opname.

Heel veel jaren geleden waakte ik bij een echtpaar in Santpoort. Ik had toen nog geen rijbewijs, dus was ik laat op de avond met mijn fiets op de pont gestapt en naar hun huis gefietst. Ze waren altijd met zijn tweetjes geweest, kinderen hadden ze nooit gekregen, en veel familie was er niet meer over. Ergens was er nog een achternichtje, en helaas leefden veel van hun vrienden ook niet meer. En nu bleef zij ook nog eens alleen achter, want hij was ernstig ziek.

Ze woonden samen in een statig pand, en ik was diep onder de indruk. Prominent in de woonkamer stond een prachtige vleugel, notenhouten meubels glommen je tegemoet, en in een antiek theekastje stond een prachtig servies te stralen. Dat huis van ons, waarin volop geleefd, gespeeld en gerend werd. Dat stond vooral vol met speelgoed, en een wat goedkoop allegaartje aan meubels, dat was het complete tegenovergestelde van deze pracht.

Op de fiets

Ik maakte kennis met dit liefdevolle echtpaar, en de eerste uren verliepen in volkomen rust. Rond een uur of twee veranderde de situatie ineens toen meneer een bloeding kreeg, zijn lichaam gaf het steeds wat meer op. Dit was echter wel een angstige complicatie, als je oud en kwetsbaar bent. Thuis was ineens niet fijn meer, thuis werd te spannend. Want wat lag er nog meer aan akeligheid op ze te wachten.

Niet veel later lag hij in de ambulance, en werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Zij mocht fijn mee, om bij hem te zijn, en ik bleef alleen achter in hun prachtige huis.

Ik ruimde wat op, om te zorgen dat ze niet in die chaos van bebloed beddengoed thuis hoefde te komen. Uiteindelijk trok ik de deur achter me dicht, en stapte op de fiets. Fietsend door die donkere nacht liet ik alle gebeurtenissen nog eens passeren. Helemaal alleen op de fiets, door de donkere nacht, voegde nog wat extra spanning toe. Bovenop het rotgevoel dat ik al had. Zoiets heftigs gaat je nou eenmaal niet in je koude kleren zitten, want ik was wel altijd alleen in mijn werk. Heftige situaties nog even met een collega van je af praten, was nooit aan de orde. Dat vond ik soms best lastig, om alles alleen te moeten dragen, niet even te kunnen delen.

De pont stond net op het punt om weg te varen, en die ging in de nacht maar heel af en toe. Maar die lieve meneer de pontwachter liet de laaddeur een stukje zakken, en tilde mijn fiets met kinderzitje zo de pont op. En ook ik moest aan boord klimmen. Jonge en lenig nog toen he?! Toen kon ik dat nog 🙂 Maar ik weet het nog zo goed, hoe fijn dat voelde. Dat hij op me wachtte, en me aan boord hielp. Zijn zorgzaamheid was alles wat ik op dat moment nodig had.

De liefste schrok zich gek toen ik midden in de nacht thuis kwam. Die drukte me op het hart om de volgende keer een taxi te bellen, in plaats van alleen op de fiets naar huis te komen. Niet aan gedacht om eerlijk te zijn, ik wilde alleen maar naar mijn gezin. En als jonge moeder, zonder rijbewijs, kon ik mijn fiets echt geen dag missen. Die liet ik daar dus mooi niet staan.

Die lieve oude man kwam nooit meer naar huis, ik belde die dag erna nog even om te horen hoe het met ze afgelopen was. Maar diezelfde dag overleed hij, in dat ziekenhuis. De afgelopen jaren, dacht ik nog best vaak aan ze, en aan de de gebeurtenissen van die onverwachte nacht. Want sommige belevenissen schud je nou eenmaal nooit meer helemaal van je af.